Hoe God zich openbaart
Pastorale overwegingen
4
Op de Sinai. Er is wel eens gezegd 'de weg van Gods volk loopt over de Sinai naar Golgotha'. Wijlen prof. Wisse vertelt, hoe hij eens op de avond van Goede Vrijdag de kerkdienst begon met 'Mijn ziel, herdenk met heilig beven...', de regels van het eerste vers van de berijming der Tien Geboden. De gemeente keek heel vreemd op, maar opgemerkt wordt 'wie zou met recht op Golgotha kunnen toeven als dat niet ware in het teken van de Sinai? '
Op de Sinai
De verleiding is groot meer nog over te schrijven, maar dan dwalen we toch van het onderwerp weg. De vraag luidt immers 'hoe was nu de openbaring Gods aan Mozes op de Sinai'?
Als we jongeren en ouderen vragen naar het 'hoe' van Gods openbaring, dan weten velen aanstonds te spreken over de bliksemen en donderslagen. Bedenken we wel, dat deze tekenen eigenlijk nog meer de allerheerlijkste souvereine en majesteitelijke God openbaren dan Zijn vloek en oordeel. Zalig wie voor deze heerlijke God heeft mogen onderdoen.
De bestelling der engelen
Wanneer we lezen in het Oude Testament, vooral in het boek Exodus, dan wordt de indruk gewekt, alsof de Heere rechtstreeks tot Mozes op de berg gesproken heeft. Dat moet ons bevreemden, omdat deze man Gods bij zijn roeping reeds bij het gezicht van het brandende braambos de engel des Verbonds zag, die in dat bos was, dat niet verteerde. En zou dan hier God direkt tot Mozes hebben gesproken? Maar we doen er bijzonder goed aan de gulden regel der gereformeerde theologie te volgen: de beste uitlegger van de Schrift is... de Schrift zelve'. En ik denk aan een woord van wijlen ds. Leenmans: We moeten altijd pogen Schrift met Schrift te vergelijken en te verklaren'. Reeds Stefanus leert in Handelingen zeven in zijn grote rede voor de Joodse raad, dat de wet door de bestelling der engelen was gegeven. En ook lezen we in diezelfde rede, dat Mozes op de berg in de vergadering des volks in de woestijn was met de Engel, Die tot hem sprak op de berg Sinai, en met onze vaderen, die de levende woorden ontving. De kanttekeningen van de Statenvertaling wijzen hierbij op de Heere Jezus. En ook de apostel Paulus schrijft in zijn Galatenbrief, dat de wet door de engelen besteld is in de hand van de Middelaar. In Hebreen 2 : 2 schrijft de apostolische schrijver, dat als het woord door de engelen gesproken - en dat ziet duidelijk op de wet - vast is geweest, hoeveel te meer dan het woord van Hem, Die zo grote zaligheid bracht?
Ik voel me niet zo 'thuis in de opmerking, dat dit een leer van het latere Jodendom zou zijn geweest, terwijl aanvankelijk het Oude Testament direkt het spreken Gods tot Mozes leert. We hebben de Bijbel toch als het Woord Gods en niet als een boek van de oude joodse religie met daarin gegevens over allerlei religieuze gedachten en denkbeelden in de loop der tijden? !
Enige opmerkingen van Calvijn
Als we bij ons schriftonderzoek over de wijze waarop de Heere Zich met mensen ingelaten heeft al onder het oude verbond, dan luisteren we ook graag naar de grote hervormer uit Geneve, die zo schoon opmerkt bij wat Stefanus in Handelingen zeven zegt over Mozes, die met de engel op de berg was: 'met de engel verkeerde hij als diens dienaar. Over de Engel spraken we al vroeger (bij vers 35). Mozes wordt op deze wijze onder Christus geplaatst, opdat hij onder diens leiding en toezicht God gehoorzaamheid betone. Christus is ook heden ten dage nog de opperste werkmeester in de toebereiding van de zaligheid voor zijn volk. Later zegt Stefanus dat de Joden de wet door de bestelling der engelen hebben ontvangen. De engelen waren dienaren en getuigen Gods, opdat het gezag der wet vast en blijvend zou zijn".
Door Christus en via engelen
Ook Mozes heeft alleen met God kunnen omgaan en de Heere heeft alleen met deze man Gods kunnen spreken door Christus, de Middelaar, de Engel des Verbonds. Alle genade, omgang, verkeer met de Heilige is er door de Zaligmaker in de Geest. Maar ook bij de bekendmaking der inzettingen Gods heeft de Heere engelen erbij gebruikt, gedienstige geesten, trouwe wachters. Te meer achten wij dan deze geboden, die ten leven zijn. Het lijkt een mode om tegenwoordig alleen maar over het evangelie te spreken en te schrijven, evangelische radicaliteit, evangeUsche gehoorzaamheid, ... maar zijn ons de geboden Gods niet dan toebetrouwd, nog wel door de bestelling der engelen? Nog wel om der wille van Christus? Evenwel, geen wettische werkheiligheid wordt ons voorgehouden maar wel een hartelijke veroordeling van onszelf en al het onze en een zalige kennis van de Wetsvolbrenger, Jezus Christus, de gekruisigde en opgestane Heere der heerlijkheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's