De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hoop voor de Kerk*)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoop voor de Kerk*)

(1)

10 minuten leestijd

Achter het opschrift van dit referaat staat geen leesteken. We kunnen er o.a. een vraagteken achter zetten. Hoop voor de kerk? En dan hangt het er helemaal maar van af, wie die vraag stelt. Velen, die zelf nauwelijks nog enige relatie hebben tot de kerk, zien het wat betreft de kerk helemaal niet meer of nauwelijks meer zitten. Hun antwoord op deze vraag is dan ook zeer negatief. Ds. A. A. Spijkerboer gaat in de Kroniek van het laatste nr. van Kerk en Theologie in op een artikel uit NRC-Handelsblad van 24 december 1977. Dat artikel droeg als kop: Het is koud geworden in de kerk. Nagegaan werd hoeveel toekomst er nog is voor het bijna tweeduizend jaar oude christendom in Nederland. Veel toekomst zag de schrijver niet meer voor het Nederlandse Christendom want de kerken zijn leeggelopen omdat de mensen onafhankelijker zijn geworden en de boodschap van de kerk in zo'n weinig moderne verpakking wordt gestoken dat ze moeilijk meer verstaan wordt. De kerk zou vrijwel op instorten staan. Met cijfers is dit te bewijzen. Zet deze ontwikkeling zich door, dan is na ongeveer tien jaar het bestaansminimum wel bereikt. Zo kun je de vraag naar de toekomst van de kerk beantwoorden. Daarachter gaat schuil de totaal andere visie die men heeft op de kerk dan welke wij belijden in bv art 27 van de NGB. Want voor de schrijver van dit artikel blijken de 'Kritiese Gemeenten' het enige nog levende Christendom in Nederland te vertegenwoordigen. Trouwens, tot een zelfde negatieve uitspraak over de kerk in Nederland kwam het internationale team 'Zending in Nederland'. Ik citeer één regeltje uit het rapport dat men uitbracht: 'De kerk, van elke denominatie die wij bezochten (wij hadden nauwelijks contact met de zgn extreem conservatieve groepen noch met de zgn 'evangelicals') maakt de indruk van een instituut dat op sterven na dood is en juist daarom een 'object' van diepe bezorgdheid' (pg 41). Maar ook hier blijkt de visie op de kerk en de samenleving een totaal andere dan welke wij belijden. Dat wil echter niet zeggen dat we de geuite kritiek en de sombere geluiden over kerk en kerkelijk leven hovaardig en gearriveerd naast ons neer kunnen leggen. Met de gedachte in het achterhoofd: Dan hadden ze onze 'extreem conservatieve groepen' maar eens moeten bezoeken. Want ik neem aan dat ook wij daar onder gerekend moeten worden. Alsof wij geen zorg hoeven te hebben over de toekomst van de kerk en het christendom überhaupt in ons land en onder ons volk.

Geen triomfalisme

We behoeven ons niets te verbeelden als zou de neergang van de kerk onze kerkdeuren wel voorbijgaan. Er zijn ook onder ons tekenen en symptomen van verval en inzinking. Voor triomfalisme en triomfantelijkheid is geen enkele aanleiding. Eerder voor ootmoed en eenvoud. Schuld belijdend over veel van wat ook onder ons niet is naar Gods wil. Hoop voor de kerk? Ik zei: het antwoord op die vraag, hangt soms af van de visie die je hebt op de kerk. Ik noemde twee antwoorden vanuit een totaal andere visie op de kerk dan de onze. Die antwoorden vallen erg negatief uit. Maar ook al hebben we een visie op de kerk zoals in artikel 27 van de NGB verwoord, wie kent dan nog niet soms de neiging om te zeggen: ik heb soms maar weinig hoop voor de kerk in ons land. Vooral in haar zichtbaarheid, als de empirische kerk. Het zou toch kunnen dat de kerk zo, als gebouw en als structuur grotendeels verdwijnt. Jezus heeft beloofd aan Zijn kerk dat de poorten der hel niet? tegen haar zouden vermogen en dat Hij ze bewaren zal tot aan het einde der wereld. 'Maar dat wil niet zeggen', schrijft Bavinck dan, 'wat de Roomsen daaruit altijd hebben afgeleid namelijk dat hun kerk, de pauselijke, blijven zal tot het einde der wereld toe en dat niét alleen, maar ook dat die pauselijke kerk altijd de katholieke zal blijven, welke door de talrijkheid van haar leden en door haar uitwendige glans voor ieder zichtbaar en kenbaar zal zijn. Voor deze bewering, aldus Bavinck, ontbreekt genoegzame grond. Niet alleen is de kerk in verschillende tijden bv van Noach, Abraham, Elia, Christus enz tot enkele personen beperkt geweest, maar telkens ook zijn bepaalde kerken in bepaalde landen bv in Klein-Azië te gronde gegaan. Ja, het Nieuwe Testament zegt duidelijk dat in het laatst der dagen het bederf toenemen en de kerk aan allerlei v^leiding en vervolging zal blootstaan. Jezus' belofte waarborgt dus wel, dat er altijd een vergadering van gelovigen op aarde zal zijn, wat Socinianen en Remonstranten ten onrechte ontkennen, maar zij houdt in het minst niet in, dat een bepaalde kerk in een bepaald land steeds zal blijven en door haar grootte en heerlijkheid voor een ieder kenbaar zal zijn' (Ger. Dogm. IV, 308 V).

Negatief?

Hoop voor de kerk? Je kan deze woorden als vraag negatief beantwoorden. Het kan heel goed zijn dat de kerk in haar zichtbaarheid onder ons gaat verdwijnen. Dat de Heere de kandelaar van Zijn Woord verplaatst en het licht van de genade elders in Zijn wereld helder zal laten schijnen als eenmaal onder ons. Maar dat wil nog niet zeggen dat daarmee dan ook de gemeente van Christus weg zal zijn en verdwijnen zal. Want dan zouden we de belofte van God tegen krijgen. En daarom, van God uit, van Zijn Woord uit, van Zijn beloften uit, schrappen we het vraagteken en plaatsen er een heldere uitroepteken achter: Hoop voor de kerk!! Er zal altijd een vergadering van gelovigen op de aarde zijn. En dan denk ik aan wat Berkhof in dit verband eens zei: Feiten zijn geen normen! We mogen niet vanuit de feiten van toenemende onkerkelijkheid concluderen dat er daarom geen gemeente van Christus zal overblijven. Onze normen, onze maatstaven liggen niet in deze feiten. Die liggen in de heilsfeiten van onze Heere Jezus Christus. Zijn bloed is het zaad der kerk. Hoop hebben we voor de kerk omdat Hij het Hoofd der Kerk is.

De Belijdenis

Over de vraag naar de toekomst van de kerk, naar de continuïteit van de kerk is in de geschiedenis van de kerk al meermalen nagedacht. In verschillende belijdenissen heeft de kerk daarvan verantwoording gedaan. Ik wil in dit verband slechts die passages noemen die voortkomen uit de onder ons bekende drie formulieren van enigheid. In Zondag 21 van de Heid. Catechismus lezen we: Dat de Zoon van God van het begin der wereld tot aan het einde zich een gemeente vergadert en beschermt en onderhoudt, een gemeente die tot het eeuwige leven uitverkoren is. In art 27 van de NGB wordt een enige katholieke of algemene kerk beleden. Deze Kerk is er geweest van de aanvang der wereld af en zal er zijn tot het einde toe; dit volgt hieruit dat Christus een eeuwige Koning is, die niet zonder onderdanen kan zijn. Deze heilige Kerk wordt door God bewaard en staande gehouden tegen het woeden van de gehele wereld, hoe wel zij soms een tijdlang zeer klein is en als tot niets schijnt geworden te zijn in de ogen der mensen. Zoals de Heere gedurende de gevaarlijke tijd onder Achab zevenduizend mensen voor Zich behouden heeft, die hun knieën voor Baal niet gebogen hadden. En tenslotte lezen we in de Dordtse Leerregels II, 9 deze belijdenis: Deze raad, voortkomende uit Gods eeuwige liefde, jegens de uitverkorenen, is van de aanvang der wereld tot nu toe, terwijl de poorten der hel zich er tevergeefs tegen verzetten op krachtige wijze vervuld... Daardoor zal er dan ook altijd een Kerk van gelovigen zijn, gegrondvest in het bloed van Christus, die ook Hem, haar Heiland, die voor haar, als een bruidegom voor zijn bruid, zijn leven aan het kruis gegeven heeft, standvastig bemint, ononderbroken dient en hier en in alle eeuwigheid prijst.

Het blijven van de Kerk, de hoop voor de Kerk, ligt bij een overdenking van dit belijden niet in de Kerk zelf. Niet in haar gang door de eeuwen heen. Niet in eigenschappen die in de kerk als het ware zouden zijn ingebouwd als even zovele garanties voor haar voortduur. De zekeringen zijn niet in de Kerk zelf te vinden. Nee, het is de Zoon van God die Zich een gemeente vergadert, beschermt en onderhoudt. En in art 27 is het dat deze heilige Kerk door God bewaard en staande gehouden wordt. En in de Canones is het de raad van God die zich op krachtige wijze vervult en daardoor zal er dan ook altijd een Kerk van gelovigen zijn. Dat we hoop hebben voor de kerk komt voort uit het geloof in de God van de hoop, de God op Wie wij hopen. Prof. Van Genderen heeft in een rede getiteld: De continuïteit van geloof en kerk daar op gewezen. En gezegd dat er tussen de belijdenis van de volharding en de belijdenis van de kerk duidelijk een samenhang is. Als de Catechismus zegt dat de Zoon van God van het begin der wereld tot het einde Zijn gemeente vergadert, beschermt en onderhoudt. Dan volgt er achter: En dat ik daarvan, van die, gemeente een levend lidmaat ben en eeuwig zal blijven. Van Genderen noemt het dan verrassend, maar niet bevreemdend als de Remonstranten in Dordrecht het verwijt wordt gemaakt dat hun leer het geloofsartikel van de algemene christelijke kerk omverstoot. Dat hangt helemaal samen met hun opvatting van de verlossing door Christus. Het is namelijk voor de Remonstranten denkbaar dat niemand in die verlossing zal delen omdat niemand die verlossing wil aannemen. Maar Christus heeft Zijn bloed niet tevergeefs gestort. Daarom zal er altijd een kerk van gelovigen zijn die in het bloed van Christus is gefundeerd. Daarom, ja. Daarom is er hoop voor de kerk. Zoals er hoop is voor de gelovige. Zo is er hoop voor de kerk. Hoop als de dochter van het geloof. Het geloof als de gave van God. Het leven dat God werkt en dat God schenkt duurt voort, kan niet ongedaan gemaakt worden. Hij laat nooit varen het werk dat Zijn hand begon. Hij Die een goed werk aanvangt, voleindigt dat ook tot op de dag van de Heere Jezus Christus. Er is volharding der heiligen, er is daarom hoop voor de Kerk. Maar niet uit ons. Alleen uit Hem, die de God der lijdzaamheid, de God van de volharding heet te zijn en ook werkelijk is. God houdt in stand en houdt Zijn Kerk staande. Gods raad kan nooit gebroken worden. Ze houdt eeuwig stand. En in die raad ligt de Kerk begrepen. Calvijn heeft daar veel nadruk op gelegd. De kerk leeft alleen maar omdat God dat wil. Ze leeft ook alleen maar door Zijn eeuwig raadsbesluit. De kerk leeft, omdat God op haar Zijn oog liet vallen en laat rusten. Uitverkoren van voor de grondlegging der wereld. Van haar is Christus het Hoofd. Nooit zal Hij Zijn lichaam loslaten. Dan zou Hij geen Hoofd meer zijn. Nooit zal Hij Zijn bruid prijsgeven. Dan zou Hij geen Bruidegom meer zijn. Trouwens in art 27 valt het op dat er staat: 'Gelijk de Heere Zich gedurende de gevaarlijke tijd onder Achab 7000 mensen behouden heeft...' Dat er ook toen nog een kerk was, lag niet aan menselijke volharding, maar was vrucht van Gods handelen, van Zijn initatief. We stemmen geheel met de conclusie van prof. Van Genderen in, die zijn rede samenvat met: Wie denkt over het geheim van de gemeente van alle tijden, moet met de gereformeerde belijdenis bij de verkiezing uitkomen. Gods verkiezing is de grondslag van Gods kerk.


*) Referaat, gehouden op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond op woensdag 24 mei te Nijkerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Hoop voor de Kerk*)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's