Woord en Geest in het geloof
Woord en Geest
Op de nota voor de serie onderwerpen staat voor mij ter behandeling aangegeven: De heilsgeschiedenis en de geloofsgeschiedenis; de orde des heils. Ik koos het middelste onderwerp omdat ik over het laatste onderwerp apart handelde in een serie lezingen en omdat ik meen onder het middelste onderwerp het eerstgenoemde te kunnen vangen.
3
De geloofsgeschiedenis
Deze omvat uiteraard al die dingen, die de wijze van geloven betreffen, al datgene waardoor het geloof in een zondaar ontstaat en waarin het geloof zijn gestalte vindt. Daarin komen ook aan de orde geloofsworselingen, geloofsaanvechtingen, geloofsbeproevingen, twijfel, geloofsvolharding, geloofsversterking, geloofszekerheid. Dit alles raakt dus de 'fides qua' - dat is het geloof, waardoor geloofd wordt. Maar tot de geloofsgeschiedenis behoort toch wel in de eerste plaats de 'fides quae' - het geloof dat geloofd wordt. De inhoudelijkheid van het geloof. Dat is wel een statische grootheid, een zaak die bestaat, die wel geschiedenis maakt, maar geen geschiedenis heeft. God is - zowel de Vader als de Zoon, als de Heiige Geest. Hij heeft Zich geopenbaard als de Zijnde - Die is Die was, Die wezen zal. 'Ik zal zijn Die Ik zijn zal. 'Exodus 3 : 14. Eeuwig dezelfde, de Onveranderlijke. En noemt u dan maar op al de deugden, de eigenschappen van God. Wij ontbloten eerbiedig het hoofd en zeggen Mozes na in Psalm 90: Van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God'. Maar in de werken van elk der Personen van het Goddelijk Wezen is wel degelijk geschiedenis: ij God de Vader de schepping en de onderhouding aller dingen; der zienlijke en onzienlijke dingen; bij God de Zoon het werk van onze verlossing, in het Oude Testament de voorbereiding, in het Nieuwe de grote verlossingsdaden, en na het Nieuwe Testament in de eeuwen de uitwerking daarvan; bij de Heilige Geest is het grote werk: e heiligmaking. En behalve dat eigene van de werken der drie Goddelijke Personen is er het gemeenschappelijke, waar de Vader niets doet zonder de Zoon en de Heilige Geest, de Zoon niets doet zonder de Vader en de Heilige Geest, en de Heilige Geest niets doet zonder de Vader en de Zoon. De HEERE bestuurt alle dingen. Dat is natuurlijk niet te beschrijven, dat is alleen maar diep eerbiedig te geloven en te aanbidden. De grote werken van de schepping en de onderhouding, van de verlossing en van de heiligmaking zijn al evenzeer alleen maar te geloven en te aanbidden. Hier staan wij voor de ondoorgrondelijke wonderen Gods! God doet niets dan wonderen. Als wij die wonderen vatten willen, dan moet ons verstand vol eerbied stil staan.
Maar dit zijn en blijven wel de dingen, die geloofd worden. Die moet elk christen leren geloven, naar de mate van zijn geloof. En dan de mate niet genomen in die zin, dat de een deze helft van dit geloof gelooft, de ander die helft, of welk deel dan ook: neen, men moet dit geloof geheel en ongeschonden geloven. Zo zegt Athanasius in artikel 1 van zijn geloofsvorm en bekentenis: 'Zo wie wil zalig zijn, dien is voor alle dingen nodig-, dat hij het algemeen geloof houde' en in artikel 2: 'Zo iemand dit niet geheel en ongeschonden bewaart, die zal zonder twijfel eeuwig verloren gaan'. Het is dan de moeite waard, als u achter in uw psalmboek de artikelen 3 tot 44 van Athanasius' belijdenis leest en gedurig weer herleest. Dan komt u heel het raam van de geloofsgeschiedenis tegen. En dan eindigt Athanasius, de wel zeer geliefde kerkvader, met de woorden (artikel 44): 'Dit is het algemeen geloof, hetwelk, indien iemand het niet getrouw en vast gelooft, die zal niet kunnen zalig worden.'
Het overzicht, de geschiedenis van het geloof, al wat de Vader is en gedaan heeft en doet, al wat de Zoon is en gedaan heeft en doet, al wat de Heilige Geest is en gedaan heeft en doet, dat wordt ons vooreerst in de Heilige Schriften geopenbaard. Zonder dat de HEERE ons een blik geeft in de verborgen dingen, dingen, alleen voor de HEERE onze God zijn, vergunt Hij ons en onze kinderen kennis te nemen van de geopenbaarde dingrn, opdat wij die weten en doen zouden. En als die kennisname met het geloof gepaard mag gaan - welk geloof een gave Gods is - dan worden al deze dingen onze geloofsgeschiedenis.
En nu ben ik, waar ik wezen wil: et geloof, het komen tot het geloof, het wassen in het geloof, het komen tot de volheid van de mate des geloofs in Christus, dat wordt een gebeuren in de christenen, een gebeuren in hun leven, een gebeuren in hun denken, een gebeuren in hun hart. En dat is, wat de Heilige Geest doet. Het Woord Gods, de openbaring van God, is geïnspireerd door de Heilige Geest bij de heilige mannen Gods (de gewijde bijbelschrijvers), het Woord Gods wordt begeleid door de Heilige Geest als Hij het door Zijn dienstknechten laat prediken, maar de Heilige Geest past het Woord ook toe in de harten der uitverkorenen, in de harten van die geloven tot zaligheid. Wordt de heilsgeschiedenis uit de Heilige Schrift zo toegepast, zo toegeëigend, dat zij een overdruk ontvangt in het verstand en in het hart en in de wil van de christenen, dan worden zij in het Woord geleid en het Woord wordt in hen gegrift. Ook het beeld Gods wordt in hen herschapen. Zij worden door de Geest en door het Woord naar het beeld Gods hernieuwd - wedergeboren - uit God geboren - den beelde Zijns Zoons gelijkvormig gemaakt - en dat van dag tot dag. Gestadig al hun leven door. De Heere Christus zegt van de Heilige Geest: Die zal het uit het Mijne nemen en zal het u verkondigen'. Joh. 16 : 14.
Dit nu wordt de geloofsgeschiedenis der christenen. Zulke mensen-deze mensen-krijgen met God te doen, gaan zien, dat zij van God gescheiden zijn door de zonde, gaan naar God vragen, worden overtuigd van hun zonden en van hun verloren staat. Worden bepaald bij de straf, tijdelijke en eeuwige straf, die op de zonde staat. Leren vragen: 'Is er enig middel om deze straf te ontgaan en wederom tot genade te komen? Worden bepaald bij de noodzakelijkheid van een Middelaar, Die tussentreedt voor hen bij de Vader. Komen tot de vraag: 'Wie is deze Middelaar, Die tegelijk waarachtig God is en waarachtig, rechtvaardig mens is? '. En vinden en komen tot het antwoord: 'Onze Heere Jezus Christus, die ons van God tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking... en tot een volkomen verlossing geschonken is'. Dat wordt hun gestadige les, dat wordt hun leven, om in Christus alles te vinden alles te hebben, wat tot hun zaligheid nodig is.
De Geest des HEEREN, Die zowel de Geest des Vaders als de Geest des Zoons is, leidt ook door Christus en Zijn verzoenend werk tot de Vader, leert mensen roepen: Abba - Vader' en plaatst ze zo in het kindschap Gods, met kinderrechten en dan ook met een kinderlijke gezindheid, kinderlijk vertrouwen en kinderlijke aanhankelijkheid. Als zij door de Heilige Geest róépen Abba, dan voegt de Schrift daar in Romeinen 8 : 15 geen bede, geen enkel verzoek aan toe. Daar liggen twee gedachten in, namelijk deze: en eerste leeft in zo'n diep vertrouwen, dat het aan de Vader heel het beleid van des christens leven overlaat. Dan heeft men niets te wensen, maar voelt zich geborgen en verzadigd in het kindschap Gods; ten tweede róépt de Vadernaam uit luide voor ieder, als een belijdenis: ij is mijn Vader en mijn God, bij Hem heb ik slechts vervulde zielsbegeerten: ij is mijn alles, in Hem heb ik alles. Achter dit Abba zeggen uit Romeinen 8 : 15 volgt dan ook in de verzen 16 en 17'. Die Geest getuigt met onze geest, dat kinderen Gods zijn; en indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen Gods en medeërfgenamen van Christus, zo wij anders mét Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden'. Zo wij zelfs zouden lijden, dan is ook dat erfgoed, want het brengt verheerlijking.
Hieruit volgt als vanzelf het heerlijk sluitstuk van de geloofsgeschiedenis. De Geest des HEEREN verzegelt het kindschap Gods én de erfenis metal de beloften van het Evangelie. Is men in Christus, is men aangenomen door de Vader, dan gaan eerst recht de beloften open, dan gaan de beloften in vervulling, die in Chridtus Jezus ja en amen zijn, Gode tot heerlijkheid. En dan is zelfs het lijden van deze tegenwoordige tijd niet te waarderen (dan weegt het lijden van dit leven zelfs niet op!) tegen de heerlijkheid, die ons zal geopenbaard worden. De geschiedenis van het geloof der christenen, de geschiedenis van het heil der christenen ligt in God verankerd, gaat in vaste orde door alle leed en lijden van heerlijkheid tot heerlijkheid. Overmits de Geest, Die leidt een heerlijk God is, Christus een heerlijke prijs betaald heeft en de Vader is de God der heerlijkheid. In Hem eindigt heel het werk, als Hij zal zijn alles in allen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's