De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

5 minuten leestijd

De verzoening, door ds. P. Koeman (Oene).

Een handleiding over de verzoening, die is samengesteld door ds. P. Koeman op verzoek van de classis Harderwijk, vooral met betrekking tot het gesprek, dat het breed moderamen van die classis voerde met dr. E. E. Stern te Amsterdam over diens publicaties inzake de verzoening.

Deze kleine brochure bevelen wij graag ook onze lezers ter lezing aan. Men kan ze bekomen bij de scriba van de classis, ds. J. Koele (Nijkerk). In dit zeventien pagina's tellende geschriftje zet ds. Koeman op een heldere wijze de Schriftgegevens met betrekking tot de verzoening op een rij en dat in duidelijke konfrontatie met de opvattingen van dr. Stem en dr. Wiersinga in hun zg. alternatieve 'effectieve' verzoeningsleer. De leer van de verzoening door voldoening is geen uitvinding van de Middeleeuwen, die nu eenmaal een ander rechtsbesef hadden en een andere Gods idee. Het is door heel de geschiedenis van de kerk heen duidelijk geworden, telkens weer, dat de realiteit van de God van het heilig recht haaks staat op het natuurlijk denken van de mens, die niet met al het zijne verdoemelijk wil zijn voor God (denk bv. ook aan de Remonstranten). Daarom is er altijd weer op dit 'hart van de kerk' zoveel afgekomen. Maar deze leer - van de plaatsvervangende verzoening door voldoening is ook altijd voor alle vromen, die hebben leren buigen voor de majesteit van God, het trooststuk bij uitnemendheid geweest. En deze leer maakt bepaald geen zorgeloze en goddeloze mensen. De heilige Schrift is daar vol van.

We zijn dankbaar, dat ds. F. Koeman op een verantwoorde wijze de vele Schriftgegevens in verband met de verzoening uitlegt. Ze zijn kennelijk alleen voor tweeërlei uitleg vatbaar, wanneer men zich tevoren bij de hantering van en het omgaan met de Schriften de nodige Schriftcritische vrijheden heeft veroorloofd. En dat zal wel de reden zijn, waarom wij in de kerk in ons spreken met elkaar weinig of in het geheel niet tot elkaar komen.

Dat verhindert echter niet, dat wij elkaar dringend moeten aanbevelen om met het gesprek door te gaan. Het lijkt me een goed ding, dat in de plaatselijke gemeenten (de (centrale) kerkeraadsvergaderingen) , op de brede ministeria en in classisverband het thema van de verzoening eens op de agenda wordt geplaatst. De brochure van ds. F. Koeman kan bij dat gesprek goede diensten bewijzen. Graag van harte aanbevolen.

 

J. Douma: Natuurrecht - een betrouwbare gids? De Vuurbaak, Groningen, 1978, 96 blz. ƒ 18, 50.

Dit boekje is deel XXI van de inmiddels ons al goed bekende serie Kamper Bijdragen.

Het is geschreven door prof. J. Douma, hoogleraar aan de Theol. Hogeschool der gereformeerde (vrijgemaakte) kerken te Kampen.

In de titel staat een vraag, en een vraag doet gewoonlijk vermoeden, dat er twijfels bestaan, zoal niet een besliste afwijzing volgt. Ook hier is dat het geval. Douma wijst het natuurrecht af. Hier en daar wat aarzelend, maar tenslotte toch resoluut. Kunnen wij hem daarin bijvallen? Voor een heel groot deel wel, en toch... Hij heeft ook bij mij aarzelingen opgeroepen, maar mij niet geheel gewonnen. De critiek die Douma oefent op diverse vormen van natuurrecht deel ik, en ik meen ook te begrijpen waaruit zij voortkomt.

Niemand die gereformeerd is kan een autonome ethiek aanvaarden. Niet de natuur leert wat God van ons wil maar de Schrift. Maar als nu die Schrift zelf zegt: Leert u ook de natuur zelve niet... (1 Kor. 11, 14), en als Paulus ons leert: Hun vrouwen hebben het natuurlijk gebruik veranderd in het gebruik tegen de natuur (Rom 1, 26), wat moet ik dan?

Het lijkt mij toe dat Douma wat langs zijn doel (waarin ik met hem instem) heeft heengeschoten. Bij de reformatoren vindt men geen autonome ethiek, gebaseerd op een willekeurige interpretatie van wat de natuur leert, en tóch een spreken over de wet der natuur, het licht der natuur, etc. Zijn beide niet te combineren?

Douma zelf spreekt over scheppingsordeningen en over vaste constanten, maar wil daar geen natuurrecht op baseren. Ik geef toe: wij zullen uiterst voorzichtig moeten zijn. Het is de grote verdienste van dit boekje daar de blik voor te scherpen. Er is wellicht weleens te gemakkelijk over natuurrecht gesproken binnen reformatorische kringen.

Maar als wij nu eens uitgaan van Rom. 2, 14? Vallen hier niet de Wet van Mozes en de ingeschapen wet (natuurwet) samen? Die natuurwet zullen wij onmogelijk kunnen negeren, zij is er. Als gevolg van de zondeval leidt zij nergens tot een voor God geldend goed en rechtvaardig leven. De inzichten in deze wet zijn ook zeer gebrekkig, en derhalve ontstaan willekeurige ethische opvattingen. Desniettemin, deze wet is niet niets.

Zij heeft als vrucht een ethische aanspreekbaarheid. Paulus kon tegen de heidenen zeggen: ge handelt zelfs tegen de natuur! Men kan zeggen: dat is een negatieve vrucht, goed, maar dan toch niet te versmaden!

Ik zou de term natuurwet en, heel voorzichtig, de term natuurrecht, willen laten functioneren binnen het getuigenis van de Schrift. De Schrift openbaart ons de inhoud van de natuurwet. Maar het recht berust niet alleen op de Schrift, de Schrift zelf wijst naar Gods scheppingswerk, zijn algemene of oeropenbaring.

Als wij hier aan voorbijgaan zie ik niet in hoe nog de heidenen en allen die de Schrift, dus de wet van Mozes, niet kennen, nog schuldig gesteld kunnen worden. Komt dan niet de algemeengeldigheid van de Wet Gods in het gedrang? En - ik stel slechts de vraag - maken wij dan niet op onze wijze ons schuldig aan een historisering van de Wet? Het bovenstaande moge bewijzen hoe serieus ik met het boekje van Douma ben bezig geweest. Allen die belang in deze zaak stellen doen er goed aan het zelf aan te schaffen en te lezen.

K. Exalto

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1978

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1978

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's