De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zij die bleven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zij die bleven

(1)

8 minuten leestijd

Bloedverlies

De vaderlandse kerkhistorie van de vorige eeuw wordt in hoge mate bepaald door de geschiedenis van de Afscheiding en de Doleantie. Tijdens de Franse overheersing had de Gereformeerde Kerk haar bevoorrechte positie moeten prijsgeven en de hoop dat de oude tijden na de bevrijding zouden terugkeren ging in rook op, want onder invloed van Koning Willem 1 werd aan de kerk de besturenorganisaties met de reglementen-en de gezangenbundel opgedrongen. Eén en ander werd aanleiding tot de Afscheiding van Hendrik de Cock (1834) en tot de Doleantie onder Abraham Kuyper (1886). Tot tweemaal toe moest de kerk een gevoelige aderlating ondergaan, afgezien nog van tussentijdse uittredingen van predikanten als H. J. Budding (1836) enL. G. C. Ledeboer (1840), waardoor uiteraard ook wat bloed werd afgetapt.

Kon de Hervormde Kerk - om het beeld even vast te houden - bij zoveel bloedverlies wel in leven blijven? Of had die kerk, toch al op sterven na dood, nu wel voorgoed de geest gegeven?

De Koning uitgebannen

Van de zijde van de Afgescheidenen en de Dolerenden is het inderdaad vaak zo voorgesteld. De reglementen-wetten en inzettingen van mensen immers! - hadden in de Kerk meer gezag dan het Woord van de Koning der koningen, de Heere van Zijn Gemeente. Zich van zo'n Kerk af te scheiden en een Kerk te vormen die de voortzetting zou zijn van de oude vaderlandse kerk en een zuiverder openbaring van het Lichaam van Christus was zonder meer plicht en een daad van eenvoudige gehoorzaamheid. Wie toch nog in die Kerk bleef was ongehoorzaam en werd afgeschreven. Anderen - zoals Ledeboer - zeiden dat men zich niet mocht afscheiden en dat men zich ook niet had afgescheiden, maar dat men uit de Kerk geworpen was. Wat betekende dat er voor getrouwe leraren in de kerk der vaderen geen plaats meer was.

Gelukkig trok men niet altijd deze consequentie, maar onderhield men contacten met geestverwanten in de vervallen vaderlandse kerk. Maar anderen aarzelden niet die kerk voor 'vals' te verklaren, en dus uittreding als vanzelfsprekend te beschouwen. In zijn meest extreme vorm vond ik deze visie verwoord in wat ds. F. Mallan schreef: 'De Koning der Kerk is met het reglement van Koning Willem I uit de Hervormde Kerk gebannen. En waar de Koning uitgebannen is, daar volgen vanzelf de onderdanen, want als levende lidmaten der Kerk hebben zij een ware levende gemeenschap aan Christus als het Hoofd.'' (Tien keer Gereformeerd, blz. 41).

Zij die gingen

In het licht van het bovenstaande gezien zou dan alles wat trouw wenste te blijven aan Schrift en Belijdenis de Kerk hebben moeten verlaten, terwijl de Hervormde Kerk dan zou zijn blijven zitten met de modernen, de liberalen, de ethischen en misschien nog wat lauwen en laffen en halfslachtigen. Kuyper heeft het in de dagen vóór de Doleantie ook zo voorgesteld dat, wanneer 'de belijdende pit uit de bast der Kerk zou zijn gepeld', in die Kerk niet veel meer zou overblijven dan 'Jan Rap en zijn maat'. De geschiedenis heeft hem, ook na de Doleantie, niet in het gelijk gesteld...

Maar hoe was de situatie in de Hervormde Kerk een halve eeuw eerder, ten tijde van de Afscheiding?

Welgeteld waren het vijf predikanten die zich van de Kerk afscheidden of door kerkelijke procedures buiten die Kerk kwamen te staan: Hendrik de Cock te Ulrum, Hendrik Pieter Scholte te Doeveren, George Frans Gezelle Meerburg te Almkerk, Simon van Velzen te Drogeham en Anthonie Brummelkamp te Hattem. Behalve deze vijf predikanten, die op één na allen in hun eerste gemeente stonden, was er nog een candidaat: Albertus C. van Raalte. Dat waren dan de 'vaders' van de afscheiding en hun leeftijden varieerden van 34 tot 24 jaar...

We zijn zonder meer overtuigd van hun goede bedoelingen, want ze streden voor de eer en de zaak des Heeren. En we zijn zeker niet blind voor de willekeur waarmee deze mannen zijn behandeld en voor het onrecht dat hun is aangedaan. We bewonderen ook hun moed, want zij wisten de gevolgen van hun verzet tegen de besturen-organisatie te dragen. En de mensen die hun dit alles aandeden, de mensen die in het kerkelijk leven van die dagen de lakens uitdeelden, waren voor het merendeel vijanden van de Gereformeerde religie en prediking.

Zij die bleven

Maar in de Kerk van de vorige eeuw waren ook nog anderen. Tegenover de zes die meenden te moeten heengaan kunnen reeksen namen worden genoemd van oudere en jongere predikanten die bleven. Mannen die met grote trouw het Woord hebben verkondigd, hun pastorale werk hebben gedaan; die minstens evenveel leed droegen om 'de verbreking van Jozef' als hun afgescheiden broeders; én mensen die niet moe geworden zijn bij de besturen én bij de Synode te protesteren tegen de ondermijning van het Schriftgezag en tegen het loslaten van de Gereformeerde Belijdenis. Mannen echter ook, die niet de moed hadden om de vervallen Kerk te verlaten omdat zij geloofden dat de Heere die Kerk in deze landen had geplant.

Om maar enkele namen, in willekeurige volgorde, te noemen: Molenaar, Le Roy, Engels, Detmar, Moorrees, Bahler, Du Cloux, Hogerzeil. Verhoef, Kraaijenbelt, De Hoest, Abresch. Knap, Callenbach... Stuk voor stuk namen die een goede klank hebben óf omdat de mannen die deze namen droegen door hun Schriftuurlijk-bevindelijke prediking grote scharen mensen trokken, soms van heinde en ver, óf om hun niet aflatende strijd tegen de ongereformeerde besturen-organisatie en vóór de handhaving van de Gereformeerde belijdenis en prediking.

Motieven

Wat bewoog deze mannen op hun post te blijven? Allereerst dit, dat zij geloofden dat de Heere Zijn Kerk nog niet verlaten had, en dat de belijdenis van de Reformatie nog altijd de officiële belijdenis van die Kerk was. Bovendien bood de Kerk nog overal de ruimte voor de Gereformeerde prediking. In de praktijk mocht er leervrijheid zijn, maar niemand werd geschorst of afgezet omdat hij de waarheid verkondigde. En het - toen nog - verplichte gezang namen velen op de koop toe! Weliswaar namen ze niet de hele gezangenbundel voor hun rekening, maar ze kozen hun liederen met zorg uit. Tenslotte was het al of niet zingen van gezangen voor de meesten van hen geen halszaak: in het buitenland kende men dit probleem niet, want mannen als Spurgeon en Kohlbrugge lieten ook wel gezangen zingen. Misschien is het motief om ondanks alles in de Hervormde Kerk te blijven wel het best onder woorden gebracht door Ts. da Costa: 'Ofschoon ook het lichaam onzer Nederlandsche Gereformeerde Kerk in openbare leer, bestuur en tucht, van hare oorspronkelijke belijdenis en bestemming ongetwijfeld is afgeweken, zo stelt deze afwijking, op zichzelve beschouwd, nog geenszins het kenmerk daar dier valsche kerk, waarvan men in Art. 28 der N.G.B, moet uitgaan' (Ons Beginsel omtrent scheiding uit de bestaande Kerk).

Moeilijke posten

Voor de Afgescheidenen moet het een diepe teleurstelling hebben betekend dat ze deze mannen niet hebben. meegekregen, ook al hebben ze dat vaak geprobeerd. Het was zeker geen gemakzucht die hen deed besluiten op hun post te blijven, want zó gemakkelijk was die post in de vaderlandse kerk niet... In hun eigen kerk hadden ze te maken met de leidinggevende personen en colleges die meestal puur-liberaal waren en van de kant van de Afgescheidenen hadden ze veel verdachtmaking te verduren, daar deze hen beschuldigden uit lafheid en om den brode in zo'n vervallen en verdorven kerk te blijven. Niemand minder dan Hendrik de Cock heeft zich niet ontzien geestverwanten in de Herv. Kerk uit te maken voor de 'Achitofels onzer dagen, die met sluwe listige raadslagen omgaan’.

In het gunstigste geval kon men in kringen van de Afscheiding horen verkondigen dat het ten enenmale onbegrijpelijk was dat 'op zichzelf waardige dienstknechten van Jezus Christus' zich nog thuis konden voelen in het 'Hervormd Genootschap'. Sprak men over de predikanten die Gereformeerd waren in belijdenis en prediking, dan noemde men hen 'wel trouw, maar flauw'. Of men legde hun blijven in de Herv. Kerk aldus uit: 'Van deze oudere predikanten kón de Heere Zich niet bedienen om door middel van hen Zijn Gemeente uit het geestelijk Babel te verlossen, daar zij tegen het hun door de Heere gegeven licht, Israël hadden doen afhoereren van de Heere, daar zij niet tegen de leugen en afval welke zij zagen getuigden...’

Opdat wij niet vergeten

Dat de kerkgeschiedenis niet méér aandacht heeft besteed aan deze trouwe dienaren, die niet alleen trouw waren aan Schrift en Belijdenis, maar ook trouw aan de Kerk waarin zij mochten dienen, is te betreuren, maar ook te verklaren. In de kringen van de Afgescheidenen vonden ze niet de waardering die hun toekwam en dus werden ze over het hoofd gezien. En in de Herv. Kerk werd ook meer deining veroorzaakt door hen die gingen dan door hen die bleven. De kerkgeschiedenis heeft nu eenmaal meer aandacht voor mensen die naam gemaakt hebben dan voor de veel grotere groep van hen die trouw hun plicht deden en op hun post bleven. Vandaar dat we van de laatste groep soms alleen nog de namen weten.

Kennismaking met verschillende van deze trouw gebleven dienaren des Woords deed bij mij de lust opkomen sommigen van hen wat uit de vergetelheid te halen. Niet om mensen in het middelpunt van de belangstelling te plaatsen, maar om te laten zien dat er ook op de vervallen muren van de 19de eeuwse Kerk, waaruit zo'n massale uittocht plaats had, nog trouwe wachters stonden. Dienaren van het Woord, die in hun tijd bij het Gereformeerde volk in en soms ook buiten de Herv. Kerk geliefd waren, en wier invloed zich uitstrekt tot op de dag van vandaag toe.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Zij die bleven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1978

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's