De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Een synodebesluit

De generale synode van de Geref. kerken heeft tijdens een van de laatste zittingen het besluit genomen plaatselijke kerken die dat willen, toe te staan kinderen te laten deelnemen aan de viering van het Avondmaal. De reacties uit de kerken waren zeer verschillend. Een groot deel van de reagerende kerken was tegen, een minderheid voor, terwijl een klein aantal nadere bezinning wenste. Het synodale rapport over deze zaak was evenmin eensluidend, en viel uiteen in een meerderheidsrapport (voor deelname) en een minderheidsrapport (tegen deelname). Uit de discussie, zoals die weergegeven is in het Centraal Weekblad van 15 april, releveren we het volgende:

Ds. P. Torenbeek te Hoogeveen zei als eerste spreker dat in zijn gemeente ten onrechte wordt gesproken over 'kindercommune' in plaats van kindercommunie. Hij pleitte er voor om het doen van geloofsbelijdenis niet al te veel te koppelen aan het avondmaal. 'Bij de motieven tot het doen van belijdenis is er maar een enkeling die dat doet om toegelaten te worden tot het avondmaal. Het belangrijkste motief is voor hen dat ze er voor uit willen komen wie ze zijn'. Hij meende dat het openstellen van de viering voor kinderen stimulerend zal werken in de kerk. Hij achtte het niet onmogelijk dat het een nieuwe geweging op gang zal brengen. Volgens ds. D. van der Meulen te Wassenaar zullen de predikanten opnieuw in de catechisatiebanken moeten als het meerderheidsrapport aangenomen wordt. Ds. W. Stuursma te Middelstum wilde liever geen veranderingen aanbrengen: ' Ik heb vroeger altijd geleerd je in twijfelachtige zaken te onthouden'. Ouderling A. Kok te Eernewoude wilde tegenstemmen omdat hij meende dat de kinderen op deze wijze van de kleuterschool worden overgeplaatst naar de Havo. Hij wilde liever de nadruk leggen op een betere wijze van avondmaalsviering om zo 'onze jongeren tot jaloersheid te wekken'. 'Ik geloof in het wonder dat tegenstanders voorstanders zullen worden' zei diaken H. J. Algra te Zwolle 'Geef ons de kans er voorzichtig en aarzelend mee bezig te zijn'. Dr. H. Bade te Landsmeer zei er tegenop te zien dit in de gemeente te moeten brengen, vanwege de belasting die het met zich meebrengt betreffende de eenheid van de gemeente. Hij signaleerde het probleem dat slechts weinig kinderen de catechisaties bezoeken, 'waarschijnlijk omdat je de ouders niet meer mee hebt', aldus dr. Bade. Leo Euser, afgevaardigde van de jongerensynode, noemde het 'te gek' dat de jongeren nog niet aan het avondmaal mogen meedoen, maar wel mogen meezingen en meeluisteren. 'Als geloofsgemeenschap beter kan (Het thema van de jongerensynode. Red.) dan begint dat vandaag' aldus Leo Euser.

Prof. dr. G. N. Lammens hield als adviseur een gloedvol betoog vóór de kindercommunie. Hij vond het minderheidsrapport beklemmend en te individualistisch. Vanuit de bijbel toonde hij aan dat de kinderen er een grote rol spelen: 'Het is onvoorstelbaar dat Joodse ouders hun kinderen bij het avondmaal op de gang zouden zetten. De schriftgegevens verhinderen de kinderen niet. Ze horen er helemaal bij' aldus prof. Lammens. Ds. P. Schravendeel te Middelburg kreeg als één der opstellers van het minderheidsprapport als laatste het woord: 'De aanvaarding van het meerderheidsrapport verbreekt de eenheid van de gereformeerde kerken; de eenheid van belijdenis en liturgie wordt doorbroken en je wordt zo een club van allerlei richtingen, meende hij. Bij het tellen van de stemmen bleken 48 synodeleden voor het meerderheidsrapport en 22 voor het minderheidsrapport, waardoor de weg vrij is gekomen voor de jongeren. Besloten werd dat de plaatselijke kerkeraden die kinderen willen laten deelnemen, aan vier voorwaarden moeten voldoen: Voorlichting aan de ouders, onderwijs aan de jongeren, toezicht op een goede naleving ervan, toestemming vragen aan de classis in verband met het kerkordelijk vastgesteld.

Veel nieuwe argumenten, vergeleken met de discussie binnen onze Hervormde kerk, zijn niet te berde gebracht. De ontwikkeling in de Geref. Kerken volgt die van de Hervormde Kerk op de voet. Ook binnen de Geref. Kerken krijgt de modaliteiten kerk hoe langer hoe meer gestalte. Wij constateren dat niet met vreugde. En even min vanuit een houding die het foute bij de ander wil aanwijzen, maar blind is voor eigen tekorten. Zeker als men vanuit de Hervormde Kerk meedenkt met wat er gaande is in de andere kerken van de Gereformeerde gezindte past ons bescheidenheid en ootmoed.

Maar als wij afgaan op het bovengenoemd verslag moet het ons wel van het hart, dat we niet onder de indruk zijn van de aangevoerde argumenten om de bestaande traditie te doorbreken. Gaan de voorstanders van de kindercommunie ten aanzien van de verhouding van doop en geloof, Verbondsbelofte en belijdend antwoord toch niet een ander spoor dan hetgeen gewezen wordt in de belijdenisgeschriften en de liturgische formulieren? Kan men met een beroep op de betekenis van het kind in de christelijke gemeente belijdenis en Avondmaalsviering ontkoppelen? En wordt door dit synodebesluit de samenwerking tussen Hervormden en Gereformeerden die toch al op vele plaatsen stroef verloopt, niet belast met nog weer eens een discussiepunt?

Avondmaal en Doop

Dat we in onze tijd merkwaardige ontwikkelingen beleven inzake de visie op het Heilig Avondmaal en de Heilige Doop toont Prof. dr. J. Plomp aan in het Geref. Weekblad van 14 april naar aanleiding van een artikel in het orgaan van Reformierte Bund in Duitsland. Wij komen namelijk meermalen de visie tegen dat men pleit voor toelating van kinderen tot het Avondmaal en tegelijk tegenstander is van de kinderdoop.

Plomp schrijft het volgende:

Het besluit van de Synode inzake toelating van kinderen aan het avondmaal herinnerde mij aan een artikeltje in de Reformierte Kirchenzeitung van enige tijd geleden (1.10.77). Dat was geschreven naar aanleiding van in dat blad eerder opgenomen verslag van een door 't moderamen van de Reformierter Bund belegd beraad over de vraag: 'Avondmaal - ook voor kinderen? ' (1.9. '77). Even terzijde: daar kwam men er niet uit. Maar nu dat artikeltje, van Werner Braselmann, naar aanleiding van genoemd beraad. Braselmann schrijft, dat zich in één werkgroep gelijktijdig twee opvattingen lieten gelden. Enerzijds: afwijzing van de kinderdoop. Anderzijds: gedoopte kinderen moeten aan het avondmaal kunnen deelnemen. Braselmann zegt dat deze opvattingen vooral voorkwamen bij jongere theologen, die dan ook hun eigen kinderen niet dopen. Hij vraagt hun: Wat denkt u nu te doen als straks de (uw) ongedoopte 'Christenkinder' nog niet de door u gehoopte mondigheid blijken te bezitten om te zeggen: ik wil worden gedoopt, maar wél evenals de andere, gedoopte kinderen aan het avondmaal willen deelnemen? Hij adviseert, lichtelijk ironisch: stel tijdig een studiecommissie in. Ik ben er niet zeker van of Braselmann de gedachtenwisseling in de werkgroep wel helemaal correct heeft weergegeven. Maar dat doet in dit verband niet ter zake. Afgezien daarvan verdienen zijn opmerkingen onze aandacht. Mij brachten ze tot de volgemde overwegingen: Wie toelating van kinderen tot het avondmaal wil verdedigen, zal dat wel vooral doen vanuit de belijdenis van het verbond; daartoe behoren de kinderen even goed als de volwassenen (Heid. Cat., antw. 74). Maar wie bij dit punt deze argumentatie zo zwaar laat wegen, kan ze bij een ander natuurlijk niet terzijde schuiven. Ik bedoel met dat andere punt: de kwestie van de erkenning van de zgn. volwassendoop - doop na persoonlijke belijdenis - als aanvaardbaar of gelijkwaardig alternatief-zo niet als vervanging! - van de kinderdoop. Zo'n erkenning wordt dan wel erg moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk. Deputaten hadden een beperkte opdracht; hun valt dus niets kwalijk te nemen. Maar eigenlijk is het wel jammer dat met de éne vraag - kinderen aan het avondmaal - niet tegelijk die andere-kinderdoop-volwassen doop in beschouwing is genomen.

Mijn vraag is: Kan men de toelating tot de maaltijd des Heren aan kinderen verdedigen met een beroep op de belijdenis van het Verbond. De toezegging van de verbondsbelofte aan de kinderen der gemeente, waar zondag 27 van spreekt, is toch geen automatisch gegeven. Gods beloften moeten ook in geloof en bekering worden aanvaard. Ik zou willen herinneren aan wat ds. C. v.d. Wal schreef in Amen en beamen: 'Bij de Doop belijden we dat de kleine kinderen' zonder hun weten' in Adam verloren, in Christus wederom tot genade aangenomen worden... Het gaat er niet om of de kleine kinderen wel tot het verbond der genade behoren maar of ze en hoe ze er mee bezig zijn. Of het hart 'ja' zegt of 'neen' tegen dat verbond en tegen de God van het Verbond', (blz. 234-235). En ds. v.d. Wal waarschuwt er voor beide Sacramenten al te simplistisch gelijk te schakelem, omdat ze dezelfde belofte bezegelen. Dat laatste mag maar zijn. Maar het gaat om de weg van het doopvont naar de Avondmaalstafel. Wij worden gedoopt. Wij vieren Avondmaal. Dat ziet op een bewuste deelname. Er is de eis tot zelf beproeving alvorens we komen tot de Tafel des Heren. Want de sacramenten zijn ingesteld voor de gelovigen tot versterking van het geloof. Daarom is in de reformatorische kerken steeds gesproken van de belijdenis des geloofs als toelating tot het Heilig Avondmaal.

Een bedenkelijke ontwikkeling

Ook dr. C. Bezemer is allerminst gelukkig met het besluit, dat de Geref. kerken genomen hebben. Hij schrijft in het Hervormd Weekblad van 13 april het ten zeerste te betreuren. De deur is z.i. opengezet naar een ontwikkeling die de onlosmakelijke samenhang tussen doop, belijdenis en avondmaal loslaat.

De voorwaarden die aan het besluit zijn verbonden, nl. dat een zorgvuldige katechetische, liturgische en pastorale begeleiding gewaarborgd moeten zijn, dat de gemeenten en kerkleden dit punt verdraagzaam dienen te zijn ten opzichte van elkaar, dat het er niet om gaat aart de plaatselijke kerkeraden de vrijheid te laten kinderen al dan niet toe te laten tot het Avondmaal, maar dat er wel ruimte moet zijn voor een verantwoord experiment, zijn schoonklinkende woorden, die helaas niets te betekenen hebben. De vraag waarom het gaat is: kunnen de kinderen worden toegelaten, ja of neen? Zo ja, dan behoeft de deur niet op een kier gezet te worden, dan behoeft men niet te experimenteren; dan is het ja! Kan het niet, dan moet men niet zoals in allerlei andere gevallen de kool en de geit willen sparen, dan is het neen! Het moet immers duidelijk zijn, dat de deur die is opengezet nooit weer dichtgaat. Het moet dus even duidelijk zijn, dat de Gereformeerde Synode nu gebroken heeft met de opvatting, dat er een onlosmakelijk verband is tussen de beide sacramenten en de belijdenis van het geloof. Dat is een historische beslissing, die in het wezen van het kerk-zijn diep ingrijpt. Men moet daarover niet gering denken. Temeer, daar dit besluit de verwarring in de Gereformeerde Kerken groter maakt, een nieuw struikelblok betekent in de verhouding tot andere kerken, allerlei spanningen oproept binnen de plaatselijke gemeenten, en vele ambtsdragers en gemeenteleden in gewetensconflicten brengt. Een van de meest kwalijke zaken in de kerk is in deze tijd het experiment. Men kan dit beschouwen als de uitweg, die gebruikt wordt wanneer men in bepaalde situaties niet tot een uitspraak durft te komen. Helaas is deze uitweg ook gekozen inzake een zo fundamenteel gebeuren in de kerk als de viering van het Heilig Avondmaal. Wanneer men de weg van het experiment gekozen heeft, dan is er goed beschouwd geen weg terug meer. Het is niet nodig allerlei argumenten, die in de loop der jaren bij herhaling zijn genoemd, hier opnieuw te gaan opsommen. Wel kan gevoegelijk geconstateerd worden, dat ook al wordt dit tegengesproken - deze beslissing onherroepelijk zijn consequenties zal hebben voor de openbare belijdenis des geloofs. En het moet duidelijk zijn, dat deze consequentie weer andere consequenties tot gevolg heeft. En dan maar weer klagen, dat de kerkgang achteruit gaat en zeggen dat er zo nodig weer een kerk dicht moet, of dat men wel samen kan doen 'omdat het anders niets lijkt!' Merkwaardig acht ik het hanteren van argumenten als: Van kinderen begrijpt negentig procent niet niets wat er in het liedboek staat. Mogen ze dan ook niet meer meezingen in de kerk? Of een ander argument van Hervormde zijde: Praktisch criterium in de Hervormde Kerk is, dat jongeren aan het Avondmaal kunnen meedoen, zodra zij het liedboek kunnen hanteren. Wat dit laatste betreft is hier uiteraard sprake van generaliseren zonder enige grond. Het grootste deel van de Hervormde Kerk voelt immers even als het grootste deel van de Gereformeerde Kerk in het geheel niet voor de toelating van de kinderen aan het Avondmaal. Het besluit in de Gereformeerde Synode is nota bene! genomen, nadat 313 reacties op de voorstellen waren binnen gekomen, waarvan de meeste tegen zijn! En wat ervan te denken wanneer nu blijkbaar het liedboek maatgevend wordt voor de deelname aan het Avondmaal? Wordt het kunnen meezingen uit het liedboek nu het criterium dat in de plaats komt van de openbare belijdenis des geloofs? Ik acht dit een zeer bedenkelijke ontwikkeling.

Wij zouden er aan toe willen voegen: Waarom kiest men - en in onze kerk, en daarbuiten - in omstreden kwesties de weg van het experiment, waardoor men ontwikkelingen op gang brengt, die moeilijk meer te stuiten of terug te draaien zijn, en waarom wil men niet de langere weg gaan van gesprek en beraad rondom Schrift en belijdenis? Heeft men dan bij voorbaat de moed al opgegeven, dat men elkaar rondom de Schrift nog kan vinden? Of ligt hier achter dat wij ook inzake het beroep op de Schrift verschillende wegen gaan?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's