Delen of helen?
Indruk
Onder deze titel schreef de algemene secretaris van de Gereformeerde Bond, ir. J. v. d. Graaf, een kroniek van een halve eeuw geschiedenis van het hervormd kerkelijk leven in en met de Gereformeerde Bond. Hij begint zijn overzicht met het ontstaan van de bond en hij sluit met de invoering van de nieuwe kerkbode. Het is logisch, dat de auteur begint met de eerste ritsehngen vaii ons streven. Dat hij eindigt in de jaren vijftig heeft als oorzaak de nodige afstand te bewaren ten opzichte van het huidige tijdsgebeuren. Wie het boek in zijn handen houdt, raakt terstond geboeid door de talloze foto's. Weergaven van oude advertenties, berichten van kerkbodes en velerlei andere anekdoten. Dat is namelijk het eerste, dat opvalt: het boek is koninklijk uitgegeven op mooi glanzend papier, in twee kolommen druks, hetgeen gemakkelijk leest. Wij hebben alle foto's aandachtig bekeken en bij menig portret oude herinneringen opgehaald aan vroeger jaren. Zo ook is dit deel van het boek van grote waarde. Menige persoonlijkheid is reeds lang overleden, anderen verkeren thans in tragische omstandigheden, van sommigen is de roem al lang verbleekt, en zelfs zagen wij figuren, die onze rijen hebben verlaten. Wie de tekst daarom vooreerst niet leest, maar wel de platen bekijkt is het boek een bron van mensenkennis. Wij merkten op, hoezeer de mode in de predikantenwereld verandert. Wie draagt nog de vadermoordenaar, het zwarte kalotje en wie ziet nog de toenmalige haardracht? De spijkerbroek is nog geheel onbekend...
Inhoud
Maar de tekst van het boek is verreweg het belangrijkst. Wij voor ons vrezen alleen, dat die weinig of minder aan bod zal komen. Dat ligt niet aan de bekwame schrijftrant van de auteur, maar juist aan de overvloedige illustratie. Lezen vraagt meer inspanning dan kijken. En juist lezen is nodig, willen wij het beginsel van de bond verstaan en waarderen. De titel van het werk is gekozen als weergave van de gehele bedoeling van de schrijver. De Gereformeerde Bond is er altijd van beschuldigd een kerkje in de kerk te zijn. Door een reeks van jaren wordt dit verwijt gehoord.
Maar hoewel aanvankelijk deze tendens bemerkbaar was, is naderhand gekozen voor herstel, zuivering en gemeenschap of liever heling van de kerk. Ir. Van de Graaf gaat dit proces na door een halve eeuw en voert dan de lezer langs een rij markante persoonlijkheden, eenvoudige mensen, hoogleraren en trouwe gemeenteleden. De bronnen, waaruit dit boek is ontstaan, gaven een overvloed aan stof. Wie de moeite neemt het gebodene tot zich door te laten dringen, ontmoet weliswaar ook een groot aantal kleinzielige, menselijke dingen, die nu eenmaal onafscheidelijk zijn aan iedere groepering van mensen; maar de draad die alles verbindt, is de liefde tot de kerk en de belijdenis van die kerk. Van de aanvang af is de bond gekenmerkt geweest door een zekere geleding in opvatting. Juist de historie van het ontstaan is hier leerrijk. Bij ons kwam de gedachte op, dat de geschiedenis de toets van het oordeel voor de hedendaagse gebeurtenissen verfijnt. Het is zeker waar, dat veel waar een voorgeslacht om bewogen was, ons niet meer raakt - aan de andere kant bemerkt men toch een gedrevenheid, een nadenken, dat voor ons wel een beschaming heten mag.
Oordeel
De auteur van dit boek heeft zich bewust van een oordeel over de gebeurtenissen onthouden. Er is nu juist met het oog daarop voor onze 'richting' dringend nodig een monografie, die dieper tast. De journalistieke pen van de algemene secretaris geeft alleen de feiten weer. Het inleidend woord duidt dit aan. Wij hebben hier een beschrijving. Maar het zou zeker goed zijn, wanneer er eens iemand onder ons zou opstaan die een beoordeling gaf van dit stuk kerkelijk leven. Wij hebben in het zicht een diagnose, met het oog op een grondige therapie. Zulk een diagnose vraagt vooreerst een liefdevol hart; niet minder ook een bijbels denken, een kerkhistorische blik en een ethische toets. Dan zal er zeker openbaar komen, dat veel de maat niet kon doorstaan. Ook de Gereformeerde richting heeft haar eigenaardige ondeugden. Wij moeten die voor het aangezicht van onze God goed weten. Maar zulk een dieppeilende diagnose heeft ook beloften in zich voor een-rijke therapie. Dat zal onze beweging zelf, maar ook niet, minder de kerk ten goede komen. De apostel Paulus spreekt ergens uit, dat de liefde nog meer en meer overvloedig moet worden in alle erkentenis en fijn gevoel. Wij moeten fijngevoeliger worden inzake het beseffen, verstaan en doorzien van wat goed is, óf kwaad, betaamt, óf niet voegt. De liefde scherpt de blik, verheldert het verstand, sterkt de vermogens, verfijnt de gewaarwording en waarneming. En... wie met die liefde de geschiedenis van onze bond doorneemt, begrijpt het verleden beter; hij kan ook het heden recht waarderen.
Hij legt het boek neer met een gebed in het hart: Heere, geef ons denkers en leiders, die Uw kerk de weg wijzen naar de toekomst.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's