De vrucht des Geestes (2)
Pastorale overwegingen
We nemen de zonde ernstig
Mij dunkt, dat een van de eerste dingen is, wanneer de Heilige Geest wederbarend in ons werkt met het Woord, dat we de zonde ernstig leren nemen, omdat God deze zo ernstig neemt. Wijlen professor Wisse heeft eens gezegd: 'wie beweert, dat als de Heere in ons leven werkt, wij dan onszelf leren kennen, heeft het bij het verkeerde eind. Immers, we leren onszelf kennen voor God'. Daar ligt inderdaad een heel teer punt. Er kan veel zelfkennis zijn zonder Godskennis. Denk maar eens aan de oude Grieken. Het beroemde orakel in Delphi kende ook de spreuk 'ken u zelf'. De mens werd teruggeworpen op zichzelf. Alleen de Heere werpt de mens terug op Zijn openbaring. En deze is het, die door de Heilige Geest ons belicht en verlicht. Dan verstaan we, dat we van en in onszelf enkel duisternis zijn en dat God enkel licht is. De Heere kan en gaat over de zonde niet heen. Daar ligt zulk een grote afstand en breuk tussen Hem en ons. Maar in deze weg wordt ook de openbaring van de Zaligmaker zo nodig. De Heere Jezus wordt begeerlijk voor een schuldig en doem waardig zondaar.
De zonde bederft alles
Niet voor niets heet in onze belijdenis de zonde 'een onzalige fontein'. Het zal ons duidelijk zijn, dat hiermede vooral gedoeld wordt op de erfzonde, de aangeboren verdorvenheid. Hoe diep graaft de Zaligmaker in het gesprek met Nikodemus, wanneer Hij leert 'dat wat van het vlees geboren wordt ook vlees is, maar wat uit de Geest geboren is geest is'. Wanneer we bij onze levenswandel voor beslissingen komen te staan, dan kunnen wé nergens - aldus een treffende opmerking van N. H. Söe - een vaarwater vinden voor ons levensschip, waarin we aanvaring met de kUppen der zonde kunnen voorkomen. We doen verkeerd omdat we verkeerd zijn geworden in ons gehele mens-zijn. Het bederf van het beste is het slechtste. Daarom is er ook radicale vernieuwing en schoonmaak nodig. En nu gaat het daarbij om twee grote zaken. In de eerste plaats is het nodig, dat we gereinigd worden door het bloed van de Heere Jezus, dat grote kracht heeft en reinigt van alle zonde. Niet alleen van bedreven zonden, ook van de zonden, die we nog voorts zullen bedrijven, omdat ook de aangeboren verdorvenheid wordt gereinigd. Met zijn onschuld en heiligheid bedekt de Zaligmaker juist ook de erfzonde van Zijn kinderen. Maar vervolgens moeten we ook verstaan, dat de Heere door Zijn kruis en opstanding de levendmakende Geest heeft verworven. En nu gaat die Geest in de weg van bekering en geloof verdorven zondaren Christus inlijven, opdat we steeds meer uit Hem en Zijn middelaarswerk zouden leven. En dan wordt het de hartelijke begeerte de vrucht des Geestes te mogen tonen. De Vader wordt verheerlijkt in het veel-vruchtdragen van Zijn kinderen, die deze mogen voortbrengen uit de levensgemeenschap met Christus.
Drieërlei bij de vrucht des Geestes
Hoe weten we nu of een bepaalde zaak, die we voorstaan en uitwerken ook echt goed is? Het valt dan altijd weer op, hoezeer met name de reformatorische leer en theologie onderstreept dat het beslissende in het leven van de christen, die uit Christus leeft, nog niet de daad zelf is, maar de gezindheid van waaruit die bepaalde daad voortkomt. Niet wat we doen maar hoe we iets doen is zo beslissend. Met andere woorden: de bron moet goed zijn. En de enig goede bron is het ware geloof. Niemand kan ook iets doen zonder de Heere, zoals Hij dat Zijn jongeren in de gelijkenis van de ware wijnstok heeft bijgebracht. Maar we spreken van drieërlei. Behalve dat de bron moet deugen, is het ook nodig dat de maatstaf goed is, de norm. En die norm is de wet Gods. Daarin heeft de Heere Zijn heilige wil geopenbaard. En dan zijn het werken der wet die gedaan worden om de hemel te verwerven en genade bij God te verdienen, maar werken der dankbaarheid die m overeenstemming met de wet Gods gedaan worden als regel. En dan tenslotte moet ook het doel goed zijn, en dat goede doel is de eer en heerlijkheid van God. Terecht is wel eens gezegd: 'bij de beoordeling van wat ook gedaan wordt, gaat het er om waartoe doet men het'. Dat wil dus zeggen: waaruit komt het voort en wat heeft men er mee op het oog. Het zal duidelijk zijn, dat hierbij alle wetticisme en formalisme bij voorbaat afgesneden wordt. Er mogen bij het begin van het nieuwe leven nogal eens 'wettische kunsten' worden bedreven, men moge strikt de vorm in acht nemen, vanuit het waarachtig geloof is er alleen het goede in het bedenken, spreken en handelen bij 'het zijn en blijven in Christus'. Daar liggen heel wat lessen en oefeningen in voor Gods kinderen. En dan blijkt ook, hoezeer alles gebrekkig en ten dele is. Het is geen verontschuldiging maar wel blijk van diepe ontdekking wanneer met de Heidelberger beleden wordt dat er maar een klein beginsel van de gehoorzaamheid gekend wordt. Toch... een beginsel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's