Als Christus niet was opgewekt
Een zeer bekend hoofdstuk uit de nieuwtestamentische brieven is 1 Korinthe 15. De apostel Paulus getuigt daar om te beginnen van wat onder de christenen volkomen zekerheid heeft. De opwekking van Christus staat voor het geloof buiten alle twijfel. Het is geschied naar de Schriften, het is bevestigd door vele verschijningen én het is beleden door de vroegste gemeente. Paulus grijpt in vers 3 en 4 van het genoemde hoofdstuk terug op formuleringen die hij zelf ook 'ontvangen' heeft die hij kreeg aangereikt als gezaghebbende tradi tie. 'Dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften. En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften'. Blijkbaar gaat het hier om kernachtige formuleringen die al heel vroeg binnen de christelijke gemeenten als confessies hebben gefungeerd. Deze gemeenten waren niet alleen belijdende gemeenten, maar ook belijdenis-getrouwe gemeenten. Meestal hebben deze confessieachtige teksten een liedkarakter. De gemeente belijdt al zingend. De confessie is doxologie (lofverheffing). De confessie is daarnaast ook 'formulier van enigheid', accoord van gemeenschap, 'hier staan wij voor'. Maar - en dat wordt in het Nieuwe Testament ook op verschillende plaatsen duidelijk-deze belijdenissen hebben van meet af aan ook een afgrenzende funktie gehad, zo u wilt een polemische spits. Het ging niet alleen niet in de eerste plaats, maar altijd weer onvermijdelijk toch óók om de afweer van de ketterij. Dat komt in I Korinthe 15 sterk tot uiting.
Als Christus niet was opgewekt nóg? wat dan
De gemeente van Christus in Korinthe werd in opschudding gebracht door een bepaalde dwaalleer in verband met de opstanding der doden. Ik formuleer expres vaag. De exegeten brengen verschillende mogelijkheden naar voren, wanneer het gaat om de vraag: wat zijn bij deze dwaalleraars de motieven geweest om de verwachting en de verkondiging van de opstanding prijs te geven. Wellicht hebben we hier te maken met wat men tegenwoordig zou noemen een bepaalde vorm van syncretisme, in casu een vermenging van christendom en griekse filosofie. Het lichaam en al wat stoffelijk is wordt dan gezien als principieel minderwaardig. Verlossing is de losmaking van de onsterfelijke ziel uit de omkluistering van het vlees. Wat nu ook verder de toekomstverwachting van deze ontspoorde korinthische christenen geweest is, voor een lichamelijke opstanding op de jongste dag was daarin beslist geen plaats. Zelfs is het niet onmogelijk dat in deze ketterse kringen elke vorm van heilsverwachting over dood en graf heen, ontbrak. De gedachtegang is dan deze dat het vólle heil hier en nu reeds is gerealiseerd in de geestelijke opwekking van de ziel - er is voorts niets te hopen meer overgebleven.
Maar intussen moeten we goed zien dat deze dwalende Korinthieërs er niet aan dachten de opstanding van Christus te loochenen. Het geloof in dit heilsfeit lag ook zozeer vast in de fundamentele belijdenissen, dat er eenvoudigweg niet aan getornd werd. Maar wat doet nu Paulus? Hij stoot door tot op de hardste kern van deze heresie (dwaling), hij ontmantelt de dwaalleer tot op zijn diepste konsekwenties. Wie beweert dat er geen opstanding der doden is, beweert daarmee in feite dat Christus niet is opgewekt en komt dan ook regelrecht in strijd met het hart van het christelijk belijden.
Paulus onderstreept dus: de opwekking van Christus kan niet beleden worden als een op zichzelf staand incident, waardoor verder niets veranderd is in deze wereld, waar althans het materiële door ongemoeid zou worden gelaten. Wie de opwekking van Christus werkelijk belijdt, moet dan ook konsekwent belijden, als het ware met huid en haar belijden. De belijdenis van de opstanding van Christus kan maar niet op willekeurige wijze gevuld worden, het gaat immers niet om een idee of een verheffende gedachte of een mythologische voorstelling - maar om een ingreep en doorbraak in de realiteit van deze wereld, in de werkelijkheid van de tijd en de ruimte waarin wij leven. De Paasbelijdenis wil in al zijn konsekwenties overgenomen zijn. Wie terugschrikt voor die konsekwenties, kan het niet langer waar maken dat hij in de levende Heere gelooft. Wie in feite stelt: Christus is wel opgewekt, maar wat dan nog? - zit op één lijn met hem die openlijk uitspreekt: Christus is niet opgewekt en wat dan nog? Mij dunkt dat het betoog van Paulus ook vandaag de dag in hoge mate aktueel is. Telkens weer wordt beweerd dat de oude vrijzinnigheid op zijn retour is en dat de opwekking van Christus door nauwelijks iemand onder de moderne theologen met zovele woorden geloochend wordt. Dat zal wel waar zijn. Maar neemt de moderne theologie dan ook de konsekwenties voor haar rekening, zoals die door Paulus een heel hoofdstuk lang worden ontwikkeld? En zo niet, wat is dan in het licht van I Korinthe 15 : 13 nog de waarde van die belijdenis? Wanneer er, om maar even wat konkreter te worden, alleen maar vraagtekens worden gezet ten aanzien van het leven na dit leven, de werkelijkheid van, de hemel, de opstanding van het vlees - komt de belijdenis van Christus' opstanding in de lucht te hangen, heeft geen voeten meer in de aarde. Of er wordt heel spitsvondig een nieuwe draai aan gegeven door te prediken dat wij Christus tot opstanding moeten brengen door onze opstand. De woorden van de apostel hebben echter ook een scherpe spits naar een heel andere kant. Immers we kunnen wel in een dor confessionalisme de belijdenis handhaven, tewijl we toch in feite de opwekking van Christus loochenen. Het kritische zelfonderzoek is nodig: at zou er in mijn leven nu wezenlijk veranderen als Christus niet was opgewekt... zou het wat uitmaken voor mij? zou het alles uitmaken? Of moet ik als Ik eerlijk ben toegeven... op de bodem van mijn hart is het nog: ls Christus niet was opgewekt, wat dan nóg? Smeek toch om de Heilige Geest die het u leren wil te geloven met het hart en zo te belijden met de mond.
Als Christus niet was opgewekt...wat dan niet?
De apostel gaat even door op deze irrealis, deze Gode zij dank onwerkelijke mogelijkheid (en onmogelijke werkelijkheid.) We kunnen niet zeggen dat hij 'speelt' met deze gedachte. Eerder huivert hij er voor terug, maar dwingt zichzelf er toe haar ten einde toe te doordenken. Op die manier kan immers de voor de grieken zo verleidelijke dwaalleer het best worden bestreden.
Als Christus niet was opgewekt, dan zou de prediking geen zoden aan de dijk zetten, de verkondiging zou een 'ijdele bellenblazerij' zijn (van Ruler). Het zouden met Pasen alleen maar mooie woorden zijn, die uit elkaar spatten zodra een mens er houvast aan probeert te krijgen. Maar dan zou het geloof ook leeg zijn, er zou in feite niets door veranderen, de dood zou het laatste woord houden. Is Christus niet opgewekt, dan betekent dat voor ons als apostelen (zegt Paulus) dat we valse getuigen van God zijn, onze prediking is dan een leugen - en voor u als gemeente betekent het dat de zondemacht in uw leven niet gebroken is en eenvoudig niet doorbroken kan worden. U zit in een gesloten cirkel, een dodenkring van zonde en oordeel. .
Als Christus niet was opgewekt, wat dan wél?
Dan zijn degenen die in Christus ontslapen zijn, verloren. Ze hebben geleefd én zijn gestorven met verwachting. Welnu die verwachting zou dan beschaamd zijn. Vergeet het maar, dat er nog werkelijk troost en echt hou vast zou overblijven in het aangezicht van de dood.
Dan zijn we ook in dit leven er uiterst triest en troosteloos aan toe, 'de ellendigste van alle mensen'. Niet alleen vanwege de verdrukkingen om Christus' wil waar geen toekomstperspektief meer tegenover staat, maar vooral omdat de gewekte verwachting dan ontijdig wordt afgebroken. 'Dan moeten wij zeggen: ik wéén om bloemen in de knop gebroken en in den uchtend van heur bloei vergaan.' (van Ruler)
Als Christus niet was opgewekt.... wat daarentegen?
Lang genoeg heeft Paulus voortgeborduurd op dat irreële thema. Nu haalt hij resoluut een streep door die konstrukties en valt terug op de zekerheid van het belijden, waarmee hij ook heeft ingezet. De cirkel sluit zich dus. De mens is binnen óf buiten de cirkel van het geloof. Het is alles of niets. Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden. Dat houdt wat in, dat is allesbeslissend als een voorgoed begonnen begin. Ga nu maar doordenken niet over een huiveringwekkende gedachte, maar over een verrukkende werkelijkheid. Hij is opgewekt - nu blijft Hij ook niet alleen, maar neemt al de Zijnen mee in de uiteindelijke overwinning op de dood. Alle vijanden worden vernietigd. Zijn koningschap staat onomstotelijk vast, totdat Hij het overdraagt aan de Vader. Er mag gesproken worden over een christelijke toekomstverwachting die ons aangaat met ziel én lichaam, met huid en haar. En intussen: de prediking is niet ijdel, het werk des Heeren is niet vruchteloos, de arbeid voor het koninkrijk is zinvol, omdat dé levende Christus er achter staat. De Heere is waarlijk opgestaan. Hallelujah!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1978
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1978
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's