De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De rechten van de mens in de visie van Groen van Prinsterer

Bekijk het origineel

De rechten van de mens in de visie van Groen van Prinsterer

(2)

6 minuten leestijd

In het vorige artikel hebben wij vooral stilgestaan bij Groen's denken over revolutie en vrijheid. In dit artikel willen wij meer concreet op zijn denken over gezag en vrijheid ingaan.

Zonder gezag geen vrijheid

We hebben ook gezien dat het Groen niet te doen was om behoudzucht of reactionisme. Hij zag zeer wel in dat niet alles van het verleden mocht worden verheerlijkt. Ook in het vroegere christelijke Europa waren er misstanden. 'Vroeger had de Europese christenheid in de publieke orde te uitsluitend het eerste hoofdgebod ,,Gij zult de Heere uw God liefhebben'' en de handhaving Zijner wetten tot drijfveer'. Die eenzijdigheid leidde tot misstanden als slavernij en pijnbank (zo stelt Groen). Maar: 'Nu stelde men, bij het overnemen van het ,,Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf" de godsvrucht terzijde'. (Gesch. v.h. Vaderl., 723/24).

Vroeger werd de horizontale dimensie opgeofferd aan de verticale, thans geschiedt het omgekeerde. Thans proclameert men de mensenrechten zonder enige rekening te houden met de soevereine rechten Gods. Deze volkssoevereiniteit is dan ook een verfoeilijke dwaling die wel tot despotie moest leiden en alrede heeft geleid, zoals de ontwikkeling der Franse revolutie (de terreur van Robespierre) zo duidelijk heeft laten zien. De revolutionaire leer kent geen zelfstandige en onschendbare rechten van individuen, doch roept 'het raderwerk der grote staatsmachine' in het leven die alles wat zich uit de grote massa anders gedraagt dan die massa beledigt en verguist (vgl. Ned. Ged., III, 151).

In de visie van Groen was de guillotine, de valbijl, een noodzakelijk gevolg van het loslaten van de hogere, goddelijke norm welke de enige garantie tot vrijheid en recht is. 'Godsverzaking is de oorzaak der beginselloosheid geweest'. (Besch. over Staats-en Volkerenrecht, 6). Dit leidde tot de filosofie van de 18e eeuw met haar beginsels, die niet meer in God en Zijn Woord, maar in de mens en zijn rede werden gezocht, zodat 'een omkering van alle begrippen en instellingen' werd ingeluid. Het is duidelijk dat dit mede de door de mens geproclameerde mensenrechten raakt.

Waar de mens wordt vergood en in het middelpunt komt te staan (gelijk de atheïsten doen), daar wordt 'die afgod geplaatst op de zetel, die aan het Hoogste Wezen toekomt'. (Idem, 78). Tegenover de menselijke wijsbegeerte stelt Groen met nadruk de Openbaring als grondslag ener volledige wijsbegeerte. Wijsbegeerte die voortkomt uit de Openbaring zal niet strijden met het christelijk geloof en zal ook in het staats-en volkerenrecht heilzaam doorwerken - en alleen dan zal er voor werkelijke rechten van de mens ruimte zijn. Want: 'Het recht is in Gods wezen gegrond. Godverzaking brengt rechtverzaking teweeg'. (Idem, 149). Waar dus de hoogste oorsprong van het recht wordt miskend, daar komt men bij een menselijke toetssteen en wordt het 'het welbehagen en bevel der menigte of der meerderheid' , dat bepaalt wat recht is en wat niet.

Zonder gezag geen vrijheid of: 'Waar wezenlijk gezag is, daar kan ook wezenlijke vrijheid bestaan'. (Fer,pr. Geschr., I, 207). Groen wil geen bedrieglijke vrijheid, die op 'de overmacht van woelgeesten, op onverschilligheid voor hoger belangen, op vernietiging van wezenlijke rechten en vrijheden der Natie, op miskenning van Vaderlandse beginselen uitloopt. Maar wel verlangen wij een vrijheid die op de eerbiediging der rechten van iedereen, ook van de hoogste Wetgever, gebouwd is'. (Grondwetsherz. en Eensgez-, 83).

Waar de rechten van dé mens beginselloos worden geponeerd zal men ze niet kunnen handhaven. Men zal zelfs in naam dier rechten en vrijheden onderdrukking en dwang invoeren. Dat Groen hier niet alleen naar het verleden blikte (Franse revolutie!) doch evenzeer profetisch in de toekomst schouwde is met name in onze eeuw zo duidelijk gebleken. De grote communistische revoluties proclameerden al direct de rechten van de mens. De Sowjetstaat was een der eerste staten die in haar Grondwet (van 1918) kwam met een aantal artikelen over de rechten 'van het zwoegende en uitgebuite volk'. Maar die rechten stelden in feite niets voor. In naam van die rechten werd juist de onderdrukking doorgevoerd, omdat tot op de dag van heden artikelen over mensenrechten in communistische grondwetten op zeer bepaalde wijze worden geïnterpreteerd: die rechten gelden alleen als zij in het belang van de communistische orde zijn!

Groen heeft gezegd: 'De valse vrijheid baart de dwingelandij waardoor zij aan boeien gelegd wordt. Na Robespierre komt Napoleon te voorschijn . . .' (Vrijh., Gelijkh., Broederschap, 62).

De actualiteit van Groen

Hoezeer Groen gelijk heeft gekregen blijkt als we dit gezegde van toepassing doen zijn op de geschiedenis van Rusland in de twintigste eeuw: na de belofte van het communistische paradijs der vrijheid kwam de bloedige terreur van Stalin, die nota bene een grondwet had ontworpen waarin tal van rechten en vrijheden voor de Sowjetburgers waren opgesomd (van kracht tot oktober 1977). Men ziet, al leefde Groen in de 19e eeuw, geheel zonder actualiteit is zijn boodschap toch niet.

Daarmee is niet gezegd dat Groen geen enkel oog had voor de misstanden die tot revolutie kunnen leiden. De tijden van voor 1789 werden door hem geenszins schoongepraat. Integendeel. Het 'waren tijden van bijgeloof, huichelarij, ongeloof en zedenbederf, zodat de wijsbegeerte derongodisterij, uit Engeland overgebracht en door de zorg van talloze letterkundigen en dichters gekweekt, welig tieren moest op een zo uitnemend voorbereide grond'. (Verspr. Geschr., I, 124).

De Franse revolutie evenwel proclameerde de vrijheid: vrijheid of de dood. Maar er was geen gezag, geen wezenlijk gezag, dat de voorwaarde tot wezenlijke vrijheid vormt. Er was ongeloof. God werd een natuurgod, een Opperwezen, maar niet de God der Openbaring. In Gods wil alleen vindt men 'de oorsprong van recht, gezag en vrijheid, de grondslag der maatschappijen en het richtsnoer der overheid'. (Verspr. Geschr., I, 225). Het christelijk beginsel is het plechtanker van de staat. En Da Costa met instemming citerend: 'Neen, waarlijk om van die vrijheden in de praktijk genot te hebben, die de omwentelingsgeest zo mild verkondigt en zo karig beleeft, hebben wij hoger waarborgen nodig, christelijke beginselen, christelijke waarheid en christelijk leven ! ... De zegen van een God, aangeroepen en gediend in waarheid . . .' (Grondwetsherz. en Eensgez-, 453).

En is juist dit woord niet bijzonder actueel in een tijd waar men die God van de Openbaring, de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, juist op alle mogelijke manieren uit het publieke leven wil weren. Steeds meerrechten en vrijheden, tot en met vrijheid om te doden toe (de abortus). Vrijheid voor kinderlokkers en pedofielen, in het zedelijke vlak volstrekte bandeloosheid. En tegelijk: geen vrijheid om de zegen Gods af te smeken over land en volk in de Troonrede. Zonder gezag geen vrijheid. Wat hebben wij aan de rechten van de mens als straks in naam van die rechten de vrijheid om godvruchtig te leven aan banden wordt gelegd?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De rechten van de mens in de visie van Groen van Prinsterer

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's