Jacobus Johannes Ie Roy (1)
Zij die bleven (2)
Eén van de predikanten uit de eerste helft van de 19de eeuw, die de voorhoede hebben gevormd in de strijd tegen de besturenorganisatie en voor de handhaving van de Gereformeerde belijdenis was ongetwijfeld: Jacobus Johannes Ie Roy.
Een man, die - geboren in 1771 - nog volop wortelt in de 18de eeuw en in die eeuw ook zijn opleiding en zijn vorming heeft genoten. Een man die predikant is geworden aan de vooravond van de Franse Revolutie en die in de kracht van zijn leven die barre tijd heeft meegemaakt met alle gevolgen van dien voor de Kerk waartoe hij behoorde, die hij diende en liefhad. Een man die tot op hoge ouderdom - hij is bijna 80 jaar geworden - aktief bleef deelnemen aan de kerkelijke discussie en het ene protest na het andere aan de Synode stuurde.
Levensloop
Le Roy - zijn naam doet het al vermoeden - was van Franse afkomst. Hij stamde uit een oud Hugenotengeslacht dat evenals zovele anderen na de opheffing van het Edict van Nantes in 1685 naar Holland was uitgeweken. Zijn levensloop is vrij spoedig verteld. Hij werd geboren in 1771 te 's Gravenhage, en werd student in Leiden, waar hij zijn intrek nam in het zogenaamde Staten-College, een soort internaat, waar aan jonge mensen met bijzondere aanleg huisvesting en levensonderhoud werd geboden op kosten van de staat en waar zij theologie konden studeren. Le Roy was inderdaad zeer begaafd, want behalve godgeleerdheid studeerde hij ook filosofie, natuurkunde en sterrenkunde.
In 1794 - hij was dus nog maar 23 jaar oud - werd hij predikant in Sint-Anthoniepolder, in de Hoekse Waard. Vandaar ging hij tien jaar later, in 1804, naar Sprang, waar hij weer negen jaar bleef. In zijn eerste twee gemeenten heeft hij dus alle troebelen van de 'Franse tijd' beleefd: de Revolutie, de inlijving van ons land bij Frankrijk en de onttroning van de vaderlandse kerk. Het moet allemaal een diepe indruk op hem hebben gemaakt en hij zag er dan ook de slaande hand Gods in.
Verreweg het grootste gedeelte van zijn ambtelijke arbeid ligt in Oude Tonge, waar hij stond van 1813 tot zijn dood in 1850. Dat hij vóór deze Flakkeese periode al twee gemeenten had gediend is bijna onopgemerkt gebleven: in alle handboeken voor vaderlandse kerkgeschiedenis wordt hij kortweg aangeduid als 'Le Roy van Oude Tonge...'
Oude Tonge
Zo heeft dan de gemeente Oude Tonge het voorrecht gehad 37 jaar lang Le Roy als herder en leraar te hebben. Of zij het ook als een voorrecht heeft ervaren? Le Roy heeft naar alle waarschijnlijkheid geen grote kanselgaven gehad. Iemand die hem had horen preken constateerde 'een volslagen gebrek aan uitwendige kanselwelsprekendheid, daar zijn stem niet welluidend klonk en hij ontzaglijk schielijk sprak, zijn woorden als met drift uit den mond stootende...’
Het is uiteraard niet meer na te gaan of zijn gemeenteleden dit negatieve oordeel over de prediking van Le Roy deelden. We zijn geneigd dit getuigenis met het bekende korreltje zout tot ons te nemen, gezien de persoon van wie het afkomstig is. Dat is namelijk de Réveilman, Carel Maria van der Kemp, die weleens vaker zwart-wittekeningen heeft gegeven...
Wie was deze Van der Kemp? Een achterachterkleinzoon van Johannes van der Kemp, die rond 1700 predikant in Dirksland is geweest en bekend gebleven is als schrijver van een Catechismusverklaring die nog altijd graag gelezen wordt. Carel Maria was een gezaghebbende figuur in de kringen van het Réveil, later ook kantonrechter en raadsheer bij het Provinciaal Gerechtshof. Groot liefhebber en kenner van de historie, vooral van de kerkhistorie van de 17de eeuw, heeft hij een ongelooflijk omvangrijke correspondentie gevoerd over de strijd om de belijdenis. Maar, zegt prof. D. Nautavanhem: 'in zijn polemiek ging hij meermalen te ver.' Ik ben geneigd aan te nemen dat hij ook in zijn correspondentie nogal vér ging...
Deze Van der Kemp is op een of andere manier
ook in aanraking gekomen met Le Roy. In ieder geval correspondeerden zij in 1829 al met elkaar, maar misschien ook al eerder. In 1836 voldeed Van der Kemp aan de herhaalde uitnodiging van Le Roy om hem in Oude Tonge te komen bezoeken. Over dat bezoek aan Le Roy schreef Van der Kemp later weer uitvoerig aan een andere vriend, Koenen. Helaas blijken de ervaringen van Van der Kemp in de Oude Tongse pastorie nogal negatief uitgevallen te zijn.
Zo vond Van der Kemp de Oude Tongse dominee 'nogal doods'. Met geen woord had hij hem horen spreken over 'het ene nodige'. Aan tafel deed hij wat 'gewone, vaste gebedjes'. Tweemaal per dag las Le Roy een hoofdstuk uit de bijbel, maar 'een opwekkend en behartigend woord' was er niet bij. 'Ziedaar', verzuchtte Van der Kemp, 'alle huisgodsdienst'. En in datzelfde kader staat dan ook zijn opmerking over de weinige kanselgaven die Le Roy ten toon had gespreid...
Nu doet het niet erg sympathiek aan dat Van der Kemp, die toch bij Le Roy gastvrijheid had genoten, alle misschien voor hem wat teleurstellende ervaringen weer aan een derde meedeelde. Bovendien komt het allemaal nogal arrogant over: een man van nog geen 40 jaar die een predikant die de 65 al is gepasseerd tot de orde roept. En dan niet in zijn gezicht, maar achter zijn rug! Aan de andere kant heeft Van der Kemp toch wel waardering voor Le Roy gehad, wat hij liet blijken door de Oude Tongse dominee, die het kennelijk niet te breed had, af en toe iets toe te stoppen. Zelfs aan Koenen schreef Van der Kemp enkele malen dat hij 'die oude dominee van Oude Tonge' toch niet moest vergeten. Er zijn ook brieven van Le Roy bewaard gebleven waarin hij zijn vrienden Van der Kemp en Koenen bedankt voor hun milde gaven.
Zo krijgen we uit de correspondentie van Van der Kemp toch nog enigermate een indruk van de omstandigheden waaronder Le Roy in Oude Tonge heeft geleefd en gewerkt. In die tijd moet een bezoek van buiten 'het eiland' een verademing zijn geweest: Goeree-Overflakkee was toen nog een zeer geïsoleerd gebied en waarschijnlijk heeft Le Roy onder zijn ringcollega's niet veel geestverwanten gehad, althans zijn protesten aan de Synode zijn nooit mede-ondertekend door Flakkeese dominees.
Waardering en verguizing
Toch blijkt Le Roy een grote invloed te hebben gehad op zijn kerkeraad en gemeente.' Waneer er een protest naar Den Haag ging was dat vaak mede ondertekend door de 'opzieners' en een groot aantal lidmaten van de gemeente Oude Tonge. Al werd Le Roy ouder en al stond hij op een wat afgelegen post, de kerkelijke strijd ging niet aan hem voorbij en hij betrok zijn gemeente bij zijn arbeid voor handhaving van de belijdenis. Dat er tot de dag van vandaag in Oude Tonge geen kerkvoogdij is moet ongetwijfeld toegeschreven worden aan invloed van Le Roy, die in de wrijving van zijn tijd tussen kerkorde en belijdenisgeschriften de kerkeraad als autonoom beschouwde, ook in zaken van materiële aard. En dat de Afscheiding in Oude Tonge geen kans kreeg is zeker mede een gevolg van het kerkelijk denken en van de gereformeerde prediking van Le Roy. Pas in het midden van ónze eeuw is uit een kleine Ledeboeriaanse groepering een Gereformeerde Gemeente ontstaan.
Het is begrijpelijk dat de Afgescheidenen graag Le Roy voor hun zaak hadden gewon nen. Was hij meegegaan, dan was hij met zijn capaciteiten onder hen zeker een leidinggevende figuur geworden. Toen hij het niet deed moest hij het ontgelden! Hendrik de Cock in eigen persoon noemde Le Roy met name onder de predikanten 'die niet anders dan halve waarheid, leugen en bedrog in het oog hebben, en, schoon een weinig eerlijker dan de grofste leugenaars en Baaispriesters, toch maar halfgebakken Efraimskoeken zijn...' Le Roy heeft zich van deze scheldtirade niet veel aangetrokken...
Dood en begrafenis
Tot het einde van zijn leven toe is Le Roy gewoon dienstdoend predikant gebleven. Verplicht emeritaat bestond nog niet en hij had er kennelijk ook geen behoefte aan, want hij bleef tot op hoge leeftijd gezond van lichaam en helder van geest. Op zondag 10 november 1850 preekte hij nog, precies een week later, in de morgen van zondag 17 november overleed hij. Op een paar maanden na was hij 80 jaar geworden.
Een geliefd predikant was heengegaan, maar ook een geacht ingezetene van de burgerlijke gemeente. Dat bleek wel bij zijn begrafenis, want zijn stoffelijk overschot werd gevolgd niet alleen door vele gemeenteleden, maar ook door Roomsen (Oude Tonge is voor ongeveer een derde deel R.-K.) en door Joden!
Meermalen stond ik in mijn Oude Tongse tijd op de oude begraafplaats en las ik het grafschrift op de eenvoudige zerk:
‘Hier rust het aardsch omkleedsel van Gods trouwen dienaar
Jascobus Johannes le Roy
geboren te 's Gravenhage den 28sten januari 1771 en ontslapen te Oude Tonge den 17den november 1850 na eene getrouwe Evangeliebediening van 56 jaren, waarvan hij er 37als herder en leeraar der Hervormde Gemeente alhier met ijver doorbracht.
Uit ware hoogachting is door den kerkeraad den overledene dit graf bereid en in hetzelve bijgezet het stedelijk overschot van zijne echtgenote Teuntje Barendregt, overleden den 27sten januari 1848.
Daniël 12 : 2'
Opvolging
Na het overlijden van Le Roy ontbrandde er een strijd over het beroepingswerk tussen de kerkeraad, die uiteraard een opvolger zocht in de lijn van Le Roy, en het gemeentebestuur van Oude Tonge, dat liever de liberale kant opging. Een zoon van Le Roy, die te Oude Tonge woonde, heeft er nog over gecorrespondeerd met de bovengenoemde Van der Kemp. Tenslotte is, na heel wat verwikkelingen, beroepen ds. H. Z. A. Gutteling uit Scherpenisse, die het beroep aannam, in 1852 intrede deed en bleef tot zijn emeritaat in 1877. Ook hij was een man die vasthield aan de Gereformeerde belijdenis en dus het werk 'voortzette in de geest van Le Roy.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's