De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

2 minuten leestijd

E. J. Beker & K. A. Deurio, Het begin in ons midden, Aspecten van bijbels Scheppingsgeloof, 105 blz., ƒ 13, 50, Ten Have, Baarn, 1977

De beide Amsterdamse hoogleraren presenteren in dit boekje wat in een college voor het doctoraal examen door hen werd behandeld. De strekking van hun betoog is, dat de schepping als het begin aller dingen in de gangbare theologie een te zwaar accent krijgt in die zin, dat de gehele theologie, zeker de klassieke, altijd te veel vanuit de schepping heeft gedacht.

Een viertal Schriftplaatsen, t.w. Ps. 74, enige plaatsen in Genesis, Spreuken 8 en Jesaja 43/45, worden geëxegetiseerd en dogmatisch geïnterpreteerd. De hooggeleerde schrijvers concluderen dat de theologie vanuit de bevrijding moet denken, ook, ja juist als de schepping aan de orde komt. Hoewel knap geschreven, kan de gedachtengang van de schrijvers toch niet voldoen.

Het scheppen in de klassieke betekenis verbinden zij via het nu-verdorven-zijn van de schepping met de voorbeschikking tot zaligheid als weg, om (al of niet) aan de consequenties van dat verderf te ontkomen. Tegen de zo 'geïntroduceerde' praedestinatie zetten zij zich scherp af. Zij maken het zich daarbij gemakkelijk door, w.s. uit gebrek aan congenialiteit, bepaalde aristotelische vertekeningen ('fatalisme', 'berusten in het gegevene') als de locus zelf voor te stellen.

Uit de behandelde Schriftgedeelten menen zij te kunnen afleiden, dat het begrip 'scheppen' moet worden verschoven in de richting van 'bevrijden', zodat de Here God ook tussen begin- en eindtijd inzake het scheppen, in alle eerbied gesproken, 'wat te doen heeft'.

Uit dit tegen elkaar uitspelen van 'berusting in het gegevene' en 'bevrijding' zijn natuurlijk elementen te smeden van een bevrijdingstheologie, die de gelegenheid biedt, de sociaal-politieke bevrijding zwaar te beklemtonen; wat vermoedelijk de achtergrond van de motivatie tot deze colleges zal zijn geweest.

Hoe dan ook is dit geschrift natuurlijk wel geschikt om met dit denktype kennis te maken. De subjectief-gekleurde a priori's lokken evenwel niet aan, zich óók in zulk theologiseren te gaan begeven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's