Getuigen van Zijn opstanding
De opstanding van Christus uit de doden is een onuitsprekelijk geheim van de levende Zaligmaker, Die Zich 'met vele gewisse kentekenen' aan de Zijnen vertoond heeft. Hij heeft de dood en de hel overmeesterd. Hij geeft nieuwe levensmogelijkheden in gemeenschap met God. Hij maakte de dodenakker tot een korenakker: k geloof de wederopstanding des vleses. 'Dood, waar is Uw prikkel? Hel, waar is Uw overwinning? ' (1 Kor. 15 : 55).
Dat onuitsprekelijke geheim moet echter wel uitgesproken worden. Wie er iets van 'meegemaakt' heeft, moet er zijn mond over open doen. Hij kan het niet verzwijgen. Hij mag het niet voor zich houden. Er is zelfs een uitdrukkelijk bevel van de opgestane Christus om het door te geven, dat Hij leeft. Wij moeten getuigen.
'Met ons getuige worden van Zijn opstanding'. Zo wordt het in Hand. 1 : 22 gezegd van Matthias, die in de plaats van Judas als apostel gekozen wordt. Hij maakt het twaalftal weer vol. Hij is er bij geweest al die tijd, dat Christus onder de Zijnen in-en uitging. Hij is oor-en ooggetuige. En zo mag hij gaan meedoen in het getuigenis van Israël onder de volkeren: ezus leeft en wij met Hem.
Getuigen van Zijn opstanding. Dat is de apostolische opdracht. Maar die opdracht geldt niet minder ook allen, die door een waar geloof aan de levende Christus verbonden zijn, zij het dan, dat Christus Zich niet lichamelijk aan hen vertoond heeft. Wie een oor en oog voor Christus heeft gekregen en Zijn opstandingskracht door Zich heen heeft voelen stromen, die mag met Paulus zeggen: Niet ik leef, maar Christus leeft in mij' (Gal. 2 : 20). En ongetwijfeld moet hij daar ook zijn mond over open doen. Getuigen van Zijn opstanding.
Een rechtszaak
Stralend woord, dat woord getuige. Het herinnert aan een rechtszaak. Een getuige is immers iemand, die optreedt in een rechtsgeding, partij moet kiezen en tegelijk onpartijdig moet oordelen. Zo nu dienen ook de getuigen van Christus' opstanding in het kort geding tussen God en de wereld. Er is een rechtsgeding gaande tussen God en de mens. En die twistzaak wordt aan de orde gesteld in de prediking des Woords. Geen sterveling, of hij wordt met de ganse wereld voor God verdoemelijk gesteld. Wij worden gedagvaard, hoofd voor hoofd. God betrekt ons in het gericht met Hem. En dat snijdt door de ziel. 'Heere, wie zal bestaan? '
Maar welk een wonder toch, dat er in dat kort geding tussen God en de wereld ook de getuigen zijn. Het volk Israël moest het zijn. De profeet Jesaja laat in hoofdstuk 43 van zijn profetieën Israël als zo'n getuige optreden, terwijl de volkeren in Gods wereldproces voor de rechtbank van de Allerhoogste gedaagd zijn. Israël moet met de stukken aantonen, dat de Heere God is. Maar Israël laat verstek gaan. Eén Israëliet maakt het tenslotte waar. Jezus Christus, de trouwe Getuige Gods. Hij spreekt het beslissende woord in het grote wereldproces. Hij toont met de stukken van kruis en opstanding aan, dat de Heere God is. Hij kiest Gods partij. En Hij kiest tegelijk de partij van goddelozen, doordat Hij hen met Zijn bloed vrijwaart van het oordeel Gods.
Jezus is de Getuige. Maar de apostelen moeten het ook zijn. Oor- en ooggetuigen. Opkomen voor de enige dienenswaardige God. Alles veroordelen, wat Hem weerspreekt. En bovenal verwijzen naar Hem, die door Zijn opstanding het leven verwierf voor hen, die dood zijn in zonden en misdaden. Niemand met rust laten, die nog voor eigen rekening leeft. En voorts iedereen betuigen, dat er geen nagelschrap van ons aan het volbrachte werk van Christus behoeft te worden toegevoegd.
Jezus is Getuige. De apostelen zijn het. En ieder, die begrepen is in de Opgestane, moet het ook zijn. Partij kiezen voor de levende God. Opkomen, uitkomen voor de Naam van Jezus. Wij kunnen niet zwijgen...! Ik zeg het allen, dat Hij leeft, dat Hij verrezen is...! Getuigen zijn in woord en daad, tot in de vingertoppen toe.
Een gewetenszaak
Stralend woord, dat woord getuige. Van een getuige voor de rechtbank moet verder gezegd kunnen worden, dat hij heel zeker is van zijn zaak. Hij moet volkomen overtuigd zijn van de waarheid van wat hij zegt. Hij moet er zijn hand voor in 't vuur durven steken.
Toen de apostelen er dan ook op uittrokken met het Evangelie van de opstanding, maakten ze er een gewetenszaak van. Zij betuigden 'de dingen, die onder hen volkomen zekerheid hadden' (Luk. 1:1). Zij waren er aanschouwers van geweest. Ze vertelden geen fabeltjes (2 Petr. 1 : 16 vv.) Zij waren er zelf bovendien met heel hun hart bij betrokken.
Zo is het nog. Als er op de kansel getuigd wordt van Christus' opstanding of wanneer gemeenteleden de 'schat in aarden vaten' uitdragen in de wereld. Het moet hun een hartezaak zijn. Geen dorre verslaggevers, die een objectief en zakelijk juiste weergave leveren van de (heils-) feiten alleen maar. Maar hartstochtelijke advocaten, pleitbezorgers, die zelf voor de waarheid van hun getuigenis zijn ingewonnen, die zelf de wondere vrijspraak vanuit het open graf hebben vernomen. Mensen met waarheid in het binnenste die, op de hoogte van de heilsfeiten zijn en die daarom ook het lot van hun medemens zeer ter harte gaat. Jeremia kromp ineen, toen hij zag, dat zijn volk niet wilde luisteren. En Paulus wenste wel verbannen te zijn van Christus om zijn broederen...!
Opstandingsgetuigen maken er een gewetenszaak van. En wij kunnen daarom ook geen goede opstandingsgetuigen zijn, als ons hart nog verdeeld is tussen God en de wereld, als mensenroem en mensenvrees de hoofdrol spelen in plaats van de vrees van Gods Naam. De waarheid Gods zij, om met Calvijn te spreken, in onze ingewanden gezonken.
Een levenszaak
Stralend woord, dat woord getuige. Er is nog meer van te zeggen. Want als Christus Zijn apostelen er op uitstuurt, geeft hij ze niet maar voor één dag werk. Getuigen zijn van Hem is geen liefhebberij, waar men enthousiast mee kan beginnen, maar ook weldra, als het plezier er af is, weer mee kan stoppen. Zij moeten er een levenstaak van maken. Het vraagt hun volledige inzet. Ze moeten er alles aan wagen. Getuigen zijn is geen goedkoop baantje. Het kost bloed, zweet en tranen. Vergeten we niet, dat het woord voor getuige (maruros) in de Griekse grondtekst hetzelfde woord is als ons woord martelaar. Een getuige kan een bloedgetuige zijn. Stefanus is gestenigd. Jakobus met het zwaard gedood. Op enkele grafstenen in Rome stonden de letters Q.N.D.S. Lange tijd wist men niet, wat dat betekende. Totdat iemand het ontdekte. Daar lagen de bloedgetuigen. Q(uorum) n(omina) D(eus) s(cit) - wier namen God alleen weet.
Getuigen van Christus' opstanding worden vaak als kleinzielige mensen behandeld, ook vandaag. Zij worden wel eens moe van al de schampere woorden, die zij van smaders hoorden. Zij worden op de mond geslagen. Zij verliezen hun vrijheid. Een paarhonderd kilometer hier vandaan. En wie weet, hoe spoedig ook onder ons?
Waarom zouden ze ook zo krampachtig in de zelfverdediging leven, die opstandingsgetuigen? Het zou hen niet baten, als zij zelfs hun lichaam overgaven, opdat het verbrand zou worden, als ze de liefde niet hadden. Maar als ze die hebben, zal het hen ook niet schaden, als goed en bloed hun worden afgenomen. Het is toch het meest zinvolle bestaan om helemaal en radicaal ter beschikking te staan van Hem, Die Zijn lichaam overgaf, opdat het gekruisigd zou worden.
Een nood-zaak
Stralend woord, dat woord getuige. Nog meer ligt er in dat woord. Het is immers geen eigenaardigheid van een aantal slaapdronken lieden, die slechts hun roes uitleven in de wereld en zich inmiddels van die wereld niets aantrekken. Getuigen zijn is ook een nood-zaak. Neem het letterlijk: een zaak van grote nood. 'Wat zal ik tegen God zeggen', zei een Chinese jongen, die op zijn sterfbed lag, ' wanneer de Heere mij op de grote dag zal vragen, waarom ik het Evangelie aan mijn onbekeerde broeders in China niet heb meegedeeld? '
De wereld staat in brand. De opgestane komt om te oordelen. Twee slapen er op één bed. Maar één van die twee zal verlaten worden. Steeds onzekerder wordt het leven bij alle zekerheden, die de moderne mens om zich heen heeft gebouwd. En velen sterven in uiterste wanhoop weg. Steeds grimmiger grijpt die mens naar zijn rechten, opstanding, revolutionair.
En wij... wij hebben een woord voor die wereld. Het woord van de opstanding. Een woord van genade voor rechtelozen. Een woord van liefde, waardoor verhoudingen helen. Een woord van hoop op een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Het is hoogst noodzakelijk, dat wij er geen dag meer mee wachten. De tijd is zo kort. De gelegenheden zijn vele. Het is een haastzaak. Wij kunnen niet wachten tot morgen. Opstandingsgetuigen zullen niet uitstellen tot morgen, wat zij vandaag kunnen doen.
Gods zaak
U vraagt: Wie is tot deze dingen bekwaam? Wij leven in tijden waarin de kerk haast tot niet gekomen is. En waar halen wij dan nog de moed vandaan om voort te gaan?
Let op het woord van de Opgestane Christus. Als Hij van de aarde heengaat, zegt Hij tegen Zijn jongeren: Gij zult Mijn getuigen zijn (Hand. 1 : 8). Is dat een bevel? Het staat er eigenlijk in de toekomstige vorm. En dat betekent zoveel als: ik zorg er voor. U hoeft niet in de kramp te zitten. U mag er niet overspannen van worden. Mijn getuigen. Ik waak over U. De duivel blijft van U af. De wereld zal U niet hebben. 'Vreest niet, gij klein kuddeke...!' Gij zult de kracht des heiligen Geestes ontvangen.
Opstandingsgetuigen kunnen nooit groot worden met hun zaken. Zij zijn maar onnutte dienstknechten. En het is gewoon een wonder, dat God ze niet al lang de dienst uit gestuurd heeft. In hen is geen kracht!
Maar daar is het woord van de Almachtige: 'Ga heen in deze Uw kracht'. Dat is de wondere ervaring van opstandingsgetuigen: geen kracht hebben en toch heengaan in deze hun kracht. Want daar zijn arendsvleugelen, die dragen. Daar is een God, die zegt: 'Ik zal U tot een mond zijn.' Daar is de Trooster, Die het in 'die ure', waarin wij het nodig hebben, geeft. Stralend woord, dat woord getuige. Daar ligt één en al uitnodiging in. Het lijkt een ondoenlijke zaak te zijn. Nee toch niet, want Christus genade zij ons genoeg. En Zijn kracht wordt in zwakheid volbracht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1978
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1978
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's