De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De mensenrechten in de visie van Groen van Prinsterer

Bekijk het origineel

De mensenrechten in de visie van Groen van Prinsterer

(1)

6 minuten leestijd

De rechten van de mens. Steeds weer horen wij erover. In december zal het 30 jaar geleden zijn dat de Algemene Vergadering der Verenigde Naties een 'Universele Verklaring van de Rechten van de Mens' proclameerde en zo staat dit jaar heel duidelijk in het teken van die mensenrechten.

Inleiding

In de discussie tussen Oost en West vormen de mensenrechten een fundamenteel verschilpunt. Maar gaat het hier om een geheel nieuw iets? En hoe moet de christen, die wil leven bij Gods Woord staan tegenover de rechten van de mens? Twee belangrijke vragen waarop wij in deze beide artikelen willen ingaan. De eerste vraag laat zich al vrij spoedig beantwoorden. De grondslag voor de gedachte van de mensenrechten is gelegd in de 17e en 18e eeuw. Tijdens de Engelse revolutie van 1688-89, toen de stadhouder van Holland Willem III van Oranje gevraagd werd de regering over te nemen, ontwierp het Engelse Parlement een zgn. 'Wet met Rechten' ('Bill of Rights'). Vrijheden en rechten waren door vorige koningen geschonden. Willem III moest deze eerbiedigen.

De Amerikaanse vrijheidsoorlog ging gepaard met een 'Verklaring van Onafhankelijkheid' (1776), waarin gesteld werd dat alle mensen gelijk geschapen zijn en dat zij door hun Schepper zijn begiftigd met bepaalde onvervreemdbare rechten, zoals leven, vrijheid en het nastreven van geluk. En tenslotte is er de Franse revolutie (1789) die kwam met een 'Verklaring van de Rechten van de Mens en van de Burger'. Maar in tegenstelling tot de Amerikaanse en Engelse Revoluties eindigde de Franse revolutie in een bloedige terreur die plaatsvond juist in naam van die 'Verklaring'. Wat was daarvan de oorzaak? Moeten we die oorzaak wellicht zoeken in de beginselen waarvan deze revoluties zijn uitgegaan?

Daarbij zijn we eigenlijk al toe aan de beantwoording van de tweede vraag: de principiële benadering van deze 'rechten van de mens'. Wij willen dit doen aan de hand van de geschriften van de bekende 19e eeuwse staatsman en jurist Guillaume Groen van Prinsterer (1801-1876).

Groens denken over de revolutie

Groen heeft heel zijn denken geplaatst in het kader van de strijd tegen de Revolutie. Hij was niet tegen elke revolutie (zoals de contrarevolutionairen), maar legende Revolutie, dat is: 'De ontwikkeling van een volslagen scepticisme, waarbij Gods Woord en Wet terzijde gelegd is.' (Grondwetsherz-en Eensgez-, 363) Het tijdperk dat wij beleven, zegt Groen, 'grenst aan het tijdperk ener verschrikkelijke revolutie.' Groen denkt aan de Franse revolutie van 1789, die een hele omwenteling in het Europese denken teweegbracht, die met alle heilige en goede dingen van het verleden wilde afrekenen. 'Een geslacht door geestverhittende lering duizelig gemaakt, meende, in de waan zijner hogere verlichting, dat het geroepen was tot omkering van al wat vroegere wijsheid en ervaring langzamerhand hadden gevormd.'' (Verspr. Geschr. Il, 253). Heilloze begrippen vloeiden daaruit voort, dwaalbegrippen.

Groen is, zoals we opmerkten, niet contrarevolutionair, tegen élke revolutie, of reactionair of behoudzuchtig, maar hij is evenmin radikaal. Tegen beide gevoelt hij weerzin. Hij is en wil zijn anti-revolutionair, dat is tegen de revolutie die de normen van Gods Woord schendt, verzaakt. Daarom is hij niet tegen de Engelseen Amerikaanse revoluties, maar b.v. wel en met name tegen de Franse revolutie. 'Waarom is het aan de Engelsen en Noord-Amerikanen gelukt een bevredigende toestand van politieke vrijheid te bereiken, en waarom is dit aan de Fransen altijd mislukt? Om vele oorzaken, doch er is één hoofdoorzaak. Namelijk deze: in Engeland en Amerika was de vrijheidsbeweging gepaard, van den beginne af, met christelijk geloof, in Frankrijk was ze tegen het christelijk geloof gericht.' (Ter Naged., 29). Dit is inderdaad juist. Vonden de eerste twee revoluties in belangrijke mate inspiratie vanuit het puriteinse denken dat bewust zich in het politieke handelen van God afhankelijk wist, de Franse revolutie verheerlijkte de godin der rede en stelde volkssoevereiniteit (de volkswil of algemene wil - Rousseau) in de plaats van Gods soevereiniteit. In de visie van Groen kan wat de Franse situatie betreft dan ook nooit van échte vrijheid sprake zijn. Want: vrijheid, ook de vrijheid welke in tal van idealen is verwoord, kan alleen dan pas echt doorbreken als er geloof is, christelijk geloof.

Revolutie en vrijheid

Revoluties die de vrijheid proclameren en tegelijk de basis van elke vrijheid, het geloof, loslaten, zijn gedoemd te falen. Waar het om de grondwettelijke vrijheden gaat zegt hij, o.m. ook doelend op de Franse revolutie die eindigde in de terreur: 'Ik vind generlei behagen in het gestadig ophef maken van vrijheden die men belooft en niet verleent; in het leven roept en op papier ter dood brengt; ...' (Grondwetsherz. en Eensgez., 187). Maar is Groen dan tegen elke vrijheid of ook zelfs tegen de 'Verklaring van de Rechten van dé Mens en van de Burger'? De conservatieven of reactionairen die van geen vernieuwing willen weten wekken al evenzeer zijn weerzin op! Groen laat zich niet in een hokje stoppen. 'Met de revolutionairen heb ik aan een ontwikkeling behoefte waarvoor ik met de conservatieven beducht ben.' In geen der beide kampen voelt hij zich thuis. Hij erkent echter dat zelfs het 'Revolutionaire Staatsrecht' iets heilzaams te voorschijn heeft gebracht. 'De revolutie verlangt in menig opzicht het goede, zij dwaalt niet in hetgeen zij zoekt, maar in de wijs waarop.' Daarom achtte hij de Verklaring van 1789 'overhet algemeen juist'. (H. W. J. Mulder, Groen van Prinsterer, Staatsman en Profeet, Wever, Franeker, p. 122. 123). Duidelijk was dat in de gedachtengang van Groen niet de proclamatie der vrijheid, doch de wijze waarop men die proclameerde verkeerd was: men koppelde ze geheel en al los van de rechten van de soevereine God. Daarom schreef hij in zijn bekende Handboek van de Geschiedenis van het Vaderland (5e dr., 1876): 'Aan­ gevangen met de verklarmg van de rechten van de mens, zal de Revolutie niet ophouden, eer men de rechten Gods erkent.' (p. 677, curs. van Groen).

W. Aalders is van mening dat Groen er steeds de nadruk op heeft gelegd dat het christelijk geloofde waarborg is voor de handhaving van de rechten van de mens. 'Waar een ideologie van welke aard ook het christelijk geloof verdringt, daar komen de mensenrechten in gevaar.'(brief aan auteur d.d. 10 februari 1978). Daarom vormen de mensenrechten met name in de niet-christelijke landen zulk een groot probleem, ook en met name daar waar een ideologie van links of rechts het voor het zeggen heeft gekregen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De mensenrechten in de visie van Groen van Prinsterer

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's