De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Woord en Geest in het geloof

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Woord en Geest in het geloof

Woord en Geest

6 minuten leestijd

I

Het werk van de Geest in de gelovige

Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook, zo zegt Jezus in Joiiannes 5 : 17. De grote werken van de Vader zijn naar de belijdenis in de Schepping en de Onderhouding aller dingen, die van de Zoon de Verlossing, onze Verlossing en die van de Heilige Geest die van onze Heiligmaking. Dat is zo globaal genomen het werk van God 6.é Drie enige, zoals de Kerk haar geloof belijdt, dus die werken zoals elk der drie Personen die verrichten naar de Schriften, dat is dus van eeuwigheid tot eeuwigheid en dan in de mate waar in de Schriften die ons geopenbaard hebben. Daarbuiten en daarboven gaat de openbaring niet en gaat dus ook ons geloven niet. Van werken buiten de Schrift van de Vader, of van de Zoon of van de Heilige Geest, als ijdele gedachtenspinsels, willen wij niet weten. Al zijn er ook in de werken Gods diepten, die ons nog niet zijn geopenbaard, welke openbaringen wachten op de eeuwigheid.

Van de werken van de Heilige Geest weten wij, dat ook die van eeuwigheid zijn, en dat Hij voor de Schepping zweefde over de wateren, waardoor Hij de Schepping voorbereidde. Wij weten, dat de Geest Gods de hemelen toebereidde met al hun heir, dat Hij de openbaringen te boekstelling van het Woord tot stand bracht, wat Hij door de eeuwen heen bewaarde en dat Hij de ontvangenis van de Zoon in het vlees bewerkstelligde. En tenslotte is het werk van de Geest Gods de toevergadering van de kerk van Christus, tot Hij haar als een reine bruid tot Christus zal leiden. Die haar aan Zijn Vader zal voorstellen, zonder smet en zonder rimpel, waar tenslotte de Heilige Geest als de zeven Geesten Gods, dat is in Zijn volheid, vóór den troon in de gemeente zal wonen, op haar zal rusten.

In die toevergadering van de gemeente Gods nu valt ons onderwerp, namelijk het werk van de Geest in de gelovigen en in elk gelovige. Een zeer subtiel en innerlijk werk, dat niet dan in alle teerheid en voorzichtigheid door ons behandeld dient te worden. Het gaat over het werk van de Heilige Geest! Het gaat over geestelijk werk! Het gaat over zielen! Daarin bestaan gevaren. Als wij over het werk van de Heilige Geest handelen, dan moeten wij wel weten, dat de Heilige Geest is als de wind: die waait waar heen hij wil en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet van waar hij komt ofwaar hij henen gaat. Die kan uit een bepaalde richting komen en die kan in een bepaalde richting gaan, maar zeker hebt gij dat nooit: weerberichten geven doorgaans aan een komen uit of een gaan in bepaalde richtingen: Noord tot Noord Oost, Zuid tot Zuid West of ruimend tot of krimpend tot. 't Is nooit zeker te zeggen, het is nooit zeker te voorzeggen. Zo is het met de Heilige Geest. Hij gaat waar haar Hij wil. Hij werkt waar Hij wil; vrij machtig. Zeker gebonden aan Gods raad, maar ook die is ons onbekend. De Geest richt Zich op het werk, op het offer, op de Persoon van Christus, maar die hebben wij niet in de hand, die hanteert de Heilige Geest wel. Die verheerlijkt Hij, Die leert Hij dan in ons kunnen, die past Hij toe aan een mens. Wij kunnen dus de Geest niets voorschrijven, wij kunnen wel wat van Hem bidden. Wij kunnen de gangen van den Geest, die onnaspeurlijk zijn, wel enigszins nagaan, nagaan, en dat dan door het geloof, wij kunnen ze wel bewonderen, wij kunnen ze aanbidden.

Van de Geest is waarneembaar Zijn ontvangst. Hij gaat eeuwig uit van den Vader en van den Zoon dat heerlijk leer-en geloofsstuk is nu ons onderwerp van overdenking niet, maar Hij wordt wel door den Vader op voorbidding van den Zoon gezonden aan, uitgestort op de kerk of op de gemeente, zoals op den Pinksterdag te Jeruzalem en nog eens later in Handelingen 19 te Efeze. En dan in de loop der tijden wordt de Geest soms aan gemeenten, maar doorgaans aan personen gegeven. In den regel krijgt de ontvangst van den Heiligen Geest een persoonlijk karakter. Altijd is de komst van den Heiligen Geest echter te kennen aan het Woord, aan de verkondiging van het Woord en vindt ze plaats binnen het raam van of onder het bereik van de kerk. De Geest en het Woord behoren bij elkaar: het Woord is het voertuig van de Geest, het is het werktuig van de Geest. De Geest draagt het Woord in de gemeente, Hij draagt het in de harten, en dat zowel negatief ontdekkend, de zonde blootleggend, de zonde aanwijzend, de zonde openbarend, als positief; de zonde bedekkend, de zonde om Christus wil vergevend. Dit wat de beschermde arbeid van den Heiligen Geest aangaat! Maar daar is zoveel meer wat de Geest in de gelovige doet. Daar is vooreerst het verzegelen met den Heiligen Geest der beloften, als namelijk de bekering bezegeld wordt met al die beloften, die in Christus Jezus ja en amen zijn, Gode tot heerlijkheid. Dan is er het inleiden in de waarheid, die in Christus Jezus is, als een christen eenmaal in kennis en in een verbond met Christus gebracht, verder geleid wordt in de kennis en in de genade van Christus. Zo horen wij de eenmaal begenadigde Paulus op veel later leeftijd verzuchten: 'Opdat ik Hem kenne in de kracht van Zijn opstanding, Zijn beeldgelijkvormig wordende'. Alles samengevat loopt dit uit op: 'Gij hebt niet ontvangen de Geest der dienstbaarheid, wederom tot vrees, maar de Geest der aanneming tot kinderen, door welken wij roepen: 'Abba, Vader'! 'Zo wordt de Geest Gods, eenmaal intrekt genomen hebbend in een mensenhart, een onvervreemdbaar, een blijvend bezit, en blijft de Geest Gods werkzaam in een zondaarshart, zolang die zondaar op deze aarde is. Wat niet wil zeggen, dat een christen niet menigmaal met David moest verzuchten: 'HEERE, neem Uw Heiligen Geest niet van mij'! 'De zonde, de wereldzija, de eigengekozen wegen, doen een christen vaak maar een lage gestalte hebben en een lage plaats in nemen. Met bezit van de Heilige Geest is voor hem niet een vanzelfsprekende zaak.

Tenslotte is er een geleid wórden in het leven door den Geest, waarvan de Apostel zegt: 'Zo velen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods'. Maar daarover in het volgende artikel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 1978

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Woord en Geest in het geloof

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 1978

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's