Hij is opgestaan!
Wat zoekt gij de Levende bij de doden? Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan! Lukas 24: 5b - 6a
In een wereld waarin ieder eenmaal wordt weggenomen door de dood, is het erg moeilijk om te geloven in de opstanding uit de dood. De gemeente belijdt: 'Ik geloof in Jezus Christus, Die ten derden dage, na Zijn sterven wederom opgestaan is van de doden'. En: 'Ik geloof de wederopstanding van het vlees'. Maar hoe werkelijk is deze belijdenis in ons leven? Is het te moeilijk op deze vraag antwoord te geven?
De vrouwen in ons tekstgedeelte belijden metterdaad hun ongeloof in de opstanding. Ze gaan het dode lichaam van de Heere Jezus zalven en ze hebben specerijen bij zich om tussen de doeken te strooien, waarmee Hij is omwonden. Ze willen Zijn lichaam zo lang mogelijk ongeschonden bewaren. Nee, ze geloven niet dat Hij zal opstaan.
Toch gaan ze naar de plaats waar het lichaam van Jezus is. Ze kunnen Hem niet loslaten, ook al is Hij niet meer. Kunnen ze de levende Heere niet meer dienen van hun goederen, dan zullen ze de dode Heere verzorgen.
Hun geloof is weg; hun dienen wordt bepaald door ongeloof. Hun hoop is tegelijk met Jezus begraven. De Emmaüsgangers spreken dat hardop uit: 'Wij hoopten dat Hij was Degene, Die Israël verlossen zou, maar nu is het al de derde dag'. Zo leeft het in het hart van de discipelkring. Maar de liefde is gebleven. God Zelf heeft door het spreken en handelen van Zijn Zoon deze liefde gewekt. Vanuit deze, door Hemzelf gewerkte liefde, begint God hen weer tot het geloof te brengen. Want daar gaat het om. God geeft Zijn eniggeboren Zoon, opdat ieder die in Hem gelooft het eeuwige leven hebbe. Daartoe zendt Hij Zijn gezanten; toen twee engelen en nu nog steeds dienaars van het Woord.
Als de vrouwen bij het graf komen, ligt er geen steen meer voor; en binnen in het graf vinden ze niet het dode lichaam van de Heere Jezus. Het is weg! Is het geroofd? Ze weten niet wat ze denken moeten. Hun twijfelmoedigheid slaat om in vrees als ze daar de twee mannen zien in blinkende klederen. Het zijn hemelse wezens en hun gewaad blinkt van de majesteit en reinheid Gods. Wie kan daarvoor bestaan?
Maar ze hoeven niet te vrezen. God heeft Zijn boodschappers gezonden met een blijde boodschap, een boodschap van verlossing: 'Wees niet ongelovig, maar gelovig'. Om mensen van hun ongeloof te verlossen zendt God nóg Zijn dienaren, elke keer als Hij Zijn Woord laat bedienen.
Hier, op deze morgen laat Hij Zelf de Paasboodschap horen. Als een juichkreet klinkt het door de stille hof, en het klinkt door tot op de dag van vandaag: 'Wat zoekt gij de Levende bij de doden? Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan!'
Wat is de verkondiging toch nodig. Zonder het Woord ziet het ongeloof alleen een leeg graf en doeken, en het verstand zegt: Ze hebben Zijn lichaam geroofd. De verkondiging bereidt de weg van het geloof en houdt het geloof in stand. Wie niet komt horen kan zichzelf alleen maar heel grote schade berokkenen, want dan geeft men het ongeloof vrij spel. Door het Woord spreekt de Heere; gaat Hij terechtwijzen. 'Waarom zoeken jullie de Levende bij de doden? ' Jullie zoeken geheel verkeerd. De Heere is nu de Levende, Die thuishoort in die geheel nieuwe wereld van de opstanding en het leven. Hij is niet meer in de wereld van de doden. Hij is door de dood heen naar het leven gegaan. En wie Hem wil hebben zal ook door de dood héén moeten gaan om Hem te vinden. Wat betekent dit nu allemaal? Wij worden hiermee op ons verkeerde zoeken gewezen. Gods Woord tekent de mensen als doden in zonden en misdaden. Wie dus de Levende zoekt bij zichzelf of bij andere mensen, zoekt Hem bij de doden.
Daar zijn we als mensen op allerlei wijze druk mee bezig. Soms zegt men: Je moet God zoeken in de aardse werkelijkheid. Je kunt Hem ontmoeten en dienen in je naaste. Of men zoekt God in zichzelf. God is de diepte in ons, zegt men dan. Ook op een rechtzinnige wijze kan men God in zichzelf zoeken. Dat doet men als men God wil dienen en behagen door eigen werk. Wie zoekt eigenlijk niet zo de Levende bij zichzelf? Maar het is een doodlopende weg. Onze beste werken zijn immers nog bevlekt door de zonde, vooral door de zelfzucht. We worden er niet levend door.
God leert door Zijn Woord en Geest verstaan, dat onze zonde bestaat in afkeer en onwil, machteloosheid en ongeloof. Wat een nood als we dat leren. En ook dan proberen we in onze zelfzucht onze nood aan God aan te bieden als een reden, waarom Hij ons genadig zou moeten zijn.
Wat zoeken we toch verkeerd. Zondaars moeten door de dóód heen naar het leven. Hun leven verliezen, noemt Jezus dat in het Evangelie.
Wie sterft moet alles van de aarde achterlaten. Zo is het ook in het geestelijke: wie tot het leven wil ingaan, moet alles verliezen. Hij is hier niet, zeggen de engelen. Niet bij de doden.
Hij is opgestaan! Hij heeft de dood overwonnen tot in alle eeuwigheid. Daardoor verwierf Hij de sleutels van de hel en de dood. Hij heeft nu de sleutel, die past op onze dood in de zonde. Hij heeft de sleutel, die past op de gevangenis van het ongeloof. Hij kan nu voor ons de weg openen naar het leven. Van onze kant uit kan het niet. De deur is gesloten en er is aan onze kant geen klink of sleutelgat.
Hij komt Zelf, verschijnend in het gewaad van Zijn Woord door engelenmond. Hier is Hij niet, maar Hij is opgestaan en leeft altijd.
Geloven de vrouwen de boodschap en verdwijnt hun ongeloof? Gods gezanten brengen daartoe in hun herinnering terug wat de Heere gesproken heeft: Hij zou toch overgeleverd en gekruisigd worden? Werd dat niet waar? En Hij zou toch op de derde dag opstaan uit het graf? Vandaag is het de derde dag en.. het graf is leeg. De vrouwen worden Jezus' woorden indachtig. Door de verkondiging beginnen ze te geloven. Door die verkondiging trekt de Heere hen door de dood heen. Ze verliezen daarbij alles van zichzelf, hun specerijen en redeneringen. Ze laten het allemaal vallen en gaan heen om aan de discipelen te boodschappen, dat Jezus waarlijk is opgestaan! Ze werden in hun dood gevonden door de Levende. Hij trekt ze tot Zich in het leven van de opstanding. Ze gaan het zeggen: Hij leeft! Hij leeft ook voor mij! Leeft Hij ook voor u? Gelooft u Zijn opstanding en de wederopstanding van het vlees? Ziet u het niet, is voor u nog niets bewezen? Dat brengt uw ongeloof aan het licht. Het ongeloof, zegt Luther, blijft naar de opstanding kijken, zoals een koe kijkt naar een nieuw hek. Daar komt dat beest immers nooit doorheen? Alleen met de ogen van het geloof komt men door de opstanding van Jezus Christus heen en ontvangt men de vruchten ervan. Het geloof is een bewijs van de zaken die men niet ziet.
Gelooft u de opstanding van Jezus Christus, maar put u er zo weinig troost uit? Is Hij wel opgestaan, maar niet voor u?
Zie Christus aan, zoals het volk Israël in de woestijn zag naar de koperen slang. Satan wil, dat u naar uzelf kijkt, naar uw zonden of naar uw goede werken. Hij wil u in ongeloof van Christus weghouden en u in uw dode werken laten. Maar de Heilige Geest trekt naar Christus. Laat u meetrekken door het gebed: Trek mij, ik zal U nalopen.
Klaagt u uzelf aan vanwege uw ongeloof? Hebt u Hem liefgekregen door Zijn genadig omzien naar u, maar vraagt u zich af, of het allemaal wel waar is geweest?
Dat laatste vroegen de discipelen zich ook af. Ze geloven de boodschap van de vrouwen niet eens. Maar Jezus laat het daar niet bij. Hij laat Zijn ongelovige discipelen niet aan zichzelf over. Hij komt Zelf, alweer. Al hebben ze alle deuren gesloten, Hij komt toch binnen en zegt:
Wees gegroet, vrede zij u! Hij opent Zelf hun blinde ogen en toont de tekenen van de nagels in handen en voeten. Hij vermaant: Wees niet ongelovig, maar gelovig. Als Hij zo tot u komt, zult ook u Hem antwoorden: Mijn Heere en mijn God! '
Dat is de triomf van Pasen. De dood is overwonnen in de opstanding. Nu wordt ook het ongeloof overwonnen. Wat zoekt ge toch nog de Levende bij de doden? Hij is hier niet. Hij is opgestaan!
Juich aarde, juich alom de Heere!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1978
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1978
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's