De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Amsterdam die grote stad...

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Amsterdam die grote stad...

9 minuten leestijd

Dr. R. B. Evenhuis heeft een uitermate boeiende vijfdelige geschiedschrijving gegeven van het kerkelijk leven in Amsterdam, onder de titel 'Ook dat was Amsterdam'. In het onlangs uitgegeven vijfde deel, dat voorlopig het laatste zal zijn, gaat Evenhuis in op de vraag of de onkerkelijkheid, 'die in onze tijd van zo grote omvang werd, reeds in de 19de eeuw begon en wat daarvan als zij (dat is: deze vraag) bevestigend moet worden beantwoord, de oorzaken zijn gevveest'. We willen in dit artikel dr. Evenhuis een beetje op de voet volgen in dit hoogst interessante slothoofdstuk.

Cijfers

Er moeten eerst wat cijfers op tafel komen. In 1976 was 48, 6% van de Amsterdamse bevolking Hervormd. In 1879 (bijna een eeuw later) 48, 9% en in 1889, nog geen 10 jaar later 40%; maar die daling was natuurlijk het gevolg van de Doleantie, want Dolerenden en afgescheidenen haalden toen in Amsterdam 8% van de bevolking. Maar de ontkerkelijking begon voor Hervormd Amsterdam pas omstreeks 1900. In 1909 was het percentage Hervormden geslonken tot 32, 5%, in 1920 tot 29, 5%, in 1930 tot 21, 2% en in 1947 tot 19%, een daling in procenten die overeenkwam met een stijging van het percentage onkerkelijken (0, 03% in 1849; 0, 04% in 1879; maar continu stijgend tot liefst 34, 9% in 1930). Vanaf 1930, zegt Evenhuis, overtreft het aantal onkerkelijken dat van de Hervormden verre.

Evenhuis tekent aan, dat hoewel het percentage Hervormden in Amsterdam in de negentiende eeuw vrij stabiel is, we ons daarop toch niet moeten verkijken, want de Amsterdamse bevolking groeide in de loop van deze eeuw wél van 200.000 tot 500.000. Hoewel de bevolking dus meer dan verdubbelde en het percentage hervormden gelijk bleef (ongeveer de helft), en derhalve het aantal Hervormden dus toenam van 100.000 tot 250.000, blijkt uit de kerkeraadsverslagen namelijk, dat het aantal kerkgangers aan het eind van de 19e eeuw lager was dan aan het begin. Er waren wel twee nieuwe kerken gebouwd, maar niet omdat de kerken te vol waren, maar omdat de stad uitbreidde.

Ik denk - als ik deze tussentijdse opmerking maken mag - dat verschillende kerkelijk meelevende, rechtzinnige, hervormde gemeenten in dit cijfermateriaal een parallel ontdekken met de huidige eigen situatie.

De conclusie van dr. Evenhuis moet dus wel zijn, dat de Amsterdamse ontkerkelijking zich al in de vorige eeuw inzette.

Oorzaken

Wat zijn de oorzaken van de in de vorige eeuw op gang komende onkerkelijkheid? Evenhuis zegt dat sociologen menen, dat het gebrek aan sociaal besef in de kerk de oorzaak was. Het loon van de gemiddelde arbeider was ƒ 1, per dag. Aardappelen, gedoopt in mosterd en azijn (op bizondere dagen in olie of vet) was het gangbare voedsel. Voor een kledingstuk moest de arbeider ƒ 10, - voorschot op zijn loon vragen, waarvoor de werkgever per week ƒ 0, 50 inhield. In die weken werd daarom droog brood gegeten en aardappelen, zo uit de pan, zonder azijn en mosterd.

De woningtoestanden waren erbarmelijk... Wegens gebrek aan licht en lucht was het sterftecijfer zeer hoog...

Nog geen vierde deel van de zuigelingen bereikte het eind van het eerste levensjaar... Duizend kinderen werden per jaar te vondeling gelegd...

Maar deed de kerk dan echt niets en was Domela Nieuwenhuis, de rasechte socialist, dan inderdaad 'de heiland'?

Evenhuis zegt: men vergeet dan het vele werk dat door de diakonie werd verricht. Hoeveel kritische opmerkingen er ook te maken zijn over het diakonaat (en Evenhuis heeft dit in zijn boeken echt wel gedaan), er is respectabel werk der barmhartigheid verricht. 'Vele critici kunnen aan hen (de diakenen) een voorbeeld nemen’.

En verder - zegt Evenhuis - als er dan al te weinig zicht op het sociale probleem in de kerk was, waar werd dit dan wél gezien? Het waren buiten de kerk ook de enkelen, die sociaal zeer bewogen waren, zoals ze er ook in de kerken waren. 'Wat zal ons huidige nageslacht zeggen van de wijze, waarop wij aan de huidige problemen zijn voorbij gelopen...? ' De industriële revolutie van toen, die een oplossing bracht voor het sociale probleem, bracht immers het milieu probleem van nu?

De tweede factor die Evenhuis noemt ten aanzien van de ontkerkelijking is de atheïstische propaganda, welke uitging van de vereniging De Dageraad, een vereniging die modernchristelijk begon. De fouten van de samenleving, zo heette het, waren het gevolg van de dwalingen der christelijke kerkgenootschappen en hun onware geloofsvoorstellingen 'en het krachtigste middel tegen hun bijgeloof was bestudering van de natuurwetenschappen'. De mens moest er naar streven om de uit de natuur geleerde eigenschappen aan te kweken. Voorzitter van de Dageraad werd H. Huisman, die eerst catecheseermeester was. Hij had destijds uit overtuiging belijdenis afgelegd, zei hij, en was uit roeping godsdienstonderwijzer geworden 'maar voortgezette studie had hem tot het inzicht gebracht dat de belijdenis van de Herv. Kerk in strijd was met het ware christendom' . Hij bleef nog wel vasthouden aan het christendom als 'de schoonste instelling van het mensdom, dat de rede ontwikkelt en de zedelijkheid bevordert'. Maar het was hetmoderne christendom, dat in die tijd al de evolutiedenkbeelden van Darwin aanvaardde. Twintig jaar na de oprichting van de Dageraad (in 1875 dus) was de Dageraad van modern-christelijk tot principieel atheïstisch geworden. En ze heeft deze atheïstische propaganda mede de ontkerkelijking bevorderd.

Als andere oorzaken van de ontkerkelijking noemt Evenhuis de trek van het platteland naar de stad (in Rotterdam lag dat anders want daar vestigden zich aan de kerk gehechte bewoners van de eilanden, zegt hij) met alle verlokkelijkheden van dien (Evenhuis noemt b.v. 'de pleziertrein' van die tijd). Verder noemt Evenhuis de gebrekkige organisatie van de kerk, het ontbreken van onderlinge band ook. Evenhuis zegt: 'ik las het verhaal van een lidmaat, die elke zondag op een door hem gehuurde plaats in een der kerken zat. Hij kreeg moeilijkheden met een der predikanten en bleef om die reden weg. Ten onrechte, zoals hijzelf voelde, en daarom kwam hij na een tijd terug en zat elke zondag weer op zijn oude plaats. Maar het trof hem-en dat terecht - dat niemand toen hij wegbleef kwam vragen wat er aan de hand was en toen hij terugkwam zei niemand: wij hebben je gemist'.

Ook noemt Evenhuis de richtingsstrijd en de Doleantie als oorzaak van de ontkerkelijking. Het waren vaak de meest principiële en belangstellende lidmaten die heengingen. Daardoor kon de resterende gemeente nog gemakkelijker wegzakken in toenemende onkerkelijkheid.

De huidige situatie

Dr. Evenhuis geeft over Amsterdam van vandaag geen cijfers. Een eenvoudige optelling van de aantallen Hervormden in Amsterdam en de buitengewesten in het kerkelijk Handboek van van Alphen leert echter, dat groot-Amsterdam thans nog ongeveer 120.000 Hervormden telt. Dat betekent dat sinds 1947 (het laatste jaar, waarover Evenhuis cijfers geeft) de daling nog in versneld tempo is doorgegaan. We merken daarbij op, dat die daling van Hervormden waarschijnlijk geen stijging van de aantallen lidmaten bij andere kerkgenootschappen heeft opgeleverd. Daling van het aantal Hervormden staat gewoonlijk model voor de ontkerkelijking als geheel. En ontkerkelijking in Amsterdam is ongetwijfeld symptomatisch voor ontkerkelijking in Nederland, al zal ongetwijfeld een stad als Amsterdam de twijfelachtige eer hebben in dit opzicht koploper te zijn.

De les

We hebben met opzet een overzicht gegeven van de oorzaken, die Evenhuis ten grondslag ziet liggen aan de ontkerkelijking en de daarmee gepaard gaande ontkerstening. We zijn in het algemeen geneigd de oorzaken te zoeken in het gemis aan bijbelse prediking. Daar zal inderdaad de worteloorzaak liggen. Maar in situaties als in Amsterdam ving bijbelgetrouwe prediking het verval vanwege moderne, vrijzinnige, niet meer aan de belijdenis gebonden prediking óók niet op. En ook waar vandaag de prediking naar de Schriften nog greep heeft op een brede laag van het volk daar wordt de ontkerkelijking als zodanig niet gestuit en teruggedrongen. In de ontkerkelijking zit kennelijk iets van een voortgaand proces, gegeven met een tijdsbeeld, gegeven met de mens, die zich losrukt van bindende banden aan het Woord van God.

Maar dan zou ik toch de door dr. Evenhuis gesignaleerde oorzaken ook volstrekt serieus willen nemen. We beseffen diep, dat het de Heilige Geest is, die levend maakt, dat God vrijmachtig ook vandaag Zijn souvereine gang gaat, door niets en niemand te keren. Maar de middelen zijn er óók nog. En als we beseffen dat de kerk, dat wil zeggen de kerkdienst de ruimte is waar God voorspoedig wil rijden op het Woord van Zijn Waarheid, om zó bekerend te werken in harten en levens van mensen, die nog vreemd zijn aan de genade, dan is het toch zo, dat we graag het volk als geheel in de kerk zien, bekeerd en onbekeerd. Het eerste hoofdstuk in het boek van professor van Ruler 'Waarom zou ik naar de kerk gaan' heet 'Om de kans te lopen bekeerd te worden'. Dat volkskerkidee, dat idee van de kerk, waar het volk onder de beademing van het Woord is, is nog niet zo vreemd. Daarom dienen we er zuinig mee om te gaan als het volk nog in de kerk komt, ook al is het evangelie niet bij allen een levende werkelijkheid, tot misnoegen van die opwekkingsgroepen van vandaag, die in feite Labadistisch zijn ingesteld en een kerk van louter wedergeborenen bedoelen. En dan kan het inderdaad zijn dat gemis aan sociaal besef (denk maar eens aan de toestanden in de Veengebieden voor de oorlog), of dat gebrek aan werkelijk meeleven met elkaar ('waar is de liefde? ') mensen doet afhaken van de kerk. Ze zijn van ons uitgegaan omdat ze van ons niet zijn, wordt dan wel gezegd. Dat zal soms waar zijn. Maar de andere kant is dat oorzaken als genoemde - waarbij nog te noemen zijn onheilige richtingsstrijd - mensen kan doen afhaken van de kerk. Waarbij het dan toch een feit is, dat het om ook bijbelse noties gaat die ontbreken en die de oorzaak van dat afhaken zijn. Want de Bijbel kent toch sociale bewogenheid, gemeenschap met elkander en vrede tussen broeders?

Ik denk dat de les van Evenhuis' epiloog in zijn geschiedschrijving van Amsterdam vandaag door de meest rechtzinnige gemeente ter harte genomen mag worden. Want ook vandaag loert het gevaar van de ontkerkelijking via kwesties als het gemis aan sociale bewogenheid, onderlinge gemeenschap en onderlinge liefde; óók overigens via de overwaardering van de rede en de wetenschap als bij de Dageraad van de vorige eeuw. De Heere God zal echt wel bij machte zijn om dwars door alles heen met Zijn Woord te werken, ondanks barrières die wij opwerpen. Maar toch zullen wij verantwoordelijk worden gesteld als we barrières opwerpen, waardoor mensen verhinderd worden het Woord Gods te horen en zo de kans te lopen bekeerd te worden.

Amsterdam, die grote stad.... Amsterdam kent honderduizenden mensen, die vanwege de ontkerkelijking, de oproep tot bekering niet meer horen. Huiveringwekkende gedachte. Amsterdam een stad met honderdduizenden mensen. Hoeveel 'volks' zou God nog in deze stad hebben?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Amsterdam die grote stad...

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's