Kerkelijk en nationaal
In zijn boek, 'Theocratie of ideologie' zegt dr. W. Aalders, dat de geboorte van de Gereformeerde Kerken in Nederland (bedoeld is dan de kerk der Reformatie hier te lande) tevens de geboorteacte van de Nederlandse natie is geweest. De geestelijke erfenis ervan-zo zegt hij - is vastgelegd in de Belijdenis. 'Wordt die Belijdenis afgeschaft dan is daarmee de band met de Historie doorgesneden'. En Historie noemt hij o.a.: 'het vlammend schrift van de heilige God'.
Kerk en staat, ze hebben hier als in geen ander land een tweeëenheid gekend, ze zijn als het ware uit één zaad ontkiemd, het zaad dat door de Reformatie is uitgestrooid. Kerkelijk gezien is de Belijdenis er inderdaad de erfenis van. Nationaal gezien hielden we er het onovertroffen volkslied van Marnix van Sint Aldegonde aan over, voor het eerst in 1581 gepubliceerd in , een nieu Geusen lieden boexken'. Ook dit Wilhelmus staat in die Historie, in dat 'vlammend Schrift van de Heilige God'. Daarom kunnen we ook zeggen dat, als het zingen van het Wilhelmus in ons nationaal bestel zou worden afgeschaft, de band met de Historie wordt doorgesneden. Het Wilhelmus is als het ware de echo van de belijdenis in het volksleven. Daarom is het ook een goede zaak als bij nationale gebeurtenissen het Wilhelmus na afloop van de kerkdienst door de gemeente gezongen wordt. Zo is het ook in de oorlogsjaren wel gebeurd tot bemoediging van velen. Juist christenen, juist gereformeerde christenen zullen dit volkslied, dat een belijdenis is tegenover de ongodisten en dat een getuigenis is vanuit de vrijheidsstrijd, die met de komst van het onvervalste evangelie in deze landen is gegeven, met overtuiging kunnen zingen.
Nationaal
Nationaal besef hebben betekent zo historisch besef hebben. Besef hebben van het feit, dat God ons deze natie in de geschiedenis schonk en dat één en ander zo nauw verweven is met de wording der kerk. Nationaal denken is derhalve iets anders dan nationalisme. Dat laatste is verabsolutering van eigen natie. Maar nationaal besef gaat gepaard met theocratisch besef. Dat ligt in wat Da Costa zong: 'Zij zullen het niet hebben, het oude Nederland'. Mijns inziens gaat het echter over de rand als óók gezegd wordt, dat Nederland het Israël van het Westen is. Dat zweemt naar verabsolutering. Maar onze landshistorie heeft inderdaad iets van 'het vlammend Schrift van de 'Heilige God'. Daarom blijven zij, die in de traditie van de Reformatie willen blijven staan, pleiten voor zeggenschap van het Woord in het publieke leven. Daarom is er ook de aandrang om de bede op te nemen in de troonrede; en gelukkig is de aandrang onder het volk in brede lagen daarvoor nog groot. Daarom moet ook gepleit worden voor de profetische roeping van de kerk in de samenleving, in déze samenleving, opdat ook nationaal de band met de Historie niet wordt doorgesneden.
Zien we slechts aan wat voor ogen is dan kan slechts geconstateerd worden, dat ontzaggelijk veel verloren is gegaan van wat ons in de geboortestond van deze natie is gegeven. Maar dan ook dient beseft te worden, dat ook in de beste tijden van onze natie het echt gereformeerde deel nooit meer dan tien procent uitmaakte. Spreken we over het christelijk verleden dan was er ook toen sprake van een pars-pro-toto, een deel (van het volk) dat bepalend was voor het geheel. En daarom is nationaal-theocratisch denken nooit een zaak van kansberekening, van de helft plus één, van een meerderheidsstrategie, maar van roeping, van bijbelse roeping. We zingen om zo te zeggen het Wilhelmus tegen de klippen van de tegenkrachten op. Zij zullen het niet hebben...
Kerkelijk
Zoals gezegd was de geboorteacte van de kerk met die van de staat verbonden. Welke kerk? De kerk van de Belijdenis! Wordt die Belijdenis afgeschaft - zo begonnen we - dan wordt ook de band met de Historie doorgesneden. De Gereformeerde Kerk hier te lande, zoals die in de Hervormde Kerk haar gestalte kreeg, had die Belijdenis en hééft die tot op vandaag. Met dit te zeggen ga ik niet in discussie treden met hen, die slechts die kerk(en) de wettige voortzetting van de Kerk der Reformatie achten, die de Belijdenis onverkort heten te handhaven (waar zou dat overigens het geval zijn? ). De Hervormde Kerk heeft de Belijdenis nooit afgeschaft en ze heeft daarmee de band met de Historie niet doorgesneden. De Hervormde Kerk is wél in vele opzichten aan de Belijdenis ontzonken. Maar ze heeft die Belijdenis tot vandaag in haar kerkorde staan, al realiseer ik me wel dat het leren 'in gemeenschap met' niet die stringentie heeft als 'in overeenstemming met' de Belijdenis. Maar toch is tot vandaag de Hervormde Kerk de kerk, die het meest aanspreekbaar is op haar nationale roeping, op haar profetische roeping in het volksleven. Faalt de Hervormde Kerk in dit opzicht dan is zij bezig te scheiden wat God samengevoegd heeft, de kerk (deze kerk) en de natie (deze natie). Wie daarom ten principale tot deze kerk wil behoren zal ook kerkelijk denken. Zij zullen haar niet hebben, déze kerk van de Belijdenis.
Kerkelijk denken is ook hier iets anders dan kerkisme. Kerkelijk denken in de Hervormde Kerk is denken vanuit de gegevenheden Gods in onze Historie. Kerkisme is verabsolutering van de eigen kerk. Er is wat dit betreft weinig reden om de Hervormde Kerk in haar actuele gestalte te verabsoluteren. Maar haar loutere zijn, haar ontstaan in de geschiedenis, de geestelijke erfenis, die ze vanaf de Reformatie heeft meegebracht, zijn gegevenheden die niet buiten Gods leiding staan. Daarom is wel zéér hoog haar roeping. Daarom mogen wij aan haar hoge 'eisen' stellen. En daarom mogen wij haar ook niet aflatend (haar, dat is met insluiting van onszelf, want de kerk zijn we zelf) de spiegel der Belijdenis voorhouden, juist als zij daar zo ver vanaf leeft.
Roeping
Ik denk dat we als Hervormd Gereformeerden wel eens het gevaar lopen dit kerkelijk denken uit het oog te verliezen. We hebben onze Bonden, onze eigenheden, onze eigen plaats in de kerk. Maar de roeping van de kerk, van de Hervormde Kerk, is niet met de roeping van een Bond gegeven. Ze is een zaak van de kerk zelf, in al haar delen, in de gemeenten (daar eerst), in de classes, in de Provinciale Kerkvergaderingen, in de synode. In de gemeente en in de organen der kerk, daar ligt onze eerste roeping. Zouden we ons terugtrekken op de eigen groep dan hebben we daarmee in feite het principe van het zijn in deze kerk, omwille van de Historie, de Belijdenis, het Verbond, prijsgegeven.
Als ik dit zo neerschrijf realiseer ik me zeer wel, dat de kerk in haar bredere verbanden vaak ook beleid heeft gevoerd in die zin, dat ze er vanuit leek te gaan, dat de Hervormd Gereformeerden toch wel hun eigen organen hadden en dat derhalve in de eigenlijke kerkelijke organen 'anderen' het in hoofdzaak wel zouden doen. Maar ik ontveins me niet, dat wezelf het gevaar lopen het zicht op het geheel der kerk uit het oog te verliezen. Is dat het geval dan worden we teruggeworpen op de groep. Dan is het gevaar ook levensgroot aanwezig, dat kerkelijk denken verwisseld wordt voor kerkisme, want groeps-isme. Denken we kerkelijk, dan denken we vanuit de gegevenheden Gods en dan ook vanuit de roeping, in een situatie die slechts roept om ootmoedig schuldbelijden en in een vurig gebed of God wil opstaan over het gruis van Sion.
Toen we de laatste keer een gesprek hadden als hoofdbestuur van de G.B. met moderamen van de synode, sprak ds. W. L. Tukker daar zijn laatste woorden als voorzitter van de G.B. Hij zei: ik ben hier altijd thuis. Ik meen te begrijpen wat hij bedoelde. Thuis bij de kerkeraad van de kerk. Niet omdat dat zulke aardige mensen zijn, maar omdat zij met ons staan in een traditie, die teruggaat op de geboortestonde van de kerk hier te lande en van de natie. En als er dan zoveel is dat tegen de geestelijke erfenis van die tijd indruist, soms invloekt? Toch thuis, omdat de Belijdenis er als geestelijk document tóch ligt. Daarom is kerkelijk denken vanuit de Belijdenis, vanuit de Historie toch dure roeping. Ik weet niet of het ons nog altijd ernst is als we zeggen, dat de Bond verdwijnen kan als de Kerk weer kerk is op de hoogte van de Belijdenis. Daarom moeten we dit elkaar toch maar steeds voorhouden. Op hoop van Zegen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's