De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Brandhaarden en Brandpunten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Brandhaarden en Brandpunten

8 minuten leestijd

Ik ben wel eens idealistischer en optimistischer geweest over de zogeheten Gereformeerde Gezindte dan de laatste tijd. Men behoeft allerlei kerkelijke organen maar open te slaan, of men treft er dusdanige verbitterdheden en aantijgingen in aan over mensen, die huisgenoten des geloofs zouden moeten zijn, dat men er koud van wordt. En mensen, die de 'vorige dingen' al lang niet meer gedenken maar reeds bij de triumferende kerk zijn thuisgehaald, worden voor kerkelijke tribunalen gedaagd alsof daar de rechters zitten, die over menselijk wel of wee hebben te oordelen. De kerkelijke organen zijn soms brandhaarden van de Gereformeerde Gezindte, waarin de vuurtjes worden aangewakkerd en mensen op eigentijdse brandstapels worden omgebracht. En zo verteert ook de Gereformeerde Gezindte zichzelf. Gevochten wordt over de roeping totdat er Niemand meer is die roept. Gevochten wordt om een punt en een komma van de (echte) statenvertaling, behalve wanneer er over de tekst gepreekt moet worden, want dan w'ordt rustig op de brede wateren van vrije 'exegese' gezwalkt, de tekst de tekst latend. De lezers proeven allang, dat ik concrete zaken op het oog heb. Dat is ook zo. Soms kunnen zich in een bepaalde week de dingen toespitsen. Je leest dingen, waarbij je je de ogen uitwrijft. Kunnen mensen dat zó maar schrijven? En wat ligt dan méér voor de hand dan te denken: zal ik de 'eigen kring' wel eens even verdedigen! Maar uitgerekend bij 29 april, schrijft Charles Haddon Spurgeon in zijn dagboek 'Chequeboek van de bank des geloofs' het volgende:

Zeg niet: ik zal het kwaad vergelden; wacht op de HEERE, en Hij zal u verlossen. Spr. 20:22.

Wees niet haastig. Laat de toorn bekoelen. Zeg niets en doe niets om uzelf te wreken. Ge zult er zeker van zijn, dwaas te handelen, als ge de knuppel opneemt en uw eigen strijd strijdt, en ge zult zeker niet de geest van Christus vertonen. Het is edelmoediger te vergeven en de belediging te laten rusten. Een onrecht te laten knagen aan uw hart, en te zinnen op wraak, is oude wonden open te houden en nieuwe te veroorzaken. Beter is vergeten en vergeven.

Misschien zegt ge, dat ge iets moet doen óf veel verliezen; doe dan wat de belofte van deze morgen aanraadt: 'Wacht op de HEERE, en Hij zal u verlossen'. Dit advies zal u geen zes shilling en acht stuivers kosten, 1) maar het is veel meer waard. Wees kalm en rustig. Wacht op de HEERE: deel Hem uw grief mee: spreid de brief van Rabsake uit voor de HEERE, en dit zal op zichzelf al een rust zijn voor uw beladen ziel. Bovendien is daar de belofte: 'Hij zal u verlossen'. God zal een weg ter verlossing voor u vinden. Hoe Hij het zal doen, kunnen noch gij, noch ik vermoeden, maar doen zal Hij het. Als de HEERE u redt, zal dit een stuk beter zijn dan u te begeven in kleinzielige twisten, en uzelf met vuil te bedekken door met de onreine te worstelen. Wees niet boos meer. Laat uw aanklacht achter bij de Rechter van allen.

1) In de tijd van Spurgeon in Engeland het honorarium van een advocaat. (Ver.).

Ik denk dat de goede raad van Spurgeon een goede raad is voor velen. Het is beter niet te treden in 'kleinzielige twisten'. Het is beter de brandhaarden te mijden en de brandpunten te zoeken. Wat ik daarmee bedoel volgt hierna.

Naar de brandpunten van de wereld

Calvijn zegt in de voorafspraak op zijn commentaar op het boek Handelingen, dat ons in dit boek het begin en de voortgang der kerk worden vermeld 'vanaf Christus' hemelvaart, waardoor Hij als hoogste Koning van hemel en aarde is aangewezen'. En hij vervolgt dan:

'Verder treden in dit boek zowel de bewonderenswaardige almacht van Christus, als de uitwerking en de kracht van het Evangelie zelve, aan de dag. Hierin toch heeft Christus een klaar bewijs van zijn Goddelijk vermogen gegeven-, dat Hij door middel van eenvoudige mensen, zonder enig talent, zich de ganse aardbodem zo gemakkelijk onderworpen heeft alleen door de prediking van het Evangelie; terwijl toch Satan met zovele hindernissen er zich tegen verzette. De ongelooflijke kracht van het Evangelie merken wij ook hierin op, dat het, terwijl de gehele wereld zich verzette, niet slechts te voorschijn kwam, doch zelfs met de hoogste roem al wat onverwinlijk scheen, onder de gehoorzaamheid van Christus heeft gebracht. Derhalve is door deze weinige en verachte mensen meer uitgewerkt tegen allerlei zeer woedende stormen der wereld, door het nederige geluid van hun stem, dan indien God openlijk van de hemel had gebliksemd'.

Inderdaad, door weinige en verachte mensen zijn geweldige dingen bewerkstelligd. Stormenderhand is de wereld met het evangelie veroverd. Het begin van het Handelingenboek geeft aan hoe het ging. Nóg was er - na de Opstanding dus - de vraag van de discipelen aan Christus geweest of Hij nu, in déze tijd aan Israel het Koninkrijk zou oprichten. Calvijn zegt, dat in deze vraag evenveel dwalingen zitten als woorden. Nóg verwachtten zij kennelijk een aards rijk voor Israël, hier en nu, maar Christus doorkruist hun vraag: het komt hen niet toe de tijden of gelegenheden te weten, die de Vader in Zijn eigen macht heeft gesteld. Ze zullen moeten loskomen van hun eigen verlangens, hun eigen stokpaardjes, hun eigen kring, t. w. die van het vleselijke Israël. En dan komt hun werkelijke opdracht: in de kracht van de Heilige Geest zullen ze getuigen zijn in Jeruzalem, Judea, Samaria en dan ook tot aan het uiterste van de aarde. Ze worden gestuurd naar de brandpunten van de wereld. Maar dan wel in de kracht van de Heilige Geest, die ze ontvangen zullen.

Het moet nog Pinksteren worden. Daarop moeten ze nog wachten. En toen de discipelen van de Olijfberg naar Jeruzalem afgedaald waren hebben ze gewacht, 'eendrachtig volhardend in het bidden en het smeken'.

Zó is het begin van de kerk geweest: afgebracht van eigen wensdromen, gezonden tot de volkeren, tot de einden der aarde, met de belofte van de Heilige Geest. En zo is de wereld veroverd. Zo is kerkgeschiedenis gemaakt. Ze zijn gegaan, de discipelen, die toch Joden waren. Ze zijn gezonden naar de Samaritanen, die toch blijkens Joh. 4 : 9 de verklaarde vijanden van de Joden waren. Ze zijn gegaan naar de brandpunten van de wereld, omdat de middelmuur des afscheidsels verbroken was.

De voortgang

Calvijn spreekt ervan, dat ons in het Handelingenboek het begin en de voortgang van de Kerk des Heeren wordt vermeld. Gegeven de grote verdeeldheid van de Kerk is er wat die voortgang betreft wél geloof nodig. Nu was het gelukkig al wél zo, dat Calvijn dit schreef toen het in zijn dagen met de kerk óók niet zo rooskleurig gesteld was. Desalniettemin schreef hij tóch ook over devoortgang, terwijl de kerk van Zijn dagen vér was prijs gegeven aan menselijke instellingen en ordinanties.

Wat is er van het élan van het eerste uur der christelijke gemeente over, kan men soms denken. Me dunkt echter dat uit het Bijbelgedeelte, dat cirkelt om de dagen van hemelvaart en Pinksteren, de les duidelijk blijft. Er op uit, naar de brandpunten van de tijd! Daar waar de machten zijn, daar waar de vreemde theologieen zijn, daar waar echt de leer in het geding is, daar waar mensen in nood zijn, wankelend ten dode. De discipelen werden gezonden naar de brandpunten van de wereldgeschiedenis in hun dagen. En daar - in Rome en de andere centra der wereld - hebben ze tot voor koningen en overheden de Naam beleden. Ze werden erop uitgestuurd en ze hebben zich niet afgevraagd of de roeping, die van Godswege uit moest gaan naar de mensen, wel gemeend was. Ze hebben, in de kracht van de Heilige Geest geroepen tot de bron van alle Leven, tot Hem die gekomen is als verlosser van Zondaren en als Degene die de machten had onttroond.

Wat zou het geweldig zijn als zo de kerk vandaag nog weer eens tot het élan van het eerste uur kon komen. Als we als kerk weer bij de brandpunten van het leven, vandaag, waren en niet bij de brandhaarden. Als we in het gezamenlijk getuigenis naar de wereld toe een teken zouden geven van de grote genade van God. Als we als kerken meer geleid werden door het vuur van de Pinkstergeest dan door onheilig vuur dat de binnenbrandjes aanwakkert.

De grote verdeeldheid van nu is wel in schrijnende tegenstelling met het eenparig getuigenis van Pinksteren. Calvijn zegt echter: 'En voorzeker, zal God dpor ons als een Vader aangeroepen worden, dan past het dat wij broeders zijn en broederlijk zamenstemmen'. Dat bedoelde toch Pinksteren?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Brandhaarden en Brandpunten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's