De kerk teken van hoop *)
(3)
En zo midden in de wereld
Maar’, zo zegt iemand tenslotte, 'dan is de kerk toch weer alleen maar' een privédomein van persoonlijke vertroosting en verlossing. 'Waar blijft dan haar roeping om in de wereld te zijn? Is zij er dan alleen om oude heilsfeiten in gedachtenis te houden en zielservaringen in de omgang met God uit te wisselen? Moet zij niet juist ook een teken van hoop zijn, doordat haar boodschap de maatschappelijke en politieke strukturen doorzuurt? ’
Ja, dat zal zij. Want wanneer zij werkelijk leeft uit het wonder van de rechtvaardiging is niet slechts de wereld als de tegenspeler van. God voor haar vergaan, maar komt die wereld ook terug als een schepping, waaraan God trouw blijft. En het teken van het kruis en van het open graf zijn de garantie vaii die trouw van God. De machten zijn ontzenuwd. De oude slang heeft zijn zeggenschap verloren. Daarom staan wij midden in die wereld, wetende, dat 'zij ten vure bewaard wordt tegen de dag des oordeels en der verderving der goddeloze mensen' (2 Petr. 3 : 7b). Wij staan er niet in met de ijdele hoop om hand in hand met alle goedwillenden een heilsstaat op aarde op te kunnen richten. Maar wij staan in die wereld in het vaste geloof, dat zij des Heeren is en dat de heilige wet des Heeren op alle levensterreinen moet worden gepredikt. Alles, wat naar die heilige wil des Heeren is, zal door het vuur van het eindoordeel heen, meegaan naar de nieuwe wereld, die God maken zal.
Dat betekent heel persoonlijk voor een christen, dat hij een teken van hoop kan zijn voor allen, door wie hij omringd wordt, door een dagelijkse levenspraktijk van ware godzaligheid. Dat wil o.a. zeggen, dat hij van vergeven weet en niet met Jan en alleman overhoop ligt, omdat hij ook in geestelijke en kerkelijke zaken zo'n verschrikkelijke zelfhandhaver is. Het wil onder meer ook zeggen, dat hij matig en sober leeft. Het is stellig niet tot onze eer, dat het thema van de nieuwe levensstijl met de oproep om versobering over heel de breedte van het leven, ons aangereikt moet worden vanuit de kring van de Raad van kerken. Waarom zijn wij niet veel eerder op een soortgelijk idee gekomen? Het ligt toch in de lijn van de Calvijnse heiliging van heel het leven om er een sobere levensstijl op na te houden, zodat wij ook iets hebben om aan de nooddruftigen mee te delen? ! Waarom (dat is een vraag, die ons terecht gesteld kan worden) functioneert de Bergrede zo weinig in onze prediking en in de praktijk van het leven? Waarom komen de ethische vragen (die van het gezin en het huwelijk, die van het bezit, die van oorlog en vrede, die van maatschappij en staat) zo weinig aan de orde in onze prediking, katechese in kringwerk? Alsof het niet juist hier nodig is, dat wij oprukken tegen de geest van de tijd die van het atheïstisch materialisme, en de mensen bij de hand nemen om ze te leren leven naar de maatstaf van Gods heilige wet, zodat de wereld het aan hen zien kan, dat zij uit de hoop, die van boven is, leven? Onze belijdenis spreekt er uitdrukkelijk over. Denk aan het derde stuk van onze Heidelberger (over de tien geboden). Denk aan artikel 36 van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis. Dat hoort ook bij 'het volharden in de leer der apostelen' (Hand. 2 : 42). Als het waar is, wat in één van de rapporten van 'Zending in Nederland' gezegd wordt, dat er bij velen, vooral ook jonge mensen in Nederland een 'vraagbereidheid' is (Hoe ga je om met bezit, sex, macht? ), dan kunnen wij hen om Gods wil het antwoord niet schuldig blijven, opdat men het dwars door alles heen zou weten: die kerk heeft een geheim. Zij is juist midden in al die levensvragen een hoopvol teken. Want zij vermag b.v. het bezit te relativeren, omdat zij weet, dat de mens slechts rentmeester is.
Deze vragen in de mikrosfeer (de sector van het persoonlijke leven) zijn ook onmiddellijk verbonden met de zg. Makrovragen (de vragen van de samenleving, van het samenleven der volkeren op de aarde). Ook daarin heeft de kerk haar profetische roeping te vervullen, wil zij werkelijk een teken van hoop zijn. En dan zal zij juist hier beducht moeten zijn om niet gelijkgeschakeld te worden met fascistische en/of marxistische ideologieën Ik zou het een uitdaging willen noemen aan het adres van drie van onze mannen, die onlangs benoemd zijn in de nieuwe commissie van het werelddiakonaat, om duidelijk te maken, hoe men vanuit de rechtvaardiging van de goddeloze ook in werelddiakonaal verband volop kan bezig zijn om de kerk te doen zijn: een teken van hoop! Ik voor mij meen, dat dat alleen maar werkelijk en wezenlijk kan, wanneer de kerk ook in het kader van het werelddiakonaat haar onbijbelse uitgangspunt verlaat, nl. dat God de onvoorwaardelijke Partijganger der armen en verdrukten zou zijn. Dan betekent werelddiakonaat, dat de kerk zichzelf geloofwaardig gaat maken door ondersteuning van het terrorisme. Zo echter is ze op zijn best het teken van een slechte hoop, niet meer van de hoop, die al ons leed doet verzachten. Het werk van het werelddiakonaat worde gedragen door de bevrijdende boodschap van het zoenbloed van de zachtmoedigste aller mensenkinderen. Dan gaan er niet direkt en met geweld maatschappijstrukturen en politieke stelsels ondersteboven. Dan vechten we bepaald ook niet voor een samenleving, waarin elk mens aan zijn maximum aan rechten komt. Maar dan verstaan we wel onze profetische roeping als kerk en als christen om, voorzover God het ons geeft, mee te bouwen aan een samenleving, waarin de weduwe en de wees, de vreemdeling en de arme, de hongerige en de vervolgde een gerust en stil leven kunnen leiden, maar dan in alle godzaligheid en eerbaarheid. Dan kan de kerk niet zwijgen, als er sprake is van onrecht, niet in Zuid-Afrika en niet in Rusland. Maar zij roept ook geen halleluja, als er overal op aarde vrijheid, gelijkheid en broederschap zou zijn. Want van hoop, echte hoop voor de mensheid is alleen maar sprake, als die mensheid zich buigt voor de Koning van hemel en aarde. De Kerk des Heeren ziet daarnaar uit. Zij weet het: 'Eenmaal zal alle knie zich voor Hem buigen en alle tong zal Hem belijden' (Fil. 2 : 10 v). Daar hoopt zij op. En dat hopen is altijd weer een zuchten met het ganse schepsel, dat in barensnood is, mee. 'Wij, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelf, zuchten in onszelf, verwachtende de aanneming tot kinderen nl. de verlossing van ons lichaam. Want wij zijn in hope zalig geworden. En indien wij hopen hetgeen wij niet zien, zo verwachten wij het met lijdzaamheid' (Rom. 8 : 22 vv.).
Litteratuur
J. Calvijn: Institutie, III, 2, 42, 43; III, 24, 7; lil, 25, I J. Moltmann: Theologie derHoffnung (Chr. Kaiserverlag. Munchen, 1965)
Wereld en zending, werkmateriaal voor het oecumenisch beraad 'zending in Nederland', in tijdschrift voor opbouw van de missionaire gemeente 6de jrg, 1977, nr. 2, uitgave Ned. Zendingsraad, A'dam.
Idem, verslagboek 'zending in Nederland', 7de jrg. 1978, nr. 1
Het voortreffelijke werk, handleiding voor ambtsdragers, Echo Amersfoort 1977.
C. den Boer: Op de grens van kerk en wereld, een bundel lezingen en artikelen voor de toerusting van ambtsdragers en gemeente. Echo Amersfoort.
*)Referaat op de jaarvergadering van de Geref. Bond op 24 mei 1978
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's