Pastorale overwegingen
De waarde van het leven
Wie in de ziekenhuizen komt en daar het bedrijf gadeslaat, komt vaak diep onder de indruk van de strijd om het leven, die met vele middelen gevoerd wordt. Wat een tegenstelling eigenlijk: daar wordt alles gedaan om een leven te behouden, elders in de wereld lijkt alles er op gezet om het leven te vernietigen. Niettemin, de wetenschap is voortgeschreden en kan door ingrepen, medicijnen, methoden en instrumenten ver gaan in het - menselijkerwijs gesproken verlengen van het leven. Daarmee is wel tevens een vraag gegeven. Tot hoever mag en kan men gaan? Wie bij het Woord van God leeft, weet en beseft, dat het leven van grote waarde is, want het is gave en opdracht van God. Hij beschikt er over in Zijn vrijmacht. Ons is van Zijn kant de maat gesteld. Ons leven is ook tevens voorbereiding op de ontmoeting met God. Onze Schepper zal ook onze Rechter zijn. Maar hoe groot is het wonder, wanneer de Heere ook onze Behouder werd in de Zoon Zijner liefde door Zijn Geest. Dan is ons leven belangrijk, maar niet het allerbelangrijkste. Er zijn waarden, waarvoor het leven wordt ingezet en prijsgegeven. Mensen kunnen hun leven geven voor de vrijheid. Christenen geven hun leven voor de goede belijdenis. David zingt er van 'dat Gods goedertierenheid beter dan het leven is'. En daarom zal niet altijd en niet tegen elke prijs een gelovige zeggen 'als ik het leven er nog maar afbreng'. Leven en sterven zijn ergens ook weer betrekkelijk, bij dat grote geheim 'wij zijn des Heeren’.
Tot hoever?
Het is goed, dat de medische stand gezworen heeft het leven te beschermen, het is heilig. Maar het leven is niet het hoogste goed. In de middellijke weg mogen we bij ziekte en in gevaar beproeven wat mogelijk is om het leven te redden. Hoevelen kregen geen bloedtransfusie, waardoor het leven werd gered en verder mocht gaan? Anderen konden geholpen worden met een orgaan, dat overgeplant werd, een nier bijvoorbeeld. Daardoor verandert er ook wezenlijk niets. Evenzo goed als de Heere in Zijn almacht zelfs het weggestrooide as als het stof zal opwekken, zo ook de wel of niet verminkte lichamen van allen, die stierven voor de jongste dag. Hij, Die alles uit het niet tot aanzien riep, zal daar ook geen moeite mee hebben. Als we soms in een ziekenhuis de apparatuur om een bed van een zieke zien staan, lijkt zulk een meer een machine dan een menselijk leven. Enerzijds mag het leven niet opzettelijk worden verkort, dat komt ons niet toe, anderzijds mag het ook niet tot elke prijs worden gerekt. Mogelijk hebt u in eigen kring nog wel voorbeelden van mensen, die mochten weten dat ze thuis kwamen en een dokter vroegen niet meer die operatie uit te voeren of die kuur aan te wenden, waardoor het leven kort kon worden gerekt, soms met veel pijn nog. Ik geloof, dat wij dat moeten eerbiedigen en de zieke dan niet onnodig moeten dwingen het leven voort te zetten. Dat zijn wel uitzonderingen en hier liggen evenzovele grenzen als afgronden. Want een mens is niet de machthebber over zijn eigen leven, ook een dokter niet. We huiveren ervoor terug als de maatstaf moet zijn 'een zinvol leven'. Wat is dat? Wie beslist dat? Ook hier geldt: al wat uit het geloof niet is, dat is zonde.
De hoop der heerlijkheid
Welk een troost en uitzicht door het geloof te mogen weten en belijden: 'ik geloof de wederopstanding des vleses'. Een rheumapatiënt, krom gegroeid, zal daar niet meer gebogen gaan. Een kankerpatiënt zal daar geen uitgeteerd lichaam hebben met vlijmende pijn. Een door een ongeval verminkte, zal daar niets meer missen, waarmee hij geschapen was. Een kind met afwijkingen, zal daar' niet meer onvolwaardig zijn. We zullen daar hebben in verheerlijkte staat, waarmee we geschapen zijn. Tarwe brengt geen rogge voort en haver geen gerst. Het lichaam wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid. Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk opgewekt. O, wat is Pasen toch troostrijk ook in dit opzicht. Als er toch eens geen opstanding der doden was! Als het toch niet eens Pasen was geweest! En ook als we toch niet wedergeboren worden en tot bekering en geloof komen in de gekruisigde en opgestane Zaligmaker. God zal aan Zijn eer komen. En die in Hem waarlijk geloofd hebben gaan in de zaligheid en de heerlijkheid en zullen Hem volkomen dienen, met een verheerlijkte ziel, ook, ., met een verheerlijkt lichaam. Daar zal niets aan mankeren. Daar staat de Zaligmaker met Zijn lichaam en ziel in de hemel borg voor. Daar staat een drieënig God garant voor.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's