Uit de pers
Israël en de vrede
De staat Israël vierde in deze weken het dertigste jaar van zijn onafhankelijkheid. Het is stellig geen viering die plaats vindt onder een wolkenloze hemel. Israël wordt geconfronteerd met talloze problemen, zowel in binnenlandse kwesties als ook in relatie tot de volkeren van het Midden-Oosten en de wereldpolitiek. Gemeten naar de maatstaven van succes en prestige zou er geen aanleiding zijn tot viering. En er zijn mensen die dit feit maar zo spoedig mogelijk willen vergeten, ja de hele staat Israël een problematische zaak achten. Wij menen dat er ondanks politieke spannin-, gen wel degelijk reden is met dankbaarheid melding te maken van de dertigste verjaardag van de staat Israël. Het zou van weinig historisch besef getuigen als we de betekenis van het unieke feit van de staat Israël zouden vergeten.
Het zou met name voor de christelijke gemeente, die levend uit het Woord de God van Abraham, Izaak en Jakob belijdt als die God Die Israël en de kerk stelt onder de beloften en geboden van het ene Verbond, van ondankbaarheid getuigen als we aan het feit van de staat Israël voorbij zouden gaan. Hoe we, theologisch, de staat Israël ook moeten plaatsen, christenen die zich verbonden weten met Israël vanuit de verbondenheid aan Wet en Profeten, kunnen om de staat Israël niet heen. Dat behoeft kritische vragen niet uit te sluiten. Het zou wel eens van een slechte verbondenheid blijk kunnen geven als men zich kritiekloos achter Israels politiek stelt.
Wel menen we dat wie een billijk oordeel wil vellen over de vredeskansen in het Midden-Oosten alle factoren in rekening moet brengen. Dat wij vaak eenzijdig te werk gaan is het oordeel van de hoofdredacteur mr. Levisson
die in het zeer verzorgde herdenkingsnummer van het blad Israel (april 1978) over de vredesbesprekingen het volgende opmerkt:
Eén van onze lezers zond onlangs een verontwaardigde brief. 'Ik heb altijd achter Israël gestaan', zo schreef hij ongeveer, 'en ik doe dat eigenlijk nóg wel, maar ik schort nu mijn actieve steun aan Israël op, totdat het Sadat beter is tegemoetgekomen'. Men kan dergelijke opmerkingen vaker horen. In brede kringen schijnt men te vinden, dat Israël tegenover Egypte niet voldoende tegemoetkomend is geweest. Waarop baseert men dat toch?
Inderdaad: Sadat heeft een groot gebaar gemaakt. Blijkbaar verwacht men, dat daarop alleen maar een nog groter gebaar teruggemaakt kan worden. Men ziet zo graag 'grote gebaren', want die zijn zo eenvoudig te begrijpen. Dat je eigenlijk je doel alleen maar kunt bereiken met stuk voor stuk alle kleine problemen te lijf te gaan en op te lossen, spreekt de mensen niet aan. De bijbelvasten onder u moeten de vergelijking maar eens trekken met de teleurgestelde reactie van de syrische generaal Naaman uit II Koningen : 5.
Wat Sadat in Jeruzalem gezegd heeft en daarna eindeloos heeft herhaald, is: 'Israël moet zich terugtrekken uit alle bezette gebieden, Jeruzalem incluis, en Israël moet het recht van de Palestijnen erkennen. Daarna zal Egypte over een volledige vrede met Israël onderhandelen'. Men schijnt steeds maar weer te vergeten, dat als Israël deze voorwaarden-vooraf aanvaart er helemaal niet meer onderhandeld behoeft te worden. Dan hebben ook de scherpst-slijpende arabische staten hun zin; dan heeft Israël al zijn onderhandelingstroeven bij voorbaat uit handen gegeven. Dan heeft Israël een grandioos gebaar gemaakt en met dat gebaar de gehele wereld op zijn begrafenis uitgenodigd.
En heeft Israël niet allang een groot gebaar gemaakt? Heeft Israël niet onmiddellijk na Sadats bezoek gezegd, dat het bereid is de egyptische souvereiniteit over de gehele Sinai te willen erkennen. Na alles wat Egypte Israël heeft aangedaan; na vier oorlogen gevoerd in en via de Sinaiwoestijn, die telkens weer Egypte de weg bood waarlangs het tegen Israël kon oprukken; zonder nog te weten wat Egypte tegenover dit aanbod stellen zou; is dat niet een groot en royaal gebaar? Onze briefschrijver zou dat eens moeten overwegen.
Wij kunnen deze reactie volledig begrijpen. Terecht maakt l. Kuiper ïnTer Herkenning de opinerking dat de Palestijnen, althans de P.L.O. kiest voor een vorm van zelfbeschikkingsrecht die moet leiden tot verdwijning van de staat Israël. Dat is uiteraard voor Israël onaanvaardbaar. Dat wil niet zeggen dat we daarmee alle uitspraken van de regering-Begin kunnen plaatsen, laat staan accepteren. Voor het probleem van de westelijke Jordaanoever zal een oplossing gevonden moeten worden. Veiligheid vragen voor Israël impliceert niet, dat we het probleem van de Palestijnen ontkennen.
De Terroristenactie bij Tel Aviv
Intussen gaan de gevechten door. Dit voorjaar werden we opgeschrikt door de terroristenactie bij Tel Aviv en de gevolgen die dat met zich meebracht. Terrorisme is een uiting van onmenselijkheid, waar de daders, alsmede degenen die hen aanmoedigen en verontschuldigen mede verantwoordelijk voor staan. In het april-nummer van Ter Herkenning schrijft mgr. A. C. Ramselaar:
De overval bij Tel Aviv logenstraft de graag gelanceerde mening dat Yasser Arafat behoort tot een gematigde, goedwillende partij. Wie de verantwoording opeist voor zo huiveringwekkende onmenselijkheid trapt de menselijkheid in de vernieling. De PLO heeft bewezen dat de vemiedging van Israël het doel blijft en wat voor vernietiging. Zichtbaar wordt ook dat vernietiging van Israël geen soelaas zal bieden aan de ontrechte Palestijnen; Het valt niet meer te ontkennen dat de toonaangevende Arabische landen volstrekt niet gesteld zijn op een Palestijnse staat volgens het handvest van de PLO Hun eis is altijd meer een effectieve strijdkreet geweest tegen Israël dan een uiting van solidariteit met de Palestijnen. Ongetwijfeld zullen de Arabische landen geen traan laten als de staat Israël zou verdwijnen. Maar de omliggende Arabische landen hebben in feite een onafhankelijk Palestina in de geest van de PLO nooit gewild. Voor Egypte, dat thans bedreigd wordt vanuit het westen door Libye en in het oosten Israël tegenover zich ziet, in het zuiden de URSS een vuist ziet maken in Ethiopië, heeft er geen behoefte aan in het noorden in het bereik te komen van de Sovjetkrijgsmacht.
Syrië heeft in de Libanon de Palestijnen wel laten voelen dat zijn sympathie voor de Palestijnen alleen kan leven onder het oppertoezicht van Syrië zelf Jordanië heeft meer Palestijnen gedood dan er met Israël zijn omgekomen. Het is maar een minderheid in de Westbank, die aansluiting zoekt bij Jordanië. Saoedi-Arabië ziet in een onafhankelijk Palestina alleen een bolwerk van de Sovjet macht in het midden-oosten. Het verzet zich daartegen als andcommunistische macht.
Uit alles blijkt dat een adequate oplossing van het Palestijnse vraagstuk op korte termijn niet mogelijk is.
Een oplossing wordt bijzonder tegengewerkt door de onkunde omtrent de situatie in het westen, met name in Europa. De meest elementaire kennis omtrent de feiten en de ontwikkelingen in het midden-oosten sinds 1948 ontbreekt. Geschiedenis voor 1948 wordt als niet bestaan afgedaan. Westerse opvatdngen van zelfbestemmingsrecht, minderheden, nationaliteit en nadonalisme, Fracisme en democratie; over kapitalisme en socialisme worden toegepast op situaties, waar deze begrippen alleen maar hersenschimmen zijn of precies het tegenovergestelde voorstellen. Niet enkel minderheden, maar grote meerderheden worden er onderdrukt.
Inderdaad: met geweld wordt geen enkel probleem opgelost, maar onkunde of scheeftrekken van de feiten stijft het geweld en kweekt een verblindende haat, die de broedplaats is van alle geweld. Zolang de wereld geen paradijs is, zal geweld beantwoord worden met geweld. Ook de machtigs ten onder de christenen blijken niet bereid deze regel te doorbreken.
Pax Fax Christi en Israël
Een voorbeeld van ongelukkige voorlichting haalt de R.-K. Journalist Arie Kuiper naar voren in een artikel in het Nieuw Israelietisch Weekblad van 12 mei. Kuiper memoreert daarin hoe de R.-K. Curie zich ook in recente verklaringen zich bepaald niet pro-Israël uitdrukt. Dat bepaalt het denkpatroon van vele katholieken, aldus Kuiper. Hij wijst in dit verband op de R.-K. vredesbeweging Pax Christi:
De Pax Christi-verklaringen over het Midden Oosten echter schoten mij altijd in het verkeerde keelgat, omdat de katholieke vredesbeweging, tot nu toe, nooit de moed kon opbrengen het bestaansrecht van de staat Israël als uitgangspunt te nemen en van daaruit consequent te pleiten voor een rechtvaardige behandeling van het Palestijnse volk en voor het zelfbeschikkingsrecht van dat volk, zoals bij voorbeeld professor Zwi Werblowsky vele malen zo welluidend heeft gedaan.
Als redacteur buitenland en later als hoofdredacteur van de Tijd heb ik van mijn ergernis over de Pax-Christi-verklaringen nooit een geheim gemaakt, daarbij krachtig in de rug gesteund door de andere leden (ik ben zelf ook lid) van de Katholieke Raad voor Israël. Ik heb het altijd er erg belangrijk gevonden in de Tijd, juist in de Tijd, het bestaansrecht van Israël te verdedigen en mijn persoonlijke identificatie met Israël op tafel te leggen. Vele eeuwen christelijk antisemitisme zijn niet zomaar in een keer verdwenen en het is spijtig te moeten constateren dat dit antisemitisme vooral bij het katholieke deel van de bevolking nog steeds diepe sporen heeft nagelaten. De reformatorische christenen, die veel bijbelser en vooral oudtestamentischer denken, hebben er, als ik hel goed zie, minder last van.
Ik haast mij hieraan toe te voegen dat het klassieke antisemitisme, in de zin van de pest hebben aan joden, bij katholieke Nederlanders heus niet sterker ontwikkeld zal zijn dan bij hun niet-katholieke medeburgers. Ik heb het hier over een ander soort antisemitisme, het antisemitisme dat ontkent dat de joden een volk zijn en dus recht hebben op zelfbeschikking en een eigen staat.
Dit antisemitisme, en ik vind dat we deze vorm van anti joods zijn inderdaat antisemitisme moeten noemen, bestaat onder katholieken nog volop, wordt in de hand gewerkt door de houding van het Vaticaan, dat om allerlei redenen weigert Israël te erkennen, en werd naar mijn mening in hoge mate versterkt door de ongelukkige verklaringen van Pax Christi.
Kuiper wil scherp onderscheiden tussen de erkenning van het bestaansrecht van Israël, dat z.i. buiten discussie staat, èn de afkeuring van een bepaald politiek beleid. Men kan inzake het beleid van de regering Begin met hem van mening verschillen, maar ik meen dat de door Kuiper aangebrachte onderscheiding juist is. Het is Kuipers grote grief dat sommige mensen uit hun z.i. gerechtvaardigde kritiek op de regeringsmaatregelen de conclusie trekken: 'zie je wel, de staat Israël mag er hele maal niet zijn'. Zo'n conclusie trekt men toch ook niet als het gaat om b, v. Frankrijk of de Verenigde Staten. De discussie zal veeleer moeten gaan over de bestaansmogelijkheden en de wegen tot vrede.
Romeinen 11 en de staat Israël
Wie nadenkt over de staat Israël kan de politieke aspecten niet buiten de deur houden, Maar die kan evenmin de theologische vragen van zich af houden. Kan men vanuit Romeineri 11 iets zeggen over de huidige situatie? Het blad De Schakel legde die vraag aan een aantal scribenten uit de Geref. gezindte voor. Ds. C. B. Bavinck is van oordeel dat het in verband brengen van Bijbelteksten met de huidige situatie een zaak is die de grootste behoedzaamheid vergt. Licht bedrijft men inlegkunde, of probeert men eigen inzichten te dekken met het gezag van de Schrift. Wat uit Romeinen 11 primair oplicht is Gods trouw voor Israël en die trouw vormt ook de grond voor de verwachting.
Ik verwacht veel voor en ook van Israël. Of liever: van God door zijn volk. Welke taak, vraagt u? Misschien om tot een zegen te zijn voor de volken, of om ons christenen te dwingen om ernst te maken met wat de Heere in zijn Woord zegt. Persoonlijk ben ik dankbaar, voor het vele dat ik van en door joden heb mogen leren, waardoor veel in de Schrift me veel duidelijker is geworden.
En zo kom ik dan vanzelf tot het laatste dat ik in dit artikel zou willen aanstippen: dat wij als Christenen zeer nauw aan dat joodse volk verbonden zijn. Meestal wordt gezegd: Jezus scheidt ons van de joden. Ik zou daarnaast willen zeggen: Jezus verbindt ons aan de joden. Jezus, die uit een joodse moeder geboren werd, die in dat land opgroeide en werkte, die bij Jeruzalem aan het kruis gestorven is, legt een band tussen ons en dat volk.
Zonder Hem die zijn joodse apostelen uitzond de wereld in, zou de kerk nooit het Oude Testament hebben aangenomen als Woord Gods, en zou voor ons dat joodse volk niets bijzonders hebben, op een lijn met tientallen andere volken in de wereld.
En Paulus trekt die lijn door en wijst er op, dat wij, 'takken van de wilde olijfboom', op de stam van Israël 'ingeënt zijn' en zo 'der vettigheid des olijfbooms mede deelachtig zijn geworden', vs 17. Wij zijn dus qm met de Psalm te spreken: 'in Israël ingelijfd’.
Het is onze taak om die band te versterken, om aan de joden te laten merken, dat we niet (meer) hun vijanden zijn maar hun vrienden, in liefde met hen verbonden. Dat betekent niet, dat we alles wat Joden doen maar goed praten. Natuurlijk niet. Liefde houdt ook kritiek in, maar sluit alle liefdeloze kritiek uit...
Als we ons nauw aan de joden verbonden gevoelen, dan houdt dat dunkt me ook in, dat we dat land, dat God hun gaf en waarheen ze zijn teruggekeerd, liefhebben als ware het ons '2e vaderland'. Dat we ook staan achter die joodse staat, waar het hart van dat volk klopt. Natuurlijk niet kritiekloos, alsof wat de regering van Israël beslist altijd goed en rechtvaardig is. Maar wel met grote symphatie omdat daar nu nog altijd de vervolgde en vernederende joden in de wereld een schuilplaats kunnen vinden. Ook in dat opzicht wordt van ons christe nen gevraagd, dat we partij kiezen. En in alle kritieke situaties, wanneer de wereld zich weer tegen Israël keert met vijandschap en bitterheid, kijken de Joden altijd weer naar de christenen, hoe zij zich opstellen. Dat was zo in de 'zesdaagse oorlog' in 1967, dat was ook zo toen op grote Verzoendag 1973 de vijandelijke legers in beweging kwamen. Helaas, wat heeft de kerk - niet maar in Nederland, maar in heel de wereld-toen teleurstellend gereageerd.
Nogmaals: de band die ons aan dat volk verbindt, houdt niet in, dat we altijd in alles Israël gelijk geven, en goedpraten wat de joden doen. Maar het betekent wel dat we nooit mogen doen alsof het ons niet aangaat, alsof we er niets mee te maken hebben.
Wij meenden dat het goed was om aan de hand van een viertal impressies uit de verschillende artikelen gewijd aan de staat Israël u iets door te geven van de theologische en politieke vra gen waar het huidige Israël ons mee confronteert. In hetzelfde nummer van De Schakel schrijft de Kamper hoogleraar prof. dr. J. Douma: De beste dienst aan Israël van onze kant is: andacht hebben voor het geheimenis waaroverPaulus in Romeinen 11 spreekt'. De uitlegkundige vragen rondom Romeinen 11 - het blijkt ook uit de verschillende bijdragen in De Schakel - zullen de exegeten wel bezig blijven houden. Wat is bedoeld met 'gans Israël'? Hoe zit het in het licht van Rom. 9 : 4 met de.landbelofte? Maar als een helder licht blijft stralen het apostolisch woord over de genadegiften en de roeping Gods die onberouwelijk zijn. In dat licht mogen we Israël zien staan!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's