De Emmaüsgangers
2
En Hij zeide tot hen: onverstandigen en tragen van hart, om te geloven al hetgeen de Profeten gesproken hebben! Lucas 24 : 25
Uit hun eigen woorden wordt het wel duidelijk dat de Emmaüsgangers zich hebben laten meeslepen in de aardse verwachtigen van het Koninkrijk Gods; zoals dit trouwens ook het geval was bij alle andere discipelen van Christus. Maar niettemin was er ook in hun hart toch nog iets van liefde tot hun Heere en Meester overgebleven.
Er blijft nog een duidelijk verschil tussen deze twee volgelingen van Jezus en bijvoorbeeld het Joodse volk en Judas.
Blijkbaar hebben de discipelen hun liefde tot hun Heere omgebogen zodat die precies ging passen in hun aardse en vleselijke verwachtingen. Christus moest ingaan in de heerlijkheid zoals zij die zich hadden voorgesteld en ingedacht.
En in dat patroon van hun eigen inbeeldingen was geen plaats voor het lijden en sterven van de Verlosser. Dat wat gebeurd was botste volledig met hetgeen zij van de Verlosser hoopten en verwachtten. 'Wij hoopten dat Hij was Degene Die Israël verlossen zou'... Maar deze verwachtingen waren helemaal doorkruist door het feit hun Heere de vervloekte dood gestorven was.
Alles was verkeerd gegaan, zoals ook Petrus in Gethsemané vond dat het totaal verkeerd ging; waarom hij ook het zwaard trok en er met de moed der wanhoop tegenin ging. Het spreekt vanzelf dat deze instelling bij Zijn volgelingen het lijden des Heeren diep insnijdend verzwaard heeft. Zijn eenzaamheid en verlatenheid, ook van deze zijde, bereikte hiermee zijn hoogtepunt.
En wat is deze misvatting bij de discipelen diep geworteld geweest in hun denken en doen! Het was niet zomaar een vergissing, nee ondanks de meest indringende waarschuwing en terechtwijzing komt het geen ogenblik bij hen op dat ze verkeerd zitten. Met een grote vanzelfsprekendheid blijven ze vasthouden aan hun zienswijze.
Het kost dan ook veel moeite en pijn om een mens van zulke inbeeldingen af te brengen; dat was toen zo en dat is ook nu nog het geval. We zijn daarom benieuwd te vernemen op welke wijze de Heere deze Emmaüsgangers weer terug heeft gebracht van de dwaalweg waar zij op wandelden en waarop ze dreigden vast te lopen en om te komen.
Als we nu gaan luisteren naar wat Lucas ons daarover vertelt bemerken we dat de Heere deze twee wandelaars op een wijze heeft terecht gebracht zoals Hij dat altijd doet; tot op deze dag. Zij worden namelijk niet tot de orde geroepen door allerlei opzienbarende dingen, die er gebeuren. Geen stemmen uit de hemel of engelen die hun de weg versperren zoals dat bijv. ook eens bij Bileam gebeurd was.
Al zijn de uiterlijke omstandigheden wat anders , toch mogen we zeggen dat de Heere deze twee mensen weer op het rechte pad gebracht heeft door de ordelijke weg der middelen te bewandelen; die weg dus die wij ook nu nog kennen en hebben te gaan.
Overigens willen we daarmee natuurlijk niets afdoen van de almacht en de vrijmacht Gods. De ordelijke weg der middelen is nu: De prediking van het Evangelie. Zo lezen we dat in de Schrift en in onze belijdenisgeschriften; zo komen we het ook hier tegen.
Om te beginnen merken we op dat de Heere Zelf dit werk ter hand neemt. En dan bedoelen we niet dat deze 'Vreemdeling' tenslotte Christus Zelf blijkt te zijn. Want ook bij de vrouwen bij het graf is het de Heere Zelf die onderwijs geeft, al is het dan een engel die tot de vrouwen spreekt. Die engel is alleen maar de spreekbuis van de Heere Zelf: 'Gedenk hoe Hij gezegd heeft'...
En zo is het ook met de prediking. Als het goed is, is de mens, de ambtsdrager, alleen maar de spreekbuis voor de Heere Zelf. Met Zijn opdracht om te prediken geeft de Heere dit werk niet uit handen, maar in-en door de prediking is het de Heere Zelf die spreekt. 'Die u hoort, hoort Mij'. Hijzelf is bij hen al de dagen dat de dienaren het Woord Gods verkondigen (Matth. 28 : 20).
Jammer dat de twee wandelaars er geen erg in hadden dat het Christus Zelf was die met hen ging en tot hen sprak, zullen we misschien zeggen. Nu waarderen ze Hem niet hoger dan een 'mannetje uit het stof opgerezen' om met Calvijn te spreken.
Maar dan vergissen we ons deerlijk. Het is juist een bijzondere genade Gods dat de Heere zulke nietige gereedschappen kiest om ons aan te spreken. En zo is het ook hier in ons verhaal. Christus kruipt als het ware in de huid van een gewoon mens, een vreemdeling in Jeruzalem nog wel, die niets af blijkt te weten van de dingen die de laatste dagen in de stad geschied zijn.
In het kiezen van zulke middelen zien we juist de goddelijke genade helder oplichten. Door zulke middelen te gebruiken buigt God zo laag naar ons af met Zijn spreken dat het onmogelijk lager kan. Hij komt naast zondige mensen lopen en buigt Zich nog onder hen. Daardoor legt Hij, bij wijze van spreken. Zijn hand op onze schouder en spreekt ons de woorden van het eeuwige leven.
Als Hij door een engel tot ons zou spreken, klapten we meteen dicht van schrik en verbijstering. Denk maar aan de vrouwen bij het graf. En wat zou het dan zijn als de verheerlijkte Christus rechtstreeks tot ons sprak.
Nu kunnen en mogen we gewoon luisteren en intussen toch Zijn stem horen.
Als we nu horen wat deze 'Vreemdeling' tot Zijn reisgenoten zegt, vernemen we dat Hij regelrecht ingaat tegen alles wat zij dachten en hadden. Alles gaat ondersteboven; al wat zij hoopten en verwachtten wordt hen afgenomen, al Gods beloften (althans wat betreft de uitleg die zij er aan gegeven hadden) vallen hun uit de handen.
De Heere verliest Zich niet in kleinigheden en bijkomstigheden maar gaat meteen op de kern en het wezen van de zaak af: hun geloof. Het waarachtig geloof is een kennen en vertrouwen, zo lezen we in onze catechismus. En op die beide onderdelen pakt de Heere hen dan ook aan: 'Onverstandigen en tragen van hart om te geloven'.
Als we nu eens, zonder van het verdere verloop van de geschiedenis iets af te weten, moesten vertellen wat, naar onze gedachte, de uitwerking van de woorden van deze 'Vreemdeling' zou zijn bij de Emmaüsgangers, dan zouden we misschien kiezen uit twee mogelijkheden. De eerste mogelijkheid is deze: De twee wandelaars zullen wel erg boos geworden zijn.
Wat zal zo'n 'vreemdeling-in-Jeruzalem' ons de les eens komen lezen!
Als de twee zich alleen maar blind gestaard hadden op de persoon die hen het Woord Gods brengt, dan hadden ze het meteen van zich afgeschud. Het 'vat' had dan al hun aandacht zo vast gehouden dat de 'schat' hen ontgaan zou zijn.
Maar zo ging het bij hen niet; geboeid luisteren zij toe. En dat niet omdat de welsprekendheid of iets dergelijks van de vreemdeling hen in zijn ban heeft, maar zij horen in de woorden van de 'Vreemdeling' de stem van God Zelf. Maar als dat zo is, blijft er maar één andere mogelijkheid over: Zij zullen nu wanhopig geworden zijn. Met hand en tand hadden ze zich verzet tegen het lijden en sterven van de Verlosser, en nu horen ze (uit Gods mond) dat dit juist de kern en het wezen is van de ganse verlossing. De hele tempeldienst en het gehele oude testament is daar vol van en nu hebben zij niet anders gedaan dan zich daartegen af zetten. God Zelf stelt hen nu als ongelovigen. zelfbedriegers, tegen werkers van de Zaligmaker aan de kaak.
En toch lezen we niet van boosheid en ook niet van wanhoop bij deze twee discipelen. Integendeel, hun harten gaan branden in hen.
Zij horen uit de mond Gods van de liefde van de Herder die zo groot is dat Hij zelfs zijn leven geeft voor zijn dwalende en verloren schapen. En deze Zijn liefde is als een wind die de vonken van weder(liefde) tot Christus in hun hart zo aanblaast dat de vlammen er uitslaan.
Het Woord Gods was bij hen als een snoeimes dat de verstikkende waterloten wegsnoeit maar tegelijkertijd de goede ranken ruimte geeft om te groeien en vrucht te dragen. Hier zien we het geloof en de liefde als een vlam weer oplaaien. Zij dwongen namelijk de Heere bij hen te blijven (vs. 29).
We horen hier van de vrijmoedigheid van het geloof en de liefde; ze 'dwingen' Hem. En ondanks de beproeving volharden zij daarin, zoals we dat ook lezen van Jacob in Pniël: Ik laat U niet los, tenzij dat Gij mij zegent.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1978
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1978
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's