De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Heilige Geest en de hoop

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Heilige Geest en de hoop

Woord en Geest in het geloof

6 minuten leestijd

De Heilige Geest onderpand van onze erfenis

Allerlei aspecten van de verhouding Woord en Geest zijn in de voorafgaande artikelen aan de orde gekomen. In de laatste serie artikelen ging het over de verhouding van Woord en Geest in het geloof. In deze laatste artikelen ging het vooral om de binnenzijde van het leven des geloofs. In deze bizondere zin kwamen allerlei aspecten van het werk en vooral van de Persoon van de Heilige Geest aan de orde.

Alles overziende mogen we wel zeggen van welk levensbelang het werk van de Heilige Geest is, zowel naar buiten als naar binnen, zowel in de breedte als in de diepte.

De Geest is het die levend maakt! Meerdere malen noemt Calvijn de Heilige Geest de inwendige leermeester. Als inwendige leermeester bevestigt de Heilige Geest inwendig, wat God door Zijn Woord belooft.

Hij maakt mij bewust van het geloof in Christus. Hij verzegelt de beloften van God in mijn hart als de Geest der verzegeling.

De Heilige Geest verlevendigt ook de hoop, doet de hoop kennen op God, op Christus, op de toekomst des Heren.

De Heilige Geest wordt namelijk ook het onderpand van onze erfenis genoemd.

Op een drietal Schrift-plaatsen spreekt de apostel Paulus over de Geest als het onderpand van onze erfenis.

In het verband van deze verzegeling door en met de Heilige Geest staan de Schrift-woorden Efeze 1 : 14 en 2 Korinthe 1 : 22.

Op de hoogte van de verzegeling door en met de Heilige Geest - in diepe verootmoediging en verwondering ervaren - wordt getuigd van de hoop der heerlijkheid Gods.

In het bekende hoofdstuk 2 Corinthe 5 waar Paulus het heeft over het verlangen naar de eeuwige Gods-woning, komt hij in het 5e vers te spreken over de achtergrond van dit verlangen: 'Die ons tot hetzelfde bereid heeft, is God, Die ons ook het onderpand van de Geest gegeven heeft.’

Het ontvangen van de Geest betekent het ontvangen van een onderpand. Het woord voor onderpand (arraboon) kunnen we ook vertalen met 'eerste-termijn-betaling'. Het bouwwerk van Gods gunstbewijzen is nog wel niet voltooid, maar de Heere God betaalt aan Zijn kerk wel de eerste termijn uit. Het ontvangen van de Geest is dus een vooruitbetaling te noemen, de Geest Zelf is de eerste uitbetaling van de erfenis en een waarborg dat de gehele erfenis ons deel wordt.

Het is toch zo dat wie iets vooruitbetaalt, een klein deel van de schuld betaalt en daarmee de rechtsgeldigheid van de vordering bevestigt. Rechtens, op grond van het volkomen werk van Christus, heeft Gods kerk een rijke erfenis in het verschiet. Een onverderfelijke en onbevlekkelijke en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen bewaard is.

Met het schenken van de Geest aan Gods gemeente is die erfenis gegarandeerd. Dat betekent leven in de vaste hoop op Gods toekomst.

De Geest doet hopen!

Daarom kan Paulus zeggen: wij die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zuchten in onszelf, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam. Want wij zijn in hope zalig geworden...' (Rom. 8 : 23 en 24a).

De Heilige Geest het geheim van de toekomstverwachting

Met recht kunnen wij de Heilige Geest het geheim van de toekomstverwachting van de kerk noemen. Er wordt in het algemeen veel geklaagd over de geringe toekomstverwachting van de kerk. Allerlei oorzaken worden dan genoemd. Laten we echter niet vergeten dat de diepste oorzaak is de armoede aan de vervulling met de Heilige Geest.

Hij Zelf is immers het onderpand van onze erfenis. Daarom is het de Heihge Geest die de gemeente van Christus doet verlangen naar Zijn toekomst.

Wij moeten goed weten, dat moeten ook allerlei kringen aan de rand van de kerk en buiten de kerk weten, dat de toekomstverwachting geen werkelijkheid is die van óns uitgaat, maar die van de Géést uitgaat. In de roep om de komst van Christus in het boek Openbaring gaat de Geest dan ook voorop en lezen wij dat de Geest en de bruid zeggen: Kom! De Geest als de bruidswerver van Christus ziet verlangend uit naar het ogenblik van de ontmoeting van Christus, de hemelse Bruidegom, met Zijn gemeente, die de bruid van Christus genoemd wordt.

Het is waar: de Geest heeft de bruid reeds ingewonnen voor Christus. Door de overmachtige werking van Woord en Geest is zij bezweken onder de aandrang van de liefde van God in Christus. Zij heeft haar ja-woord al gegeven! Dat is al op zichzelf een wonder. Maar het grootste komt nog: de dag van de volkomen vereniging met Christus, de dag van de bruiloft des Lams. Nu leeft de gemeente van de Heere Jezus in de bruidsdagen, maar ze mag zich niet tevreden stellen met de bruidsdagen.

Stel je voor!

Vandaar het roepen van de Geest in haar.

De gemeente gaat mee-verlangen

Het roepen van de Geest kan en mag in het hart van de gemeente van Christus niet onbeantwoord blijven. Met Zijn verlangen steekt de Heihge Geest de gemeente aan. Zoals ons hart door de werking van de Geest gaat meegetuigen met de Geest dat wij kinderen Gods zijn, zo gaat ook ons hart mee-verlangen met het verlangen van de Geest.

Dan roepen de Geest én de bruid: Kom Heere Jezus!

In deze roep uit Openbaring 22 : 17 beluisteren wij een indringend verlangen naar de komst van de Heere Jezus Christus. Het is geen gebed zomaar in het wilde weg, maar een indringnend en stoutmoedig pleiten op de belofte van Christus. Het klinkt als een bevel: moet haastig komen, het is de hoogste tijd om ons te verlossen!

Als de gemeente van Christus deze roep niet kent, dan leeft zij ver onder de maat van haar roeping om bruid van Christus te zijn.

Dan kon het wel eens zijn dat zij, nota bene in haar bruidsdagen, andere minnaars naloopt. Dat zij zich verslingert aan de goden van de tijd en niet meer weet van haar vreemdelingschap in deze wereld.

Dan bedroeven wij als gemeente de Heilige Geest, zijn wij bezig de Heilige Geest te weer-• staan; dan komt er een matheid over de gemeente, een ingezonkenheid, dan is zij niet meer bruid van Christus en verloochent zij haar Bruidegom.

Die deze hoop heeft, reinigt zich

De Geest vuurt de gemeente onophoudelijk aan om haar Koning te verwachten. Daarbij bedient de Geest Zich van de ge-eigende middelen die de gemeente gegeven zijn: de prediking van het Evangelie, met name de prediking van de komende Koning en de bediening van de sacramenten. Zij spoort de gemeente ook aan tot het gebed.

Het gebed van de Geest betekent dan ook geen passiviteit voor de gemeente. De Geest spoort de gemeente aan tot waakzaamheid en werkzaamheid. Ook tot werkzaamheid! Tot de dienst van God. Tot een heilige levenswandel. Juist het gebed om de wederkomst van Christus stimuleert tot een heilige levenswandel. Leven in de hoop betekent zichzelf reinigen en heiligen in Hem, Die de bron van reiniging en heiliging is. We denken aan de woorden van de apostel Johannes: Die deze hoop heeft, reinige zich, gelijk Hij reinis.'(1 Joh. 3 : 3). De Geest die de komende Koning doet verwachten, vernieuwt ons ook in de tijd van onze inwoning naar het evenbeeld van Christus en doet ons wandelen in heilige godsvrucht. (Vgl. 2 Petrus 3:11.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Heilige Geest en de hoop

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's