De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De roeping

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De roeping

10 minuten leestijd

Onder bovenstaande tekst verscheen van de hand van collega Exaltp een brochure. Het was oorspronkelijk een lezing, gehouden op de contio van hervor'md-gereformeerde predikanten in het winterseizoen van dit jaar. Het thema van dit geschrift bleek bijzonder onder het kerkvolk te leven, meer dan de schrijver vermoedde. Juist de belangstelling voor dit ondenrt/erp bracht hem er toe zijn referaat een breder fundament te geven en zo hebben wij thans dit boekje voor ons.

Uitgangspunt

Vragen wij nu naar het motief, dan komt het ons voor, dat de auteur een leemte heeft gezien ten aanzien van dit probleem in vele moderne dogmatieken. Hij maakt er zelf melding van, dat in de hedendaagse geloofsleer de roeping niet meer voorkomt. De aandacht is op het theologisch erf tegenwoordig niet zozeer meer gericht op wat tot de persoonlijke zaligheid dienende is als wel op wat men verstaat onder het heil van deze wereld. Men spreekt veel over de kosmische en eschatologische perspectieven van de christelijke boodschap, en men bemoeit zich niet of nauwelijks meer met de persoonlijke vraag naar het heil. Wij menen dat collega Exalto dit manco recht heeft aangewezen, want een gedurige gang door de gemeente in het pastoraat en een geduldig luisteren naar wat in het binnenste van het hart leeft, brengt onveranderlijk weer tot zekerheid, dat deze vraag naar het persoonlijk bezit der genade immer actueel is. Natuurlijk wordt dit vraagstuk niet bij ieder gemeentelid of iedere gemeente zelfs even dringend overdracht - maar toch, geheel verklonken is deze vraag nooit en daarom getuigt het van zicht op het mensenhart ook nu deze zaak weer aan de orde te stellen.

Intussen - wat verstaat men onder roeping? Een scherpe probleemstelling verhoogt de aandacht. Laten wij eens het woord geven aan een beroemd dogmaticus van deze eeuw, met name Bavinck. Wij halen hem nu aan, niet uit zijn Gereformeerde Dogmatiek, maar uit zijn geschrift Magnalia Dei, een populaire uitgave van zijn grote geloofsleer. Hij begint het hoofdstuk over de roeping met deze woorden: 'om deze gemeenschap aan zijn persoon en aan zijn weldaden ons deelachtig te maken, bedient Christus Zich niet alleen van den Geest, dien Hij in de gemeente heeft uitgestort, maar ook van het Woord, dat Hij tot onderwijzing en bestiering haar geschonken heeft'. Daaruit blijkt al duidelijk dat roeping gemeenschap bedoelt met Christus door Woord en Geest. Er blijft een sprake Gods uitgaan tot ieder mens. De belijders van de gereformeerde religie hebben dit te allen tijde erkend door te spreken van een zakelijke roeping. Deze gaat wel niet gepaard met een opzettelijk gepredikt woord, maar komt toch de door zaken, gebeurtenissen, leidingen tot ons. God blijft zich ook na de val aan zijn mensen­ in kinderen openbaren in Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid. Hij laat Zich aan hen niet onbe­tuigd. Hij bescheidt hun tijden en bepaalt hun woningen, opdat zij de Heere zouden zoeken, of zij Hem immers tasten en vinden mochten. Deze zakelijke roeping gaat met name uit tot n de heidenen. Zij delen dus wel niet in de roe­ping door het Woord van het Evangelie, maar zij zijn toch volstrekt niet van alle roepingen, verstoken. God spreekt ook nog tot hen, door de natuur, door de geschiedenis, door de rede, en door het geweten. Deze roeping is wel - onvoldoende tot zaligheid, want zij weet niet van Christus, die de enige weg tot de Vader en ­ de enige Naam onder de hemel tot zaligheid is; he­zij is desondanks van grote waarde. Het is een invloed en getuigenis van Gods Geest, dat ook in de gevallen mens zich nog horen doet en hem tot het doen van het goede vermaant. ­

Van deze zakelijke roeping onderscheiden is - de roeping, welke in het Woord van het Evangelie is vervat en tot allen komt, die leven binnen de grenzen van het Christendom. Deze neemt ook de inhoud der algemene roeping in zich op, de roeping door natuur en geschiede­nis, door rede en geweten, bepaaldelijk ook e­die door de in de openbaring door God zelf herstelde en verklaarde zedewet, maar voegt er die door het Evangelie aan toe en geeft haar or zo een bijzonder, een van de algemene roe­ping onderscheiden karakter. Wij hebben hier met enige woorden dus de roeping getekend. Het is, zeer algemeen aangeduid: Gods aan­spraak en getuigenis tot de mens, om tot zijn Schepper te komen. Gemeenschap met Hem te oefenen in Christus door Woord en Geest. God slaat niet belangeloos en hoog verheven van de hemel uit het mensengewoel gade - neen. Hij wil dat wij tot Hem komen en met Hem leven zullen. De roeping is, om zo te zeggen: Gods lokroep tot ons. Zijn vishaak om ons uit de mensenzee tot Hem te trekken. Wij zouden deze uiteenzetting over de roeping nog kunnen verfijnen door te schrijven over de uitwendige en de inwendige roeping - maar wij zullen dit voor heden niet doen. Wij menen duidelijk geweest te zijn. God zoekt verbinding met zijn mensen, dat is roeping. Het is verstaanbaar, dat de roeping in de geloofsleer dus omschrijft het werk, dat God doet om Zijn schepsel weer in Zijn dienst terug te krijgen. Het laat zich denken dat de roeping in iedere prediking moet voorkomen met name in de toepassing, waar de predikant het Woord des Heeren aan het hart van de gemeente moet leggen. In de roeping klinkt het bevel van bekering en geloof. Collega Exalto maakt zich nu bezorgd, dat deze zaak, namelijk om het Woord Gods in contact te brengen met de hoorders in de kerk, grotendeels dreigt te vervagen. Om deze reden schrijft hij zijn brochure.

Opzet

Hij is bevreesd voor twee gevaren. Aan de ene kant het gevaar van het rationalisme aan de andere kant het gevaar van het mysticisme. Collega Exalto ontleedt dan aan de hand van de theologische overwegingen van dr. Steenblok het dodelijk gevaar, dat hier dreigt. Het Christendom wordt hier opgevat als een leer. De prediking een zedelijke aanrading. Het verkiezingsschema trekt als een stolp over de levende Woordbediening heen en verstart haar tot een ijsklomp. Daarnaast opent hij het oog voor de overtrokken ideeën van dr. Woelderink. Bij hem worden bedenkelijke, Lutherse gedachten openbaar van vereenzelviging van Woord en Geest. Bijna leert dr. Woelderink dat de zaligmakende werking van de Geest in het Woord wordt opgesloten en alleen door het Woord ingaat in de mens. Zien wij de bedoeling van de auteur wel naar de achtergrond van zijn geschrift, dan wil hij ons oog er voor openen, hoe nauwgezet wij moeten denken over de verhouding van Woord en Geest. Het is niet onze bedoeling u te dezer plaatse breed te informeren. Wij zouden u willen bewegen de brochure zelf te kopen. Maar de kwestie, die collega Exalto aanraakt, betreft de overgang van mysticisme tot rationalisme en omgekeerd de voortschrijding van rationalisme naar mysticisme. Het wordt in de kerkgeschiedenis altijd gezien. Of men houdt Woord en Geest zo ver uit elkaar, dat het Woord een dorre leer wordt; of men vereenzelvigt Woord en Geest zodanig, dat het Woord als vanzelf werkt. De christelijke kerk heeft steeds getracht deze dwalingen te vermijden en zowel het onderscheid als het verband met Woord en Geest vast te houden. Ten diepste reiken mysticisme en rationalisme elkaar de hand, zowel bij dr. Steenblok als bij dr. Woelderink. Zien wij wel, dan heeft de eerste zodanig de nadruk op Gods werk gelegd en op de onmacht van de zondaar, dat deze geheel lijdelijk gaat neerzitten, om af te wachten of en wanneer er iets gebeuren zal. Het doet er niet toe, hoe hij het krijgt, als hij het maar krijgt. De zondaar wil tevens een apart bericht ontvangen, dat hij het gekregen heeft. De tweede theoloog moet op zijn hoede zijn voor het synergisme. Daarin willen wij zelf de mogelijkheden, die wij bezitten tot werkelijkheden maken. Wij willen zelfs God de kans bieden om in ons te werken. Dan zijn wij van oordeel, dat wij zelf in staat en bij machte zijn de zogenaamde voorbereidende genade zo goed en zo nuttig te gebruiken, dat alle belemmeringen, die de eigenlijke genade nog in de weg staan, worden opzij gezet. En dan is meteen de genade geen genade meer. Hiertegenover zeggen wij op grond van Gods Woord, dat zowel de verwerving als ook de toepassing van het heil Gods werk is. Beide gevaren weert de schrijver af. Het geschrift van de roeping houdt de oude beproefde lijn aan en argumenteert op grond van Schriftgegevens, reformatoren en belijdenisgeschriften. De invalshoek van de roeping is een bijzonder vruchtbaar uitgangspunt om de gereformeerde visie voor te stellen. Wij hebben bewondering voor de betoogtrant van de auteur en voor de bewijzen, die hij poneert.

Wens

Hebben wij dan nog wensen over? In principiële zin niet, in materiële zin wel. De predikant van Benthuizen heeft ons een kostelijke schat op tafel gelegd. Maar wij hebben al lezende gedacht: s het niet mogelijk het laatste onderdeel, het zogeheten uitzicht, wat bijbels te verdiepen? De schrijver noemt twee extreme afglijdingen: en rationeelmysticistische dwaling en een synergistische. Terecht maar wanneer wij denken aan onze predikanten, die week in, week uit worstelen met de toepassing van het Woord in hun preken, zou het niet eens dienstig zijn te overwegen enkele lijnen aan te geven, die voor de gereformeerde gezindte nuttig kunnen zijn met het oog op concrete applicatie? Paulus weet zo geniaal het Woord te snijden met de spits naar de gemeenten. Eén voorbeeld: In Efeze 4 : 1 vermaant hij de gemeente waardig te wandelen der roeping met welke zij geroe­ pen is en dan moet u erin lezen hoe ter zake dan de apostel dit levend maakt. Met alle ootmoedigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, verdragende elkander in liefde. Met dit vers komt de apostel van de algemene vermaning in vers 1 tot haar speciale uitwerking in een paar hoofdtrekken en grond-of worteldeugden. Het is frappant hoe scherp het Woord Gods daardoor in de gemeente komt te staan. De auteur noemt twee gevaren naar de zijde van dr. Steenblok en naar de zijde van dr. Woelderink. Wat zou het goed zijn deze gevaren eens homiletisch uit te werken en dan eens aan te geven welke zonden ons in het gereformeerde denken voornamelijk aankleven. Er zit een dominees, spiegel in en een situatieschets voor onze tijd. Maar wellicht vragen wij méér dan wij mogen vragen. Het komt ons alleen voor, dat de prediking van een geschrift als dit zo veel kan winnen.

Belang

Derhalve een brochure, die u bij de hand moet houden om aan de rechte koers u te meten. Een handzaam boekje om naast het preekboekje te leggen, een geschrift om ambtsdragers in handen te geven. Het moet ons wel van het hart, dat wij in de gereformeerde gezindte bepaald niet karig zijn aan lectuurvoorziening. Wij vrezen wel eens voor een kwantiteit omgekeerd evenredig aan de kwaliteit. Bepaald zou het goed zijn dat wat minder geschreven werd. Maar naar de oude raad van de wijze Bacon - als er dan enige boeken doorgebladerd moeten worden, andere doorgelezen, dan zouden wij dit werkje onbevreesd durven rangschikken bij de boeken die door en door bestudeerd moeten worden. De prediking zou er door verrijkt worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De roeping

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's