Blind in Zuid-Afrika?
Ingezonden
In het zendingsblad 'Vandaar', uitgave van de Hervormde en Gereformeerde officiële zendingsinstanties, jrg. 4 no. 7, augustus 1978, staat een reaktie van één van de redacteurs van dat blad op een aantal brieven. Een paar maanden geleden stond er namelijk in hetzelfde blad een foto, waarop een blanke Zuidafrikaan stond afgebeeld die blind was en geleid werd door een zwarte Zuidafrikaan. Men voorzag die foto van hetzelfde opschrift, dat de titel vormt van mijn verhaal hier (alleen zonder vraagteken!) en vroeg de reaktie van het lezend publiek. Die kwam in lovende zin ten opzichte van genoemd blad en het initiatief van zijn redaktie, én in scherp afkeurende zin tot in mededelingen als: ik trek mijn zendingsbijdrage in, en: ik hoef uw blad niet meer.
Nu gaat de betrokken redakteur, drs. H. Baas, op die reakties in. En ik haal een paar zinnen uit zijn betoog aan, waarbij ik zal trachten zijn bedoeling met die uitspraken tot haar recht te laten komen.
’Waarom deze foto? ' Omdat we vinden dat er dingen gebeuren waarop we nooit genoeg kunnen wijzen, hetzij met woorden, hetzij met beelden. De foto is natuurlijk symbolisch. Het gaat niet om deze twee mensen. Maar we willen aangeven dat velen, die leiding geven in Zuid-Afrika nog steeds blind zijn voor het lot dat miljoenen zwarte Afrikanen dagelijks ondergaan. ' Dan gaat het betoog verder over de economische afhankelijkheidspositie, waarin de blanke ten opzichte van de zwarte in Zuid-Afrika verkeert.
Een eindje verderop schrijft de heer Baas: 'Overal in de wereld geleiden mensen hun blinde vrienden of familieleden. En daarbij wordt ook vaak een stok gebruikt. Dat is dus de kern van het verhaal niet. Maar de afstand, niet in meters, maar tussen de werelden waarin ieder van deze twee mannen leven, blijft gehandhaafd.' Dit naar aanleiding van de foto zelf, die het beeld geeft te zien van een zwarte man die vooruit aan de stok loopt, en de blinde, blanke man die aan het achterste einde van die stok loopt.
De heer Baas eindigt dan zijn reaktie op al die brieven en briefkaarten door in te gaan op de vraag of wij soms zelf blind zijn, hier in Nederland, en onze eigen zonden niet zien, en door te stellen dat het in Zuid-Afrika slecht is door de zgn. 'ban'-maatregelen én door het feit dat de leiding in Zuid-Afrika beheerst wordt door angst. En door adviezen te geven in de richting van wat eraan te doen.
En nu heb ik een vraag aan de heer Baas. 'Het gaat niet om deze twee mensen.... Het gaat om de afstand tussen de werelden waarin ieder van deze twee mannen leven....' Mijn vraag: wil de heer Baas mij dat verband eens duidelijker maken? Ik meen dat ik de foto al een keer gezien had, voordat ik die afgedrukt zag in Vandaar. Daarbij maak ik me sterk dat de heer Baas deze twee mannen geen van beide persoonlijk kent. Evenwel worden ze zonder blikken of blozen afgedrukt en tot symbool gemaakt van twee werelden, waartussen een geweldige afstand ligt. Veronderstel, dat die blinde blanke man nu eens behoort tot die blanken, die zich het lot van hun zwarte naaste aantrekken, zoals de heer Baas hen ergens aanduidt. Dan zit de heer Baas niet bepaald goed met a) het afdrukken van de foto tot dit doel en b) zijn konklusies. En dan begrijp ik de briefschrijver, die hem tot het aanbieden van verontschuldigingen wilde dwingen.
Hoe zou de heer Baas het vinden, wanneer er van hem in een bepaalde situatie een foto werd gemaakt, die in een ander werelddeel werd gepubliceerd en van een onderschrift voorzien waarin hij zichzelf totaal niet herkende, maar wat daar typerend moest heten voor een deel van ons Nederlandse volk. Wij zeiden dan in Rotterdam: 'Lekker fris!' En het lijkt me niet zo vreemd wanneer de heer Baas alsnog zijn excuses aanbiedt voor het feit dat hij zonder enige toestemming van de betrokkenen een zwarte en een blanke man voor het voetlicht van zijn publiek doet treden en hen van zijn kommentaar voorziet. Spreekt niet de Catechismus ergens over het verbod om iemands kwaad gerucht te verspreiden? Of als u het rechtstreeks uit Gods Woord wilt hebben: heeft de Heere Christus ons niet gewaarschuwd dat wij niemand vóór de tijd zouden oordelen?
En wanneer dit artikeltje gelezen mocht worden bij de redaktie van het blad Vandaar, zou men mij dan willen schrappen van het lezersbestand? Ik zou dat per brief en persoonlijk kunnen doen. Maar ik doe het liever zo. Om twee redenen. Omdat ik me nu publiek schaar in het rijtje van hen die schreven: 'Ik hoef uw blad niet meer.' En omdat ik publiek wil te kennen geven dat ik een zéndingsblad met dit soort bijdragen niet hoef. Het is meer dan schandelijk, wat ons van bepaalde zijden in onze kerken te eten en te drinken wordt gegeven als geestelijke spijze, gedekt met de naam en het etiket van Christus, en met de suggestie alsof onze arme zielen erdoor gevoed werden!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1978
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1978
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's