Blij Christendom
Zij dan gingen heen van het aangezicht van de raad, verblijd zijnde, dat zij waren waardig geacht geweest om Zijns Naams wil smaadheid te lijden. Hand. 5, 41
We lezen het duidelijk in de eerste hoofdstukken van Handelingen: de eerste christengemeente was een gemeente, die verblijd was. Staat er niet geschreven in Hand. 2 : 'Dagelijks eendrachtig in de tempel volhardende en van huis tot huis brood brekende, aten zij tesamen met verheuging en eenvoudigheid des harten'? En was de gemeente niet één hart en één ziel? Dat is een zaak van blijdschap. En lezen we ook niet van de kamerling: 'Want hij reisde zijn weg met blijdschap'?
In bovenstaande tekst wordt ook van blijdschap gesproken. De apostelen zijn gevangen genomen geweest, ze zijn op een wonderlijke wijze bevrijd, daarna zijn ze een tweede maal gevangen, maar ze zijn opnieuw vrij. God gebruikte daartoe de woorden van Gamaliel. En dan lezen we: Zij dan gingen heen van het aangezicht van de raad, verblijd zijnde.
Toch is hun vrijheid niet de reden van hun blijdschap. Leest u het maar na. Er staat niet: Zij dan gingen heen, verblijd zijnde omdat ze op zo'n wonderlijke wijze vrij waren gekomen. Ook niet: omdat God op zo wonderlijke wijze een man als Gamaliel wilde gebruiken. Maar: ze zijn verblijd omdat ze waardig geacht zijn om de Naam van Christus smaadheid te lijden.
Wat was dat voor smaadheid? Eerst gevangenschap, daarna geseling. Geseling is een gevoelige straf, een pijnlijke straf. Wij zouden zeggen: daarin ligt geen enkele reden tot blijdschap. En toch: zij gaan heen, hun ruggen gestriemd en geslagen, verblijd zijnde. God heeft hen daartoe verwaardigd.
Heeft ons dat niet veel te zeggen? Wij worden niet gevangen genomen of gegeseld. Tijden van vervolging liggen, wat ons land betreft tenminste, vér achter ons. In andere landen kent men wel vervolging. En wat kan in ons land nog komen? En toch: wat is de christelijke gemeente dikwijls een klagende gemeente, een mopperende gemeente of een zuchtende gemeente. Wat is er onder ons dikwijls weinig geloofskracht en bezieling, weinig blijdschap des geloofs. Heeft de duitse filosoof Nietzsche niet gezegd: 'De christenen zien me er veel te onverlost uit? ' 'Een mens lijdt het meest door 't lijden dat hij vreest en dat nooit op komt dagen'. Het maar goed (maar tegelijk ook beschamend), dat deze tekst bij menig christen in zijn huiskamer hangt. Komt er bij ons zo weinig uit omdat er zo weinig inzit? Dat geeft dan reden tot zelfonderzoek.
De apostelen zijn verblijd. Ze dragen de gevangenschap en geseling één met hun Heere, Het brengt hen niet tot opstand of klacht. Ze zien er de vervulling in van de woorden van Jezus: 'Een dienstknecht is niet meerder dan zijn Heer; ze hebben Mij vervolgd, zij zullen ook u vervolgen' en 'Zalig zijt gij als u de mensen smaden en vervolgen en liegende alle kwaad tegen u speken om Mijnentwil. Verblijdt u en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen'. Christus verwaardigt hen tot de smaadheid om Zijns Naams wil. En dan zullen ze zich verblijden.
Waartoe wordt u verwaardigd? Iemand is jarenlang gebonden aan zijn stoel of aan het bed. U vraagt u dikwijls af: waarom moet dat mij overkomen? Een ander kent veel zorg en verdriet. Waarom juist u? God gaat zulke moeilijke weg met u. Of toch niet? Bent u het juist anders gaan zien? Hoe meer lichamelijk van u werd weggenomen, hoe meer u er geestelijk voor terugontving? U leerde op de Heere zien. Hij lichtte steeds meer voor u op naarmate u zelf minder werd. De Heere zei tot u: Mijn genade is u genoeg. Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.
Draagt u uw kruis de Heere achterna? Zoals het doopformulier zegt: dat wij ons kruis. Hem dagelijks navolgende, vrolijk dragen mogen. Hem aanhangende met een waarachtig geloof, vaste hoop en vurige liefde? Die woorden staan dan ook in het gebed van het doopformulier, dat wil zeggen: we bidden of de Heere het ons wil leren.
Leest u de tekst echter goed. Het lijden van de apostelen is niet zomaar lijden. Maar het heeft te maken met de smaadheid om de Naam van Christus. Wat is smaadheid om de Naam van Christus?
In deze wereld is een macht, die Christus en de Zijnen niet verdraagt. U ervaart het misschien in uw omgeving, op uw werk, in de fabriek. Dat kan ook niet anders. Heeft Jezus niet gezegd: zij zijn niet van de wereld gelijk Ik van de wereld niet ben, en: de wereld heeft ze gehaat? Overdrijf het niet en gebruik er niet te grote woorden voor: het is nog lang niet de smaadheid die de eerste christenen droegen of de smaadheid die vele vervolgden en gemartelden ondergingen.
Bedenk ook: smaadheid om Christus' wil is heel iets anders dan smaadheid 'Om uws zelfs wil'. Dat u gesmaad wordt in uw christen-zijn vanwege uw moeilijk karakter, uw wereldsgezindheid, uw humeurigheid. We zijn maar al te gauw geneigd om dan te zeggen: dat is om Christus' wil Wie zei ook weer: 'Ik heb één ding op de christenen tegen, niet dat zij christenen zijn, maar dat ze het niet zijn'? (Nietszche) Als dat van u geldt, lijdt u geen smaadheid om de Naam van Christus, maar wordt Christus door u gesmaad. U doet de Naam van Christus oneer en smaadheid aan.
Bij de apostelen was het smaadheid om Zijns Naams wil. Daarvan geldt het: die draagt men gaarne. Die léért men dragen. Op de leerschool van de Heilige Geest. Dat is een hele les, waarin men leert en afleert.
Waardig geacht. Daar khnkt iets in door van een hoge onderscheiding. Ze hadden zichzelf deze eer niet waardig gemaakt, maar Christus heeft hen daartoe verwaardigd.
Waartoe wordt u verwaardigd? Bent u ook door de Heere onderscheiden? Het liefst worden wij verwaardigd tot veel voorspoed en zegen. En als het anders is?
Als God door Zijn Geest in uw leven is, geldt het: ontvangt u smaadheid, u draagt het in de gemeenschap van Zijn lijden. En u weet het: het lijden van deze tegenwoordige tijd is niet te waarderen tegen de heerlijkheid die eens zal worden geopenbaard.
Blijdschap is één van de vruchten van de Geest. De eerste vrucht is liefde. De tweede vrucht is blijdschap. (Gal. 5, 22) Hebt u de, Heilige Geest ontvangen als u geloofd hebt? En is er de vrucht van de Geest? Paulus zegt; Verblijdt u in de Heere te allen tijd. Zet een streep onder dat: te allen tijd. En voor het geval u het zou vergeten, zegt Paulus het nog een keer: wederom zeg ik u: verblijdt u.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's