Christelijk Hoger Onderwijs en de gerechtigheid (1)
Van 13 tot 19 augustus j. 1. werd in één van de gebouwen van het Calvin College te Grand Rapids een internationale conferentie gehouden van reformatorische instellingen voor hoger onderwijs. Deze conferentie betekende een vervolg van de in 1975 gehouden ontmoeting in Potchefstroom in Zuid-Afrika. Ging het toen over de uitdagingen waar het christelijk hoger onderwijs in deze wereld voor staat, op deze conferentie kreeg dit een toespitsing in die zin, dat men zich wilde bezinnen op de verantwoordelijkheid van het wetenschappelijk hoger onderwijs, dat vanuit een christelijk beginsel geschiedt, met betrekking tot de gerechtigheid in de economische en sociale verhoudingen.
De conferentiegangers hadden een druk programma af te werken. Naast de openingstoe-• spraak in de kerkdienst op zondagavond 13 augustus in het gebouw van de Christian Reformed Church in het fraaie Shawnee Park, waren er negen lijvige referaten en evenzovele korte referaten die als kritisch antwoord op de gehouden referaten gehouden werden. Voeg daarbij de groepsdiscussies en de algemene besprekingen, enkele werkvergaderingen en een slotbijeenkomst, en u zult begrijpen dat dit programma van de deelnemers de nodige inspanning vergde en van de organisatoren de nodige bekwaamheid om een en ander vlot te laten verlopen. Nu was de voorbereiding en de organisatie uitstekend. Met name de amerikaanse hoogleraar van Calvin College Prof. dr. N. Wolterstorff, en de administratieve staf van dit instituut hadden hierin een groot aandeel. Het feit dat referaten en inleidingen tevoren aan de deelnemers ter beschikking gesteld waren, bevorderde de werkwijze, zodat er toch nog tijd overbleef voor informele ontmoetingen, gesprekken, ja zelfs een zeer geslaagde excursie naar Holland (Michigan), , waar ten gevolge van de emigratie van ds. v.' Raalte e.a. in de vorige eeuw met name voor ons als Nederlanders zoveel herinneringen aan verbonden zijn. Herinneringen die een stuk kerkgeschiedenis, dat voor de Gereformeerde gezindte van zo eminent belang is, levend maken.
Wie er waren
De deelnemerslijst telde ongeveer 120 namen. Ze waren afkomstig uit verschillende landen en werelddelen. Het aantal theologische hogescholen en instituten was opvallend groot. Daaruit blijkt hoezeer de theologie in onze tijd betrokken is bij de huidige samenlevingsvragen, en omgekeerd hoezeer een benadering van de economische en sociale problemen in wereldverband vanuit bijbels-christelijk standpunt ons in het hart van allerlei theologische vragen en filosofische problemen brengt. Ik ga u niet vermoeien met een opsomming van namen van personen en instellingen. Ik noem slechts de landen, waaruit de instellingen afkomstig waren, om u een indruk te geven van het brede karakter van deze conferentie. Dat waren Argentinië, Australië, Brazilië, Canada, Chili, Guatemala, Indonesië, Japan, Korea, Malawi Mexico, Nederland, Nieuw-Zeeland, Nigeria, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten.
Uit ons land waren o.m. vertegenwoordigd de Vereniging voor Calvinistische wijsbegeerte, de Theol. Hogescholen van Kampen en Apeldoorn, de Evang. Hogeschool de GSA te Zwolle, terwijl ir. v. d. Graaf en ondergetekende als afgevaardigden van de G.S.A. 'De Vijverberg' aanwezig waren.
De gevarieerde samenstelling van de conferentie was een boeiend geheel op zich. De samensprekingen en ontmoetingen betekenen ook een bemoedigende en stimulerende ervaring. Bemoedigend, als je hoort, hoe overal in de wereld Christenen proberen hun roeping en verantwoordelijkheid jegens de Here God gestalte te geven in het onderwijs, en hoe men in een niet-christelijke omgeving probeert vanuit de Schrift licht te laten vallen op de grote vragen van onze samenleving. Met vaak geringe middelen, ook in financieel opzicht, en geringe krachten waagt men zich b.v. in Korea, Malawi, Guatemala aan dit grote werk. De ontmoeting betekent met name voor kleine en zwakke instellingen een stimulans en steun. En omgekeerd vormt dit alles voor ons, die in de Nederlandse situatie toch nog zoveel voorrechten hebben in de vaak gevestigde posities, een beschamende ervaring, als we denken aan de geloofsmoed en de volharding die men elders in zoveel moeilijker omstandigheden aan de dag legt.
Ik denk aan pogingen ondernomen om in Canada tot een christelijke universiteit te komen, aan de gesprekken met een Oud-Testamenticus uit Malawi, die me een en ander vertelde over de vragen waar het christelijk onderwijs in de confrontatie met Moslims voor staat. En passant is het dan een leuke ervaring te horen dat men in Malawi Vriezen's Theologie van het Oude Testament blijkt te kennen en te waarderen.
Ik ben van mening dat men bij dergelijke conferenties niet in de eerste plaats moet vragen: Wat is het resultaat met betrekking tot organisatievormen, allianties e.d. In die zin heeft Grand Rapids geen tastbaar resultaat opgeleverd. Maar je wordt gedurende een week zeer geconcentreerd met de neus op zeer belangrijke vragen van wetenschap en samenleven gedrukt. Je ontdekt, hoe overal in de wereld er studenten en wetenschappers zijn, die niet wensen te capituleren voor het eigenmachtige, autonome denken maar worstelen om in gehoorzaamheid aan Gods Woord hun weg te gaan. En dat soms op een eenzame post moeten doen. Die gezamenlijke bezinning en de bemoediging van de broederlijke ontmoeting vormen voor mij de betekenis van deze conferentie.
Het thema
De conferentie viel wat betreft het conferentiethema in twee delen uiteen. Werd de eerste dagen meer gesproken over de taak en de verantwoordelijkheid van het Christelijk Hoger Onderwijs in de wereldsamenleving, gedurende de tweede helft van de conferentie werd aandacht geschonken aan de thematiek van de gerechtigheid in de verschillende verhoudingen, van de internationale economische orde. Het laat zich verstaan dat op een conferentie, die vanuit de Gereformeerde belijdenis zich wil bezinnen, grote aandacht werd gegeven aan de bijbel-theologische vooronderstellingen.
Die kwamen dan ook expliciet ter sprake. Almorgen van Prof. dr. H. N. Ridderbos over Koninkrijk, Kerk en wereld. Ridderbos legde daarin sterke nadruk op de perspectieven van de Bijbelse prediking inzake de heerschappij van God in Jezus Christus. De Kerk als het lichaam van Christus is het concentratiepunt waardoor God zijn heilzaam regiment uitoefent, door Zich een volk te vergaderen dat in de zegehingen en heilsgoederen van het Koninkrijk deelt, en dat als volk van deze Koning met geestelijke wapenen in de wereld heeft te strijden. Dat heeft ook consequenties voor de taak van de Kerk als instituut. Vanuit de gebondenheid aan Jezus Christus mag de Kerk zich niet laten verleiden tot wereldse machtsmiddelen, boycot en geweld, en mag zij nog minder een partij worden temidden van de anderen. In die zin waarschuwde Ridderbos ons sterk voor de neomarxistische bevrijdingstheologieën.
Anderzijds weet juist de Kerk dat haar Hoofd, Jezus Christus, Hoofd is over alle dingen en dat Hem alle macht gegeven is in hemel en op aarde. Daarom kan en mag zij nooit berusten in onrecht, verslaving, dictatuur en onderdrukking, maar zal ze profetisch en diakonaal hebben te getuigen van de heerschappij van Christus. Rekenen met de heerschappij van Christus over alle dingen betekent christelijke vrijheid èn verantwoordelijkheid als dienst jegens God en de naaste. De Kerk heeft het Woord Gods te verkondigen als boodschap van de totale bevrijding. Tegelijk weet zij van de voorlopigheid. Wij leven tussen de tijden, in de verwachting van de volle openbaring van Gods Rijk op de dag van Jezus Christus.
Men zou kunnen zeggen dat dit bassisreferaat een uitwerking was van Mattheus 6 : 33; Zoekt eerst het Koninkrijk Gods en zijn gerechtigheid...
De taak van de universiteit
Maar wat betekent dat voor de arbeid van universiteiten en hogeronderwijsinstellingen in deze wereld? Hce is de. verhouding tussen theorie en praktijk? Lopen we enerzijds niet gevaar te verzanden in een getheoretiseer dat onvruchtbaar wordt omdat het de contacten met de werkelijkheid waar mensen leven en lijden te verliezen? En is er ter anderer zijde niet het gevaar van een revolutionaire practijk die de theorie dicteert en de vrijheid van wetenschapsbeoefening bedreigt?
'Wat zijn de grenzen van wetenschappelijk onderzoek? Vooral ook, als men zoals Prof. dr. E. Schuurman betoogde, in ogenschouw neemt de demonische tegenkrachten die zich verzetten tegen de heerschappij van Christus? Deze en andere vragen werden druk besproken naar aanleiding van referaten van de Zuid-Afrikaanse hoogleraar. Prof. dr. E. Botha en de Amerikaanse geleerde. Prof. dr. Wolterstorff. Mevr. Botha maakte in haar diepborende referaat over de verschillende typen universiteit, op het voetspoor van Prof. Van Riessen onderscheid tussen de zgn. bevestigende universiteiten en de kritische universiteit. Uiteraard kwam het studentenprotest van de zestiger jaren ter sprake. In hoeverre is wetenschap waardenvrij? In hoeverre dient de universiteit zich te verwikkelen in politieke stellingnamen?
De tragiek van de kritische universiteit is, dat de gebondenheid aan de bestaande orde en de onkritische vereenzelviging daarmee wordt ingeruild voor de gebondenheid aan een (linkse) ideologie. Mevr. Botha betoogde dat de academische en politieke aspecten van het so-
Calvijn wil werken en studeren, gebonden zijn aan Gods openbaring. Een christelijke universitaire instelling kan dus in de meest fundamentele zin van het woord niet neutraal zijn, noch in de academische, noch in de opvoedkundige, noch in de politieke sfeer. Alle onderwijs is immers geladen met bepaalde waarden. Élke onderwijsinsteUing leeft in een bepaalde maatschappij.
De universiteit is geen politieke partij. Er dient academische vrijheid te zijn. Maar vrijheid is wel dienst. De universiteit heeft tot primaire taak een academische training van de student met het oog op zijn (o.a. politieke) taak in de samenleving. De academicus kap op tweeërlei wijze verwikkeld zijn in politieke vragen. Binnen de academie kan hij er zich mee bezighouden op een wijze, die past bij de regels van wetenschappelijk onderzoek. Buiten de academie als verantwoordelijk lid van de samenleving.
In het slot van haar rede bepleitte Prof. Botha de geheel eigen taak en plaats van een christeacademicus. Geloof in Christus, het weten van de dwaasheid van het kruis, betekent een radicale vervreemding van de wereld waarin men leeft en kan dus nooit leiden tot een onkritische aanpassing. Niet uit onvoldaanheid met de bestaande orde op zich, maar uit gehoorzaamheid aan Gods geboden en beloften, staat de christelijke onderwijsinstelling kritisch in de samenleving. En kritisch betekent, dat zij zich voortdurend bezint, wat de wil Gods naar Zijn Woord is voor de mensheid in de verschillende levenssferen, waarin de wetenschap is geïnteresseerd. In een niet-christelijke wereld zal een christelijke universiteit herkenbaar dienen te zijn door zijn profetisch, priesterlijk en koninklijk getuigenis in gehoorzaamheid aan de bevrijdende kracht van het Evangelie, en in verantwoordelijkheid jegens degenen die wij in universiteit en samenleving ontmoeten. In een tweede artikel willen we ingaan wat er in Grand Rapids gezegd is over de gerechtigheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1978
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1978
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's