De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Luthers troost voor aangevochtenen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Luthers troost voor aangevochtenen

8 minuten leestijd

Luther als pastor

De kerkvaders en reformatoren zijn niet alleen grote theologen geweest, zij waren ook bekwame pastores, herders van Gods kudde. Zelfs hun theologische hoofdwerken waren min of meer pastoraal van aard. Calvijns Institutie b.v. laat zich lezen als een stichtelijk boek. Zij was oorspronkelijk bedoeld als een catechismus. Hier spreekt niet een scholastiek theoloog met allerlei wijsgerig begrippenmateriaal, maar de pastor die jong en oud uit de Schrift wil onderwijzen.

Van Luthers geschriften geldt dit zo mogelijk nog in meerdere mate. Luther heeft zelfs niet één werk nagelaten waarin hij het christelijk geloof systematisch heeft uiteengezet. Niet dat hij daar afkerig van was, hij prees het in zijn vriend Melanchton dat deze het wél deed; maar hijzelf was de man er niet naar.

Er staat tegenover dat wij tientallen grotere en kleinere geschriften van Luther hebben die direkt betrokken zijn op het geestelijke leven der christenen. Enkele van deze geschriften gaan over de aanvechtingen die een christen heeft te doorstaan.

Het thema van de aanvechtingen is door Luther herhaaldelijk aangesneden of breed behandeld, dus ook in zijn grotere werken, maar hij wijdde, zoals gezegd er ook enkele aparte geschriftjes aan.

Eén ervan dateert uit 1521, het jaar waarin Luther zelf vele en zware aanvechtingen doormaakte. In dat jaar moest hij n.l. verschijnen voor keizer Karel V te Worms en kwam hij, na zijn verhoor voor de keizer, op de Wartburg terecht. Alleen wie zelf bij ondervinding de aanvechtingen van den boze kent kan er naar behoren over meepraten en is geschikt juiste leiding aan zulken te geven. Boven het bedoelde geschriftje staat Tröstung für eine Person in hohen Anfechtungen, vrij vertaald, Troost voor iemand die in zware aanvechtingen verkeert.

Aanvechtingen

Het is nooit gemakkelijk er achter te komen wat Luther precies onder aanvechtingen heeft verstaan. Maar daar is een reden voor aanwijsbaar. Aanvechting is bij Luther een zeer complex verschijnsel. Men kan het niet op één noemer brengen. Het kan zoveel omvatten, dat men altijd aan de zaak zelf tekort doet als men het een of ander er gaat uitlichten. Het omvat lichamelijke en geestelijke noden; dus eventueel ziekten, pijnen maar ook depressieve toestanden; het omvat innerlijke twijfel zowel als prikkelingen van het eigen verdorven vlees; het omvat listen van de duivel; het omvat de bange vraag of men wel behoort tot Gods uitverkorenen; het omvat een levendig gevoel van zonden en schuld; het omvat angst voor de dood.

Uit het boekje (eigenlijk maar een pamflet van enkele bladzijden) maken wij op, dat Luther hier o.a. gedacht heeft aan boze gedachten, die de duivel de mens ingeeft, waardoor hij gaat twijfelen aan zijn zaligheid. Er is dan het gevoel buiten Gods gunst te vallen, er niet bij te behoren, en wellicht verloren te gaan.

Aan het Woord hangen

Tegen deze aanvechting nu biedt Luther in dit geschriftje zes goede hulpmiddelen, door hemzelf 'een medicijn' genoemd. De eerste is deze, dat de aangevochtene toch vooral niet moet blijven staan bij zichzelf; ook niet bij wat hij gevoelt of waarneemt. Luther kende zo goed het gevaar van het navel-staren. Men keert zich om en om en komt geen stap verder. Men heeft steeds dat ene voor ogen. De angst en zorg om zichzelf leggen beslag op alles. Men kan nergens meer toe komen; men wordt belemmerd in al wat men doet. Luther zelf zegt dat ook.

Daar wil Luther de aangevochtene, de beproefde van afbrengen. Hij zegt: grijp het Woord aan! En hang aan dat Woord! Luther denkt daarbij vooral aan het gepredikte Woord, want hij zegt; het Woord dat u in Gods naam wordt voorgelegd. Rust op dat Woord, zegt hij. Eigenlijk zegt hij het nog krasser, hij gebruikt een oud Duits Woord dat zich niet laat vertalen maar ongeveer dit betekent, dat men met vrijmoedigheid zich op het Woord verlaat. Al uw gedachten zegt hij, moet ge richten op dat Woord. En uw gevoel ook. Hij wil zeggen: laat uw gevoel niet over aan eigen gewaarwording, maar Iaat het afgestemd worden op het Woord Gods. Dat is zijn eerste raad, zijn eerste ‘medicijn’.

U bent het niet alleen

Zijn tweede raad is. Ge moet niet denken dat gij alleen het zijt, die zo aangevochten wordt omtrent de zekerheid des heils. Er zijn nog veel meer christenen die dit ervaren. Er is in deze wereld allerwegen hetzelfde lijden. Luther zegt: hoe vaak horen wij in de Psalmen niet klachten van David. Zoals in Ps. 31, 23 'Ik ben afgesneden van voor uw ogen'. Waarlijk, zegt Luther, deze aanvechting is onder de vromen zo zeldzaam niet.

Wij hebben hier een merkwaardig gegeven in de prediking en het pastoraat van Luther: zijn verwijzing naar 'de broederschap die in de wereld is' (1 Petr. 5, 9). Luther was geen individualist. Men heeft hem van roomse zijde er wel voor gehouden, maar dat is een misvatting. Hij wist van de geestelijke eenheid van alle christenen en zij was hem een levende werkelijkheid en troost; waar hij ook anderen mee troostte.

Het is naar Gods wil

Ge moet van uw leed, uw lijden, uw aanvechting niet verlost willen worden, zo luidt Luthers derde raad, dan alleen als God het wil, als het naar zijn wil en welbehagen is. Zeg tegen Hem: Lieve Vader, Uw wil geschiede en niet de mijne, ik zal de beker drinken hoe bitter zij ook is.

Luther leert hier een heilige onderworpenheid. Welke natuurlijk heel wat anders is dan een ongevoelig berusten. Zo gemakkelijk zegt men soms: Men moet het nemen zoals het valt. Dat is hier waarlijk niet bedoeld. Hier schikt zich het gehoorzame kind onder de wil van de hemelse Vader, op Wie het volkomen vertrouwt en van Wie het tegelijk alle heil verwacht.

God loven

De vierde raad, die Luther geeft, is: Ge moet met God in gesprek treden, ja zelfs zijn Naam loven. Geen sterker 'medicijn' zegt Luther, an dit. Waarom? Omdat de duivel een geest der zwaarmoedigheid is. Hij kan niet verjaagd worden met klagen en murmureren. Ge verdrijft hem niet met u bang te maken of wee, wee te roepen. Maar als ge God looft met een vrolijk hart dan slaat hij op de vlucht. Ge kunt het lezen in Psalm 18 'Ik riep de HEERE aan, die te prijzen is, en werd verlost^van mijn vijanden' (Ps. 18, 4).

God danken

Een vijfde middel is, zegt Luther, dat ge God dankt. Waarvoor Hem danken? Dat Hij u waardig gekeurd heeft zulk een zware bezoeking te ondergaan. Duizenden vallen daarbuiten. Uw lijden is een privilege.

Draag gewillig al uw lijden, als uit Gods hand. Het heeft echt geen nood. Uw beproeving is een uitnemend bewijs van Gods genade en liefde jegens zondige mensen. Vraag niet naar het waarom, waarom het u overkomt. Er zijn er al zovelen geweest die dat nagevorst hebben en zij hebben er niets mee gewonnen, alleen maar schade onder geleden.

Neem liever Psalm 142 voor u, bid die Psalm eens, of lees hem of zing hem. Deze Psalm is bij uitstek geschikt voor uw geval.

Gods belofte

Ten laatste: twijfel toch niet aan de belofte van de waarachtige en getrouwe God. Houd aan in het gebed. God heeft u bevolen te bidden, en dat heeft Hij gedaan opdat ge een vast vertrouwen zoudt hebben in de verhoring van uw gebed, dat een pleiten is op zijn belofte. En Luther haalt dan teksten aan als Matth. 21, 22 en Mark. 11, 24 en de peri coop Luk. ll, 9vv. Hij voegt er als vermaan aan toe, het gebed toch vooral te besluiten in de Naam van Jezus Christus. Christus moet ge kennen, n.l. in die zin dat ge weet dat door Hem alleen al onze zonden betaald zijn en Gods genade ons geschonken is. Waag het niet op eigen gelegenheid, zonder Middelaar, tot God te naderen.

Volharden

Aan het slot van zijn geschrift zegt Luther nog: Indien nu na het gebruik van deze medicijnen de aanvechting niet ophoudt maar misschien zelfs des te heviger wordt, dan moet ge toch niet wanhopen maar volharden. Blijf bij de raad die wij u gegeven hebben. Juist de hevigheid van de aanvechting is een bewijs dat de strijd spoedig ten einde zal zijn, en dat de duivel reeds bijna overwonnen is. Hij doetnog eens voor het laatst al zijn best, maar hij houdt het niet vol.

En dan gebruikt Luther dit prachtige beeld: Nooit heeft de farao van Egypte de kinderen Israels zwaarder onderdrukt dan juist toen het tegen het einde liep. De zwaarste plagen kwamen aan het eind, maar dat was dan ook het eind! En daarom: houd vol, blijf hopen en heb goede moed.

Zo troostte en sterkte Luther aangevochtenen. Wellicht dat ook nu nog zulken, als zij dit lezen, zich er door aangesproken, gesterkt en getroost gevoelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Luthers troost voor aangevochtenen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's