De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

13 minuten leestijd

Kerken en Christenen in de Sovjet Unie

Juni 1975 kwam er in de Sovjet Unie een nieuwe godsdienstwet, die, zo schrijft mevr. J. ter Vrugt-Lentz in/n de Waagschaal van 12 augustus, een eind maakte aan een stuk onzekerheid en aan een onhoudbare toestand van geheime instrukties en ongeschreven wetten, wat men verder overigens van de nieuwe wet kan zeggen. Want duidelijkheid betekent nog geen; verbetering van de situatie. Alle wijzigingen van de wet van 1929 over religieuze verenigingen z)j|n nu ten minste wel bekend gemaakt. Wat behelst nu deze nieuwe wet? De belangrijkste bepalingen en - in vergelijking met de wet van 1929 - nieuwe beperkingen zijn de volgende:

1. Geestelijken moeten officiële toestemming hebben voor het verrichten van godsdienstige handelingen in particuliere huizen, tenzij op verzoek van een ernstige zieke of stervende, d.w.z. in feite voor elk normaal huisbezoek.

2. Er mag niet meer buiten de kerkruimten geld ingezameld worden.

3. De autoriteiten hebben de mogelijkheid een verleende officiële erkenning (de z.g.n. registratie), waardoor een gemeente of parochie wettelijk mag bestaan en funktioneren, weer in te trekken.

4. De geestelijken mogen alleen de geestelijke, niet de ekonomische en financiële leiding van hun gemeente of parochie hebben. Deze bepaling is van groot belang. De uit leken bestaande 'kerkeraad', op welks samenstelling de autoriteiten invloed hebben omdat zij (ook al volgens de wet van 1929) het recht hebben, individuele leden eruit te verwijderen, beheert de financiën en bestuurt de gemeente. Het is duidelijk, dat de autoriteiten zo via een kerkeraad de gemeente of parochie kunnen infiltreren.

5. De autoriteiten konden al volgens de wet van 1929 kerken of gemeentezaken aan de kerken onttrekken als dat op grond van het algemeen belang was (de staat is eigenaar van alle kerkelijke goederen), maar de gemeente of parochie had dan recht van beroep en zolang er geen beslissing was gevallen over wel-of niet ontvankelijkheid van het beroep mocht het gebouw niet gesloten worden. In de nieuwe wet is geen mogelijkheid tot beroep opgenomen en de sluiting van een (kerk) gebouw pleegt in de praktijk te leiden tot opheffing van de gemeente (langs administratieve weg) door de autoriteiten. Bovendien heeft de staat de vrijheid, om, als een kerkgebouw door brand verwoest is de door de kerkgemeenschap (verplicht) betaalde gelden voor brandverzekering voor andere kulturele doelen te besteden dan voor de herbouw van het kerkgebouw. Anderzijds is er een belangrijke verbetering in de rechtspositie van de kerken te noteren. In de wet van 1929 was uitdrukkelijk vermeld, dat 'religieuze verenigingen' geen rechtspersoonlijkheid hadden. Alle desbetreffende artikelen en zinsneden uit deze wet zijn in de nieuwe wet van 1975 geschrapt. Ook dat is een openlijke bevestiging van een in feite al bestaande toestand. Stalin had nl. zijn verschrikkelijke vervolgingspolitiek opgegeven, toen hij tijdens de 2e wereldoorlog de hulp van kerken nodig had in de strijd tegen de Duitse invasietroepen. Als een soort beloning voor die hulp kregen de kerken Joestemming hun organisaties weer op te bouwen. Daarmee samenhangend verieende een (nooit gepubliceerd) Besluit van de Raad van Volkskommissarissen van de USSR van 22 augustus 1945 aan de 'religieuze verenigingen' bepaalde wettelijke rechten, waardoor zij in feite een, zij het beperkte, juridische zelfstandigheid kregen. Dit ' houdt o.a. in dat zij (zoals in art. 20 van de nieuwe wet van 1975 wordt gezegd) het recht hebben 'kerkgerei en religieuze kultusvoorwerpen te vervaardigen en deze aan de gemeenschappen der gelovigen te verkopen; zij hebben verder het recht tot het verwerven van transportmiddelen tot huur, tot bouwen en kopen van gebouwen voor hun behoeften langs de wettelijke vastgestelde weg’.

De situatie is dus verre van eenvoudig voor de kerken en de christenen. Met name de godsdienstige opvoeding van de kinderen vormt een probleem. Elke vorm van georganiseerd godsdienstonderwijs is verboden. Ouders zouden dus wel hun kinderen mogen onderwijzen in de geloofsleer, maar dan komen zij in konflikt met de wet over huwelijk en gezin van 1969, waarin de ouders verplicht worden hun kinderen in de geest van de marxistische moraal, dus in atheïstische Tin op te voeden. De kinderen hebben, aldus de wet belang bij een opvoeding in overeenstemming met de doelstellingen van de staat. Dus een opvoeding tot atheïst. Gaan ouders hier tegen in, dan kan als sanktie op hen worden toegepast dat de ouderlijke rechten hen ontnomen worden.

Wie dit alles leest, kan maar tot één conclusie komen: Een communistische staat in de zin van de Sovjet Unie betekent een geestelijke dictatuur. Het is goed om dit nuchter voor ogen te stellen. Juist in een tijd waarin velen menen dat het met de dictatuur van het marxistisch-leninisme nogal mee valt, en dat er best vormen van coëxistentie mogelijk zijn. Mevr. Vrugt schrijft over het aspect van de religieuze opvoeding:

Inderdaad is in het Westen een vrij groot aantal gevallen bekend van kinderen, die van de ouders weggehaald en in staatskindertehuizen ondergebracht zijn omdat ze thuis een godsdienstige opvoeding kregen. Het betrof, voor zover mij bekend uitsluitend gezinnen behorend tot de van de officiële Unie van Evangeliechristenen en Baptisten afgescheiden raad van Evangeliechristenen en Baptisten. Dat is niet alleen te verklaren uit het feit dat het hier merendeels niet-geregistreerde, dus illegaal bestaande gemeenten betreft, De voornaamste reden is, dat deze Baptisten hun kinderen zeer konsekwent verwijderd houden van alle nietverplichte manifestaties, klubs e.d. Alles wordt immers door de staat georganiseerd en is er dus op berekend, de jongeren een atheïstische wereldbeschouwing in te prenten. De school is dus de enige plaats, waar men vat heeft op kinderen uit Baptistenfamilies en dit vindt men te weinig.

Want de godsdienstpolidek van de staat iser op gericht het geloof en de 'relieuze gemeenschappen' te doen verdwijnen. Dit einddoel wordt nergens in de wetten uitgesproken, ook niet in de nieuwe wet van 1975. Maar in de sovjetrussische literatuur wordt openlijk gezegd, dat de staatskommissie voor godsdienstzaken met haar vérgaande volmachten om in het kerkelijk leven in te grijpen, verplicht is mee te werken aan de antireligieuze propaganda. Daarom wil men ook alles weten over dopen, huwelijken e.d., opdat de atheïstische propaganda goed georganiseerd kan worden.

Men moet dan ook vaststellen, dat de verbeteringen, die de nieuwe wet bracht, niet opwegen tegen het ene grote nadeel: dat zij de strijd tegen geloof en kerk verder vergemakkelijkt voor de staat.

Ook de op 4 oktober jl. aangenomen nieuwe grondwet, die de grondwet uit 1936 vervangt, biedt de staat alle gewenste mogelijkheden om alle burgers met van de ideologie afwijkende overtui­ gingen, waaronder dus ook religieuze overtuigingen, aan te pakken. In een door het Algemeen Diakonaal Bureau van de Gereformeerde kerken gepubliceerd artikel maakt Boekowski, het sovjetregiem uit eigen ervaring kennend, dit heel duidelijk. Op het eerste gezicht aannemelijk lijkende artikelen in de nieuwe grondwet kunnen zó uitgelegd worden, dat ze vrijwel het omgekeerde blijken in te houden van wat men eerst dacht, terwijl b.v. artikel 66 van de burgers verlangt hun kinderen op te voeden tot 'waardige leden van de socialisdsche maatschappij', wat hetzelfde betekent als de geciteerde verplichting uit de wet over huwelijk en gezin en opvoeding tot atheïsme impliceert.

De duidelijkheid van de nieuwe wet betekent duidelijkheid in die zin dat de Sovjetstaat de strijd tegen geloof en kerk in alle felheid voert. Wij geven de informatie van mevr. Vrugt gaarne aan u door. Zo gemakkelijk raken we aan bepaalde situaties gewend en vinden de situatie zoals die zich in Oost-Europa ontwikkeld heeft bijna normaal. Maar het beeld dat uit dit artikel oprijst is het beeld van een lijdende kerk, die getolereerd wordt, maar wier rechten aan alle kanten beknot wordt. Belijden inpliceert lijden. Inzover vormt de kerk in Rusland een vraag aan ons. De invloed van marxisme en neo-ma'rxisme dringt op. Helaas ook binnen de kerken. Laten we waakzaam zijn, en onze ogen niet sluiten voor grote geestelijke gevaren. God make de kerk daar en hier getrouw om in lijden en in vrijheid te volharden bij de ene Naam die tot heil is. De Naam van Hem Die in het geding met de machten der wereld toch Overwinnaar is.

Marathon-kerkdienst als actiemiddel?

De feiten zijn bekend: In 'De Duif' in Amsterdam verblijft een groep Marokkanen die met uitwijzing uit Nederland worden bedreigd. Een politieoptreden kan die uitwijzing op gang brengen. Maar politiefunktionarissen mogen geen kerkgebouw betreden voor het uitoefenen van hun taak als er een dienst gehouden wordt. Vandaar dat men in augustus in De Duif een continu-kerkdienst georganiseerd heeft, waarbij voorgangers van verschillende kerken elkaar uur na uur afwisselden in de godsdienstoefening, om op die manier actie te voerea en de politie te beletten in te grijpen. De marathon-kerkdiensten zijn inmiddels gestaakt. Maar daarmee is het probleem dat deze dienst opriep niet van de baan. Dat probleem is: Is dit de taak en de opdracht van de kerk? Het leed van de illegale gastarbeiders die door de kwalijke praktijken van anderen slachtoffer zijn geworden, is ongetwijfeld niet gering. Inzet voor de mens in nood is begrijpelijk en terecht. Al dient wel gezegd te worden-mevr. Hannie van Leeuwen wees daarop in het Centraal Weekblad van 26 augustus - dat door allerlei persorganen en instanties wel zeer ongenuanceerd en onterecht gesproken werd over het beleid van de staatssecretaris. Maar dat laat ik hier rusten. Wie hierover geïnformeerd wil worden, leze het deskundige artikel van mevr. Van Leeuwen.

Aan het slot laakt zij de kwalijke houding van kerken die op deze wijze de kerk inzetten als middel ten behoeve van een politieke actie en door hun Marathon-kerkdienst een wetsartikel verkrachten middels een foutieve exegese van het bewuste artikel uit het Wetboek van Strafrecht.

In het Centraal Weekblad van 9 september stelt ds. J. Goumare over deze continugodsdienstoefening kritische vragen.

Maar nu vraag ik mij af: moet de kerk nu blij zijn? Of zou ik de gedachte mogen hebben, dat hier op een bepaalde wijze misbruik wordt gemaakt van de

kerk en haar verkondigend en getuigend werk in deze wereld? Of is dat laatste niet meer de opdracht voor de kerk?

Ik probeer zo goed mogelijk al die mensen te begrijpen die luidkeels beweren, dat de kerk niet meer over komt bij de mensen en dat ze beter haar mond maar kan houden. Niemand begrijpt nog een snars van de taal die ze gebruikt en bovendien: wie heeft er nog behoefte aan een kerk? Hooguit een paar simpele zielen die honderd jaar achter lopen. Men wijst dan op de jeugd die bij stromen de kerk de rug toe schijnt te keren, omdat ze niet vindt wat ze zoekt en nodig heeft of omdat de kerk toch niet die antwoorden geeft die zij voor zichzelf al gevonden heeft. Men wijst op al diegenen die hun geloof buiten de kerk willen beleven, a.h.w. buiten het gezinsverband, omdat ze menen 'die' broeders en zusters niet nodig te hebben. Om nog maar te zwijgen over de vraag, hoe zij God in hun geloofsleven willen betrekken. Maar... nu ineens., , wordt de kerk dankbaar geaccepteerd. Met kerkdienst en al. Het doet er niet toe, welke taal de voorganger gebruikt of hoe hij bidt. Als het maar gebeurt. En met welk doel? Alleen om te verhinderen, dat politie-functionarissen een halt wordt toegeroepen? Maar mag ik dan vragen: in hoeverre is hier nog sprake van een kerkdienst, laat staan van een godsdienstoefening?

Ik herhaal: wat er tijdens een kerkdienst gebeurt, weet de regelmatige kerkganger. Er wordt schuld beleden tegenover God en mensen. Er wordt gebeden en dus met God gesproken over de wereld, de mens en zichzelf. De bijbel wordt geopend en een gedeelte daaruit wordt-hoe gebrekkig soms ookuitgelegd en met elkaar overdacht. Er wordt gezongen, blij of klagend.

Gebeurt dat ook in 'De Duif'? Vierentwintig uur achter elkaar?

Dat zou diep indrukwekkend zijn. Iets wat waarschijnlijk zelden of nooit in de geschiedenis der kerk is voorgekomen. Maar ook al wil ik eerlijk aannemen, dat de bedoeling goed is, ik vraag mij toch: wordt een heilig gebeuren - want dat is een kerkdienst nog altijd voor mij - op deze wijze niet gedegradeerd? Mag ze een actiemiddel zijn? Heeft de kerk dan geen andere middelen om te strijden voor die bedreigde buitenlandse medemens? Óf... moet de kerk gewoon elk middel maar aangrijpen, als ze daarmee maar voorkomen kan steeds meer aan de kant geschoven te worden?

Ds. Goumare stelt ook de apostolaire vfaag, hoe de Marokkanen dit alles nu ervaren zullen hebben?

Ik neem aan, dat onder hen verschillenden zijn die de islamitische godsdienst aanhangen. Ik weet aan de hand van verstrekte informatie, dat het erg moeilijk, zo niet onmogelijk, is hen te benaderen met het getuigenis van het evangeUe van Jezus Christus. Ik weet ook van de discussies m.b.t. de vraag, of het christendom het recht heeft de andersdenkenden op te roepen tot bekering; iets wat m.i. een onmisbaar onderdeel van een kerkdienst is. Mijn vraag luidt: speelt dit getuigend en verkondigend element nog een rol in dit soort gebeuren? Of wordt er vrijblijvend een ring van gebed tot de levende God om bedreigde mensen heen gelegd? Is dat voor die Marokkanen voldoende? Zijn ze misschien al zó duf geslagen, dat ze deze vraag niet meer interessant vinden en mogelijk denken: de ene God of de andere... het maakt niets meer uit... als wij maar uit de ellende raken?

Vragen, vragen, vragen... Wie weet het antwoord?

Op het moment dat ik dit alles schrijf, wordt mij bericht dat de marathon-kerkdienst voorlopig gestaakt is, omdat de noodzaak ertoe even niet meer zo groot is. Aan de ene kant ben ik daar blij om. Aan de andere kant blijven de vragen voor mij leven. Want wat zich nu rond de Marokkanen afspeelt, kan zich in een andere vorm herhalen. En wat zal de kerk dan in dat geval doen?

Eén ding is bij alle vragen in ieder geval duidelijk. Als er ooit een tijd is, geweest, waarop de kerk zich moet bezinnen op haar wezen, haar taak en opdracht en de wegen waarlangs zij die taak en die opdracht meent te moeten realiseren, dan is het wel déze tijd.

Naar mijn mening zijn deze vragen terecht. Ongetwijfeld zullen de initiatiefnemers bezield zijn geweest van goede bedoelingen: deernis met slachtoffers. Maar hun actie maakt m.i. duidelijk waar we terecht komen als de kerk en haar arbeid zo verpolitiekt worden dat ze tot een politieke pressiegroep wordt. Dat is misbruikvan een kerkdienst, die inderdaad een heilig gebeuren is. Daarmee gaat de kerk aan haar eigenlijke taak in verkondiging en dienstbetoon voorbij. Het gebeuren in 'De Duif' staat niet op zichzelf. Ongeveer terzelfder tijd circuleerde in de pers het bericht over de gift van de Wereldraad aan het Patriottisch front in Rhodesië, een terreurorganisatie die deze gift begrijpelijkerwijs begroette als erkenning van de rechtvaardigheid van hun gewapende strijd. De hoofdre­ dacteur van d& Leeuwarder krant heeft in verband met deze gift op 14 augustus geschreven dat de raad in plaats van de strijd voor de bevrijding der zwarten op deze wijze een bloedige machtsstrijd tussen zwarten onder-' ling dreigt te bevorderen.

Met ds. Kooistra (Herv. Weekblad van 25 augustus) wijzen we dit radicaal af. De kerk is wel geroepen slachtoffers van geweld te steunen, maar niet hen die met behulp van geweld slachtoffers maken.

Ook hier zien we waar Verpohtisering van de kerk toe leidt. Het voert ons op een weg waar de kerk ontzinkt aan haar eigenlijke taak en roeping: de verkondiging van Gods beloften en geboden in deze wereld. En de dienst der barmhartigheid in Christus' Naam. De strijd van de kerk dient met geestdijke wapens gestreden te worden. "

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's