Eensgezind christendom
En de menigte van degenen, die geloofden, was één hart en één ziel; en niemand zei, dat iets van hetgeen hij had, zijn eigen was, maar alle dingen waren hun gemeen. (Hand. 4, 32)
Het leven van de eerste christengemeente heeft iets, dat ons met heimwee kan vervullen. Ons ook beschaamd doet staan. Ons ook dringt tot zelfonderzoek. Wat lezen we namelijk van die gemeente? De menigte van degenen, die geloofden, was één hart en één ziel. Het staat er zo nadrukkelijk mogelijk: één hart. Wat is een hart? In het hart klopt het leven. Vanuit het hart stuwt het bloed naar alle delen van het lichaam. Er klopte dus hetzelfde levensbeginsel in degenen, die geloofden. Ze hadden als het ware één hart, één hartstocht: Jezus, het Leven van hun leven. En ze waren één ziel. Wij zouden zeggen: zoveel hoofden, zoveel zinnen. Alzo niet de gemeente van Jeruzalem.
Het is niet voor niets, dat Lucas het woordje menigte hier neerschreef. De gemeente was inmiddels uitgegroeid tot omtrent vijfduizend zielen. U weet hoe het dan dikwijls gaat: als een groep groter wordt komt licht onenigheid boven, er komt verdeeldheid en scheuring. Geldt dat niet dikwijls van de kerk en de gemeente, ook 'onder ons'? De groep heeft iets bekoorlijks, iets samenbindends. Maar staan we in de brede volkskerk, dan wordt het moeilijk.
Alzo niet de Jeruzalemse gemeente. En dat, terwijl de gemeente bestond uit allerhande mensen: Parthers, Meders, Elamieten, inwoners van Mesopotamië. En jongelingen en ouden, dienstknechten en dienstmaagden. Leest u het in Hand. 2 maar na. En toch: één hart en één ziel. Dat kan nooit mensenwerk zijn. Dat is de kracht van Gods Geest, Die dat werkt. Het is de Geest, Die samenbindt. De Geest wil immers binden aan Christus? En hoe dichter men samen opschuift in de kring naar Christus toe, hoe dichter men ook opschuift naar elkaar.
Is een dergelijk getuigenis ook van u te geven? Hoe is dat in uw leven, in uw gezin, in uw gemeente? Staat u in de gemeente met medeleven, met zorg, zonodig met opbouwende kritiek naar het Woord van God? Of is het alles zo geestdodend, u meent: de Geest is er alleen bij u? Wat een kleingeestigheden en dikwijls kleindorpsigheden kunnen er zijn in de christelijke gemeente. Achterklap, verdraaien van woorden, lichtvaardig oordelen of helpen veroordelen (zondag 43 Heid. Cat.). De moeder van Augustinus had de gewoonte, als ze kwaad van iemand hoorde spreken, daartegenover veel goeds van zo iemand te gaan vertellen. Heeft Paulus niet gezegd: dat gevoelen zij in u, hetgeen ook in Christus Jezus was? En: een iegelijk zie niet op het zijne, maar ook op hetgeen der anderen is?
De menigte van degenen, die geloofden, was één hart en één ziel. Zo was het voor Pinksteren geweest, in de dagen na Hemelvaart, zo was het ook na Pinksteren. Dat wil zeggen: wat we lezen van de Jeruzalemse gemeente is niet alleen Pinkstervrucht, maar zo was ook eerder al hun Pinksteradvent. Het Pinksteradvent ging vooraf aan de Pinkstervrucht.
Daarom moeten we het niet omdraaien en zeggen: zo moet dat ook bij ons zijn, dat gaan we ook maken. Eén hart en één ziel is niet te organiseren, niet in elkaar te zetten, niet na te maken. Dat is zielloze imitatie en er is niets erger dan dat. Maar we hebben tot onszelf in te keren en ons voor God te verootmoedigen, het Pinksteradvent te kennen, te bidden om de Pinkstergeest.
Maar waar de Pinkstergeest werkt, komt dat ook naar buiten. Daar wordt het: één hart en één ziel. Wordt dat ook bij u gevonden? En wordt het ook beoefend? De Heilige Geest leert ook oefenen. Oefening baart kunst. De oefeningen van de Heilige Geest baren de kunst van het één hart en één ziel. Zelfs waar dat kan en mag over de kerkmuren heen, soms nog beter over de kerkmuren heen, dan erbinnen.
En we lezen nog iets van de Jeruzalemse gemeente. Eigenlijk niets anders dan een concrete uitwerking van het één hart en één ziel: niemand zei, dat iets van hetgeen hij had, zijn eigen was, maar alle dingen waren hun gemeen.
Alle dingen waren hun gemeen. Nee, dat was in de eerste christengemeente geen absolute plicht, geen voorwaarde om tot de gemeente te behoren. Het feit, dat we enkele verzen verder lezen van Barnabas, die een akker verkocht, duidt erop, dat het geheel vrijwillig was. Eveneens het feit, dat één hoofdstuk verder Petrus tegen Ananias zegt: zo het land gebleven was, bleef het niet van u, en verkocht zijnde, was het niet in uw macht?
Betekent het dan een soort communisme? Moeten we elkaar oproepen tot gemeenschap van goederen, iedereen is kameraad van iedereen? Nee. Tussen het communisme en het leven van de eerste christengemeente is ongeveer zoveel verschil als tussen nacht en dag. Communisme is wet, harde ideologie. Het leven van de eerste christengemeente is vrucht, vrucht van de Geest. Het communisme zegt: alles wat van jou is, is ook van mij, daar wil ik ook van hebben. Het christelijk leven als vrucht van de Geest zegt: alles wat van mij is, is ook voor jou, daar wil ik ook jou in laten delen.
Alle dingen waren hun gemeen. Dat leven is niet te organiseren, niet na te maken. Wél wordt u erop gewezen. En wél wil de Geest u dit voorhouden, u erin doen oefenen. Een oefening, die het gehele leven duurt. Is er onder ons niet veel wereldgelijkvormigheid, materialisme? Hoe is het met het 'alle dingen waren hun gemeen' bij ons? Kunnen we daar onze gaven voor bijvoorbeeld kerk en zending op nazien? Leven we niet in een tijd, dat steeds meer kerkelijke lasten komen te liggen op steeds minder schouders? Is uw schouder daar ook bij? 'Als de kerken waren van hout, waren de christenen van goud; werden de kerken van goud, de christenen werden hout' luidt een oud gezegde. Bent u hout of goud?
Alle dingen waren hun gemeen. Als Gods Geest in ons leven komt, kunnen we van veel van het onze af. Maar we moeten er ook dikwijls vanaf gebracht worden.
Hebt u minder van God ontvangen dan een ander ontving, ook dan heeft het leven van de eerste christengemeente u iets te zeggen:
draagt elkanders leed, elkaars verdriet, eenzaamheid, zorg. Draagt elkaar in de zorg voor het tijdelijke en eeuwige leven.
Eén hart en één ziel is een rijke Pinkstervrucht. Maar ook een Pinkstergave, die een opgave inhoudt!
Hebt u de Heilige Geest ontvangen als u geloofd hebt? Dan wordt u ook geoefend in de Pinkstervrucht. En de Pinkstervrucht is naar de woorden van Paulus: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid. En dan ook: één hart en één ziel; alle dingen waren hun gemeen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's