De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

8 minuten leestijd

H. Verweij - De terugkeer van Jezus Christus naar de Openbaring van Johannes. Ondertitel: bevrijding van bezet gebied. Uitgave T. Wever, Franeker; 252 blz. ƒ 27, 50.

In de jaren 1972 en volgende publiceerde de schrijver een reeks artikelen in het blad Koers, welke artikelen in dit boek, bewerkt en uitgebreid, gebundeld zijn. Het wil een verklaring van de Openbaring zijn onder het thema: bevrijding van bezet gebied. De auteur zegt: één van de centrale onderwerpen van Openbaring is, dat deze aarde bezet is door de vorst der duisternis. Openbaring schildert ons het gehele proces waarin Christus als de rechtmatige erfgenaam Zijn erfgoed (de gehele wereld) door gerichten en zuiveringen heen bevrijdt. De schrijver verklaart de Openbaring duidelijk in chiliatische zin. Moeten we de Openbaring tijdhistorisch lezen (als bedoeld voor de tijd waarin Johannes leefde) of eindhistorisch (bedoeld voor 'de laatste dagen')? Verweij wil beide lijnen vasthouden. Toch is het boek m.i. vooral in eindhistorische zin uitgevallen.

Eén van de uitgangspunten van de schrijver is, dat met de Dag des Heeren (Openb. 1, 10 niet de zondag bedoeld wordt, maar de 'dag' waarop Christus richtend zal wederkomen. Die 'dag' duurt volgens Verweij dan zeven jaar, de 'uitgestelde' jaarweek uit Dan. 9. Verweij leest de Openbaring dan chronologisch, althans vanaf hoofdstuk 4. Hij wijst de gedachte, als zouden de brieven aan de zeven gemeenten (hoofdstuk 2 en 3) duiden op zeven tijdperken in de kerkgeschiedenis, af. Hoofdstuk 4 gaat over de zgn. 'Opname' van de gemeente. De 24 ouderlingen zijn de vertegenwoordigers van de gemeente, die wordt opgenomen vóór de grote eindstrijd. In Openb. 5 begint de beschrijving van de 'bevrijding van het bezet gebied'. Christus zal de 'bezette' aarde bevrijden, maar door vele gerichten en oordelen heen. Israël zal nog tot bekering komen. De tempel zal worden herbouwd. Israël zal tot bekering komen door het geloof in Christus. Daarom zal de tempel met zijn offerdienst anders zijn dan ten tijde van het O.T.: de tempeldienst zal 'aanschouwelijk onderwijs' zijn, voortdurend terugwijzend naar het grote offer van Christus. Verweij ziet in de 144.000 uit Openb. 7 het tot Christus bekeerde Israël. Dat in de opsomming van de twaalf stammen de stam Dan ontbreekt, zou er op kunnen duiden, dat uit Dan de antichrist komt.

De auteur meent dat de wijnpersbak van Gods toom (Openb. 14, 19-20) de locale aanduiding is van het land Israël, waar de grote eindstrijd tussen de volkeren zal plaatsvinden. De bloedstroom (Openb. 14, 20) moet letterlijk genomen worden: de eindstrijd van de volkeren zal zo hevig zijn, dat 'een rivier van bloed over de gehele lengte van het oude Israël de wijn zal zijn, die door de Heer der gerechtigheid geperst zal worden uit de machten, die het gewaagd hebben tegen Hem persoonlijk de wapens op te nemen' (blz. 187). Ook meent Verweij, dat Babylon herbouwd zal worden en de goddeloze wereldstad bij uitnemendheid zal zijn. Na de geweldige eindstrijd breekt het Rijk der duizend jaren aan.

Er zou veel meer te zeggen zijn. Het boek, dat overigens niet altijd gemakkelijk te lezen is, bevat ongetwijfeld boeiende gedachten. Toch zijn er bij mij, na lezing, meer vragen gerezen dan opgelost, en dat kan toch niet de bedoeling zijn van de schrijver.

Verweij wil niet speculeren. Toch doet hij het meermalen als hij de profetieën en visioenen gaat concretiseren. Eén voorbeeld: de schrijver meent, dat in de nieuwe hemel niet meer gehuwd zal worden, maar laat de vraag open of er op de nieuwe aarde nog voortplanting zal zijn. Er kunnen ontwikkelingen plaatsvinden waarover de Schrift zwijgt, bijv. dat het verloste en onsterfelijke mensenras verspreid zal worden over andere werelden in het heelal. Dan zou er van voortdurende voortplanting sprake kunnen zijn (blz. 245).

Is het waar, dat er in de prediking en dogmatiek zo weinig aandacht aan Openbaring wordt geschonken? Verweij citeert ook Luther, die gezegd zou hebben: 'Mijn geest kan zich in dit boek niet vinden en voor mij is dat voldoende reden, dat ik het niet hoog schat, dat Christus daarin niet geleerd, noch erkend wordt'. Hij had hier de vindplaats bij moeten noemen. Dat hij tweemaal vermeldt, dat Calvijn de Openbaring een obscuur boek noemt (waar zegt Calvijn dat? ), vind ik een onjuiste verdachtmaking. Obscuur (obscurus) heeft een geheel andere betekenis bij Calvijn dan bij ons. Calvijn heeft m.i. niet méér bedoeld, dan dat hij de Openbaring duister, moeilijk te verklaren acht.

Liever dan de beelden van Openbaring in concrete werkelijkheid over te zetten en alles precies te weten houd ik vast aan de 'klassieke' verklaringen van Openbaring: prediking van de oordelen Gods over de wereld, maar vooral troostboek voor de Kerk van alle tijden.

H. Veldhuizen

C. de Haas, DE GROTE DRIE, Nieuw Amsterdam, Oranje, Willem Ruys, 208 blz., geb. ƒ 51, - , Uitg. De Boer Maritiem, Unieboek, Bussum, 2e druk 1977.

Het is nauwelijks te berekenen, hoeveel Nederland de eeuwen door aan zijn scheepvaart op de grote oceanen te danken heeft. Daarbij behoeft men niet in de eerste plaats te denken aan wat mannen als De Ruyter en Tromp voor ons volk - en niet alleen voor het onze - hebben gedaan. Ik herinner aan de arbeid twee eeuwen lang van de Oost-Indische Compagnie, die de Nederlandse vlag deed waaien in schier alle zeehavens en daardoor handel en welvaart zocht te bevorderen. Wat hebben nieuwe tijden andere omstandigheden gebracht en grote verschuivingen! En daarmede ben ik bij dit boek over scheepvaart, dat als geheel hoogstens een halve eeuw overziet, als het de lotgevallen van drie schepen beschrijft: de Nieuw Amsterdam, de Oranje en de Willem Ruys. Zij verdwenen uit onze havens voor de sloop of doordat zij aan een buitenlandse maatschappij moesten worden verkocht. Het neerhalen van de vlag op deze schepen betekende - zo zegt de schrijver - het einde van een tijdperk.

Na 1929 was het woord crisis en malaise niet van de lucht. De werkeloosheid nam schrikbarende afmetingen aan, ook in de scheepvaart. De Holland-Amerika Lijn (Rotterdam) kon niet meer meedoen met de internationale concurrentie, de schepen waren aan vernieuwing toe. Na veel geschrijf en gewrijf-het moest lang duren voordat eindelijk een beslissing viel! - zegde de regering aan de H.A.L. een crediet toe van 12 miljoen gulden, voor die tijd een enorm bedrag. Er moest een tweede Statendam komen! Het schip, gebouwd bij Rotterdams Droogdokmaatschappij, kreeg de naam van Nieuw-Amsterdam, een zeekasteel van meer dan zesendertigduizend br. reg. ton, een schip met een lengte van meer dan 230 meter en een breedte van bijna 30 meter. In vergelijking met giganten als de Queen Mary (meer dan 80.000 ton, 1936) en de nog grotere Queen Elisabeth (1940) was de Nieuw Amsterdam maar een heel gewone boot, maar de bouw van dit schip getuigt ervan, hoe men in jaren van zware economische inzinking zich zocht klaar te maken voor de tijd, als het getij zou keren, naar het devies van Rotterdam: varen is noodzakelijk (navigare necesse est). De schrijver geeft uitvoerige en gedocumenteerde informatie over dit vlaggenschip, van de kiellegging af tot de laatste vaart naar Formosa in 1974 voor de sloop, 'het trieste einde van één der mooiste schepen ooit gebouwd'. Ik denk, dat oudere lezers zich enige dingen zullen herinneren, bijvoorbeeld iets van de eerste tocht in 1938 naar New York, de reis had iets van een triomftocht. Maar al spoedig brak de oorlog uit. In september 1939 verliet het schip de haven van Rotterdam om eerst in april 1946 terug te keren. Wij krijgen in dit boek enig idee van de enorme troepenverplaatsingen, waarbij ook de Nieuw Amsterdam werd ingeschakeld. Aanvankelijk diende het schip voor het transport van 4000 militairen, later voor 6000 en eens waren er meer dan 10.000 passagiers aan boord. Totdat na 35 jaar dit zeekasteel uitgediend was, andere omstandigheden, maar vooral de opkomst van het massale verkeer over de oceanen per vliegtuig maakten exploitatie onmogelijk.

Even boeiend is het verslag van de loopbaan van de Oranje, 'het snelste motorschip', kleiner dan de Nieuw Amsterdam (20.000 ton), in 1939 in dienst gesteld en al heel gauw bij de oorlog betrokken. Als hospitaalschip deed het de oorlogsjaren dienst. Het duurde zeven jaar voordat de Oranje in Amsterdam terugkeerde (juli 1946). Uitvoerig lezen wij van de botsing met Willem Ruys (januari 1953) en van de verkoop in 1964 van dit schip aan dezelfde maatschappij aan wie reeds eerder de Willem Ruys verkocht was. De Willem Ruys was 'symbool van herstel', de kiel werd gelegd in 1939; de afbouw was gereed in 1947.

Ieder die zich voor scheepvaart interesseert zal naar dit boek grijpen, ieder ook, die iets meer wil weten, wat er in de oorlog met onze schepen gedaan is (al is het maar een klein gedeelte aan de orde), ieder ook, die een stukje historie van ons volk voor zich wil zien herleven. De schrijver, sociologisch doctorandus, geeft veel cijfers en feiten, maar geen technische uiteenzettingen. Het is journalistiek werk, dat zijn weg reeds gevonden heeft, dat blijkt uit het feit, dat reeds een tweede dmk van dit werk uitkwam. Met zijn vele foto's maakt dit boek van groot formaat een voorname indruk. Aanbevolen lectuur.

H.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's