Eigen verantwoordelijkheid
De theoloog dr. G. H. ter Schegget kreeg géén benoeming als opvolger van prof. dr. K. Strijd in de functie van kerkelijk hoogleraar vanwege de Nederlandse Hervormde Kerk aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam. De gereformeerde predikant drs. G. H. van Dam kreeg géén beroep naar de Gereformeerde Kerk van Alblasserdam. In beide gevallen staken een aantal personen de nek uit voor de betreffende personen, waarbij zij afkeurden dat de benoeming, c.q. het beroep niet doorging vanwege de opvattingen, met name de politieke affiniteiten van de betrokkenen.
Amsterdam
Dr. Ter Schegget was door de benoemingscommissie van de theologische faculteit van Amsterdam als candidaat voorgedragen. Maar de commissie voor Theologisch Wetenschappelijk Onderwijs van de Ned. Herv. Kerk had de candidatuur afgewezen. Een tussentijds rapport heeft deze commissie voor de februari vergadering van de synode aangeboden. De uiteindelijke beslissing valt n.l. onder de verantwoordelijkheid van de synode. Maar blijkens het feit, dat de benoemingscommissie van de Amsterdamse faculteit intussen is afgetreden, omdat ze geen heil ziet in verdere onderhandelingen met de commissie voor Theologisch Wetenschappelijk Onderwijs mag worden aangenomen, dat de benoeming van dr. Ter Schegget onwaarschijnlijk is geworden, zo meldt het Hervormd Persbureau. In Trouw reageerde dr. J. J. Buskes met een artikel, waarin hij zei, dat de kerk opnieuw een foute beslissing zou nemen als zij een man als Ter Schegget, op grond van diens uitgesproken maatschappijkritische visie (dr. Ter Schegget heeft van zijn neo-marxistische gevx)elens in woord en geschrift onomwonden doen blijken), zou weren van de post van kerkelijk hoogleraar. We zijn overigens gewend dat dr. Buskes voor zaken als deze de nek uitsteekt. Ook een groep van theologen reageerde, en wel met een Open Brief, waarin verwezen werd naar de Berufsverbote' in Duitsland, een beschuldiging, die het moderamen van de Hervormde Synode als 'ontzorgvuldig en verwerpelijk' typeerde.
Alblasserdam
In Alblasserdam stuitte het beroep van drs. Van Dam af op het feit, dat deze predikant lid was van de PvdA. Dit was voor het merendeel van de gemeenteleden van Alblasserdam onoverkomenlijk. Op grond van deze beslissing schreven prof. dr. J. Veenhof (jr) en drs. J. A. Montsma, beiden theologen van de VU, een artikel 'Om de vrijheid van de dienst des Woords', voorzien van een lange lijst van adhesiebetuigingen van theologen en niet-theologen uit de Gereformeerde Kerken (ongeveer 200). Zij kritiseerden het feit, dat een predikant niet beroepen werd op grond van zijn lidmaatschap van de PvdA, terwijl in 1964 de Gereformeerde Synode heeft uitgesproken, dat er geen genoegzaam bewijs is, dat de PvdA 'een in wezen antichristelijk grondbeginsel' aanhangt. De acht Dordtse gereformeerde predikanten hebben intussen betreurd, dat drs. Van Dam vanwege zijn PvdA lidmaatschap niet in Alblasserdam beroepen is.
Verschillend
Bij alle overeenkomst, die er in de twee genoemde kwesties is, is er ook een verschil. In het geval van dr. Ter Schegget gaat het om een beslissing, waarvoor uiteindelijk de hervormde synode de verantwoordelijkheid draagt. Het is een zaak die de hele kerk raakt omdat het gaat om een kerkelijk hoogleraar, die verantwoordelijkheid draagt voor de opleiding van hen, die straks-waar dan ook de Hervormde Kerk gaan dienen. Het is het goed recht van de Open Briefschrijvers - formeel gezien - om zich met deze aangelegenheid bezig te houden. Zij willen vanwege de verwantschap met Ter Scheggets theologie - ook al zal men zeggen hem niet in alles te volgen - een benoeming voor hem aan de GU te Amsterdam. Zou Ter Schegget de kans lopen benoemd te worden dan zou men er echter ook op kunnen rekenen, dat uit een andere hoek van de kerk anderen aan de bel zouden trekken om te trachten een dergelijke benoeming tegen te gaan. Zij, die destijds met het Getuigenis meegingen, zullen in Ter Schegget een representant zien van die theologie, die een radicale breuk met het verleden der kerk dreigt te brengen. Als zodanig zou een benoeming'van Ter Schegget als een ramp voor de theologische opleiding van a.s. Hervormde predikanten worden ervaren.
Nogmaals, dat vóór- en tegenstanders van een dergelijke benoeming zich ten aanzien van deze kwestie laten horen is niet onbehoorlijk. Dan nóg blijft de uiteindelijke verantwoordelijkheid een zaak van de synode. Maar de kwestie zelf raakt de kerk als geheel. Men kan daarbij hoogstens spijtig constateren, dat hier ook weer zonneklaar blijkt hoe diametraal in één kerk standpunten tegenover elkaar staan ten aanzien van zaken waarin het belijden van de kerk voluit in het geding is.
Nu kan men zeggen dat het in Alblasserdam ook gaat om een zaak, die de hele (gereformeerde) kerk raakt. Dat is zo als het gaat om de vraag of een gereformeerd predikant lid kan zijn van de PvdA. Dat is een vraag, die de Gereformeerde Kerken als geheel moeten beantwoorden. Het is overigens duidelijk, dat die ruimte er in feite al lang is. De uitspraak van de Gereformeerde synode van 1964 wijst in deze richting; de praktijk bevestigt het. Op zich is het een wonderlijke zaak, dat zij, die de bouwers van de confessionele bolwerken geweest zijn, nu zovelen in hun gelederen hebben, die, zo zij niet de slopers ervan zijn, dan toch op z'n minst de pleitbezorgers zijn voor ruimte naar de kant van een partij, die de confessionele beginselen met voeten treedt en in het politieke beleid daarmee op gespannen voet staat. Opvallendis overigens wél, dat een regen van ingezonden stukken in Trouw (en het was nog maar een selectie) laat zien hoevele 'leken' het lidmaatschap van de kerken met dat van de PvdA onverenigbaar achten. Maar - en dat is het verschil met de kwestie Ter Schegget - het beroepen of niet-beroepen van een predikant is een zaak van de plaatselijke gemeente. Daar wordt bepaald welke predikant beroepen zal worden en daar wordt bepaald aan welke voorwaarden een predikant moet voldoen óm beroepen te worden. De kwestie of een predikant van de Gereformeerde Kerken lid kan zijn van de PvdA is een algemeen kerkelijke zaak, maar het beroepen of niet beroepen van drs. Van Dam was een zaak van de plaatselijke gemeente van Alblasserdam. Hadden de theologen Veenhof en Montsma, evenals de adhesiebetuigers dan ook wel het recht zich met die interne Alblasserdamse situatie te bemoeien?
Typisch verschil
Er is hier echter toch weer sprake van een 'typisch' verschil tussen de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken. Toen er in de Gereformeerde Kerken zelfs nog geen leervrijheid was, was er in de Hervormde Kerk (helaas) al leervrijheid, stemvrijheid, schoolvrijheid, en welke vrijheid niet al. Geeft nu dr. van den Heuvel een stemadvies voor de PvdA dan is daarover óók in de Hervormde Kerk discussie. Kan en mag dat wel? Hij is immers secretaris-generaal van de Hervormde Kerk? Wij zeggen dan hartgrondig neen. Bij een partij, die elementaire bijbelse waarden met voeten treedt, zijn de belangen van het land niet veilig; en geeft de secretaris-generaal dan dit stemadvies dan voelen we ons als hele kerk hierbij betrokken.
Maar intussen wordt Van den Heuvel - als ik hem dan even als voorbeeld mag noemen - in Huizen niet beroepen. Niemand praat daarover in de Hervormde Kerk. Dat is zulk een vanzelfsprekende zaak, dat dat echt geen pagina ingezonden stukken oplevert, zelfs niet als zich het onwaarschijnlijk geval zou voordoen dat Huizen - ook weer bij wijze van voorbeeld - de candidatuur zou stellen maar van het beroep zou afzien vanwege het lidmaatschap van Van den Heuvel van de PvdA. Hier ligt de autonomie van elke Hervormde gemeente. Daarom zijn hele series dominees, vanwege hun theologische, geestelijke of politieke ligging van hele series kansels uitgesloten. Ik zeg niet dat dat kerkelijk gezien niet een reden is van grote zorg, in het licht van het belijden der kerk, maar goddank is er de vrijheid van dé plaatselijke gemeente om te beroepen wie men wil.
Het 'typisch' gereformeerde in de kwestie Alblasserdam is nu echter weer het persé één moeten zijn , ook in de nieuwere ontwikkelingen. Voor de Gereformeerde Kerken hebben altijd het kerkelijk bezig zijn en het bezig zijn in politiek en maatschappij in elkaars verlengde gelegen. Toen er dan ook nog de stringente binding was aan de belijdenis, de confessie, voelde men zich ook in de politieke en maatschappelijke verbanden daaraan gebonden, vandaar de haast dringende keuze voor de confessionele organisatie.
Met de slijtage van het belijdend karakter van de kerk is echter ook de binding aan het confessionele element in de politiek losser geworden. En nu moet de vrijheid om ook niet confessioneel te stemmen en om lid te zijn van de PvdA opeens óók een algemeen geaccepteerde zaak zijn. Het lidmaatschap van de partij moet buiten de praktijk van het beroepingswerk vallen. Zulk een lidmaatschap wordt binnen de Gereformeerde Kerken geaccepteerd, welnu dan moet het ook overal geaccepteerd worden. En niet zodra besluit een gemeente als Alblasserdam tot het tegendeel of héél gereformeerd progressief Nederland komt in rep en roer. ledere gereformeerde dominee moet kennelijk op iedere gereformeerde kansel terecht kunnen, ook ongeacht zijn politieke couleur. Alsof niet achter de beslissing voor de keuze van een politieke partij zulke voorbeslissingen liggen, die ook alles te maken zullen hebben met (voor het geval van de betreffende predikant, wiens naam dezer dagen ook voorkwam in een aanbevelingsadvertentie voor het PCR) de inhoud van de verkondiging en met het te voeren beleid in de gemeente.
Opnieuw willen de Gereformeerde een binnenkerkelijke eenheid, die een schijneenheid is, met miskenning van het eigen recht van de plaatselijke gemeente. Wij kunnen het ons als Hervormden niet voorstellen dat opeens een groot deel van het predikanten en theologendom in beweging zou komen rondom het beroepingswerk van een bepaalde gemeente. Maar de Gereformeerden staan dan ook nog met de ogen te knipperen ten aanschouwe van een binnenkerkelijke situatie, die Hervormden al zo lang kennen. Maar wij Hervormden schijnen dan ook wat vrijer te kunnen zeggen, dat de dominee voor een bepaalde Hervormde gemeente geen lid kan zijn van de PvdA.
Er is een eigen verantwoordelijkheid voor de plaatselijke gemeente. Vanuit die gemeente mag de eenheid van de gemeente ons terharte gaan. Dat wil zeggen, dat we niet kunnen berusten in een fundamenteel verschillende opstelling van de verschillende gemeenten in de meest gewichtige zaken. Daarom is het streven van de gereformeerden om vanuit de ene kerk te blijven spreken (Veenhof en Montsma spreken over de dienst des Woords die een zaak is van de hele gemeente, kennelijk collectief bedoeld) sympathiek. Maar niet zodra moet dat dienen om een bijbels nietverantwoorde visie algemeen acceptabel te maken of om verscheidenheid in de praktische situatie te negeren, of onze bezwaren komen. En daar ligt wellicht toch het verschil tussen de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken van vandaag, juist ook in omstreden zaken als de onderhavige.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's