Over de zondag
Pastorale overwegingen
(1)
Een dubbele reden
Vorige week - bezig in de prediking met vervolgstof uit Jeremia- kwamen we toe aan een gedeelte uit de profetie van Jeremia, waarin de profeet op goddelijk bevel spreekt over de (ont)heiliging van de sabbat, Jeremia zeventien, het slotgedeelte. Opmerkelijk, dat Jeremia na zijn gebedsworsteling opdracht ontvangt deze zaak aan de orde te stellen. Voor sommige exegeten is het onbegrijpelijk en onaanvaardbaar, dat Jeremia deze boodschap zou gebracht hebben. Alsof wij dan maar hebben uit te maken, wat deze dienstknecht zal of kan hebben gesproken. En alsof de heiliging van de dag des Heeren zulk een vreemd stuk zou zijn! Toen dacht ik ook, dat daarover in de pastorale rubriek het een en ander te schrijven zou zijn, ook nu de vakanties weer voor de deur staan. En daarop sloot aan, dat er een vraag over ditzelfde onderwerp binnen kwam en wel deze, 'hoe we nu deze dag hebben te zien en te vullen, en op welke gronden wij de zondag vieren'. U ziet, zo deed zich een dubbele reden voor om over de zondag na te denken met elkaar.
Geregelde tijden
Terecht merkt de ethicus N. H. Söe (Christliche Ethik) op, dat het kerkelijk leven in zekere zin en in een bepaalde omvang vaste vormen kent, waaronder dan ook geregelde tijden vallen. We kennen allemaal in onze gemeenten de vaste tijden van de kerkdiensten op de rustdag, soms met een lichte verschuiving, die betrekking heeft op de zomer-en wintertijd. Hier en daar valt deze verschuiving samen met de biddag en de dankdag. Daniel kende vaste gebedstijden, toen hij in Babel 'open vensters tegen Jeruzalem aan' had. Men wist dat in zijn omgeving. Hij schaamde zich niet voor de belijdenis van zijn God en Koning. En tot die geregelde tijden nu mogen we ook de 'ene dag van de week' rekenen, waarop de gemeenten samengeroepen worden tot en onder de dienst des Woords en der gebeden en de viering van de sacramenten. Met een zekere nadruk schrijf ik dat zo, omdat de rustdag met name en voor alles kerkdag is. Zoals we later nog zullen zien, gaat de Schrift ons daarin voor en de Heidelberger Catechismus begint terstond bij de behandeling van het vierde gebod over 'de kerkedienst en het predikambt' en spreekt nadrukkelijk over 'het naarstig komen tot Gods huis'. Zonder het leven van de gemeente te laten opgaan in vaste vormen, is het toch van belang daarop te wijzen. Het wezen zoekt en kiest een overeenkomende vorm, zonder dat we formalisme koesteren. Men kan zo in de vormen opgaan, dat men zevende, wezen vergeet. Maar omgekeerd, elke slordigheid zij ons in deze ook vreemd.
Geen willekeur
Mogelijk hebt u wel eens iemand ontmoet, die u op de zondagsviering aanviel, en u wilde bijbrengen, dat de christelijke kerken helemaal fout zitten met de zondag als rustdag. Eigenmachtig zou de christelijke kerk ook nog door keizerlijke bemoeienissen, van keizer Constantijn de Grote, de zondagsviering hebben ingevoerd en opgelegd. Dat zou ongehoorzaamheid aan de Schrift zijn en niet anders dan onbijbelse willekeur. Vooral vanuit de kringen van de 'zevende dag-adventisten' zijn deze bezwaren te horen. De dag, die we zouden moeten houden is de zevend, de laatste dag der week, de sabbat. Met name wijzen zij op plaatsen uit het Oude Testament, waarin de viering van de sabbat uitdrukkelijk wordt voorgeschreven. Deze rustdag gaat toch terug op Gods inzetting bij de schepping. En bovendien zou toch ook in het Nieuwe Testament sprake zijn van onderhouding van dit gebod door hen, die inmiddels de Heere Jezus hadden liefgekregen, zoals van de vrouwen staat 'die rustten naar het gebod', Lukas 23 : 56, en ook de Jeruzalemse gemeente, die de uitstorting van de Pinkstergeest verwachtte (Hd. 1 : 12). Het gaat hier om christenen uit de Joden, die ook onder de Nieuwe bedoeling vasthielden aan deze inzetting, terwijl heidenchristenen daarmee willekeurig zouden hebben geschoven. Mij dunkt, dat de beschuldiging van willekeur niet terecht is. Het is niet zo maar een kerkpolitieke beslissing geweest van de gevestigde christelijke kerk om de zondag als rustdag te houden.
Enkele Oudtestamentische gegevens
Terecht mag er op gewezen worden, dat het gebod van de rustdag door de Heere is ingezet als het hart van de religie. Het sabbatsgebod is met de andere door de Heere gegeven als Zijn eeuwige inzetting. We kunnen niet zeggen, dat dit gebod slechts schaduwachtig is, en de andere geboden onderdelen van de wet der zeden. Iets anders is, dat het sabbatgebod mede door ceremoniële bepalingen, met schaduwachtige trekken is omgeven. Reeds op de Sinai wijst God Zelf op de schepping terug. Hij schiep om daarna te rusten. Zijn werken te beschouwen en te genieten. En Hij viert die dag naar Zijn bedoeling niet alleen, de mens mag meedoen. Eerst is daar de arbeid, dan de rust. De stringente bepalingen, de geschiedenis van de doodstraf voor een sabbatschender, de prediking van Jeremia, het optreden van Nehemia na de ballingschap maken wel overduidelijk van hoe groot belang God het acht, dat deze dag wordt onderhouden. Voor uzelf leest u maar eens wat er staat in Numeri 15 : 32-36, Jeremia 17 : 19vv en Nehemia 13 : 15vv. De sabbat is instelling Gods.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's