Pastorale overwegingen
De zegenbede
Wanneer u ooit een opgestelde en gestencilde orde van dienst voor u kreeg in de kerk, bijvoorbeeld bij een kerkelijke bevestiging van een huwelijk, of een andere gelegenheid, dan vond u reeds in het begin de woorden 'votum en zegengroet'. Over dit laatste beginonderdeel, de zegengroet dus, kwam een vraag binnen. Men had opgemerkt, dat bij de zegengroet sommige predikanten deze uit spreken met beide geheven handen, sommigen met een geheven hand. Dat heeft aanleiding gegeven tot discussies, soms tot verwarring. Nu was niet de vraag: wat is nu juist, maar wel: op welke grond(en) komt men tot dit een verschillend gedrag? Reeds eerder schreef ik hierover. Maar nu dan een enkele korte opmerking. Ik dacht, dat hierbij een vraag centraal staat: gaat het om een zegengroet, of om een zegengroet? Met andere woorden: moet het element zegen worden benadrukt, of het element groet? Wie sterk hecht aan de zegengroet, zal, denk ik, geneigd zijn deze uit te spreken met beide handen geheven. Wie - ook in onderscheiding van de zegenbede aan het einde van de dienst, wanneer de zegen 'op de gemeente gelegd wordt' zoals dat heet-evenwel denkt aan de overbrenging van degroet aan de gemeente, vanuit de Drieenige God, zal deze, denk ik, uitspreken met de ene geheven hand. Overigens, is er niets op tegen dit aan de betreffende voorgangers te vragen. Voorzover mij bekend zijn de collega's altijd bereid ook dat uit te leggen. Dat is althans beter dan voorbarig conclusies te trekken en te voren een onbillijk oordeel te vellen.
De Bijbelse groet
Een zekere vrijheid bestaat in het bezigen van de groet. Veelvuldig wordt voor de groet gebruikt het slotgedeelte van Romeinen 1: 7, soms ook, om. detrinitarische belijdenis tot uitdrukking te brengen, met 'de gemeenschap van/in de Heilige Geest' erbij betrokken. Ook de woorden uit Openbaring 1 : 4 en 5 dienen vaak voor de zegengroet. Zelf gebruik ik deze ook dikwijls, met name in de tijd van Pasen tot en met Pinksteren. Andere collega's zullen wellicht verschil maken tussen de ochtend-en avonddienst. Als ik 'van een zekere vrijheid' spreek, bedoel ik uiteraard niet, dat willekeur of zelfs slordigheid zouden moeten heersen in de kerkdienst. Integendeel, ook in deze dingen zij men zorgvuldig, behoedzaam en teer. Maar tegen een goede afwisseling is niets in te brengen, wanneer we opmerken, dat ook de Schrift de zegengroet niet als uniform stelt. Op gelijke wijze zou de wet te lezen zijn uit Exodus 20 of Deuteronomium 5. Jammer, dat ook dit onderdeel door velen slechts als 'slechts traditie' wordt gezien.
Nog even geef ik een opmerking weer bij de woorden uit Romeinen 1 : 7. In deze groet is sprake van 'genade en vrede'. Vrede is bij de Joden de gebruikelijke groet, genade is zinspeling op de bij de Grieken gebruikelijke groet. Het apostolisch getuigenis omvat reeds ook hier Jood en niet-Jood. Deze groet verdiept zich uiteraard hier tot een gebed om alles, wat de lezers maar kunnen nodig hebben in leven en sterven.
Daaruit blijkt wel hoe belangrijk, hoe geweldig het is reeds bij het begin van de samenkomst van de gemeente zo te worden gegroet, zo de bede in de zegen zich te zien toekomen. Maar juist uit deze zinsnede 'de groet verdiept zich hier tot een bede' valt dacht ik ook licht over de gestelde vraag. Wie voluit de groeten benadrukt, onderscheidt deze van de bede en zegen. Wie echter deze als zegenwens stelt, zal de handen ook beide zegenend heffen. Ik hoop, dat het ook bij het begin van de dienst u meer gaat om de inhoud dan om de vorm. En anderzijds moeten wij er ook voor waken niet onnodig verwarring te brengen in de gemeente. Leiddraad is ook hier altijd weer 'wat leert ons de Schrift'? Het gaat om het zuiver stellen van de zaak. Niet wat in de gemeente leeft en wat de gemeente wil is beslissend. Ver boven alle gemeentetheologie uit gaat de Schrift zelf.
Aan de andere kant zie ik ook niet, dat er eeuwen gedwaald zou zijn, wanneer de zegengroet aan de gemeente wordt gegeven. Zelf heb ik niet de noodzaak gezien af te wijken van de geheven handen, beide dus, ook aan het begin van de dienst.
Maar ik meen, dat u wel zo wijs zult zijn van een en ander geen 's(j)ibbolet' te maken. Er zijn belangrijker zaken aan de orde. Jammer dat men zo vaak over vormen twist - en een goede vorm behoort bij het wezen - en het wezen van de zaak kwijt raakt, of zich daarover niet bekommert.
De lichamelijke opstanding
Een heel andere vraag is die naar de opstanding des vleses, bij de wederkomst van de Heere Jezus. Niet, dat de vraagsteller daaraan twijfelt. Maar de vraag naar de lichamelijke opstanding wordt gesteld, in verband met de overplanting van organen. Krijgt men dan bij de opstanding toch het eigen lichaam terug? En mag dat nu allemaal, die transplantaties? Nu dat is de vraag. Denk u daarover ook eens na? Ik laat u op het antwoord - en den niet 'het antwoord' in de zin van het afdoende antwoord-nog een keer wachten. Ik vind het fijn in deze rubriek zo maar bescheiden, maar Bijbels beslist wat pastorale handreiking te doen. En altijd zijn er weer vragen, van geheel verschillende aard. Dank daarvoor.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's