De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

De verborgenheid van het werk van de Geest

In het orgaan van de Chr. Geref. Kerken 'De Wekker' van 12 mei trof ik een artikel aan van de hand van prof. dr. W. van 't Spijker over het werk van de Heilige Geest. Kan men, zo begint de auteur te vragen, wel spreken van verborgenheid, als we denken over het werk van de Geest. Handelingen 2 spreekt toch duidelijk van zien en horen. En de Geest verlicht, leidt in alle waarheid, doet heil ervaren en beleven. In onze tijd krijgt deze ervaarbaarheid weer volop aandacht.

De mensheid is op ervaring uit. De wetenschap houdt steeds meer rekening met de dingen die men objectief waarneembaar kan vastleggen. De wijsbegeerte legt vandaag meer dan ooit zich toe op het verstaan van de betekenis der ervaring voor het kennen der dingen. Ook in rehgieus opzicht staat de ervaring vandaag hoog genoteerd: allerlei oosterse mystiek wordt geïmporteerd met de drugs erbij om aan de ervarings-arme westerse mens iets in handen te geven. Zelfs in het sociale vlak gaat het om ervaring, al of niet gemeenschappelijk, terwijl de opgang die de verschillende trainingen maken voor een deel verklaard moeten worden tegen deze achtergrond: gevoeligheidstrainingen berusten grotendeels op de waarde die men hecht aan de ervaring voor een mens. Ook de theologie ziet zich vandaag opnieuw geplaatst voor de vraag naar de betekenis van de ervaring. De ethische theologie had zich uitvoerig met deze vragen bezig gehouden. Maar ze komen met hernieuwde kracht naar voren in het onderzoek naar de grondslag van de theologie. Geen wonder dat dit alles tot in het kerkelijk leven doorwerkt. In de kerken waartoe wij behoren is terecht altijd een grote waarde gehecht aan de plaats van de bevinding. Nu in dit opzicht schraalheid zich voordoet in eigen belevingswereld zijn er velen die met jaloersheid de kant van de Pinksterbeweging uitkijken of die ook voor onze kerken van een charismadsche vernieuwing heil verwachten: daar treft men immers een authendeke ervaring aan, de mensen beleven dan tenminste iets, ze krijgen wat in handen en ze doen er wat mee. De invloed van een dergelijke gedachtengang onder ons moet men niet onderschatten. Hier en daar wordt de zaak in de gemeente tot een werkelijk probleem dat zorgen baart aan de kerkeraad.

We mogen het aspect van de ervaring niet verwaarlozen. Het werk van de Geest is gericht op de herschepping van het hart. De Geest doet ons Christus kennen, in die diepe bijbelse zin waarin dit woordje 'kennen' gebruikt wordt. In de weg van berouw en geloof mag Gods kind in Christus alles vinden wat tot zijn heil nodig is. Denk ook aan de tere wijze waarop Paulus in Romeinen 8 het werk van de Geest betrekt op het gebed.

Door de Heilige Geest breekt een stuk van de eeuwigheid in ons tijdelijke leven binnen: zou dat niet gemerkt worden? Door Hem gaat de eeuwige Raad Gods voor zondaren open in Christus en worden mensen deelgenoot van het volbrachte werk dat tot in eeuwigheid zal gelden. Dat raakt een mens tot in de diepste kern van zijn wezen. Daar zit een stuk onmiddellijkheid in die hier en daar zelfs aan mystiek doet denken. En de betoning van Geest en kracht doorbreekt onze status zo geweldig dat zelfs de extase geen uitzondering wordt voor geestelijke mensen. Men zou hele stukken uit het Nieuwe Testament moeten schrappen wanneer men dit wilde ontkennen. Het dient in alle stelligheid geponeerd te worden, dat geeste­ lijke ervaring noodzakelijk is, onmisbaar noodzakelijk.

Toch mag dit accent op het ervaringskarakter ons ook niet doen vergeten, dat er in het werk van de Heilige Geest een verborgenheid schuilt. Van 't Spijker wijst er op, hoe het werk van de Geest binnentreedt in de wereld van ons bewustzijn en waarneming, maar het treedt erin als een verborgen werk. En hij herinnert dan aan Calvijn, die in boek III van de Institutie uiteenzet, dat 'hetgeen van Christus gezegd is, ons ten goede komt, door de verborgen werking van de Geest (cursivering van mij, A. N.).

Het ambt van de Geest bestaat hierin, dat wij door Christus zelf als de leraar onderwezen worden. De beste leerstoel staat in de hemel: het is de leerstoel van de Heilige Geest, Dit is een woord dat sterk in de gereformeerde traditie weerklinkt. In de hemelse school is de Heilige Geest de Opperleermeester (Hyperius). De verborgenheid van dit werk hangt samen met het feit dat op Pinksteren de mensen worden ingeschakeld. Op alle grote feesten ervoor zijn het de engelen die prediken. Op het Pinksterfeest zijn het de mensen die spreken van de grote daden Gods. En het wonderlijke en verborgen geheim is dat God uiterlijke middelen gebruikt om innerlijke krachten te laten werken. 'Het is een bijzonder voorrecht, dat Gód zich verwaardigt om de tong en de mond van de mensen zich zo te heiligen dat daarin zijn stem doorklinkt'. Het is een stukje van de verborgenheid, dat het menselijke het geestelijke wordt. Het menselijke spreken wordt door de verborgen werking van de Geest het geestelijke middel dat God zelf in zijn dienst neemt. De werking van de Geest wordt zichtbaar. Er ontstaat zelfs een zichtbare kerk, die men aan uiterlijke kentekenen kan herkennen. Maar het eigenlijke van die zichtbare kerk blijft verborgen. Het is het werk van de Geest. Men moet geloof hebben om het te kunnen zien. Men moet een geestelijk mens zijn om de geestelijke dingen onderling te vergelijken. Het zou te ver voeren, wanneer wij deze gedachte bij Calvijn nu verder zouden onderzoeken. Wél kunnen we zeggen, dat de verborgen werking van de Heilige Geest het geheim vormt van de kerk. Dat betekent dat ik over de Kerk geen woord kan zeggen zonder het geloof. Juist na Pinksteren geldt dat. Wie meent dat de geestelijke ervaring er zo duidelijk boven op ligt, dat een ieder het kan zien, vergist zich. Ik moet juist in de ervaring van het geloof leven.

Wat de schrijver hier zegt over de kerk, die ik alleen in het geloof kan verstaan, is m.i. ook belangrijk naar een andere zijde. Niet alleen naar de kant van hen, die de geloofwaardigheid van de kerk afmeten naar de zichtbaarheid voor ieder van de ervaringen, inaar ook en niet minder naar hen, die de kerk taxeren als een sociologisch gegeven en vanuit allerlei sociologische analysen theologische conclusies gaan trekken voor prediking, ambt en kerk-zijn. Ongetwijfeld heeft een sociologisch ondprzoek zijn waarde. Kerkmensen staan ook in de maatschappij. En de kerk heeft ook een buitenkant. Maar geen enkele analyse kan ooit het geheim van de kerk op het spoor komen. Dat geheim is dat Christus Zijn Kerk vergadert door Zijn Geest en Woord en in die gemeente mensen samenbrengt rondom Woord en sacrament. We zullen de kerkelijke praktijk pas goed in het vizier krijgen als we denken vanuit de heilsopenbaring. Een aantal jaren geleden heeft prof. dr. H. Jonker in Rondom het Woord, jaargang 10, nr. 4, de sociologie gewaardeerd als hulpwetenschap om ons te bewaren voor een abstract idealisme, maar hij voegde er aan toe dat het grondbeginsel van Woord en sacrament, het denken vanuit de heilsopenbaring, onaantastbaar is en door de sociologie gerespecteerd dient te worden.

Ambt en ervaring

Van 't Spijker memoreert in het vervolg van zijn artikel hoe Luther in de nadruk op het werk van de Geest ook de betekenis van het ambt en de kerkelijke middelen heeft gewaardeerd. In een toelichting op de 95 stellingen lezen we o.a.:

‘Het geloof aan dit Woord geeft vrede aan het hart, voorzover de priester op grond van dit woord heeft vrijgesproken. Wie echter langs een andere weg tot vrede komen wil, bijvoorbeeld op de manier van de innerlijke ervaring, die verzoekt God en wil de vrede in zijn bezit en niet in het geloof hebben'. Wij zullen zó veel vrede hebben, als we het woord der belofte gelóven. Van die belofte die ons gepredikt wordt. Het verborgen werk der verzegeling hecht zich vast aan wat een mens in de volmacht van God spreekt.

Ervaring en theologie

Luther heeft ook in de theologiebeoefening nadruk gelegd op het element van de ervaring. Hij noemt het thema van Psalm 51 het thema van de theologie.

De kennis van de zonde is maar niet een gedachtenspecularie, maar het is een werkelijke ervaring, een echte beleving en de allerzwaarste zielenood... Het gaat hier maar niet om een mensenkennis zoals in de filosofie, of in de rechtwetenschap, of in de medicijnen: de theologie spreekt over de mens als zondaar. En in de theologie is dit het wezen van de mens. De theoloog geeft zich moeite dat de mens deze door de zonde verdorven natuur ervaren zal. En wanneer men dit door de Geest bevindt, dan moet het tweede deel van de kennis volgen dat ook niet speculatief, maar practisch en ervaarbaar moet zijn, n.I. wat genade en wat rechtvaardiging betekent. Daar wordt de terneergeslagen geest weer opgericht en volgens deze genadeleer stelt hij met vreugde vast, al ben ik ook een zondaar in mijzelf, zo ben ik toch geen zondaar in Christus, die ons tot gerechtigheid gemaakt is... 'Want het eigenlijke voorwerp van de theologie is de door de zonde schuldig geworden mens en de rechtvaardigende God en Heiland van deze zondaar. Wat buiten dit voorwerp in de theologie gezocht en verhandeld wordt is dwaling en vergif'.

Déze ervaring is echter een verborgen ervaring. En de werking van de Geest is een verborgen werking. Zij is door en naar de mate van het geloof. 'Bij de Heere is genade en veel verlossing. Dat zijn vrolijke verzen. Het verstand echter spreekt: dat is niet waar, bij de Heere is enkel toorn... Omdat ons denken en de werkelijkheid het tegenovergestelde zeggen, doet de Geest zijn mond open en spreekt: dat is niet waar!... En ook al zeggen zinnen, ervaring en werkelijkheid het tegendeel, ik zal mij daarom niet bekommeren, wanneer is sterf, te schande word en verdwijn. Ik zal nochtans zeggen: beneden op aarde en boven in de hemel is louter verlossing'.

Voor Luther is, evengoed als voor Calvijn de diepste geloofservaring een zaak van verborgenheid. Zij ligt in de belofte. En het is het werk van de Heilige Geest om dit tot een werkelijkheid te maken. Hier gaat het om de verborgenheid van de openbaring die tegelijk een openbaring der verborgenheid is. Er is ten diepste maar één echte theoloog: de Heilige Geest zelf. En er is maar één theologie: die van het kruis en van de opstanding, van het heil dat onder het teken van het tegendeel in de belofte tot ons komt. De enige werkelijk authentieke ervaring van de Geest is dan, dat al onze ervaringen ons brengen tot Hém die in onze plaats alles heeft ondergaan. Dwars door de aanvechtingen heen breekt de Geest in zijn werken en versterken van het geloof in Christus. Elk goedkoop beroep op rehgieusiteit wordt hier onmogelijk. Luther vond dit laatste maar al te veel bij de spiritualisten, de dwepers van zijn tijd. Met een beroep op de Heilige Geest dreven zij hun eigen ervaringen op tot hoogtepunten van psychische hysterie. Maar het merk van het kruis, van de verbrokenheid en verootmoediging ontbrak er aan.

Men mag niet zeggen dat de Reformatie op dit terrein het laatste woord heeft gesproken en evenmin dat er in de arbeid van de Geest ook geen andere aspecten zijn op te merken. Maar wel lijkt het zeker, dat we met een zeer wezenlijk stuk van het Geesteswerk te maken hebben, wanneer we spreken over deze verborgenheid. Zij hangt samen met de dwaasheid van het kruis. Met de ergernis van het evangelie. Ware theologie van de Geest wordt op dit punt herkenbaar, ook vandaag. We missen het al te veel bij Pinkstermensen. Treffen we het onder ons nog in duidelijke mate aan? Of zouden we ook op dit punt weer meer naar de reformatoren moeten luisteren?

Met opzet heb ik breed geciteerd uit dit rijke artikel, dat voor de prediking en voor ons geloofsleven van eminent belang is. De leer van de Heilige Geest vormt het hart van de gereformeerde theologie. Noemde men Calvijn niet 'de theoloog van de Heilige Geest? ' Dr. C. Bezemer heeft in een artikel in het Hervormd Weekblad nog weer eens gewezen op de brede plaats die het werk van de Geest inneemt in de belijdenissen van de kerk. En de reformatorische belijdenis grijpt daarin terug op het belijden van de oude christelijke kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's