De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rouwgebruiken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rouwgebruiken

(2)

8 minuten leestijd

In een eerste artikel is een aantal bekende rouwgebruiken genoemd en heel globaal is de positieve waarde daarvan aangeduid. Nu wil ik vervolgens komen tot een nadere bezinning op de inhoud van deze symbolen. Het gevaar is immers aanwezig dat ze uitslijten tot alleen maar herkenningstekenen, een witte porsche is een politiewagen, rood wordt met de brandweer geassocieerd en een zwarte amerikaanse slee zal wel bij de begrafenisonderneming horen. De kleur zwart is dan niet meer dan de kleur van een bepaalde branche. Zo is in Duitsland het kruisteken op de begrafenisauto's gedegradeerd tot een handelsmerk of staat het op z'n best gelijk met de aesculaap op de dokterswagen en de posthoorn op de P.T.T.auto. Het bewaren van een goede stijl is van betekenis, maar dan zal de inhoud die bij de vormen past telkens weer bewust moeten worden gemaakt.

De kleur zwart

Het is mijns inziens goed dat onder ons bij begrafenissen over het algemeen zwarte of zeer donkere kleding wordt gedragen. De joden kenden verschillende riten als het scheuren van de kleding en het neerzitten in zak en as. Bij de oosterse mens zoekt de innerlijke verslagenheid een fellere expressie (uitdrukkingsvorm) dan onder ons gebruikelijk is. Als bewoners van de lage landen hebben we de naam dat de emoties bij ons wat minder gemakkelijk een uitlaatklep vinden. Het ligt dan ook in de lijn van de verwachting dat het scheuren van de kleren onder ons niet zo aangeslagen is als rouwgebruik - maar wel het meer verstilde, toch welsprekende zich hullen in het zwart.

Is er in de Schrift ook in dergelijke samenhang van zwarte kleding sprake? Inderaad. Zo zegt psalm 35 : 14 heel duidelijk: ik ging gebukt in het zwart, als een die over zijn moeder treurt. In de boetepsalm 38 zegt David in het 7e vers: ik ga de ganse dag in het zwart - vergelijk ook psalm 42 : 10 en psalm 43 : 2. De kleur zwart heeft in de eerste plaats te maken met rouw en dan ook in meer afgeleide zin met schuldverslagenheid en Godsgemis. De profeet Jeremia is zo aangegrepen door de droeve staat waarin zijn volk verkeert, namelijk in afgoderij en verharding, dat hij moet zeggen: ik ga in het zwart, ontzetting heeft mij aangegrepen (8 : 21). Ook voorzegt hij een droogte en hongersnood zó erg dat de inwoners van Juda en Jeruzalem in het zwart zullen gekleed zijn ter aarde toe. (14 : 2). Maleachi 3 : 14 noemf nog het, in het zwart gaan voor het aangezicht des Heeren der heirscharen. Op deze plaats gaat het om het vuile rouwgewaad waarmee verootmoediging en belijdenis van zonden tot uiting wordt gebracht. Zo leert ons een enkele blik in de concordantie van Trommius reeds dat de kleur zwart in het O.T. naar voren komt in de contekst van rouw en berouw. Vanuit het N.T. is géén plaats aan te wijzen of het moest zijn in een veel verder verwijderd verband Openbaring 6:5, waar het zwarte paard, als een van het viertal dat daar getekend wordt, de honger beduidt die de vale dood in het kielzog heeft. Nogmaals: et dragen van zwarte kleding in dagen van rouw is een zinvol en veelzeggend gebruik. Maar laten we ons dan heel goed realiseren dat men zelfs van 'Een begrafenis in het zwart' nog een demonstratie van deftigheid én van degelijke rechtzinnigheid kan maken. Nog enkele praktische opmerkingen. Stel, ik word uitgenodigd een begrafenis bij te wonen terwijl ik de betreffende persoon nauwelijks heb gekend. Alles staat heel ver van mij af. Moet ik daar dan ook in het zwart of donker gekleed heen? Wanneer de familie dat uitdrukkelijk verzoekt, spfeekt dat dunkt mij voor zichzelf. En ook anderszins lijkt het voor de hand liggend uit piëteit ten aanzien van de overledene en in solidariteit met hen voor wie het gemis het meest schrijnend is.

Uiteraard dient de persoonlijke wens van een stervende gerespekteerd te worden wanneer deze bijvoorbeeld opmerkt: 'bestel maar rouwkaarten met een grijze rand' of 'ik wil niet dat de begrafenisstoet in het zwart zal zijn'. Allerlei motieven kunnen hierbij een rol spelen; het meest aansprekend is het volgende motief: met al dat overwegend zwart wordt niet genoeg tot uitdrukking gebracht de hope des eeuwigen levens en de overtuiging zoals deze in het hart van de stervende leeft, dat de dood overwonnen is. Hoe respektabel deze overwegingen ook zijn, ik zou daarbij toch willen aantekenen dat het gekleed zijn in het zwart deze hoop bepaald niet behoeft uit te sluiten. Sterven brengt toch altijd verdriet met zich - ook al is die smart principieel en fundamenteel van karakter veranderd door de gegronde verwachting die over dood en graf heenreikt. Maar een christenmens is geen stoïcijn. Zelfs al is voor de oprechte christen de blinde muur van de dood tot een doorgangspoort ten eeuwigen leven geworden, dan blijft nog gelden dat het sterven op zichzelf bepaald niet tot eer strekt. Ook dat de dood nooit een vriend wordt. Bovendien dat het tekstwoord op de rouwkaart en vooral de woorden gesproken bij de open groeve voldoende tegenwicht bieden.

De tekst op de rouwkaart

Hiermee heb ik een ander rouwgebruik aangeroerd. Het is bijna algemeen gebruikelijk dat na een overlijdensgeval rouwkaarten worden verzonden. Vroeger in de dorpen ging de aanzegger van huis tot huis. Een andere tijd vraagt om andere vormen. Ook het dagblad (en kerkblad) speelt hierbij een grote rol. Wordt de pagina met familie advertenties niet door velen haast gespeld? Zo wordt een breder kring bereikt dan door het verzenden van rouwkaarten mogelijk is, soms ook is de advertentie de 'enige en algemene kennisgeving'. Waar het mij nu in dit verband om gaat is het gebruik op de rouwkaart een bijbeltekst te vermelden, soms een berijmde psalm, soms een meer algemene formule zoals 'heden behaagde het de Heere tot Zich te nemen'. Ook nu zou ik allereerst willen zeggen, dat het heel goed is dat dit gebeurt. Wie de rouwadvertenties in een 'neutraal' dagblad doorleest, zal het als een verademing ervaren dat nog in een kleine minderheid daarvan verwezen wordt naar de Heere van leven en dood. Bij de voortschrijdende ontkerstening zullen er ook steeds meer opschriften verschijnen die op gespannen voet staan met het bijbels getuigenis of dit rechtstreeks weerspreken.

Houden we dus graag vast aan een goede gewoonte, dan is opnieuw de vraag: hoe geven we daar de rechte inhoud aan? Ik las in een duits boek van B. Klaus en K. Winkler, getiteld 'Begrabnis - Homiletik' (wat zoveel wil zeggen als 'predikkunde in verband met de begrafenis'), dat grote duitse uitvaartverzorgings-bedrijven beschikken over een heel aantal formules ter keuze. De familie krijgt inzage in de lijst met teksten en kan dan datgene uitzoeken wat haar het meest lijkt. Of deze vercommercialiseerde wijze van omgaan met heilige en tere zaken ook in ons land bekend is weet ik niet en - ik hoop het niet. Wel kan ik mij nauwelijks aan de indruk onttrekken dat er in rouwadvertenties veel met schabionen wordt gewerkt, met geprefabriceerde formules die nogal klakkeloos worden gehanteerd, zonder dat er iets te merken is van persoonlijke doordenking. Ik wil graag een lans breken voor het goed recht van de formule 'Het behaagde de Heere...' als een heenwijzing naar Zijn volutas decretie. Zijn verborgen wil en welbehagen. Maar dan moet het ook wel op die toonhoogte gezegd worden als een belijdenis dat ons leven in Gods hand ligt en dat de maat van onze dagen door Hém wordt bepaald.

Beter dan het gebruik van een algemene formule is een bijbelwoord dat bij de familie is gaan leven, waar troost in gevonden werd - of waar de overledene zelf mee bezig is geweest tijdens ziekte en sterven. Wat heerlijk wanneer er openlijk getuigenis van afgelegd mag worden wat grote daden de Heere gedaan heeft aan hem of haar die heenging. Dat mag en moet voluit vermeld worden op de rouwkaart en in de rouwdienst - de eer van God is er mee gemoeid. Het mag zelfs worden uitgebazuind op de staten straten Askelón-het mag worden vermeld in niet specifiek kerkelijke of christelijke pers-organen en aan familieleden en kennissen die gerekend moeten worden tot 'degenen die buitenstaan'. Maar.... dan moet het wél echt zijn. Gebeurt het ook niet al te vaak dat een mooi tekstwoord moet dienen als een vlag die de lading niet dekt? Bileam wilde wél met Gods volk sterven, maar er niet mee leven. En dat kan nu eenmaal niet. Niemand zal er mee gebaat zijn wanneer eens de 'mooiste' teksten zijn of haar rouwkaart sieren-maar er moet gezegd worden dat er nooit van oprecht geestelijk leven sprake is geweest. Schriftwoorden als ' in de hope des eeuwigen levens' worden in dit verband nog al eens misbruiktds. H. Visser is daar nog kortgeleden uitvoerig op ingegaan in de kolommen van het Gereformeerd Weekblad. Een tekst op de rouwkaart kan een belijdenis zijn, een getuigenis van wat de overledene heeft beziggehouden tot het laatste toe - of van wat de familie tot steun is in het leed. Maar het kan ook louter een ornament zijn, een zinledig versiersel. In dat laatste geval kunnen we de tekst beter weglaten. Daar is Gods Woord te hoog en te heilig voor.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Rouwgebruiken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's