Rouwgebruiken
(1)
Op deze aarde wordt telkens weer gerouwd. Dat geldt ook binnen de gemeente van Christus. Wanneer we een geliefde moeten missen door de dood, laat dat een grote leegte na. Er is dan verdriet, 'een droefheid der wereld die gewerkt wordt door de dood', (vergelijk 2 Kor. 7 : 10). Veel dieper dan deze rouw gaat de geestelijke rouw, 'de droefheid naar God die een onberouwelijke bekering tot zaligheid werkt.' Deze laatste is met de ware bekering gegeven en dan ook niet één oprecht christen of christin onbekend. Altijd weer is het nodig onszelf biddend te onderzoeken of er ook in onze ziel die rechte droefheid is 'dat wij God onze Vader door onze zonden vertoornd hebben, met. een vertrouwen van de vergeving derzelve door Christus Jezus, vergezelschapt met een vast voornemen van de zonde te vlieden...' (kanttekening St. Vert, ter plaatse). Het is nu overigens niet mijn bedoeling over dat geestelijk berouw te gaan schrijven - dat is en wordt door andere scribenten gedaan in de kolommen van dit blad. In een aantal artikelen wil ik wat nader ingaan op zaken die samenhangen met de puur menselijke rouw als reaktie op verlies, gemis, overlijden. Al onderscheidt de Schrift nadrukkelijk tussen 'droefheid der wereld' en 'droefheid naar God' en wordt alleen dat laatste gezien als vrucht van de zaligmakende bearbeiding van de Heilige Geest, daarmee wordt allerlei menselijke smart niet zomaar van de tafel geveegd. De Heere maakt op vele plaatsen duidelijk dat Hij als de Man van de weduwen en de Vader van de wezen ook dié moeite en verdriet aanschouwt, opdat men het in Zijn hand geve.
Symbolen
De dood is niet met de schepping gegeven. De dood hoort er niet bij. Het mag dan waar zijn sinds Adams val dat de mens geboren is om te sterven - hij is geschapen om te leven! Tegenwoordig doen allerlei theorieën opgeld waarin 'verharmlosend', vergoeilijkend over het sterven wordt gesproken. Een mens moet toch zeker een keer van ophouden weten, hij moet toch plaats weten te maken voor een volgende generatie? Dat klinkt misschien nog aannemelijk voor wie in een gemakkelijke fauteuil gezeten, met een sigaar in de mond of een glas wijn in de hand, van dergelijke gedachtengangen kennis neemt. Maar ik vraag mij af: Wat kunnen moderne theologen en progressieve pastores op deze basis een rouwdragende familie voor troost meegeven? Uitzonderingen zijn er altijd-maar in de regel is het toch zo dat een mens die persoonlijk of in zijn onmiddellijke omgeving met de dood te maken krijgt, er op een heel andere manier over gaat spreken. Of moet ik zeggen: juist niet meer gaat spreken? Want slaat de dood ons niet met stomheid? Zodat we verstomd zijn en geen mond meer open kunnen doen? In een sterfhuis heerst vaak een drukkend stilzwijgen. Velen zien tegen een rouwbezoek op als tegen een berg, omdat ze geen woorden weten te vinden om de ander van medeleven blijk te geven en ook naar het enige Houvast te verwijzen. Maar ook de rouwdragende zelf zal in veel gevallen geen woorden kunnenvinden om tot uiting te brengen wat er in hem of haar omgaat. In deze sprakeloosheid en woorde loosheid kan de symboliek te hulp komen. Symbolen spreken een eigen taal, ze kunnen door anderen als bij stilzwijgende afspraak onmiddellijk begrepen worden, ze geven een zekere bescherming: door gebruik te maken van symbolen kan het verdriet naar buiten treden - terwijl de rouwdragende zich tochniet helemaal bloot behoeft te geven.
Enkele voorbeelden
Rondom het sterven en de begrafenis bestaan talloos vele gebruiken, die niet alleen van volk tot volk, maar ook van streek tot streek verschillend zijn. Het zal u duidelijk zijn dat het er in het bestek van dit artikel niet om gaat daarvan een zo uitvoerig mogelijke opsomming te geven (die dan toch altijd incompleet zou blijven). Ik wil hier alleen noemen een aantal gebruiken die onder ons (vrij) algemeen in zwang zijn en daarom direkt herkenbaar zijn. Daar is dan in de eerste plaats de kleur zwart als voornaamste rouwsymbool. De zwarte kleding van de begrafenis wagens en dienaars, de donkere kleuren die overwegen in de rouwstoet, het zwarte kleed op de draagbaar, de zwarte rand om de rouwkaart of rouwadvertentie. Vervolgens: het klokgelui. Met name op de dorpen fungeert de-kerkklok door de week herhaaldelijk als doodsklok. Voorts: het sluiten van de gordijnen van het sterfhuis en ook wel van de huizen van familieleden. Bij boerderijen worden de luiken gesloten, in mijn geboorteplaats Katwijk worden witte lakens voor de ramen gehangen. Tot de rouwgebruiken valt verder te rekenen: de rouwadvertentie waarin nogal eens een bepaalde bijbeltekst of een lied wordt geciteerd of ook (maar dat komt onder ons minder voor) met de afbeelding van een kruis; de begrafenismaaltijd, tegenwoordig over het algemeen tot een broodmaaltijd vereenvoudigd; het gebruik, dat wordt aangeduid als: de rouw in de kerk brengen. Nogmaals: het is maar een willekeurige selektie uit de veelheid van rouwgebruiken en symbolen.
Poging tot beoordeling
Het bestaan van dergelijke gebruiken zou ik beslist positief willen benaderen. Er is al gezegd dat de symbolentaal een handreiking biedt in de sprakeloosheid rond sterfbed en graf. Het komt mij voor dat dergelijke symbolen als bovengenoemd, ook in bredere kring dan die van de familie die het overlijden direkt aangaat, de ernst en het gewichtvolle van het sterven onderstrepen. Het lijkt niet billijk deze symbolen te beoordelen op grond van mogelijke 'superstitieuze (bijgelovige) achtergronden. Het zal wel waar zijn dat de witte lakens of gesloten luiken oorspronkelijk een afwerende (apotropeische) funktie hebben gehad. De dood moest verder buiten de deur worden gehouden en het blinderen van de ramen gold als een magisch ritueel om dat te bewerkstelligen. Maar wie denkt daar nog een ogenblik bij na? Waar redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er een omduiding heeft plaatsgevonden, kan een bestaand gebruik niet worden afgekeurd op archeologische of folkloristische gronden. Dit ligt uiteraard anders bij die gebruiken waar een heidense gedachtengang al te duidelijk is-zoals het uitdragen van de doodskist door een speciale deur die anders nooit gebruikt wordt-of ook het met de rouwstoet een paar keer om het sterfhuis heenlopen om zo de boze geesten op een dwaalspoor te brengen. Met dergelijke hoogst bedenkelijke rituelen dient de christelijke gemeente resoluut te breken, ook al zal verzet van conservatieve zijde dan niet uitblijven.
Verarming
In het algemeen zie ik het verlies aan symbolen echter als een verarming. Stel eens naast elkaar de begrafenis in een dorp die nog als vanouds geschiedt - wel niet meer met koetsen - maar met de zwarte wagens; soms zijn het er maar twee of drie, waar dan in een grote stoet de familie achteraan komt... te voet. In een kleiner dorp weet iedereen nog voor wie de klok luidt. Daartegenover de begrafenis in een grote stad. De begrafeniswagen verdwijnt onopgemerkt in het drukke verkeer. De familie volgt vaak in de eigen auto's, in nauwelijks aangepaste kleding. De tekening valt op deze wijze erg zwart-wit uit en het kan natuurlijk in een stad niet toegaan als op een dorp. Maar in elk geval zal het goed zijn zoveel mogelijk te letten op het bewaren van de goede stijl. Daarbij dient wel te worden opgemerkt dat op zichzelf inhoudsrijke symbolen aan slijtage onderhevig zijn. Ze worden dan tot lege vormen, tot plechtigheden zonder enige vulling. Op deze wijze kunnen allerlei facades nog een tijdlang overeind blijven staan, terwijl het gebouw zelf allang is afgebroken. Het in stand houden van allerlei symbolen en gebruiken is op zichzelf niet genoeg, bezinning is telkens weer nodig op hun inhoud. Daarover een volgende keer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's