Jacobus Johannes Ie Roy (2)
Zij die bleven (3)
Een vruchtbare pen
Wanneer we de lange reeks geschriften overzien die van de hand van Le Roy het licht zagen, dan komen we onder de indruk van zijn werkkracht en produktiviteit. Hoewel hij zijn leven lang in tamelijk afgelegen plaatsen heeft gestaan is hij zeker niet een gezapige dorpsdominé geworden. In hoge mate geïnteresseerd zowel in de theologische als in de kerkelijke discussie heeft hij gewoekerd met zijn talenten.
De werken van Le Roy kunnen ruwweg worden ingedeeld in twee groepen. Bekend is dat hij een hele reeks brochures en pamfletten schreef die alle betrekking hebben op de handhaving van de belijdenis. Deze dateren hoofdzakelijk uit zijn latere periode (de laatste 30 jaar van zijn leven). Minder bekend is dat hij vóór die tijd ook al heel wat had gepubliceerd, vooral op het terrein van de exegese en de dogmatiek. Men heeft weleens opgemerkt dat deze bijbels-dogmatische arbeid de onderbouw heeft gevormd voor zijn latere standpuntbepaling in de kerkelijke strijd. Hoe het ook zij, Le Roy heeft zich op verschillende terreinen bewogen en zijn geschriften leggen getuigenis af van zijn belezenheid en deskundigheid, zodat de liberalen in zijn eigen kerk en zijn geestverwanten in de Afgescheiden Kerk in hem een geducht tegenstander ontmoetten.
Vader en herder
Le Roy was dus een man van de studeerkamer, echter geen kamergeleerde. Met zijn publicistische arbeid stond hij midden in de gemeente en wilde hij ook de gemeente dienen. Dat blijkt onder meer uit de opdracht van zijn in 1830 verschenen werk 'De Goddelijke Openbaring des bijbels volgens haren eenvoudigen zin en inhoud beschouwd en overwogen'. Dit tweedelige werk droeg hij op 'aan mijne geliefde kinderen, benevens aan de gemeenten van St. Anthoniepolder, Sprang en Oude Tonge, weleer, of nog, de mijne'. Hij begint daarin met op te merken dat iemand die zelf de waarheid hartelijk liefheeft niets anders begeert dan dat anderen die ook mogen kennen. 'En is hij daarbij vader en leeraar, voor wie zou hij dit liever wenschen dan voor zijn kinderen en gemeente, zelfs voor die gemeenten onder welke hij tevoren heeft gearbeid? '
In dit boek wil Le Roy 'niets nieuws noch ongehoords' brengen, 'maar datgene hetwelk reeds onze vaderen in den bijbel gevonden hebben en het is juist daartoe geschikt om de nevelen te verdrijven welke in onzen tijd van alle zijden door den bedriegelijken leugengeest op deze waarheid geworpen worden'. Als de voornaamste aanhangers van deze leugengeest noemt Le Roy dan hen die 'het verzoenend offer van onze eenigen Zaligmaker Jezus Christus verloochenen; Zijne hooge en ware Godheid ontkennen of verduisteren; en de krachtige werking en invloed van den Heiligen Geest bestrijden’.
Tegen zulke dwaalgeesten, zo besluit Le Roy zijn opdracht, 'kan ik u niet genoeg waarschuwen. Dit moet ik u op het harte binden; u mijne geliefde kinderen in het gemeen, denkt eraan wanneer uw vader niet meer bij u zal zijn en u daaromtrent niet meer zal kunnen vermanen; u onder dezelven in het bijzonder die u voorbereidt om leeraren van het Evangelie te worden, met geen ander doel wensch ik dan om die waarheid te verkondigen en met al wat in u is voor te staan en te verdedigen; u ook, geliefde gemeenten, wier waarachtig geluk alleen in het regt kennen en levendig betrachten van die waarheid is gelegen, en die door dezelve kunt en zult zalig worden, wanneer gij ze behoudt op die wijze zoo als ik ze u verkondigd heb..’
Hier spreekt een vader die voor zijn kinderen en een herder die voor zijn kudde het waarachtig heil zoekt. In elk geval blijkt Le Roy niet de dominé te zijn zoals Van der Kemp hem schilderde, doods en met geen woord sprekend over het ene nodige...
De zaak-Thelwall
Betrekkelijk laat kwam Le Roy uit zijn schuilhoek te voorschijn om zich te mengen in de strijd over de leer en de belijdenis der kerk. Hij schijnt wel wat vreesachtig van karakter te zijn geweest en de publiciteit zeker niet te hebben gezocht. Zelf heeft hij opgebiecht dat hij al lange tijd heimelijk treurde om het diepe verval van de kerk, maar dat hij steeds niet de moed vond om ervoor uit te komen.
Op een manier die we 'toevallig' zouden noemen is hij bij de kerkelijke strijd bertrokken geraakt. Enkele preken die hij in 1817 had gehouden en in 1818 had uitgegeven 'bij het derde eeuwfeest der kerkhervorming' hadden nog niet zo zeer de aandacht getrokken. Maar in 1825 mengde Le Roy zich in de discussie rondom de Engelse predikant A. S. Thelwall. Deze dominé, die de Episcopaalse Gemeente in Amsterdam diende en vrienden had in de Réveilkringen, onder andere Bilderdijk en Da Costa, had een boekje geschreven onder de
titel 'Keert u tot Hem Die slaat', dit naar aanleiding van de watersnood van 1824/1825. In die winter werd ons land, evenals trouwens grote delen van Europa, geteisterd door een verschrikkelijke overstroming, waarbij meer dan de helft van Holland-ook Amsterdam! - onder water kwam te staan. Thelwall zag deze ramp als een gericht van God over de zonden van het Nederlandse volk, en hij riep ons volk op tot bekering. 'Laten wij niet vergeten, geliefde medemensen en medezondaren, dat er een stem van de hemel is gegeven die tot in het diepste onze ziel behoort door te dringen. Indien gij genegen zijt om een gepaste lering uit deze onheilen af te leiden, waardoor de genade van God dezelve in zegeningen kan doen verkeren, begint dan met een ootmoedige belijdenis uwer zonden, welke u deze en nog veel zwaardere oordelen op de hals hebben gehaald. Wanneer gehele volkeren worden gestraft, dan voegt het ons meer bijzonder op te letten op die nationale overtredingen in welke zij middellijk of onmiddellijk elkanders medeplichtigen zijn'.
En als dan de vraag aan de orde komt, om welke zonden ons land en ons volk zozeer gestraft worden, dan is Thelwall zeer concreet... Hij noemt de ontheiliging van de Naam en van de dag des Heeren en het ontbreken van de vreze Gods in het maatschappelijk leven. Maar de grootste schuld ligt volgens Thelwall bij de kerk en vooral bij de predikanten die hij zelfs 'zielemoordenaars' noemt.
Afkeuring en instemming
Onmiddellijk na het verschijnen van Thelwall's brochure brak een stroom van kritiek los. De liberalen hadden een welkome gelegenheid om hun pijlen af te vuren, niet alleen op de schrijver van het boekje, maar ook op de school van Bilderdijk, van wie vooral Da Costa en Capadose het moesten ontgelden. De zelfingenomenheid had een geduchte knak gekregen en men gaf Thelwall de raad naar zijn land terug te keren om de Engelse toe standen te verbeteren, want dat volk was immers veel dieper gezonken dan het Nederlandse!
Afgezien van alle scheldpartijen tegen de 'Dompers' was de hele discussie terug te brengen tot de vraag of rampen mogen worden beschouwd als een straf van God op de zonde. De mensen van het Réveil beantwoordden deze vraag bevestigend.
En toen waren er twee predikanten die zich met het probleem bemoeiden. De eerste was ds. F. L. Abresch te IJsselstein, de uitgever van het blad De Zaadzaaier, die een artikel schreef 'Wat mag toch dit zijn? Vragen naar aanleiding van den watervloed in 1825. Aan het christelijk nadenken van Neerlandsch volk ter verootmoediging en bemoediging voorgesteld'.
De tweede die van zich liet horen was Le Roy. Hij deed een brochure het licht zien onder de titel: 'Is dan de christelijke opwekking aan de Nederlanders van den Weleerwaarden Heer A. S. Thelwall in het geheel niet waardig te behartigen? En zo ja, hoe zal het best geschieden? Beantwoord in eene ernstige overweging van de ernstige toespraak van Thelwall'.
Le Roy betoogde hierin dat ook de rampen die Israël troffen in de Heilige Schrift oordelen van God worden genoemd. Daarom vond hij Thelwall's oproep tot bekering een volledig bijbelse notie. En hoewel sommigen vonden dat Thelwall in zijn kritiek op de predikanten te vér was gegaan door hen allen over één kam te scheren en hen 'zielemoordenaars' te noemen, wilde Le Roy wel het hoofd buigen en dat oordeel over zichzelf aanvaarden. Hij erkende zijn eigen schuld en medeplichtigheid aan het verval van de kerk. Maar evenals de profeten die Israël het oordeel verkondigden riep hij ook op tot wederkeer. Daarom kan de brochure van Le Roy - dat is het belangrijke van dit geschrift-worden beschouwd als een eerste aanzet in de richting van 'Kerkherstel'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's