Hoe God Zich openbaart
Pastorale overwegingen
5
Als we deze keer bijzonder aandacht wijden aan de profeten en hun boodschap, ter afsluiting van deze reeks, dan zal het ons opvallen, dat bij de Schriftprofeten in het Oude Testament onderscheid te maken is tussen de profetische boodschap zelf, eigen ervaringen van de betreffende profeet en verhalen over de man Gods. Maar te meer mag het ons opvallen, dat we zo menigmaal kunnen lezen dat het Woord des HEEREN geschiedde tot ...'. Het is een gebeuren, het Woord van God gaat uit en komt over. We lezen dit inleidend opschrift bij Hosea, Joel, Micha en Zefanja. God bedient Zich vrijmachtig bij de boodschap van een mens. Het gaat om de openbaring van God. Hoe de HEERE deze mannen heeft 'bereikt' lezen we niet. Daarin is de Heere ook vrij. Maar in elk geval is het een groot wonder, dat God Zijn Woord kwijt wil, dat Hij daarbij van zondige mensen gebruik maakt en het is van het allergrootste belang, dat dit Woord als Woord van God ontvangen wordt. Niet dan tot grote schade wordt Het veronachtzaamd. Niet dan met eeuwige winst wordt het ontvangen. En dat laatste is dan ook weer een wonder van God, Die door Zijn Geest het gehoor geeft.
Soms hulpmiddelen
Dat de Heere vrij is in Zijn weg en werk met en aan Zijn dienstknechten zult u ongetwijfeld beamen. Soms spreekt de Heere rechtstreeks. Soms ook bedient Hij Zich van hulpmiddelen. Zo kan de Heere Zich openbaren door dromen, maar bij de profeten geschiedt dat ook wel door gezichten. Kunnen dromen zich voordoen tijdens de slaap - wel eens foto' s geheten van ons onderbewustzijn, waardoor boven komt wat diep bij ons weggescholen zit aan angsten, verwachtingen en verlangens - gezichten ontvangen de profeten in wakende toestand. We lezen daarvan bij Ezechiel, Daniel en denkt u ook aan de nachtgezichten van Zacharia. In deze pastorale rubriek mag en moet ik er wel op wijzen, dat deze visioenen dienen als openbaringsmiddel. Toen was de Godsopenbaring nog niet voltooid. Nu hebben we de ganse Schrift, verdere openbaring hebben we niet te wachten. We kunnen en mogen niet aan de volgroeide boom der Schrift eigenhandig en eigenmachtig bladeren of takken hechten. Niet voor niets getuigt Petrus, dat 'wij hebben het profetisch woord, dat zeer vast is'. Vergeten we ook niet de lering en toepassing, die daaraan verbonden wordt. Ook in onze tijd kunnen we soms vreemde dingen ontmoeten, meestal samenhangend met een grote eigendunk en weinig geestelijke kennis van de Schrift. En hoe vaak willen mensen niet bijzonder zijn en bijzonder doen. God zondert wel af. Hij maakt nimmer bijzondere mensen.
Uitleg rechtstreeks of bemiddeld
Openbaart de Heere Zich aan Zijn knechten, dan geeft Hij, als er sprake is van een bijzonder gezicht, zoals bijvoorbeeld bij Amos, er Zelf de uitleg bij. Soms doet de Heere dat ook door gebruik te maken van een zogenaamde tolk-engel, met name bij de profeet Zacharia. Of dit te schrijven is op rekening van 'de nabloei der profetie' is de vraag. Dat heeft toch ook met Gods vrijmachtig handelen te maken. Gevaarlijk is het wanneer wij gaan schiften. Men mag bij de nadere reformatie, waarbij het gaat over het dienstwerk van mannen Gods, accentsverschillen signaleren, men mag daar spreken van nabloei, hier hebben we te doen met Gods Woord. Kunnen we dan de ene profeet hoger schatten'en aanslaan dan de andere. En welk criterium leggen wij daarvoor aan? Neen, met zelfs de onderschieding van de goddelijke en menselijke faktor in de Schrift hebben we vol eerbied de ganse Schrift te aanvaarden als het onfeilbare Woord Gods. Maar ook blijkt, dat de profeten van zichzelf uit de boodschap niet konden verstaan. Uitleg was nodig. Hoe worden zij gewezen op hun afhankelijkheid. En als dit geldt van mannen, die door de Heilige Geest werden geïnspireerd, hoeveel te meer dan wij, die door deze Geest der profetie verlicht alleen maar tot de bron Zelf geleid kunnen worden. Wat is ook de rechte uitleg der Schrift het allereerste vereiste in de prediking. De Schriften dienen te worden opengelegd. De opdracht van de Heere Jezus aan de apostelen was de onderwijzing, de leer, het onderricht. Is dat in de prediking niet het fundament, dan mogen dierbare woorden of termen worden gebezigd, de bediening is mager en de gemeente verschraalt. Bidden wij als ambtsdragers em gemeenten om goddelijk onderwijs van Boven, telkens weer. Hoe zouden wij verstaan, als niet Iemand ons uitlegt, wat geschreven is, wat bedoeld wordt. De gedurige bediening des Geestes, Die arbeidt met het Woord is van zoveel meer betekenis dan het opgaan in allerlei gemoedsaandoeningen, dan het vertonen van vuurwerk, dan het spelen op de emoties. Ik besluit met een woord 'uit de namiddagpreek', al eens te voren door mij geciteerd, toen een gemeentelid opgetogen zijn leraar kwam vertellen dat hij in een gezicht engelen had gezien, en of dit niet geweldig was, dat deze leraar zei met ernstig gelaat 'mijn vriend, hadt ge uw zonden eens gezien, dat ware groter voorrecht'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1978
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1978
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's