Kohlbrugge over de zondagsviering
In het Kerkblaadje, orgaan van de 'Kring van Vrienden van Kofilbrugge' stond het volgende citaat van dr. H. F. Kohlbrugge over de zondagsviering.
’Men zou het eens ondervinden, welk een weldaad Gods men missen zou, indien allen die van handenarbeid leven, geen rustdag hadden. De rustdag bestaat van het begin der wereld. Het was God niet om de zevende dag op zichzelf te doen, maar daarom dat de mens van de arbeid zou rusten en genieten, wat God voor hem geschapen had. Hoe kan men zulks echter genieten als men God niet looft, en hoe kan men God op Zijn dag loven als men het niet gemeenschappelijk doet, of als men zijn dienstboden en de naaste voor zich laat werken en hem dus de verkwikking niet gunt, die God geboden heeft voor allen? God wil immers niets anders dan dat wij. Zijn schepselen, op een bepaalde dag der week ons gemeenschappelijk voor Zijn aangezicht over de weldaad van Christus, de weldaad der eerste en der tweede schepping, verheugen en de zorgen ter zijde stellen. Als er geen profetie is, wordt het volk ontbloot, zegt de Schrift; en hoe zal de Gemeente de profetie horen, zo zij niet naar Gods verordening en bevel samenkomt, en hoe zal zij zich wijden aan het lezen en horen, aan het onderzoeken en betrachten van het Woord des levens en der eeuwige vertroosting, als daarvoor geen bepaalde tijd is? Zij zijn dus wel zeer vleselijk, die zich voor te geestelijk houden, om de Zondag te heiligen en te vieren’.
Behartigenswaardig
Deze woorden van Kolhbrugge zijn behartigenswaardig. Het is een kostbaar goed als de zondag nog functioneert in de samenkomsten der gemeenten. Wat dit betreft hebben we in ons land een rijk bevoorrechte geschiedenis. Ongetwijfeld is de zondagsviering binnen het Nederlandse gereformeerd protestantisme in het verleden mede bepaald geworden door de Engelse puriteinen, onder wie in de zestiende eeuw overigens de sabbatskwestie een shibboleth werd, nadat het iBook on the sabbath verscheneen was. Een puriteinse zondagsviering draagt ongetwijfeld het gevaar in zich van een zekere verwettelijking. Maar positief is, dat de zondag als dag des Heeren, waarop de gemeente samenkomt in de dienst des Woords hoog genoteerd staat. Een zondag met tweemaal de samenkomst van de gemeente mag bepaald een groot goed genoemd worden. We weten echt wel, dat de tweede dienst altijd weer in allerlei gemeenten het gevaar liep minder bezocht te worden. Maar in vele landen van de wereld kent men slechts één kerkgang per zondag. Met het gevaar, dat van een werkelijke viering van de zondag gedurende het tweede deel ervan niet zoveel meer terecht komt. Wil de zondag niet verwateren dan hebben we op de tweede dienst ook zuinig te zijn. Een halve zondag leidt al spoedig tot helemaal geen zondag meer wat betreft het samenkomen onder de dienst des Woords.
Jaarlijks brengen wij onze vacantie door in Zwitserland. In gesprekken met de mensen, zeker in de dorpen valt het op, dat er een grote onbevangenheid is om over geestelijke en godsdienstige zaken te spreken. Zwitserse predikanten verzekeren ook dat geen huisdeur voor hen gesloten blijft. En bij geboorte, huwelijk en dood is de kerk erbij. Maar wordt het zondag dan zijn het de enkelen die ter kerke trekken, althans gezien het aantal mensen dat bij de kerk behoort, 's Zondags ziet men allerwegen de boeren het hooi binnenhalen (naar men zegt overigens nog een erfenis van Luther) en in de meeste gemeenten is slechts eenmaal per zondag kerk. In dat licht bezien kunnen we onze erfenis ten aanzien van de zondag niet hoog genoeg waarderen.
Ik zal de laatste zijn, die zeggen zal dat het christen-zijn staat of valt met dit een of tweemaal kerk gaan. Tenslotte is het nu eenmaal zo, dat in allerlei landen het eenmaal samenkomen van de gemeente altijd zo geweest is, zoals het anderzijds zo is, dat er streken in ons vaderland zijn waar drie maal kerkgaan gewoonte is en het dan óók niet aangaat om het tweemaal kerkgaan in gebreke te stellen. Maar het is toch wel van het grootste belang dat de zondag als dag en niet als halve dag in het teken staat van de dienst des Heeren.
Iemand heeft eens gezegd dat, als de zondag als dag des Heeren verdwijnt, daarmee de ontkerstening van de samenleving in principe gegeven is. Welnu, die ontkerstening kan inzetten wanneer die dag tot een halve dag wordt teruggebracht. We zien in eigen land de voorbeelden om ons heen. Terecht zei Kohlbrugge het de Schrift dan ook na: 'Als er geen profetie is wordt het volk ontbloot.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's