Uit de pers
Polarisatie
Enkele weken terug schreef ds. S. Kooistra in het Hervormd Weekblad naar aanleiding van de toenemende polarisering in de kerk dat de invloed van theologische verschillen en de pohtisering van de prediking aanleiding kunnen geven tot polarisatie, tot de vorming van tegenstellingen dus die zich hoe langer hoe meer toespitsen. Dat ook andere facetten de polarisatie kunnen bevorderen, laat prof. dr. K. Runia zien in een artikel in het Centraal Weekblad van 22 juli:
In een recent nummer van Trouw schreef dr. Okke Jager een kort artikeltje over de situatie van de kerk in Europa en ook in Nederland. Het werd een somber artikeltje.
’Ook Nederland is missie-gebied. In 1968 wilde 28 procent van de jongeren tussen zestien en twintig jaar zich niet tot een kerk rekenen, in 1974 al 46 procent. In 1968 zei 29 procent van deze jongeren dat het geloof in God hen koud liet; in 1974 was dat liefst 51 procent.
Dat betekent dat over een aantal jaren het grootste deel van het Nederlandse volk er nauwelijks enige notie van zal hebben, waar het in het evangelie om gaat. Maar de Nederlandse kerken tonen zich maar weinig verontrust over deze steeds sneller voortschrijdende ontkerstening. Of misschien zo wanhopig verontrust, dat zij daardoor verlamd zijn en zich gelaten bij de ontwikkeling neerleggen...'
Nu heb ik er geen enkele behoefte aan op dit punt tegen dr. Jager in te gaan en te zeggen dat het allemaal wel wat meevalt. Ik denk dat het helemaal niet meevalt. Er is een enorm proces van kerkelijke erosie aan de gang.
Wel vraag ik me af of het wel juist is het uitgangspunt te nemen in de visie van de 16-20-jarigen. Dat is nooit de leeftijd geweest waarop de kerk en het geloof hoge ogen gooiden. Toen dr. Jager en ik zo oud waren, hadden we waarschijnlijk ook nogal een kritische instelling. Maar goed - ik heb er echt geen behoefte aan om het beeld wat fleuriger te tekenen.
Waar ik meer moeite mee heb is wat hij verderop schrijft.
‘Het mislukken van de oecumene heeft een vorige generatie jongeren kopschuw gemaakt. Voor de huidige jeugd is oecumene een leeg woord. Wie zich destijds nog inspande voor een hereniging van hervormden en gereformeerden, ziet daar nu de zin niet meer van in. Institutionele eenheid lijkt niet meer relevant.’
‘De eigenlijke scheidslijnen lopen dwars door de instituten heen. Overal zijn twee soorten christenen: de vrije vogels die geloven in de westerse economische orde, en de vogelvrijen die zich identijïceren met anders-bezielde tijdgenoten. De eersten blijven in beraad met alle partijen; de laatsten kiezen partij voor de armen.’
Deze tekening van 'de eigenlijke scheidslijnen' lijkt me toch echt wel een simplificatie van de problemen. In een merkwaardig zwart-wit schema worden twee groepen tegenover elkaar gezet: de mensen die geloven in de westerse economische orde én de mensen die zich identificeren met anders-bezielde tijdgenoten (wat dat ook mag betekenen).
Ik geloof niet dat we met dit soort moderne polarisatie ook maar een stapje verder komen. Zo worden niet alleen veel mensen in een bepaalde hoek gedrongen, maar ze worden daarmee prompt ook veroordeeld. De grote massa van de kerkmensen 'gelooft in de westerse economische orde' (wat is dat voor soort 'geloof'? Moeten ze soms de marxistische of neo-marxistische economische orde beter vinden of daarin 'geloven'? ) en trekt zich dus niets van de armen aan. Dat laatste ligt toch duidelijk opgesloten in wat dr. Jager schrijft. De anderen (en uit het geheel van het artikel blijkt dat dit met name de mensen van de zgn. basisgroepen zijn) zijn de 'goeien', want zij identificeren zich met de armen. (Hoe ze dat doen wordt niet uitgewerkt. Het staat er zo maar als constatering, als feit. Gaan ze er misschien heen? Of verkopen ze alles wat ze bezitten en geven ze dat aan de armen? )
Er wordt door dr. Jager geen enkele nuancering aangebracht. Het is inderdaad een zuiver zwart-wit schema. Eerder in het artikel schrijft hij:
‘De officiële kerken hebben wel aandacht voor de vragen waarmee zulke basisgroepen doende zijn, maar nemen die vragen niet als uitgangspunten voor het streven naar een andere manier van kerk-zijn, die dóór die vragen wordt opgeroepen. En dat doen die groepen nu juist wel.'
Het zou m.i. nuttig zijn als dr. Jager het niet bij generalisaties liet, maar duidelijk maakte wat dan 'die andere manier van kerk-zijn' is. En hoe dat met de kerk zoals we die uit het Nieuwe Testament kennen verbonden is. Zolang dat niet gebeurt werkt zo'n opdeling van de kerkmensen alleen maar polariserend en is ze daarmee onvruchtbaar.
Het benauwende in veel kerkelijke discussies is, dat het beroep op de Schrift door de verschillende uitgangspunten vaak niet meer mogelijk is. Dat drijft de kerken steeds verder uit elkaar. Overigens zou het de moeite waard zijn eens na te gaan wat we nu precies onder polarisatie moeten verstaan. In de zin waarin Runia er over schrijft is het een te veroordelen zaak. Maar moeten we niet zeggen dat in de tegenstelling Christus-Belial, geloof-ongeloof toch ook een stuk polarisatie zit, die we in deze bedeling waarin de duisternis strijdt tegen het licht, niet kunnen en niet mogen ontgaan? Is Paulus in Galaten 1 : 8 en in 2 Thess. 2 niet bezig deze polarisatie die samenhangt met de kern van het Evangelie aan te wijzen?
Polio-polarisatie
Ook in een artikel van ds. J. H. Velema mDe Wekker van 4 augustus komt de polarisatie ter sprake. Ditmaal in verband met een tweetal artikelen die ds. Velema onder ogen kwamen in verband met de polio-zaak. Het blad Vrij Nederland had een uitvoerig artikel over Opheusden, met de nodige onjuistheden en venijnige kritiek op de Gereformeerde gezindte, met name de rechterflank. Zij, die de moeite namen, aldus Velema, het artikel te lezen, werden geconfronteerd met een stuk christelijkheid, dat tussen de regels door op een niet mis te verstane manier belachelijk werd gemaakt. Lezing van een dergelijke reportage is, schrijft Velema, geen zaak van vreugde, wel van reden tot bezinning. Maar nauwelijks had hij dit nummer dichtgeslagen of het Reformatorisch Dagblad kwam hem onder ogen. Velema schrijft
Nauwelijks had ik dit nummer dichtgeslagen of het Reformatorisch Dagblad werd op m'n bureau gelegd. Je neemt zo'n nummer per kop door; het is het vrijdagnummer en dus is er een RD-plus. Dat betekent ook een meditatie verzorgd deze week door... ds. J. Karens, Opheusden. Die naam is vandaag wel 'in'. Tekst: Want wij kunnen niet laten spreken wat wij gezien en gehoord hebben' (Hand. 4 : 20). Zou m'n collega de meditatie ook misbruiken voor zijn anti-polio standpunt (zoals een Veluwse collega van hem dat deed met een trouwdienst, nog wel gehouden in een chr. geref. kerk)?
Even kijken. Ja daar staat het al:
‘Wat is in strijd met Gods voorzienigheid? Vaccinatie, verzekeren en loterij. Zo was het in het verleden en zo is het vandaag nog. Een ieder zij in zijn gemoed ten volle verzekerd, is niet bedoeld om enige opening te laten voor de zonde, ook niet van voorbehoedsmiddelen!' (Drs. A. Vergunst die dit standpunt inneemt, houde het zich voor gezegd!)
‘Wat uit het geloof niet is, is zonde. De tijd is naar ik vrees niet ver of de pil, abortus en euthanasie worden dan ook toegelaten en overgelaten aan het gemoed des mensen of zelfs als een zegen aangemerkt. Jozef zou zeggen: Zou ik zulk een groot kwaad doen en zondigen tegen god?
Als je zoiets leest weetje niet waar je je het eerst of het meest over moet bedroeven: over de redactie, die dit in deze weken zo opneemt of over de dominee, die kreten slaakt en woorden plukt zonder op het verband te letten.
De journalisten van Vrij Nederland hebben de dominee van Opheusden wel juist getypeerd. In deze meditatie presenteert hij zich zoals hij getekend werd. Hij is overal spoedig mee klaar en duldt geen tegenspraak. Nooit eens over een ander standpunt nagedacht? Nooit de mogelijkheid overwogen dat je ook in geloof je kinderen kunt laten inenten? Is de Opheusder dominee het met zijn kerkelijk orgaan niet eens en gebruikt hij het RD, dat soms een beetje interkerkelijk wil zijn, om dat den volke kond te doen?
Maar welk een verantwoording draagt de redactie van dit snelst groeiende dagblad om deze mening in het kader te verbreiden!
Men constatere de zig zag houding van deze krant, die reformatorisch wil zijn.
Zaterdag 24 juni een van hoogmoed druipend vraaggesprek met de weggelopen chr. geref. predikant van Dordrecht-C tegen polio-inenting.
Donderdag 29 juni een uitstekend artikel van de Apeldoornse ethicus: Reeds maatregelen nemen bij dreigend gevaar.
Met voldoening werd van dit artikel kennis genomen. En dat nog wel in het RD. Overigens ontging het de kritische lezer niet dat uitgerekend in datzelfde nr. in een boekbespreking van het werk van ds. Joh. van der Poel de passage moest worden opgenomen waarin varkensinenting als zonde werd gezien.
En dan 22 juli de mediterende Karens, die waarschuwt tegen polio-inenting. Zo kan men wel proberen alle flanken van de Gereformeerde Gezindte tevreden te stellen maar zo brengt men zijn lezerskring in verwarring en geeft men onverantwoorde leiding aan die gezinnen, die juist nu moesten gaan inenten nu de polio-epidemie zich alsmaar uitbreidt.
Het zoveelste bewijs dat we in Nederland missen wat ik veertien dagen geleden aan het slot van een artikel opmerkte - een reformatorisch-katholieke krant.
Deze meditatie met karige Schriftuitleg is weer een misser.
Velema constateert een kwalijke polarisatie binnen de Geref. gezindte rondom de poliokwestie. Dat een dagblad hierin positie moet kiezen en niet door een zig-zag koers de onzekerheid en verwarring moet bevorderen, ben ik met hem eens. Men kan natuurlijk wijzen op de geschakeerdheid van de lezerskring die zijn weerslag vindt in verschillende opinies in een dagblad. En ongetwijfeld ligt hier voor menig redactie een probleem. Maar wanneer men de pretentie voert een reformatorisch dagblad te willen zijn, dan zal men ook duidelijk vanuit reformatorisch gezichtspunt leiding en voorlichting hebben te geven. En dan zal men zeker in een zo existentiële zaak als de onderhavige kwestie, niet vaag en onduidelijk kunnen zijn, door vandaag de ene partij en morgen de andere aan het woord te laten. Terecht signaleert Velema hier een geweldig gevaar voor de Ger. gezindte juist in een tijd, waarin de crisis en de verwarring zo groot is en de veralgemening het kerkelijk en geestelijk leven hoe langer hoe meer aantasten. Wij citeren het slot van zijn artikel
Hoe meer je, over deze dingen nadenkt hoe benauwder het je wordt.
Wat is het toch een vreemde zaak in ons kleine landje, ja in dat kleine hoopje gelovigen dat er nog is: zoveel verdeeldheid, achterdocht, wantrouwen.
We lijken te staan op de laatste schansen.
Bolwerken van orthodoxie worden ondermijnd.
De veralgemening tast het kerkelijke leven aan.
En zij die reformatorisch willen denken en leven, van Gods genade uit, niet als een vlag maar als een levende persoonlijke werkelijkheid, maken zichzelf en elkaar slag op slag belachelijk.
De polarisatie rond de polio neemt toe.
Als God het niet verhoedt worden weer stenen aangedragen voor een nieuwe scheuring. De 'uitgetredenen' zullen met hun standpunt de wankelenden in de geref. gemeenten bewerken: zie je wel hoe ver ze bij jullie zijn.
En wie van harte overtuigd is dat God ook dit middel als middel heeft gegeven en dat het daarom mag, ja moet gebruikt worden, omdat we niet alleen op de wereld staan, wordt als een lichte jongen op de grote hoop gegooid van het verloren Adamsgeslacht, dat nog meent iets te zijn - schijn- en tijdgeloof, mensen! De tijd komt dat we Christus' smaadheid zullen moeten dragen. Laten we ons daarover geen illusies maken en daarop ons voorbereiden. Dan zullen velen, die nu op het punt van de polio-inenting het niet eens zijn naast elkaar staan. Dan ben ik geestelijk meer verwant met Karens en Van Beek dan met al die voorstanders van polio-inenting, die God niet meer nodig hebben en menen met de prik of het klontje hun gezondheid voor jaren gekocht te hebben.
Maar laten we ons wel wachten onszelf smaadheid aan te doen, die geen echte smaadheid is, maar die voortvloeit uit verwrongen meningen, die bij nuchter en gelovig redenerert a la Calvijn niet zijn te handhaven
Als we ons zelf daarom laten smaden - zoals in Vrij Nederland gebeurt - dan verduisteren we het zicht op de echte smaadheid!
Laat ik eindigen als overtuigd voorstander van polio-inenting met het rijke woord uit Hosea, dat nog onverminderd van kracht is: 'Komt en laat ons wederkeren tot den Here, want Hij heeft verscheurd en Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen en Hij zal ons verbinden.’
Ook hier blijkt dat een leven bij het Woord in gezond-gereformeerde zin, nuchter en niet overgeestelijk, - Velema wijst terecht op Calvijn - samenbindend werkt. God geve dat wij binnen de Geref. gezindte elkaar vanuit die verbondenheid mogen dienen. De scherpe kritiek op het RD die in Velema's artikel doorklinkt zal ongetwijfeld in deze zin bedoeld zijn. Niet om stenen te werpen, maar om dit blad te wijzen op de mogelijkheden, die het heeft en die het moet benutten leiding te geven aan de Geref. gezindte en zo pas waarlijk samenbindend te werken. Om het met Velema's woorden te zeggen: reformatorisch/katholiek!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's