De kerk teken van hoop*)
(2)
De diagnose
Deze hele scala van mogelijkheden, waardoor de kerk weer teken van hoop kan zijn, overziende, komen we nu echter tot de vraag: Is deze uitgestippelde koers werkelijk de therapie? Om tot een goede therapie te komen, moet men eerst een correkte diagnose hebben. En om dan maar weer meteen met de deur in huis te vallen: 'Zending in Nederland' is naar mijn overtuiging aan een echte diagnose van de situatie niet toegekomen. Daartoe zullen we echt wat dieper moeten boren.
Heel het vervreemdingsproces, waarin de moderne samenleving zich bevindt, en die, zoals boven aangegeven, een wanhoopssituatie is geworden, is slechts de top van een ijsberg. Ik zou u eigenlijk een overzicht moeten geven van de ontwikkeling in de geestesgeschiedenis van de mensheid gedurende de laatste vier eeuwen om het eigenlijke probleem boven water te krijgen. Ik verwijs nu echter alleen maar naar de betreffende litteratuur en kom tot enkele uitspraken, die m. i. van fundamenteel belang zijn voor een rechte diagnose. De diepste grond van het vereenzamingsproces van de moderne mens en de geestelijke krisis van de Westerse samenleving ligt in de vervreemding van de levende God. De mens heeft zich losgerukt van het hoge gezag van Zijn Maker. Geen hoger souvereiniteit dan die mens zelf. Hij is zelfsupporting geworden, beschikt over zichzelf, maakt zelf uit, wat goed en kwaad is, is autonoom (zichzelf ten wet). Er is, bijzonder in onze dagen sprake van een totale uitverkoop van waarden. Daarom is de mens op het hoogtepunt van zijn kunnen en kennen per definitie wetteloos. Hij verheerlijkt een vrijheid, die onafwendbaar slavernij met zich meebrengt. Hij is de mens, die zonder God en zonder hoop in de wereld is. Zo ontketent hij zich machten, die hem boven het hoofd groeien, die hem de baas worden. En dat brengt hem tot chaos, zinloosheid, wanhoop, zelfvernietiging, al zijn vertwijfeld grijpen naar een vast punt (in ervaringen met drugs, in transcendente meditatie, enz.) ten spijt.
Waar deze diagnose niet gesteld wordt, waar de wortel van het kwaad niet bestreden wordt, daar zijn alle therapieën maar een doekje voor het bloeden. Wij willen graag een pleidooi voeren voor de 'sociale dimensie van het geloven' (zie onder), maar niet zonder meer.
Niet doordat we simpel de verslavende machten, in wier greep wij zijn geraakt, te lijf gaan. Want de zonde is niet maar zondemacht, die in strukturen zit en die we met man en macht wel zullen overwinnen. Zonde is schuld, persoonlijke participatie aan de wereld, die in het boze ligt. En alle waarachtige vernieuwing, die God werkt door Zijn Woord en Geest, begint dan ook bij de erkentenis van een mens, dat hij die mens is, die altijd over zichzelf heeft willen beschikken en de levende God buiten de deur heeft gehouden.
Deze dimensie wordt gemist in de rapporten van 'Zending in Nederland'. Er wordt op een verkeerd punt gestart. Het heeft er in deze rapporten de schijn van, dat wij allemaal kinderen van God zijn, die 'vanzelfsprekend' uitgaan van onze verzoening met God. Wij zijn immers die kinderen van God. Wij moeten het alleen nog veel meer dan we tot nu toe deden waar maken. Handen ineen. De kerk (Protestants, Rooms-Katholiek) is er met het oog op het Rijk (ze is er de voorlopige gestalte van). En het Rijk heeft immers alles te maken met een samenleving hier en nu, waarin vrijheid, gerechtigheid en vrede heersen. Zo zal de kerk teken van hoop zijn.
De rechtvaardiging van de goddeloze
De grote vraag is echter, of wij werkelijk kinderen van God zijn. Dat is geen dogmatische, beschouwelijke vraag, waar wij op onze vlucht naar de innerlijkheid, in het verleden al te veel tijd aan verknoeid hebben, met al de haarkloverijen en onderlinge confessionele verschillen van dien, die het kerkelijk leven vermoord hebben. Het gaat hier om de grote levensvraag, die door de Reformatie weer met kracht aan de orde is gesteld. Hoe ziJt gij rechtvaardig voor God? Daar kan geen sterveling om heen, als het eeuwigheid gaat worden. Daar kan ook geen kerk omheen, als het gaat om de sociale implicaties van het Evangelie. In de leer van de rechtvaardiging van de goddeloze wordt de wortel van het kwaad blootgelegd. Als die leerrecht gepredikt wordt, wordt de mens tot op zijn botten uitgekleed als een autonoom schepsel, dat door eigen schuld aan de machten vervallen is. En dat is dan tegelijk een hoogst actuele prediking in die zin, dat al de uitingen van die autonomie met de vinger worden aangewezen (zijn sexuele perversiteiten, zijn machtswellust, zijn geldzucht, zijn weigering om te versoberen). En daar komt dan ook het Evangelie aan bod, niet als een vanzelfsprekend gegeven, maar als het Godswonder bij uitnemendheid, dat de ziel uit de grootste verslagenheid opricht. Dat is geloven op zondag: in een levende relatie komen met de Opgestane. Dat verrukkelijke wonder hebben wij te prediken. En daarin is de Kerk teken van hoop voor de vereenzaamde, wanhopige, ontgoochelde, levensmoede moderne mens. Het gaat om een levensechte gemeenschap met God.
Er wordt wel gezegd: 'De kerk geeft antwoorden op vragen, die niet gesteld worden, maar heeft geen antwoord op de vragen, die wel gesteld worden'. En daarin zou de kerk dan zo geweldig falen. Ik herhaal: Het gaat inderdaad nr. één om die vragen, die niet gesteld worden, die vooralsnog niet staan op de drukke agenda van de moderne overspannen mens. Wie ben ik eigenlijk voor God? Wat is het ware mens-zijn? Hoe word ik ooit: mens!? De kerk kan niet spreken, ook niet over de sociale vragen, zonder dat ze in dodelijke ernst deze levensvraag de moderne mens voor de voeten heeft gelegd. Wanneer het startpunt van het kerkelijk spreken dat van de algemene verzoening is, bedriegt die kerk de mensen. Ze lost het eigenlijke probleem niet op. Haar prediking bestaat dan op zijn best in een wettisch appèl op de gewetens der mensen. De zweep gaat erover. De nood van de wereld wordt op de nek van de kerk verhaald. Het algemeen menselijke wordt uitgangspunt en norm. En het is dan ook geen wonder, dat de roep om de 'sociale dimensie' van het geloof' een roep is van Protestant en Rooms-Katholiek samen (de pelagiaanse wortel is duidelijk). Anderen gaan nog een stap verder en zeggen: 'Laat de kerk samen met het Jodendom de Bergrede weer in praktijk brengen' (F. Boerwinkel). 'Als de kerk nu verstek laat gaan, dan zal God, ' zegt men, 'wel Zijn eigen weg naar Zijn Rijk gaan met mensen en bewegingen buiten de kerk'.
Maar ik herhaal: als de kerk vandaag de eigenlijke vragen niet stelt, kan ze geen teken van hoop zijn. Ze is slechts teken van zelfoverschatting, van overmoed. Ze strijdt met de moed der wanhoop. Zij ziet het Koninkrijk Gods meer als haar opgave (het heil is aards) dan als een gave (Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld, dat is: gaat aardse kaders te boven).
In heilige verwachting
In de prediking en doorleving van het wonder van de vrijspraak van de goddeloze. Ja zo alleen kan de kerk werkelijk teken van hoop zijn in een wanhopige wereld. Als het geweten ontlast wordt van de schuld van onze zelfhandhaving, als wij de souvereiniteit van ons leven overdragen in de doorboorde handen van Christus, als het wonder van de gemeenschap met onze God door onze ziel mag trillen bij een avondmaalsviering, als wij op ons sterfbed zingen kunnen: Zo is God de Rotssteen mijns harten en mijn Deel in eeuwigheid'(Ps. 73 : 26b). Teken van hoop vooralle ontgoochelden, wanneer de roep van Christus klinkt: Komt herwaarts tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt en Ik zal U rust geven' (Matt. 11 : 28).
Daarmee is de vreemdelingschap van de kerk hier op aarde gegeven. Ons domicilie is in de hemelen. Ingeschreven in 't land van de rust en de teerkost op weg daarheen is Hij, Die ons naar Zijn beloften nieuwe hemelen en een nieuwe aarde geeft. Maranatha-kom, Heere Jezus. Wat we hier op aarde krijgen uit Zijn handen, is voorschot. Het beste wordt bewaard voor 't allerlaatst. Hier ben 'k niet thuis. Daarmee is ook het lijden gegeven. We naderen met rasse schreden het tijdperk van de antichrist. Dan zal de macht van de mens der weteloosheid ten top gestegen zijn (2 Thess. 2 : 3 v.v.). En dan zal er naar het Woord van de balling van Patmos slechts levensruimte zijn op aarde voor de mens, die het teken van het beest aan het voorhoofd heeft (Openb. 13 : 11 vv.). De hoop op de dingen, die niet gezien worden, zal als opium voor het volk worden gesmaad, belasterd, belaagd. En dat zal voor allen, die leven uit die niet geziene dingen, vervolging met zich meebrengen. Daarop hebben wij ons voor te bereiden. En zo, juist midden in dat lijden zal de kerk, teken van hoop zijn, zoals ze dat was, toen de arena's, de galgen en de brandstapels de kerk van de aardbodem dreigden weg te vagen. Want het bestaansminimum van de kerk is verzekerd in de belofte van onze Meester: Waar twee of drie in Mijn Naam vergaderd zijn, daar ben Ik in het midden van hen' (Matt. 18 : 20).
*)Referaat op de jaarvergadering van de Geref. Bond op 24 mei 1978
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's