Brief staatssecretaris inzake poliovaccinatie
De staatssecretaris van Volksgezondheid en Milieuhygiëne, mevrouw E. Veder-Smit, zond dezer dagen een brief inzake de polio epidemie aan de kerkeraden van de Oud Gereformeerde Gemeenten, de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, de Gereformeerde Gemeenten, de Christelijke Gereformeerde Kerken en de gemeenten behorende itot de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk. Hoewel de bezwaren tegen poliovaccinatie hoofdzakelijk voorkomen in de eerste twee kerkgenootschappen en binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Bond één en ander een randverschijnsel is (binnen de Gereformeerde Gemeenten is het thans een zaak van discussie met vele voorstanders en ook tegenstanders) nemen we hierna de brief van de staatssecretaris geheel op. De brief beperkt zich tot de feiten aangaande poliovaccinatie en gaat helaas niet in op de principiële bezwaren die leven. Toch willen we deze feiten graag aan de lezers doorgeven.
Bij uitbrekende polioepidemieën hebben we in ons blad steeds een éénduidig beleid gevoerd en de lezers erop gewezen vaccinatie een verantwoorde en gezien onze verantwoordelijkheid zelfs geboden zaak te achten, al hebben we er ook steeds op gewezen dat elke vorm van dwang uit den boze is. Wij menen, dat we in deze ernstige zaak geen én-én houding mogen aannemen. Het gaat om verantwoorde voorlichting opdat mensen niet nodeloos in gewetensnood zijn. Het is ons de laatste weken gebleken, dat organen die nu eens voorstanders dan weer tegenstanders van vac cinatie aan het woord laten mensen in grote nood brengen of laten. Het gaat ook niet aan de mensen voor te houden: we laten u vrij! Terecht heeft dr. A. Verkuyl, directeur van het revalidatiecentrum voor polioslachtoffers in Doorn, dezer dagen geschreven dat, als men steeds de mensen (ambtelijk) heeft voorgehouden dat het niet mag, men bij gewijzigde inzichten niet opeens de mensen moet zeggen dat men ze vrijlaat; dan zal men óók met evenveel overtuigingskracht moeten zeggen dat en waarom het wél mag, wil men de mensen niet in gewetensnood laten. De praktijk leert nu eenmaal, dat vele mensen doen wat hun voorgangers menen dat verantwoord is. De praktijk is dan ook, dat in die gemeenten, waar voorheen algemeen gold dat vaccinatie verboden was, men en-masse laat vaccineren als de predikant ter plaatse er toe oproept. Daarom laden voorgangers, die alles in het onzekere laten of zeggen dat men de mensen vrij laat, een grote verantwoordelijkheid op zich.
Al eerder hebben we geschreven respect te hebben voor hen die niet laten vaccineren maar dit doen met een beroep op hun godsvertrouwen. Het is evenwel anderzijds zo dat in die kerken, waar principiële bezwaren leven tegen vaccinatie dit vertrouwen in de officiële leer slechts het deel mag zijn van enkelen. Dat vertrouwen kan men dan ook niet opleggen aan de gehele gemeente. Het al meer hameren op het principiële van niet-inenten kan dan ook een vorm van dwang worden, die niets te maken heeft met een eigen persoonlijke beslessing.
We beseffen intussen de nood die hier bij velen ligt. Wij voor ons menen, dat er geen verschil is tussen het toedienen van poliovaccin (zeker als er al een epidemie is) en het toedienen van peniciline wanneer koorts gevaarlijke afmetingen gaat aannemen. Bij alle middelen die God ons als gave geeft blijven we afhankelijk van Zijn zegen en is niet minder Godsvertrouwen nodig. Maar gezien het vele dat hierover geschreven is kan men zich niet aan de indruk onttrekken dat argumenten nauwelijks meetellen. Een artikel van prof. dr. W. H. Velema in het Reformatorisch Dagblad is in zijn argumentatie overtuigend, ook bijbels overtuigend. Een artikel van ds. M. Pronk (een interview) in hetzelfde Reformatorisch Dagblad is dat helemaal niet. Maar alleen al de kop van het laatstegenoemde artikel, waarin gesuggereerd wordt dat verbieden van vaccinatie gelijk staat met gehoorzaamheid aan het Woord Gods, brengt verwarring en nood.
Zo'n artikel suggereert alleen maar dat wie wél laat inenten ongehoorzaam is aan het Woord. Zo'n artikel achten we dan ook hoogst ongelukkig.
Hier volgt thans de brief van de staatssecretaris;
’De verontrustende ontwikkeling van de poliomyelitisepidemie die zich nu reeds over meer dan twee maanden uitstrekt en een spreiding in brede band over het gehele land, van Terneuzen tot Vriezenveen, vertoont, brengt mij er toe, mij op deze ongewone wijze tot u te richten.
Als Staatssecretaris voor de Volksgezondheid in Nederland acht ik de tijd gekomen om mijn grote bezorgdheid over deze ongunstige ontwikkeling eenpersoonlijk schrijven aan U kenbaar te maken Het is namelijk gebleken dat de epidemie zich tot nu toe beperkt tot die groeperingen waarvan leden uit levensbeschouwelijke overwegingen een vaccinatie afwijzen. Wellicht bevinden zich onder de leden van Uw kerkgenootschap ook tegenstander van vaccinatie.
De feiten zijn als volgt:
De invoering van de vaccinatie tegen polio in 195 had een snelle daling van het jaarlijkse aantal gevallen van polio ten gevolge. Na de epidemie in 1956 met 2206 gerapporteerde gevallen (waaron der 1784 patiënten met verlammingen) is in 195 de vaccinatie tegen polio op gang gekomen, die i uitgemond in het Rijks vaccinatieprogramma zoal we dat thans kennen. In de jaren die daarop volg den daalde het aantal gevallen tot rond 20 per jaar. De polio-epidemie in 1971 in Staphorst me 39patiënten (28 met verlammingen) ligt ons echte nog vers in het geheugen. Van de patiënten in Staphorst met verlammingen zijn er 5 overleden, terwijl bij 9 patiënten nog matig ernstige tot ernstige restverschijnselen bleven bestaan. Vóór het uitbreken van de epidemie blijkt slechts rond 50% van de kinderen in het dorp Staphorst te zijn gevaccineerd.
Na de epidemie zijn de inentingspercentages in het dorp Staphorst gelukkig belangrijk toegenomen (tot meer dan 80%). Nadien heeft zich nog slechts af en toe een enkel sporadisch geval voorgedaan.
De huidige epidemie
Op 3 mei werden de eerste twee gevallen van polio uit Elspeet en Uddel gemeld aan de regionale geneeskundig inspecteur van de Volksgezondheid voor Gelderland. Achteraf is gebleken dat reeds op 15 april een geval van polio zich had voorgedaan Sindsdien is het aantal patiënten geleidelijk toegenomen tot rond 70.
De spreiding der patiënten strekt zich uit van de provincie Zeeland tot in Overijssel.
Er zijn sterke aanwijzingen dat reformatorische scholengemeenschappen met leerlingen uit vele omringende gemeenten een rol hebben gespeeld bij de verspreiding van het poliovirus.
Tot schoolsluiting werd niet besloten omdat volgens de huidige inzichten op het moment dat een leerling met polio wordt gesignaleerd reeds een belangrijke verspreiding van het virus is opgetreden. De verspreiding heeft echter niet uitsluitend in de scholengemeenschap plaatsgevonden. Het onderlinge contact tussen de leden van de gereformeerde groepen die vaccinatie afwijzen blijk frequent en intensief te zijn.
Bestrijdingsacties tijdens de huidige epidemie
De ervaring heeft geleerd dat polio-explosies zich met name voordoen in gemeenschappen waar ee laag percentage van de bevolking is gevaccineerd Daarom is op grote schaal een vaccin in een suikerklontje aangeboden aan personen geboren in 1951 en daarna, in plaatsen waar het jaarlijks inentingspercentage kleiner dan 75% bedroeg, indien in die plaatsen zich één ofmeer poliogevallen voordeden.
Dit heeft ook thans weer plaatsgevonden in Udde Elspeet en Kootwijkerbroek, waar het inentingspercentage tussen 40-60% bedroeg.
Van de niet-gevaccineerde personen in deze gemeenschappen blijkt echter toch maar een klein deel (10%-20%) het 'klontje' te hebben ingeslikt. De huidige epidemie heeft zich inmiddels verder uitgebreid doch blijft nog steeds exclusief beperk tot de bevolkingsgroep die vaccinatie om godsdienstige redenen afwijst.
De deelneming aan deze vaccinatie in de desbetreffende gemeenten is wisselend. Er zijn plaatsen waar velen het klontje thans aanvaarden, in andere plaatsen is de desbetreffende bevolkingsgroep daartoe nog niet bereid.
Bij sommigen bestaat de angst dat de vaccinatie juist polio zou kunnen veroorzaken. Hiervoor behoeft men niet bevreesd te zijn.
Er zijn weliswaar enkele gevallen van polio kort tijd na vaccinatie geconstateerd, maar bij deze patiënten is de inenting helaas te laat gekomen. Sinds 1957 werden enkele tientallen miljoenen injecties tegen polio in ons land gegeven. Hierdoor werd geen enkel geval van kinderverlamming veroorzaakt.
Ook in de plaatsen waar geen polio is geconstateerd zijn inhaal-entingscampagnes aan de gang Allerwege wordt de bevolking, voor zover zij niet of onvolledig tegen polio is geënt en jonger is dan 27 jaar, opgeroepen om zich te laten vaccineren. De leeftijdsgrens van 27 jaar is gekozen omdat het overgrote deel van hen die vóór 1951 zijn geboren reeds met 'wilde' poliostammen is besmet geweest en daardoor thans tegen de ziekte is beschermd. Bij de inhaalentingen zijn de plaatselijke entgemeenschappen, waarin huisartsen een belangrijke rol spelen, betrokken. Doch ook de gemeentebe sturen, en gezondheidsdiensten vervullen een belangrijke en actieve rol in dit verband. Deze campagnes lijken succes te hebben.
Het doel van mijn brief is om U op de hoogte te stellen van alle feiten ten aanzien van de poliomyelitis als besmettelijke ziekte voor zover deze tot nu toe bekend zijn en van de bestrijdingsmogelijkhe den die ons momenteel ter beschikking staan.
Met respect voor de eigen consciëntie ten aanzie van hen die bezwaren hebben tegen vaccinatie, wil ik niettemin een beroep op U doen om deze bezwaren nog eens ernstig te overwegen.
Wanneer een besmettelijke ziekte zich door ons land verspreidt, is het voor alle inwoners van belang, de kans op besmetting zoveel mogelijk te verminderen. In dit opzicht dragen wij allemaa een verantwoordelijkheid én voor ons zelf én voot elkaar. De beslissing die wij nemen om zich we niet te laten vaccineren, geldt niet alleen voor onszelf, maar ook voor ons gezin en voor de mensen met wie wij omgaan. Wanneer zou worden besloten om alsnog tot vaccinatie over te gaan, wij op eenvoudige wijze en zonder risico kan geschonden, kan veel lijden en verdriet worden voorkomen.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's