De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Het Doopformulier

Kerkelijke formulieren, b.v. voor de bediening van de sacramenten, of de huwelijksbevestiging en - inzegening zijn een zaak van de kerk en haar orde, en mogen niet overgegeven worden aan de willekeur van het individu. Daarop wijst Jr. C. Bezemer in het Hervormd Weekblad van 15 juni. Hij waarschuwt voor de chaos in de kerk, een chaos die ontstaat als iedere predikant of kerkeraad eigen hobbies uitleeft op de gemeente, naar hartelust gaat experimenteren, of de orde van de kerk negeert. Dr. Bezemer spitst dit in het bizonder toe op het formulier, of de formulieren, voor de bediening van de heilige Doop.

Waarom ik dit alles schrijf?

Om reden, dat in het (oecumenische) kerkblad van Hoogvliet (Hervormd, Gereformeerd en Rooms-Katholiek) onder de wijkberichten van Hoogvliet-Zuid (de Bron-Antwoordkerk) eind mei niet alleen werd meegedeeld: 'Op zondagmorgen 28 mei vieren wij een doopdienst in de Antwoordkerk', maar waarin bovendien werd meegedeeld, dat één van de ouders had voorgesteld het volgende doopformulier te gebruiken:

Inleiding op de Doop

Wij zijn hier vanmorgen samengekomen om mede getuige te zijn van de doop van een nieuw mens. We willen God nog eens danken voor dit kind, dat als een geschenk uit Zijn hand werd ontvangen. Moge dit kind deel krijgen aan alle geluk en vrede en aan de belofte die Christus heeft toegezegd.

Ondervraging aan de ouders

Het is jullie wens dat je kind gaat behoren tot de volgelingen van Jezus Christus. Hij immers heeft ons de belofte van nieuw leven gegeven en Hij bevrijdt ons uit de macht van het kwaad. Hoe willen jullie dat je kind genoemd zal worden? Ouders zeggen de naam.

Moge deze naam voorgoed geschreven staan in het boek des levens en in de palm van Gods Hand! Lezing uit het evangelie.

Gebed: Almachtige God, houdt steeds Uw beschermende Hand over dit kind. Laat Uw Geest er in wonen en werken.

Ouders, herinner de dag, dat jullie voor elkaar je woord van trouw hebt gegeven. Toen heb je je ook voorgenomen goede ouders te zijn voor de kinderen die de Here je zou toevertrouwen. Wil je dan hierje belofte geven, nu dit kindje is geschonken. Beloven jullie voor je kind een goede vader en een lieve moeder te zijn en beloven jullie ook je kind groot te brengen in de geest van het Evangelie? Ouders: Ja, dat beloven wij.

Gebed: Goede Vader, Uw Zoon Jezus Christus heeft de kinderen de hand opgelegd, om te tonen hoe U voor hen zorgt. Daarom bidden wij U: Laat dit kind groot worden in onze soms harde wereld. Bescherm het tegen verkeerde invloeden. Laat het ervaren dat U Uw reddende hand nooit terugtrekt. Geef dat wij dit kind mogen voorgaan op de weg naar het leven. Laat het opgroeien als Uw kind, onbezorgd en blij, het kwade overwinnend door het goede onder Uw machtige Hand, Amen. Gezongen geloofsbelijdenis.

Vraag aan de ouders: Willen jullie dat je kind op grond van dit geloof gedoopt wordt?

Ouders: Ja, dat willen wij. Bediening van de doop.

Tot zover het door een van de ouders ingediende 'doopformulier', waarvan mij niet bekend is, of het inderdaad gebruikt is. Een onmogelijk iets, wanneer dat inderdaad het geval is. Een van de heel weinig positieve dingen, die ik hierin gelezen heb, is dat tot enkele malen toe de erkenning wordt uitgesproken, dat een kind, dat geboren wordt, een geschenk is uit Gods hand. Velen ook uit kerkelijke kringen komen vandaag aan de dag al niet meer tot deze erkenning, omdat bij menig echtpaar een standpunt heerst van 'Over een paar jaar nemen we een kind'. Helaas zijn meerderen na die paar jaar tot een teleurstellende ontdekking gekomen. Ik neem aan, dat deze vader of moeder, die dit zgn. doopformuher opstelde, de betreffende zinsnede uit overtuiging heeft neergeschreven. Maar nochtans moet ik zeggen: waar gaan we heen als dit mogelijk is in de kerk (en wat is er al niet mogelijk!)? Want in dit zgn. doopformulier wordt zo ontzaglijk veel gemist, dat het niet uitkomt boven het niveau van een burgerlijke ontboezeming, waarin de kerk van Christus zich moeilijk zal kunnen herkennen. Wanneer iemand zich afvraagt, of een doop, die met gebruikmaking van een dergelijk formulier wordt bediend, geldig is, dan is daarin alleen beslissend, of de doop is bediend met gebruikmaking van de trinitarische formule: 'In de Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes'. Is dat inderdaad het geval, dan kan kerkelijk gezien gesproken worden van een geldige doop; is dat niet het geval, dan is er geen sprake van een geldige doop. Wat dit zgn. formulier betreft, dit is geen formuher uit het dienstboek. Er is trouwens op geen enkele wijze sprake van enige onderwijzing aan de ouders, laat staan van enige uiteenzetting van de betekenis van het sacrament van de Heilige Doop. Een dergelijke bediening van de doop is dan ook een geheel onkerkelijke aangelegenheid. Waar gaan we heen, wanneer ouders de gelegenheid wordt gegeven een eigen doopformuher mee te brengen, of wanneer bijv. huwenden een eigen huwelijksformulier kunnen opstellen. Wanneer we deze weg op gaan - en in verschillende gemeenten is men al een aardig eind op weg - dan is het hek van de dam. Dan kan men oecumenische acdviteiten aan de dag leggen zoveel als men wil, maar dan worden de leden van de eigen kerk op een zodanige wijze uit elkaar geslagen, dat de afbraak van de kerk steeds rampzaliger vormen gaat aannemen. Het is niet alleen betreurenswaardig maar ook beangstigend te moeten ontdekken, dat vandaag aan de dag in de kerk allerlei dingen, die eigenlijk onmogelijk zijn, ongestraft kunnen geschieden. Het wordt op de lange duur een chaotische situatie, wanneer zaken, die een zuiver kerkelijke aangelegenheid zijn, worden uitgeleverd aan de willekeur van enkelingen.

M.i. zien we hier gebeuren wat in allerlei ontwerpen van moderne theologie geschiedt: De menselijke ervaring, de subjectieve beleving krijgt een dusdanige inbreng dat het bepalend wordt voor wat er gezegd moet worden. Niemand zal de betekenis van de geloofservaring mogen verwaarlozen. Men leze nog eens wat in de vorige 'Uit de Pers' overgenomen is van prof. dr. W. van 't Spijker. Maar de Heilige Geest bindt ons altijd aan het Woord, en plaatst ons in de gemeenschap van de gemeente die leeft van het Woord. Niet wat 'ik vind of gevoel' is beslissend. Maar: wat zegt de Heere in Zijn Woord. Een oecumene zoals dr. Bezemer die ziet opkomen, en waar hij terecht vuurbang voor is, mist elk fundament. Zou dat mogelijk de oorzaak zijn, dat het met de zaak van de oecumene in Nederland bepaald niet zo florissant gesteld is?

Herman Ridderbos over de gereformeerde religie

De Kamper Hoogleraar, prof. dr. H. N. Ridderbos, Herman Ridderbos, zoals hij zijn artikelen altijd ondertekende, gaat zijn redacteur­ schap van het Gereformeerd Weekblad beëindigen. Jaren lang heeft hij niet name in de rubriek Van week tot week zijn altijd boeiende commentaren geleverd. Commentaren die getuigden van een diep theologisch inzicht, een hartelijke verbondenheid niet de kerken waarin hij werken mocht, met het reformatorisch belijden, en die tevens lieten zien hoe zeer deze hoogleraar ook journalistieke gaven had. Menigmaal is ook in deze rubriek een pennevrucht van Ridderbos geheel of gedeeltelijk overgenomen. Enkele malen is er in ons blad met hem gepolemiseerd, vele malen is hij met dankbaarheid en instemming geciteerd. We willen dat laatste graag hier nog eens onderstrepen. Ook al zijn er accentsverschillen tussen Ridderbos en, laat ik gemakshalve zeggen, de Geref. Bond, in de visie op de ontwikkeling van de Gereformeerde kerken, in veel wisten we ons verbonden. Met name toch daarin dat Ridderbos in alle ontwikkelingen altijd weer gewezen heeft op het gereformeerde karakter en het eigene daarvan van de kerken die hij dienen mocht. Hij komt daarin in zijn af schei dsartikel in het nummer van 16 juni op terug. Na gememoreerd te hebben dat het Gereformeerd weekblad opgezet is tot opbouw van het gereformeerde leven, een aanduiding die ook jarenlang in de kop van het blad vermeld stond, wijst hij erop hoe in de ontwikkeling van de Gereformeerde kerken allerlei stemmen nogal kritisch stonden tegenover die opbouw, omdat men van mening was dat het gereformeerde seizoen voorbij was en men de grenzen moest openen naar de wereld en de wereldkerk. Ik meen dat de verandering in de kop, waar nu te lezen valt: opinieblad voor het gereformeerde leven, daarom meer betekent dan Ridderbos aangeeft. Natuurlijk, hij heeft gelijk wanneer hij stelt, dat er door zo'n wijziging in de kop op zich niet veel veranderd is. Maar het is wel de vraag, of de achtergrond van waaruit deze verandering is opgekomen, niet gevormd wordt door eena«dere kijk op het karakter van de Gereformeerde kerken dan die van de oprichters van het blad.

Ridderbos gaat in het slot van zijn artikel op die kwestie van het gereformeerd karakter in. Hij schrijft dan:

Het tweede is, dat ik denk, dat iemand, die eenmaal door de gereformeerde religie is gegrepen, daarvan niet los kan komen en ook niet los móet komen, hoeveel relativiteiten hij ook in de historische ontplooiing van die religie ontdekt. Want wat is het geheim van het kiezen en wat is de noodzaak van het vasthouden er aan? Is het niet juist, dat alle vlees als gras is. Is het niet juist, dat ik aan de relativiteit daarvan te gronde ga en bij de variabiliteit en het seizoenachtige ervan niet kan leven en er dus 'ergens' gekozen moet worden. Daarvoor wordt het ons ook gezégd dat alle vlees als gras is en al zijn heerlijkheid als een bloem des velds en dat wij aan een natuurlijke theologie niet genoeg hebben. Want het gras verdort en al zijn seizoenheerlijkheid als een bloem van het veld. En daartegenover wordt dan gesteld wat al die gebreken niet vertoont: maar het Woord van God blijft tot in eeuwigheid. Als iemand nu tegen mij zegt, dat deze wijsheid, dat het Woord van God in eeuwigheid blijft, toch niet het privilege is van de gereformeerde religie, dan zal ik hem niet tegenspreken. Het Woord van God ligt nergens als een constante opgeslagen, noch in enige kerk, noch in enige belijdenis, zelfs niet in enige religie. Het wordt hier juist in tegenstelling met enig menselijk vermogen om iets op te slaan of iets vast te houden genoemd. Maar de zaak is wel of er een religie is, die, met al haar eigenaardigheden en eigen hebbelijkheden, haar wortels dieper juist in deze wijsheid heeft geslagen en die mens en wereld méér van zichzelf afwijst en naar God heenwijst, dan die welke wij in die algemene zin van het woord de gereformeerde noemen. Of misschien toch nog beter gezegd: is vandaag aan de dag de wereld, is ook de kerk, is de leidinggevende en spraak makende theologie, is de trend in de leer van de verzoening, is de Christologie 'van beneden af', zijn de criteria voor wat heil mag heten persoonlijk en sociaal - is dit alles in zijn onoverzienbare complexiteit maar toch ook verborgen samenhang van die aard, dat het aan dit alles beheersende critische beginsel van de gereformeerde religie niet meer dan ooit behoefte zou hebben? Of moet men met het oog op die actuele ontwikkeling juist zeggen, dat die geref. religie nu toch blijkbaar wel haar tijd, haar specifieke betekenis, haar 'seizoen' gehad heeft en dat het een verengd en dus verkeerd geloof zou zijn daarin zijn uitgangspunt te blijven nemen? Ik twijfel er niet aan of voor velen is dit laatste het geval, reeds in 1945, maar nog veel meer in 1978. Maar ik twijfel er ook niet aan, dat juist hier beslissingen vallen en steeds weer opnieuw gekozen moet worden. En dat wanneer ik opnieuw zou moeten beginnen, ik bij al wat ik - dikwijls met moeite - heb moeten afleren en heb moeten aanleren, toch hier weer mijn uitgangspunt zou moeten leggen. En daarom toch wel wat gemengde gevoelens als men een werk neerlegt.

De beslissing waar Ridderbos over spreekt raakt niet alleen de Gereformeerde kerken, maar ook onze eigen kerk. Wat betekent het Gereformeerd karakter van onze kerk, in het geheel van de wereldkerk? En: wat is gereformeerd? Het is voor de zaak van 'Samen op weg', voor de toekomst van zowel de Hervormde als de Gereformeerde kerk van groot gewicht of het 'kritisch beginsel van de gereformeerde religie' waar Ridderbos van spreekt, zal doorwerken zowel in de beleidsbeslissingen als in de theologische doordenking.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's