Geloofsvertrouwen
Met mijn God spring ik over een muur. Psalm 18 : 30 b.
Op het graf van John Wesley, de bekende opwekkingsprediker, die begraven ligt in de Westminster Abbey in Londen, staan de woorden: Het beste van alles is: God met ons. Dat is inderdaad het beste van alles. Het is tegelijk het wonder van alle wonderen. Want wie zijn wij, wie ben ik, dat de Heere, de hoge, heilige God, met ons, met mij, nietig en zondig mensenkind, zou zijn? Dat is zo groot. Nooit klein te krijgen. Dat is pure genade, die wortelt in Gods eeuwig welbehagen en erbarmen in Christus door de Heilige Geest.
Door de mond van Jesaja, zegt de Heere: k woon in de hoogte en in het heilige en bij die van een nederige en verbrijzelde geest is. (Jes. 57 : 15).
Het beste van alles is : God met ons. Dat heeft ook David in zijn veelbewogen leven, vol nood en gevaar, ondervonden. In Psalm 18 dankt en prijst hij zijn God uitbundig voor zijn wonderbare redding uit de macht van zijn vijanden, die hem in het nauw van de dood dreven. Hij zegt: Gij doet mijn lamp lichten: de HEERE, mijn God, doet mijn duisternis opklaren. Want met U loop ik door een bende, en met mijn God spring ik over een muur. Met zijn God springt David over muren, waarachter zijn vijand zich verschanst. Want de Heere is een Schild, een bedekking van allen, die op Hem betrouwen, (vs. 31).
Er zijn wat een muren, die zich voor ons kunnen stellen. Mag ik er enkele noemen? De muur van ziekte, misschien wel een ongeneeslijke ziekte. De muur van verbijsterend leed, dat ons treft. De muur van het een of ander verdriet, dat er in ons leven komt. De muur van onrecht en vijandschap van de kant van de mensen. De muur van gebroken idealen. De muur van een vastgelopen en verknoeid leven. De muur van onze schuld bij God. De muur van een verborgen zonde. De muur van geloofsaanvechting. De muur van de dood. Dat zijn er al tien. Er zijn er nog wel meer te noemen. Hoe kom je er over heen? Die muren zijn zo hoog en wij zijn zo klein. Een kleuter van vier jaar kan niet over een muur van 5 x vijf meter hoog klimmen.
David zegt: met mijn God spring ik-let wel, niet: klim of klauter ik met grote moeite - maar spring ik over een muur. Met mijn God, Zonder Hem kom ik er niet overheen. Maar mét de Heere, met God, de levende God, met Zijn hulp, in Zijn kracht, in de troost van Zijn Woord, Die Hij in ons hart draagt, kom je overal overheen en doorheen. David zegt: met mijn God. Hij mag de Heere kennen als zijn God, zijn genadige God in de hemel. Die Zijn kind nabij is en redt en troost in alle nood. Te mogen weten: ik heb een genadige God in de hemel. Hij is in Christus mijn verzoende God en Vader, Die Zijn kind niet zal begeven noch verlaten. Dat is alles. Vindt u het te hoog? Kunt u er niet bij? David bad: Leid mij op een rotssteen, die mij te hoog zou zijn.
Hoe wonderlijk goed kan de Heere het maken. Boven bidden en denken, boven ons angstig en kleingelovig vrezen. Er was een vrouw, die haar hele leven werd voortgedreven door de angst voor de dood en het gericht van God. Zij werd door God vastgehouden. Maar zij zat meestal om zo te zeggen onder water. O, die dood, die ontzettende dood, die hoge muur van de dood. Maar toen het eenmaal zover was, toen was het maar een wipje. Toen tilde God haar zomaar op en zij was er overheen voordat zij het wist. En zij wist nog goed waar zij heenging ook.
Nee, ik bedoel die muren, die voor ons oprijzen, echt niet te bagatelliseren. Je kunt er zo voor staan en denken: k kom er niet overheen. Dezelfde David, die in Psalm 18 zegt: et mijn God spring ik over een muur, zei ook eens: u zal ik een der dagen door Sauls hand omkomen. (1 Sam. 27 : 1.) Kijk dan is het ongeloof aan het woord. Daar hebben Gods kinderen hun leven lang mee te tobben en te worstelen. Geloofshoogten en geloofsdiepten wisselen elkaar af. In Psalm 31 vertelt David: k zeide wel in mijn haasten: k ben afgesneden van voor Uw ogen, dan nog hoorde Gij de stem mijner smekingen, als ik tot U riep. O, dat ongeloof, dat schandelijke en schuldige ongeloof, die twijfels, die het zo bang en donker in onze harten maken.
Dat vervloekte ongeloof. Heere, verlos mij er van, want Gij zijt het zo waard op Uw woord geloofd en vertrouwd te worden. Hier in Psalm 18 roemt David in de HEERE, zijn God, Die hem geholpen heeft, gered heeft uit de hand van zijn vijanden. De HEERE zal hem ook in de toekomst helpen. In een diep geloofsvertrouwen jubelt hij: met mijn God spring ik over een muur. Ik denk nu aan de muur van onze schuld bij God. De muur van de schuld van onze zonden. Hebben wij ooit voor die muur gestaan? Als God ons naar Zich toetrekt, ons tot Zich bekeert, dan zet Hij ons voor de muur van onze schuld bij Hem, de muur van Zijn recht. Zijn verdiend oordeel over ons leven.
Hoe komen wij over die muur heen? Niet met de ladder van onze goede werken, onze vrome verrichtingen en prestaties. Al onze gerechtigheid is een wegwerpelijk kleed voor God. Daar komt bij, dat wij de muur van onze onbetaalbare schuld bij God alsmaar, ja dagelijks hoger maken. Hoe komen wij over die muur heen?
Alleen met God. Wanneer Hij Zich in Christus genadig tot ons wendt. Wanneer Hij ons. buigend onder Zijn verdiend oordeel, de Heere Jezus laat zien en in het geloof doet omhelzen als onze Borg, Die Diue op Golgotha voor al onze zonden volkomen betaald heeft. Wanneer Hij het van Zijn genadige lippen doet vernemen: Ik delg uw overtredingen uit, Ik gedenk uw zonden niet.
Dan springen wij met God, in het geloof, over de muur van onze grote, onbetaalbare schuld bij Hem in de ruimte van de vrede met God, die alle verstand te boven gaat. Paulus jubelt: ij dan, gerechtvaardigd zijnde, uit het geloof, hebben vrede bij God, door onze Heere Jezus Christus. (Rom. 5:1.)
Met mijn God spring ik over een muur, over alle muren. Het geloof vertrouwt op de Heere, op Zijn woord, op Zijn beloften van genade, hulp en heil. Met de Heere komen we overal overheen en dóórheen. Met de Heere komen wij nooit beschaamd uit. Een kat in 't nauw doet vreemde sprongen. Een kind van God in 't nauw, doet soms ook rare en dwaze sprongen. Dat heeft David ook in zijn leven gedaan. Maar als Gods kind zijn God, Die altijd groter is dan nood, voor ogen heeft, op Hem ziet en vertrouwt, dan springt het met zijn of haar God over muren heen. Kent u de God van David, de God en Vader van de Heere Jezus
Christus als uw God en Zaligmaker, uw Helper en Trooster in alle nood?
Het beste van alles is: God met ons, maar het slechtste van alles is: God niet met ons. Dat is de keerzijde van de medaille. Dan zijn we zonder God en zonder hoop in de wereld. Zonder toekomst voor de eeuwigheid. Dan staan we alleen vooral die muren, die er in ons leven voor ons oprijzen.
Dan zijn we er werkelijk ongelukkig en rampzalig aan toe. Zoekt de Heere toch, terwijl Hij te vinden is en roept Hem aan, terwijl Hij nabij is. Eer het te laat is. Het kan zo plotseling eeuwigheid worden. Nabij is de Heere in Zijn woord, die Hem aanroepen.
Wat onuitsprekelijk rijk, als wij God in Christus mogen kennen en hebben als onze God en Zaligmaker. Er was een vader, die met zijn jongen over een hoge muur moest. En die jongen kon er niet overheen. Toen tilde die vader die jongen op en tilde hem eroverheen. Zo tilt God Zijn kinderen op en helpt ze over muren van nood en leed heen. Ook tenslotte over de laatste muur, de muur van de dood. Dan neemtHij ze op in Zijn heerlijkheid, waar geen muren van nood, verdriet en dood meer zijn. Met mijn God klim ik, spring ik overeen muur.
Mijn God, U zal ik eeuwig loven, Omdat Gij het hebt gedaan. 'k Verwacht Uw trouwe hulp van hoven; Uw waarheid zal bestaan. Uw naam is voor 't oprecht gemaed Van al Uw gunstvolk goed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's