Zelfverloochening
’En hij zeide tot hen: eemt mij op en werpt mij in de zee, zo zal de zee stil worden van u; want ik weet dat deze grote storm u om mijnentwil overkomt' (Jona 1 : 12)
Jona is gevlucht van het aangezicht van God. Een profeet negeert zijn roeping. Hij gaat aan boord van een schip dat als koers heeft een richting tegengesteld aan de koers die de Heere hem had opgedragen. Niet Ninevé, maar Tarsis is de bestemming.
Maar de Heere arresteert hem midden op zee. De storm brengt schip en mensen in groot gevaar. En het lot valt op Jona.... Het is de Heer Zelf Die hem aanwijst als de schuldige. Een mens moet leren bukken voor zijn God. Het 'ik' moet van de troon. Zo brengt Hij Jona en ons in het nauw zodat we niets overhouden dan onze onwil en opstandigheid tegen de Heere. Hij brengt zondaren in de schuld. Zo komt Jona tot zijn belijdenis. Hij heeft lang gezwegen, in stilte lag hij in het ruim. In stilte liet hij de loting over zich heen komen. De vinger Gods kwam op hem af en wees hem aan. Nu kan hij niet langer zwijgen. De Heere heeft hem op zijn plaats gebracht: de plaats van belijdenis van schuld: 'Ik weet dat deze grote storm ulieden om mijnentwil overkomt'.
Wat is er veel voor nodig, lezers, vóórdat het over de lippen komt: 'Mijn schuld. Ik heb gezondigd.' Ik heb gezondigd! Zou dat niet één van de moeilijkste zinnetjes zijn om uit te spreken. En vooral, om dat met het hart te zeggen? Schuld tegenover God en de mensen. Daar weten we van nature niets van. Maar de Heere werkt door Woord en Geest in uw leven, zodat u het leert na-zeggen: 'Mijn schuld.' Ik ben die man! Dat zegt Jona.
Hoe ver bent u die dit leest daarin gekomen door Gods genade? En dan niet zomaar wat na-zeggen! Maar de taal van het hart! Wat zegt een kind des Heeren? 'Ik ben de grootste der zondaren'. En dat wordt ook beleefd in het hart. Zalig bent u die dit leest, als u hier iets van kent. De kleinheid voor God de gro.otheid van uw schuld voor God maken dat u Jona leert naspreken: 'Mijn schuld.'
Dan gaan we als het ware door de grond. Maar: zó begint het leven, voor het eerst of vernieuwd. Ik moet sterven aan mezelf. Maar: hoe kleiner ik word, hoe groter de Heere! Wat een troost voor zo'n verslagen mens: 'Een verbroken en verslagen hart zult Gij, o God niet verachten.' Zalig wie deze ware verbrijzeling des harten kent. Dan leren wij ook alle verontschuldigingen af. Jona voert geen enkele verontschuldiging aan. Geen verzachtende omstandigheden. Geen excuus. Alleen maar: 'Mijn schuld.' Wat een strijd is dat als de Heere ons zo ver gaat brengen. Maar het is een zegenrijke strijd. Dan leren we het te zeggen: 'Wij lijden straf waardig hetgeen wij gedaan hebben.'
Nu zijn we altijd gewend om wat Jona betreft naar de heerlijke afloop te zien. Maar dat moeten we eigenlijk even proberen te vergeten. Jona wist niets van de goede afloop toen hij zijn schuld beleed. Straks ziet hij echt de dood in de ogen. Die weg gaat de Heere altijd met Zijn kinderen, ook vandaag. Ze verwachten de dood. Het oordeel komt over hun leven. Het is echt hopeloos. Dan blijft er maar één ding over. Zeggen: het is verdiend. God wil het ook u telkens opnieuw leren om zijn recht te onderschrijven. Hij heeft gelijk als Hij mij veroordeelt. Jona erkent zijn schuld tegenover God en mensen. En ü?
Echte belijdenis van schuld tegenover de Heere gaat samen met belijdenis van schuld tegenover de mensen die u verdriet hebt aangedaan. 'Belijd elkander uw misdaden.' Dat betekent: nee-zeggen tegen uzelf. De ware zelfverloochening! Maar het gaat dieper. Niet alleen schuld belijden, maar ook de gevolgen aanvaarden. Zelfverloochening zegt: 'Neem mij maar.' Werp mij in de zee, dan zijn jullie gered! Dat kan niemand van zichzelf. Het is een vrucht van geloof en bekering. Luther zegt: 'Hier mogen wij aan Jona aflezen wat een geloof uit een rein hart vermag.'
Geloof zegt: 'Neem mij maar.' 'Kom ik om, dan kom ik om.' Laat mij vallen in de hand van God. Hoe groot is Gods genade in uw leven geworden als u zich zo mag overgeven aan de wil van God. Een discipel: onszelf verloochenen, ons kruis op ons nemen. Kent u dat: al moest ik sterven, het is echt waar: 'Uw doen is rein. Uw vonnis gans rechtvaardig? '
Dan wordt verkondigd, geloofd en ervaren: meer dan Jona is hier! Jona gaat-naar eigen gedachten! - dè dood in. En welverdiend door zijn ongehoorzaamheid. Maar een ander gaat - onverdiend! - de dood in. En dat gebeurt echt. Zo gaan de voetstappen van onze Heere Jezus Christus als het ware door de zee. Hij gaat de golven van Gods toorn in. En Hij gaat onder. Jona droeg eigen schuld. Maar Hij is het Lam Gods dat de zonden der wereld draagt. Dat is de blijde Boodschap: Meer dan Jona is hier. Hij verzoent de schuld en draagt de straf ten einde toe van alle Jona's van alle tijden.
Voor allen die weten wat zonde is, u die Gods recht voelt branden in uw leven, mag het gelden: 'Sta op, roep tot uw God, zeker zal Hij aan u denken, dat u niet vergaat!
‘Wie Hem aanroept in de nood vindt Zijn gunst oneindig groot.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1978
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's