De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De uitlegging van toekomstprofetieën (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De uitlegging van toekomstprofetieën (2)

10 minuten leestijd

Bij de uitlegging van de profetieën aangaande de toekomstige zaken geldt allereerst wat Petrus op 2 Petr. 1 : 19 laat volgen: Dit eerst wetende, dat geen profetie der Schrift is van eigen uitlegging. Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door de wil van een mens, maar de heilige mensen Gods, van de Heilige Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken.' De Heilige Geest, Die de eigenlijke Auteur der Schrift is, is ook nodig voor de uitlegging en het verstaan der Schrift. Zonder die Heilige Geest baten ons alle bespiegelingen over de toekomst niet. Als we zelf door die Heilige Geest niet geleid worden, kunnen we ook de komst van het Koninkrijk Gods niet zien. We zullen in dat Rijk ook niet kunnen ingaan.

Hoe duidelijk heeft Jezus dat Zelf gezegd tot Nicodemus, toen deze tot Hem kwam om nader met Jezus over de Messiaanse toekomstverwachting te spreken. Deze verwachting leefde zeer sterk in Israël, ook bij de leidslieden. Door het optreden van Jezus kwam de vraag bij hen op: Zou deze Jezus van Nazareth de Messias kunnen zijn, Die de heilsverwachting vervullen zou? Zou het Rijk Gods, door Johannes de Doper in zijn nabije komst gepredikt, aanstaande zijn? Daarbij had Johannes Hem met de hand aangewezen als Degene, Die vervullen zou, wat hij van Godswege predikte aangaande de nabije komst van het Godsrijk.

We moeten nooit uit het oog verliezen, dat Israël het volk is, dat de Messias verwacht. Door alle tijden heen, tot op de huidige dag. Het blijft, door de donkerste tijden heen, het heil in de toekomst verwachten. Dit is het goddelijke werk in dit volk, voortvloeiende uit de onveranderlijke verkiezing van God. Het zoekt en tast en arbeidt, om tot de verwerkelijking van het toekomstige heil te komen. Ook hiervan geldt, watPaulus van zijn volk schrijft in Rom. 10:2: Want ik geef hun getuigenis, dat zij een ijver tot God hebben, maar niet met verstand.' Het zoekt het uit de mens, gaat op dwaalwegen, uit vleselijke overleggingen, die in ellende en verwoestingen eindigen. Maar het blijft zoeken. Het is opmerkelijk, dat de profeten van een toekomstige heilstaat, waarvan socialisten en marxisten dromen, Joden van afkomst zijn. Ze menen te weten, maar verstaan niet.

Nicodemus begint met: Rabbi, wij weten dat Gij zijt een Leraar van God gezonden. Jezus liet immers de tekenen zien van-de doorbraak van het heil in de wonderen van genezing, in de redding uit allerlei nood.

De schreeuw

In het diepst van de ziel van het Joodse volk in zijn druk en ellende is daar toch de schreeuw: God onzer vaderen, van Abraham, Izaak en Jakob, waar blijft Uw heil? Waar blijft de vervulling van Uw Woord, dat we meegenomen hebben in de eeuwen van onze ballingschap, in het diepste van onze ellende? Dat we meenamen tot in de hel van de concentratie-en vernietigingskampen, tot in de dood toe? Dat we meenamen in de strijd tegen de volkeren rondom, die ons met uitroeiing bedreigen? Die ons zelfs geen rust geven op onze heiligste dag: de grote Verzoendag? Die juist dan ons de dodelijke slag denken toe te brengen? Waar blijft Uw Woord der waarheid, temidden van de huichelachtigheid der volkeren, die spreken van de rechten van de mens, maar ons het recht van leven in vrede niet gunnen? Waarom, o God, kan er voor ons door alle eeuwen heen verjaagde, uitgeplunderde, met de dood bedreigde volk niet één stukje van de wereld zijn, waar wij zonder doodsdreiging en uitroeiing mogen leven? Terwijl Gij, o God, ons in Uw Woord dit land als een eeuwige erfenis beloofd hebt.

Tevergeefs vraagt en smeekt Israël in het midden der volkeren, waar het hoe langer hoe meer als een eenzame, van allen verlatene komt te staan. Teleurgesteld in alle vrienden, die het dacht te hebben.

Tenslotte blijft er maar één ding over: de roep uit de diepte tot zijn God. Het trof me, bij mijn reis door Israël, dat vóór in de bus, waarmee we heel Israël doorkruisten, in het Hebreeuws geschreven stond> Israël, betrouw op de Meere.

Antwoord op Zijn tijd

Alleen God Zelf kan het antwoord geven. Hij zal ook op Zijn tijd het antwoord geven, de vervulling van de woorden, die Jezus tot Nicodemus sprak meteen dubbel Amen: 'Tenzij dat iemand wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.' En: 'Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan.’

Daar geeft Jezus de grondwet van het Koninkrijk Gods en ook voor Israël.

De Heeré doet geen half werk. Hij, Die Israël riep, zal het ook rechtvaardigen, voor God en voor de wereld. Jezus Zelf ga'at daarvoor het fundament leggen. Boven Zijn kruis staat het geschreven: 'Jezus, de Nazarener, de Koning der Joden.’

Het staat geschreven in het Hebreeuws (als eerste genoemd), in het Grieks en in het Latijn. Het gaat allereerst Israël, maar ook de hele wereld aan. Die wereld, die zich niet minder verzet tegen het Rijk Gods dan Israël. Wordt in de Christelijke kerken de noodzakelijkheid en de werkelijkheid van de wedergeboorte'zo gekend en in de vrucht openbaar? Kunnen de Christelijke kerken er zich op beroemen: Zie bij ons, hoe het Rijk van Christus zich openbaart?

Hoever zijn de kerken daarvan af! In Israël zelf vertonen zij eer het tegendeel. Zij vertonen het beeld van een rijk, dat tegen zichzelf verdeeld is.

Wat Israël in de loop der eeuwen van de Christelijke kerken heeft gezien en zelf ervaren, was vaak het tegendeel van wat het Rijk van God zou moeten zijn. Onder de zogenaamde Christelijke volkeren heeft Israël vaak de zwaarste slagen gekregen. Stromen van Joods bloed zijn vergoten in de loop der eeuwen, juist onder de Christenheid. Het lot van de Joden onder Mohammedaanse overheersing steekt in het algemeen genomen hierbij gunstig af. De uitroeiing van een derde deel van het Joodse volk in de laatste wereldoorlog vond plaats onder volkeren, die in naam toch in de Christelijke invloedssfeer verkeerden.

Niet anders dan voor Israël is ook voor de kerk uit de heidenen de prediking van de noodzakelijkheid van de wedergeboorte nodig.

Welk een misvatting, onwetendheid en afkeer is daar over deze zaak.

Als de wedergeboorte ontbreekt, dan kunnen we in de diepste zin eigenlijk niet met de. toekomst van het Rijk Gods bezig zijn. We vallen dan in allerlei dwalingen, hetzij ter rechter of ter linker zijde.

Geestelijk - stoffelijk

Verder willen we nog een algemene opmerking maken, als het gaat over de toekomstige heilsprofetieën. Zeer belangrijk is, hoe wij de verhouding zien tussen het zichtbare, tastbare, stoffelijke aan de ene kant, en het onzichtbare, onzienlijke, geestelijke aan de andere kant. Het eerste begin van de Schrift wijst er ons al op. God schept vanuit de onzienlijke wereld door het eeuwige Woord en de eeuwige Geest de stoffelijke wereld. God heeft die gewild. Ook daarvan geldt, dat het goed was. Zoals we lezen in Gen. 1 : 31: EnGodzagalles watHij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed.'

Gods eeuwige Zoon ging als Verlosser in deze stoffelijke wereld in, kreeg er deel aan door vlees en bloed aan te nemen uit de maagd Maria. Als de Messias was Hij ook echt mens, met een stoffelijk lichaam. Dit heeft Hij behouden, en zal Hij blijven behouden tot in alle eeuwigheid, ook op de nieuwe aarde.

Het tweede, dat we lezen in het begin van Genesis is: 'en de Geest Gods zweefde op de wateren.’

De Geest werkte op die schepping in, ging in die schepping in, zodat deze als het ware door de Geest doorademd werd. Zo kwam de eerste schepping als een volmaakt werk, naar beide zijden, stoffelijk en 'geestelijk, tot zijn voltooiing.

De zondeval heeft dit doorbroken. De geest van satan is in de totaliteit van de schepping ingegaan. Ook in de mens, die naar zijn stoffelijke en geestelijke zijde onder de invloed van de geest uit de afgrond kwam. Met als verschrikkelijk gevolg de ontbindende krachten van de dood. En dat naar ziel en lichaam. Let erop, dat de volle doorwerking van de dood (de Bijbel noemt dat de tweede dood) er pas zal zijn, wanneer ook bij de goddelozen ziel en lichaam eerst weer verenigd zullen zijn bij de algemene opstanding uit de doden. Deze zal aan het eindgericht en het eeuwig oordeel voorafgaan.

Wanneer we de laatste bladzijde van de bijbel opslaan, dan lezen we daar niet alleen van een nieuwe hemel, maar ook van een nieuwe aarde. Deze aarde zal doorademd zijn van de heerlijkheid van God, de heerlijkheid van de drievuldige God. Zo zal ook de mens, als het hoogste schepsel, naar ziel en lichaam, vol van de Geest, stralen van Goddelijk licht.

Hemel en aarde, ziel en lichaam, beiden horen bijeen. God zal zelfs Zijn troon op de nieuwe aarde doen afdalen.

Welnu, laat ons er dan voor waken, dat wij niet verachten, wat God goed en heerlijk acht. Wanneer de beloften van heil, door de hele Schrift heen, ook van het heil in het stoffelijke en tastbare spreken, laten \Vij dan niet wijzer willen zijn, dan God ons zo duidelijk in de Schrift leert.

Heeft Jezus als tekenen van het naderende Godsrijk juist niet veel wonderen gedaan in het stoffelijke en lichamelijke? Zijn eerste wonder was het veranderen van water in wijn op een Oosterse bruiloft.

Wat God goed gemaakt en geheiligd heeft, en na de zondeval beloofd heeft opni< ; uw te zullen heiligen, zullen wij niet onrein of verachtelijk achten.

Nodig voor het verstaan der Profetieën

Wanneer we van hieruit de profetieën zoeken te Verstaan, zal ons het licht kunnen opgaan over veel van deze profetieën.

Er zullen ook dan nog profetieën blijven, waarvan we moeten zeggen, dat we het volle licht er nog over missen. God spreekt soms woorden, die de kerk pas veel later, op Gods tijd zal kunnen verstaan. Zelfs voor Daniel, de zeer begenadigde ziener, bleef veel van wat hij zelf moest profeteren, verzegeld. Hoe begerig hij ook was, om het te mogen verstaan, het werd hem niet gegeven. De Heere sprak op zijn bede om deze zaak: 'Ga heen. Daniel! Want deze woorden zijn verzegeld tot de tijd van het einde.' Wel geeft God de belofte; 'Velen zullen het naspeuren, en de wetenschap zal vermenigvuldigd worden." In het laatste der dagen, als de kerk hej nodig zal hebben', zal de Heere het schenken.

Moge de Heere er ons echter voor bewaren, dat we bij het niet verstaan, de toekomstprofetieën niet door onze eigen wijsheid verduisteren. De Heere schenke ons. tot troost en bemoediging, zoveel van de heerlijkheid van de profetieën te mogen zien, dat wij mogen gelo-\en. En daarom mogen hopen op Zijn Woord, gelovende dat niet één woord van de Heere onvervuld zal blijven. N

Allereerst voor Israël. Maar ook voor ons. die uit de \olkeren zijn. Dan zal er het gebed zijn: 'Hij maakt op hun gebeden, gans Israël eens \rij, van ongerechtigheden. Zo doe Hij ook aan mij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De uitlegging van toekomstprofetieën (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's