De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gods hand in de geschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gods hand in de geschiedenis

Secularisatie en wetenschap

11 minuten leestijd

3

De Nieuwe Tijd is stormachtig geweest. Door de ontdekkingsreizen heeft Europa de wereld verkend en in haar greep gekregen. Door de opkomst van de natuurwetenschap, op andere wijze, evenzeer. Na de Nederlandse Opstand volgden méér revoluties: twee Engelse (1640, 1688), een Amerikaanse (1776), meerdere Franse revoluties (1789, 1792, 1830, 1848). Vergeet daarnaast ook de Industriële Revolutie niet. En de vooruitgang. En de oplossing van het sociale vraagstuk.

Maar tegelijk was er de escalatie van de oorlogen: van godsdienstoorlogen, via successieoorlogen enz. naar de wereldoorlogen van de 20e eeuw. De geschiedwetenschap, zelf ook voortgekomen uit deze Europese cultuur, wil ons dit complexe gebeuren doorzichtig maken. Wij stuiten daarbij op het probleem van de secularisatie.

Wij stuiten op de secularisatie in de geschiedenis-als-werkelijkheid én in de geschiedenis-als-wetenschap Renaissance en Verlichting stelden de mens centraal. En juist uit deze stromingen is de geschiedwetenschap geboren. De Reformatie'moge aan de studie van de kerkgeschiedenis een eigen bijdrage geleverd hebben, tot geschiedwetenschap als zodanig heeft zij niet geïnspireerd en het is haar niet gelukt de geschiedschrijvers onder haar beslag te krijgen. De secularisatie heeft het gewonnen. Jedin, een R.K. Kerkhistoricus, bestrijdt dat wij hier van secularisatie mogen spreken. Volgens hem is het specialisatie; bronnenonderzoek, concrete geschiedschrijving, afscheid van getheologiseer en gefilosofeer.

Secularisatie - wetenschap

Het is een ingewikkeld probleem: heeft de secularisatie de wetenschap of de wetenschap de secularisatie bevorderd? Waarom was het Voltaire, de filosoof van de Verlichting, die ook het eerste moderne geschiedwerk schreef (een cultuurgeschiedenis van de 17e eeuw)? Het ging samen: hij geloofde niet meer in Gods hand (deïsme) en hij zag hem niet meer. Maar na de Franse Revolutie kwam, vooral in Duitsland, een reaktie op de Verlichting: de Romantiek. En met Ranke (1795-1886), de Vader van het zgn. Historisme, begint dan de moderne geschiedwetenschap pas goed. Kritisch bronnenonderzoek, afzien van (ook Verlichte) waardeoordelen en generaliseringen, nagaan 'hoe het eigenlijk geweest is', het verleden willen verstaan, invoelen, objectief de feiten en ontwikkelingen vaststellen en nagaan. Maar het wonderlijke is, dat juist Ranke een gelovige Lutheraan was. Beroemd is, dat hij 'iedere periode onmiddellijk onder God' stelt, dat hij de staten 'gedachten Gods' noemt. Volgens hem verliep het wereldgebeuren volgens Gods plan en is het dus Gods wil als b.v. de ene staat het wint van de andere. Dat ken man moeilijk secularisatie noemen, ook al heeft dit Voorzienigheidsgeloof niet meer het profetische en paradoxale van Luther. Maar de geschiedenis is nog open naar boven!

Groen van Prinsterer

In ons eigen land stonden Groen van Prinsterer en Fruin tegenover elkaar. Groen, gezien zijn bronnenstudie een echte wetenschapsman, durft in zijn Handboek beslist ook Gods hand te wijzen in de geschiedenis. Hij ziet het Schriftwoord uit Israël bevestigd in Nederland: 'wie Mij eren, zal Ik eren'. Hij heeft niet gemeend 'in een wetenschap, tot getuigenis geven aan de gansche waarheid geroepen, de 'hoogste waarheid ter zijde te mogen stellen'. Dat betekent ook duiden. 'Waarom zou men in de historie der volkeren niet doen hetgeen elk, die aan de Voorzienigheid gelooft, bij de overdenking zijner eigen lotgevallen doet'? Hij noemt dan o.a. de stormen die de Armada verjoeg en Leiden ontzette. Maar Fruin zegt daartegenover: 'Wat La Place getuigde, dat hij nergens aan de sterrenhemel God had bespeurd, moet ook de historicus erkennen': 'nergens ziet hij Gods hand, noch ter beloning, noch ter straf'. Het Godsbestuur, waar ook Fruin nog aan zegt te geloven, blijft hem verborgen.

Let erop, hoe Groen tot zijn visie kwam. Na een liberale opvoeding en studietijd werd hij benoemd aan het kabinet des konings, waardoor hij in 1828 naar Brussel moest. Dit noemde hij achteraf een 'providentiële beslissing': 'Te Brussel zou ik komen in de atmosfeer van de Revolutie, voor mij was het tegengif daar'. Onder invloed van de hofprediker. Merle d'Aubigné, ontdekte hij het verband tussen ongeloof en revolutie, werd hij gegrepen door het Réveil, ging hij ook de Reformatie bestuderen.

Zo heeft Groen zelf Gods hand in eigen leven ervaren! Dat ligt ook in de lijn van onze bijbelstudie: 't is Gods hand die bij Gods Woord brengt! En zo zag Groen weer in de Reformatie ingrijpen Gods in de geschiedenis, waardoor z.i. ons eigen land is ontstaan. (Daarom mag men b.v. de verstrooiing van de Armada 'Gods adem' noemen: zo werd niet primair ons land, maar het Europese protestantisme gered; de kerk was er mee gemoeid!). In deze lijn doorgeredeneerd mag men zéker ook Gods hand erkennen in het feit, dat naast Verlichting en Revolutie een herleving in de kerk plaats vond: Nadere Reformatie, Piëtisme, Hernhutters, Methodisme. Vooral het feit, dat het protestantisme hier voor 't eerst de zendingsopdracht ontdekte en tot zending kwam, is beslissend! De zendingseeuw brak aan! In Azië en Afrika ging een deur open voor het Evangelie. Als wij in zulke open deuren Gods hand zien, vermijden we ook het gevaar dat Groen (volgens Berkouwer) liep: fragmentarische, subjectieve, soms mirakuleuse duiding. Dan kunnen wij in Groens lijn pogen door te gaan. Zijn aanzet moet uitgewerkt worden, niet afgekapt. Groen is buiten de universiteit gehouden: hij is nooit tot hoogleraar benoemd. Fruin wel. De geschiedwetenschap heeft zich ook in zijn lijn ontwikkeld.

Alleen populaire geschiedschrijving durft nu nog te duiden. Algra schreef in de lijn van Groen (en over diens eeuw!) over het Wonder V. d. 19e eeuw. De historici hebben zich meestal niet aan Groen maar aan Fruin gehouden. De geschiedwetenschap heeft zich intussen nog meer verfijnd: zij kreeg meer oog voor verwaarloosde factoren, zoals culturele, sociale en economische. Maar de 'factor' 'God' blijft nu buiten beschouvying.

Ook christelijke historici uit de school van Groen zien er nu van af om de Voetstappen der Voorzienigheid na te speuren. Van Schelven zei al, dat Groen hierin beïnvloed was door Hegels pantheïsme! V.U.-historici als Smitskamp, Smits, Scheps zijn steeds huiveriger om de geschiedenis te duiden.

Onlangs verscheen van drs. H. G. Leih een boekje met het typerende vraagteken in de titel 'Gods hand in de geschiedenis'? (Hierin polemiseert hij voortdurend tegen een kerkgeschiedenisboek van een Vrijgemaakte predikant, die met zijn duidingen en oordelen klaar staat). Leih vraagt niet meer naar Gods hand, maar wél naar de zin der geschiedenis, die hij ziet in de verwachting van het Koninkrijk Gods.

Interpretatie

Ook volgens mij kan de geschiedenis als wetenschap Gods handelen niet feitelijk konstateren. Net zo min als de sterrenkundige via zijn kijker God in het vizier krijgt. 'Gods adem heeft ze verstrooid' is een geloofsuitspraak over de Armada, geen wetenschappelijke uitspraak.

Valerius was geen historicus, maar dichter. De humanist Hooft wél! Wij willen (en kunnen) God niet uit de geschiedenis als werkelijkheid bannen, maar moeten scherp de beperkte grens van de geschiedwetenschap in het oog houden. De geschiedenisleraar heeft op school dan ook als eerste taak om zo 'objectief' mogelijk het verleden (en heden) te presenteren. Maar geschiedbeléving hoort er ook bij!

Eigen interpretaties moeten ook als eigen interpretaties naar voren gebracht worden., Maar wij ontkomen niet aan interpreteren! Als mens blijven wij allen, - wetenschapsmensen, onderwijsmensen, kerkmensen enz. - vragen naar achtergronden, naar zin en doel. Is het Marxisme niet een grote poging om de wereldgeschiedenis te interpreteren? Heeft niet elke geschiedschrijving eigen uitgangspunten? Mag er dan geen Christelijke geschiedbeschouwing zijn? Kun je als Christenhistoricus vrede hebben met een complete boedelscheiding? Laat de vraag naar Gods hand, naar Gods presentie zich onderdrukken? Is die vraag niet urgenter dan ooit? De Christelijke gemeente (en de Christelijke school) vraagt om licht, om belichting, om doorlichting van het wereldgebeuren. Dat moge buiten het 'vak' vallen, dat mag en moet binnen de Christenheid wél gebeuren! Ik zei al eerder dat daarvoor niets minder dan de gave der 'profetie' nodig is. Profetische belichting betreft niet alleen de toekomst, maar minstens zo zeer verleden en heden! Er is grote behoefte aan echte Tijdredes.

Theologie

Het is duidelijk dat we daarbij de theologie nodig hebben, m.n. de eschatologie! Mogen wij dat niet verwachten van de gereformeerde theologie? Da't mogen wij niet overlaten aan vrijzinnige theologie of sectariers!) Daarbij willen we leren van Karl Barth, dat we voor verkeerde duidingen op onze hoede moeten zijn. Barth zelf is geschrokken van Duitse Christengeleerden die zich in 1914 achter hun keizer stelden, en daarbij eigen zaak met Gods zaak durfden vereenzelvigen. De 'Deutsche Christen' deden dat in 1933 opnieuw, toen zij in de komst van Hitler dankbaar Gods hand zagen. Deze vereenzelviging was nog fataler! Barth inspireerde toen de Bekennende Kirche tot haar Barmer Thesen, die de alleenheerschappij van Christus belijden. Hij wijst radicaal elke natuurlijke Openbaring af. Geen openbaring van God in de geschiedenis! Toen Barth in Nederland hoorde van Groens adagium 'er staat geschreven, er is geschied', verwierp hij dat, omdat hij er deze dingen juist in hoorde.

Maar de oorlog stelde de Christenheid onvermijdelijk voor het geschiedenis-probleem. Na de oorlog komt de bezinning op gang. Beroemd is Cullman, die het beeld van de Invasie gebruikt: Christus' overwinning op Pasen is D-day, maar Victory-day laat nog op zich wachten. In Nederland nam de N.H. Kerk in 'Fundamenten en Perspektieven' een apart artikel op (ergens tussen het belijden over de kerk en dat over de staat) over de Geschiedenis. Van Ruler nam dit thema bewust op in zijn theologische arbeid. Hij waardeerde de kerstening van Europa zeer hoog!

Intussen groeide het besef dat wij in apocalyptische tijden terecht gekomen waren. In de Koude Oorlog, toen de krantenkoppen ons verschrikten, schreef Berkhof zijn heldere en troostrijke boek 'Christus de zin der geschiedenis' (1958). Hij ziet in het historische proces een wereldwijde analogie met kruis en opstanding van Christus. Maar wat opvalt is dat Berkhof ook weer concreet wil en durft te duiden. Daarbij spreekt hij niet van Gods hand, maar van 'tekenen'. Er zijn negatieve tekenen (afval, anti-christb.v.), maar ook positieve: kerstening en vooruitgang. Uiteindelijk is Berkhof dan toch weer terug bij Groen, en werkt hij in feite diens parallel tussen Gods leiding in eigen leven en die in het leven der volken uit. Net als Groen denkt Berkhof dan aan: de kerstening van Europa, de Reformatie, de zendingseeuw enz. Maar een kardinaal verschil ligt in de beoordeling van de Verlichting, de Franse revolutie, de secularisatie.

Waar Groen alleen afval zag, ziet Berkhof nl. ook doorwerking van de zendingsprediking. Z.i. is er positieve secularisatie, d.i. kerstening, bevrijding, verbetering van de wereld, naast negatieve.

Bij de wereldverbetering hebben zelfs ni etchristenen voorop gestaan. Berkhof zegt, dat tallozen in dienst staan van Christus' heerschappij zonder het te weten of te willen: geleerden, kunstenaars, artsen, verpleegsters, opvoeders, sociale werksters, arbeiders, ambtenaren voor ontwikkelingshulp, huismoeders. Berkhof ziet er dus tekenen van Christus' heerschappij in, bewijzen van de nieuwe orde die de zending hier bracht, al weet hij heel goed dat Gods goede gaven ook zonder de Gever gebruikt of tegen de Gever misbruikt worden en ook metterdaad worden; men grist ze weg uit Gods hand!

Als wij Calvijns waardering van de voorchristelijke cultuur als werk van de Geest mogen volgen, behoeven wij Berkhofs waardering van de nachtelijke vooruitgang als tekenen van Christus' rijk niet af te wijzen. Daarbij moeten we dan wél Calvijns grote 'maar' ook laten staan!

Net zo min als het Klassieke wonder is het Moderne wonder zaligmakend! Mogen sociale wetgeving, democratische vormgeving, medische uitvindingen enz. tekenen zijn van Christus' Rijk zoals Zijn wonderlijke genezingen (door de vinger Gods Luc. II) dat waren bij Zijn omwandeling op aarde, dan geldt evenzeer dat Jezus wel tien melaatsen genas, maar moest vragen: 'waar zijn de negen'? Het licht dat daarmee valt op de moderne tijd is dan verrassend verhelderend, maar tegelijk ook schril. De tekenen zullen eens tegen ons getuigen! De visies van dr. F. de Graaff en dr. W. Aalders werpen ook veel schriller licht op de geschiedenis van Europa. God kan zijn hand ook aftrekken (Ps. 74).

Tekenen

Van de 'tekenen' van Christus' komst moeten wij ook doorstoten naar de 'tekenen' van zijn Wederkomst, de tekenen-der-tijden dus. Hier wordt het 'duiden' volgens Berkouwer duidelijk opdracht. Staat bij de vermelding van oorlogen, aarbevingen en andere katastrofen juist vermeld dat daarmee het einde nog niet gekomen is, hét grote teken van de eindtijd is: eerst moet het Evangelie aan alle volkeren gepredikt worden. Vandaaruit mogen wij m.i. de jaarlijkse groei van het aantal Bijbelvertalingen en het verdwijnen van voor het Evangelie gesloten gebieden duiden als Gods hand, te­ken des tijds bij uitstek. Belangrijk is ook Paulus' woord: 'eerst moet de afval komen' (2 Thess. 2) en let wel: uit die afval zal de antichrist zich losmaken. Zien we dat niet in onze tijd gebeuren? Uit het Duitsland van Luther zijn Marx en Hitler voortgekomen. De antichristelijke ideologieën van nationaalsocialisme en communisme komen op uit het ontkerstende Europa! En wonderlijk, beide totalitaire stelsels hebben het gemunt op de Joden, op Israël. Zo ontstond de staat Israël juist!

Dat trekt onze aandacht naar het derde grote teken: de toekomst van Israël, de beloften voor het oude Verbondsvolk. Zullen wij het beleven, dat dit volk Zijn Messias hervindt?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Gods hand in de geschiedenis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's