Wetteloosheid en getuigenis
Verleden zaterdag werd in de Rijnhal te Arnhem onder grote belangstelling een Getuigenisdag gehouden, onder het motto 'Tegen de wetteloosheid het evangelie'. Een aantal duizenden mensen uit verschillende kerken waren bijeen. Het loutere samen-zijn van zovelen uit verschillende kerken is immer inspirerend. Zo wordt het door de deelnemers ook ervaren en bij ontmoetingen met elkaar ook telkens gezegd. Zo was het ook in Arnhem. Zo'n dag is overigens niet vrij van gevaar. Tegen de wetteloosheid het evangelie! Gemakkelijk komt men tot een zodanige uitwerking, dat buiten de hallen, waar men bijeen is, de wetteloosheid is en dat wij nu wel even van de waarheid getuigenis zullen geven. Dat harde woorden vallen over de wereld buiten en triumfantelijke woorden naar binnen. Maar de wereld buiten met haar wetteloosheid leeft in principe in ons aller hart.
Omheining
Ik kan er niet aan denken hier een verslag van deze dag te geven. Ik licht slechts één referaat uit het geheel. Dr. W. Aalders had als titel van zijn referaat het motto van deze dag: 'Tegen de wetteloosheid het evangehe'. Onze tijd is niet zónder wet, zei hij, maar wel zonder de wet die door Mozes is gegeven. Wetteloosheid is: menselijke wetten stellen in de plaats van Gods wet. Mozes heeft echter de wet van Godswege doorgegeven. Daaraan zijn we en blijven we gebonden, de leuze van de Franse Revolutie (Vrijheid, gelijkheid en broederschap) ten spijt, 'de rechten van de mens' ten " spijt en het emancipatiestreven van het socialisme ten spijt. Er ligt in de wet van God een waarde, een belofte, die menselijke wetten nooit of te nimmer bezitten. Vandaar ook dat tienvoudig herhaalde: 'Gij zult'. In dat 'Gij zult' ziet de mens van vandaag alleen maar 'onverdragelijke bevoogding'. Maar wat is het onvergelijkbare en de onvergankelijke waarde in de wet Gods? Aalders zegt, 'dat zich Gods heiligheid, Gods heerlijkheid, Gods lieflijkheid in die wet weerspiegelt'. Vandaaruit ontvouwde dr. Aalders het beschermende van de wet Gods. De wet Gods is om zo te zeggen ons ten goede. Dr. Aalders zei letterlijk:
’Ongetwijfeld kent u allen het bijbelwoord: God is licht, en er is gans geen duisternis in Hem' (1 Joh. 1 : 5). Welnu, zo is er ook geen duisternis in de Wet van God. Van den beginne afstelt de duivel het wel zo voor. U kunt dat lezen in Genesis 3. Maar de duivel is dan ook de vader der leugenen. Laat u niet door hem misleiden! Er is geen duisternis in de Wet. Er is in de Wet geen verschrikking. In de omheining van de Wet is alle leven veilig. Ook de mus en de zwaluw met haar jongen. Laat staan het ongeboren leven in de moederschoot! 'l^ijn gebeente was voor u niet verborgen toen ik in de diepte gemaakt werd. Uw ogen zagen mijn vormeloos begin' (Psalm 139 : 13-16). Veilig en geborgen in de omheining van de Wet zijn jong en oud, man en vrouw, blank en zwart, arm en rijk, zieken en gezonden. Veilig en geborgen zijn zij allen door het ernstige, plechtige nadrukkelijke 'Gij zult!' van Gods wege.’
Waar ter wereld - zo vervolgde hij - is dit liefelijke? Is dat in landen 'met een overmaat aan geweldpleging door geldzucht, drughandel, sexualiteit, alcoholisme, dat geen burger zich op straat en in zijn huis meer veilig voelt? '
Maar de wet Gods heeft een inzet, die aan elke andere wet ontbreekt, namelijk 'het eerste en grote gebod: God liefhebben boven alles', want de Wet is van eeuwige herkomst. Zo verkwikt de wet de ziel en verheugt zij het hart.
Wie als christen met de wet Gods als norm echter in het leven wil staan zal daarvan lijden ondervinden, juist vanwege de wetteloosheid. Vandaag zijn velen dit 'lijden vanwege de wet' moe geworden. De Wet van God is in de wereld kennelijk onvervulbaar. Waarom zouden we het onmogelijke dan eisen? 'Waarom moeten we als dwazen in het leven staan? ' Daarom komt men tot zelfbedachte wetten. Maar intussen ontslaat God Zijn Volk er niet van om getuigen te zijn van Zijn wet. Want Hij houdt niet op God te zijn, met Zijn heerlijkheid, heiligheid en liefelijkheid. Hij kan daarom niet ophouden de wereld terug te roepen van haar boze wegen. Daarom blijft de gemeente, gemeente-onder het Kruis.
God is zelf intussen met zijn liefde-eis steeds dichter bij de wereld gekomen. In Christus heeft de Wet namelijk onder ons gewoond. In Hem is de wet Gods gevangen genomen, gekruisigd en gedood, 'maarzij is ook opgestaan om als de genadige, barmhartige, vergevende in ons midden te zijn'.
’Neen, wij staan er dus niet alleen voor. Wij zijn slechts zwakke en gebrekkige navolgers van Jezus Christus. En zo alleen houden wij het vol tegenover het massale verschijnsel van de wetteloosheid. Zo alleen verliezen wij de moed niet. Want in de navolging van Hem zullen wij steeds weer de stem vernemen, ^die tot ons zegt: Vreest niet, gij klein kuddeke, want hét is üws Vaders welbehagen, u het Koninkrijk te geven' (Lucas 12 : 32).’
Geestelijk
Het is goed om op déze wijze over de wetteloosheid te spreken. Wanneer een volk ontzinkt aan de normen van de goede wet van God, wanneer steeds meer mensen zelfs de meest elementaire beginselen van het Woord Gods niet meer kennen, dan wordt het volksleven niet gered door alleen maar tegen de wetteloosheid te protesteren. Maar kerk en christenen zullen, in alle besef dat God als Schepper allereerst recht heeft op aller leven, iets moeten laten zien van de liefelijkheid van de dienst des Heeren. Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten! Wanneer we verzuimen de waarde van de wet de mensen voor te houden en voor te léven zal alle spreken over verschijnselen in de samenleving, die niet naar het gebod zijn, hoogmoedig, hard en liefdeloos overkomen. Tenslotte gaat het in toenemende mate om mensen, die het verschil niet meer kennen tussen hun rechter en hun linkerhand en ontzonken zijn aan de waarden ons in wet en evangelie geschonken. Daarom zal een Getuigenisdag als nu gehouden is ook vruchteloos zijn wanneer mensen daar en el ders niet elk in hun situatie getuige zijn van de goedheid van Gods wet. Een dagje Getuigenis, om zo te zeggen, weegt niet op tegen de waarde van het christelijk getuigenis van dag tot dag op de plaats waar ieder is gesteld.
Héél praktisch: wat zou het voor zin hebben wél op een getuigenisdag aanwezig te zijn en bijvoorbeeld geen oog te hebben voor de inwendige zending? Is dit een open deur intrappen? Welnu, laat mij dan volstaan met de simpele constatering, dat er nog steeds gemeenten zijn, die niets maar dan ook niets voor inwendige zending doen, praktisch niet en landelijk niet in een daadwerkelijke steun aan daartoe geëigende instanties. Wat zou ons weeklagen over de toestand van land en volk, ' over de toenemende wetteloosheid dan baten? En wat zou het ook baten te klagen over de wetteloosheid als de wereld niet aan christenen zien kan dat men uit een ander beginsel lééft? Dat het van ons geldt dat we de wet Gods inderdaad hefhebben en er niet slechts als een normaal statuut mee schermen?
Toen ik vorige week dat diepe stuk, dat ds. Kalf op zijn sterfbed schreef, las en herlas dacht ik: zo alleen mag je over de verlorenheid spreken, namelijk als een verlorene die ervoor heeft leren beven. Ten diepste geldt dat ook voor het spreken over de wet. Daarover valt. alleen bijbels verantwoord te spreken in liefde, omdat de wet weliswaar eist maar door Christus' kruis en opstanding ook de liefelijkheid heeft, die een leven der dankbaarheid vraagt.
Bede
Dit alles geeft mij aanleiding hier ook iets te zeggen over de slotzin van de troonrede, de kwestie van de bede. Het verdwijnen van de bede uit de troonrede was een symtoon van de toenemende secularisatie in ons volksleven. Er is toen een brede beweging in ons volk tot stand gekomen om deze bede weer terug te krijgen. Dat was een goede zaak. Ook hier geldt echter dunkt me, dat zulk een streven nooit to, t een wettisch streven mag worden en ontaarden mag in een louter politieke kwestie. Als we hier spreken van een bede dan gaat het oni een tere zaak. Liever zou ik overigens spreken van een belijdende slotformule. Maar intussen geldt ook hier, dat het niet aangaat om zo'n belijdende slotzin te 'eisen' en intussen 'vrede' te hebben met het lot, geestelijk gezien, van duizenden, zeg gerust miljoenen, die in massale ontkerstening een bedeloze troonrede hebben opgeroepen.
Gegeven de huidige situatie zal het voor géén regering in ons land - en geregeerd moeter worden - eenvoudig zijn te komen tot een theocratische belijdenis. Daarom begin ik met te zeggen - en daarin sluit ik graag aan bij wat ds. W. Arkeraats, die de Katwijkse 'actie' heeft geleid, hierover opmerkte-dat we in de nu gekozen formulering toch iets zien van een pogen om - hoe dan ook - weer iets van het verloren gegane terug te krijgen. Ik vind de nu gekozen formulering niet gelukkig. Ik vraag me af waarom het niet mogelijk was dat dit kabinet zelf weer kwam tot het noemen van Gods Naam. Maar als een kabinet - om het eens op een ons bekende wijze te zeggen - komt tot een oproep aan allen, die bidden geleerd hebben, om voor de regering te bidden dan is dat ook weer niet niets, dan gaan we daar ook riiet schouderophalend aan voorbij. Al is het me bekend, dat er in ons kerkelijke wereldje ook personen, zelfs ook voorgangers
zijn, die het niet meer nodig achten te bidden voor koningin en regering omdat er toch geen heil meer van te verwachten is.
De oproep tot persoonlijke voorbede mag in de troonrede gedaan worden. En ook al is de nu gekozen formule niet gelukkig en onvoldoende dan mag geloofd worden in het bijbels gegeven, dat het gebed van de rechtvaardige veel vermag en dan mag ingewacht worden een zodanige verhoring van de gebeden van velen, dat het weer mogelijk zal zijn datvoluit de Naam des Heeren vanwege de regering beleden wordt. Of zouden we daarin niet meer geloven? Maar wat valt er dan nog te vragen om zo'n bede?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1978
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1978
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's